Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

5. Werkloosheid

Algemene doelstelling

De overheid beschermt werknemers tegen de financiële gevolgen van werkloosheid en stimuleert hen het werk te hervatten.

De overheid biedt werknemers die hun baan verliezen en geheel of gedeeltelijk werkloos worden, bescherming tegen het verlies aan loon als gevolg van werkloosheid. Zij kunnen een beroep doen op een uitkering die voorziet in een tijdelijk loonvervangend inkomen om de periode van werkloosheid te overbruggen. Hiervoor zijn werknemers verplicht verzekerd op grond van de Werkloosheidswet (WW). Door middel van instrumenten als bijvoorbeeld de sollicitatieplicht, het besluit passende arbeid en inkomensverrekening stimuleert de overheid een terugkeer naar werk.

Werklozen die bij instroom in de WW 60 jaar of ouder zijn, komen na afloop van hun WW-recht in aanmerking voor een uitkering op minimumniveau op grond van de Wet Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW). Vanaf 2020 stijgt de leeftijdsgrens om voor de IOW in aanmerking te komen mee met de AOW-leeftijd.

Als het totale inkomen van de uitkeringsgerechtigde WW of IOW en diens eventuele partner onder het sociaal minimum ligt, kan de uitkeringsgerechtigde een toeslag ontvangen tot het sociaal minimum op grond van de Toeslagenwet (TW), zie beleidsartikel 2.

Werknemers in Caribisch Nederland ontvangen bij beëindiging van de dienstbetrekking anders dan door de schuld van de werknemer op grond van de Cessantiawet een eenmalige uitkering, te betalen door de werkgever. Als de werkgever wegens faillissement of surseance van betaling niet in staat is om de uitkering (tijdig) te betalen, neemt de overheid deze verplichting over.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister financiert de inkomensondersteuning met begrotingsgefinancierde uitkeringsregelingen. Daarnaast stimuleert de Minister met financiële instrumenten initiatieven die bijdragen aan de werking van de arbeidsmarkt. Bij de premiegefinancierde uitkeringsregelingen regisseert de Minister. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:

  • •  De vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;
  • •  De vaststelling van het niveau van de uitkeringen van de onderscheiden regelingen;
  • •  Het borgen van het activerend karakter van de regelingen en van hun bijdrage aan de werking van de arbeidsmarkt;
  • •  De sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door het UWV;
  • •  De organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).

Beleidswijzigingen

Wet Inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW)

In het regeerakkoord is aangekondigd dat de IOW vanaf 2020 met vier jaar wordt verlengd, zodat oudere werklozen na het aflopen van de WW- of WGA-uitkering niet hun eigen vermogen of dat van hun partner hoeven «op te eten» voordat zij in aanmerking komen voor inkomensondersteuning. Met het oog op de stijgende participatiegraad van oudere werknemers en de betaalbaarheid van de regeling, zal de IOW worden aangepast door de leeftijdsgrens vanaf 2020 te laten meestijgen met de AOW-leeftijd.

Scholing WW (amendement van Weyenberg c.s., Tweede Kamer, 2017–2018, 34 775 XV, nr. 15)

Vanaf juli 2018 beschikt het UWV over een tijdelijk budget voor het inkopen van scholingstrajecten voor werklozen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie. Het gaat om scholingstrajecten die leiden naar beroepen waar veel vraag naar werkenden is. De scholingstrajecten kunnen ingezet worden gericht op werkhervatting in een krapteberoep of gericht op een arrangement met een werkgever, waarbij een concrete baan in het vooruitzicht is gesteld.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3.5.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en ontvangsten artikel 5 (x € 1.000)

Artikelonderdeel

Realisatie 2017

Raming 2018

Raming 2019

Raming 2020

Raming 2021

Raming 2022

Raming 2023

Verplichtingen

173.025

110.598

155.993

127.303

129.882

138.541

148.688

Uitgaven

166.729

114.574

157.104

127.966

130.282

138.541

148.688

waarvan juridisch verplicht (%)

   

98,6%

       
               

Inkomensoverdrachten

157.961

98.179

129.813

117.093

129.882

138.541

148.688

IOW

65.037

69.579

97.213

116.993

129.782

138.441

148.588

Cessantiawet (Caribisch Nederland)

24

100

100

100

100

100

100

Tijdelijke regeling tegemoetkoming Dagloonbesluit

92.900

28.500

32.500

0

0

0

0

               

Subsidies

7.506

8.003

17.311

663

400

0

0

               

Opdrachten

1.262

1.092

0

0

0

0

0

               

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

7.300

9.980

10.210

0

0

0

Scholing WW

0

7.300

9.980

10.210

0

0

0

               

Ontvangsten

1.171

3.397

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Inkomensoverdrachten:

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten IOW en uitkeringslasten Cessantiawet (Caribisch Nederland).

Subsidies:

De subsidies zijn voor 87% juridisch verplicht. Het betreft budget voor de subsidieregelingen voor het ontwikkeladvies, voor de experimenten «Meer werk» en voor ondersteuning van de Ambachtsacademie. 13% van het beschikbare budget is niet verplicht, omdat het budget voor het ontwikkeladvies nog niet helemaal is toebedeeld.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s:

De bijdragen aan ZBO’s en RWT’s zijn 100% juridisch verplicht. Het betreft een tijdelijk budget voor het inkopen van scholingstrajecten voor werklozen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie.

Tabel 3.5.2 Premiegefinancierde uitgaven en ontvangsten artikel 5 (x € 1.000)

Artikelonderdeel

Realisatie 2017

Raming 2018

Raming 2019

Raming 2020

Raming 2021

Raming 2022

Raming 2023

Uitgaven

5.139.206

4.290.173

3.739.575

3.598.308

3.730.856

3.997.030

4.280.747

               

Inkomensoverdrachten

5.139.206

4.290.173

3.603.782

3.348.249

3.358.450

3.491.546

3.628.717

WW

5.139.206

4.290.173

3.603.782

3.348.249

3.358.450

3.491.546

3.628.717

               

Nominaal

0

0

135.793

250.059

372.406

505.484

652.030

               

Ontvangsten

329.026

323.000

310.293

321.431

332.326

342.499

352.986

Ufo

329.026

323.000

298.984

298.984

298.984

298.984

298.984

Nominaal

0

0

11.309

22.447

33.342

43.515

54.002

Toelichting op de financiële instrumenten

A. Inkomensoverdrachten

A1. Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW)

De IOW geeft werklozen die bij aanvang van de WW-uitkering 60 jaar of ouder zijn, na afloop van hun WW-uitkering recht op een vervolguitkering. Ook gedeeltelijk arbeidsongeschikten die bij aanvang van de loongerelateerde WGA-uitkering 60 jaar of ouder zijn, kunnen na afloop van hun loongerelateerde uitkering recht hebben op IOW. De IOW is een tijdelijke regeling. In het sociaal akkoord is afgesproken om de IOW tot 2020 te verlengen en daarna een evaluatie uit te voeren. In de Wwz is daartoe opgenomen dat oudere WW’ers en WGA’ers in aanmerking kunnen komen voor een IOW-uitkering als zij vóór 1 januari 2020 werkloos of gedeeltelijk arbeidsongeschikt worden. In het regeerakkoord is opgenomen dat de IOW vanaf 2020 met vier jaar wordt verlengd, waarbij de leeftijdsgrens om voor de IOW in aanmerking te komen meestijgt met de AOW-leeftijd. De IOW wordt uitgevoerd door het UWV.

Wie komt er voor in aanmerking?

  • •  Werklozen die bij aanvang van de WW-uitkering 60 jaar of ouder zijn en die recht hebben op meer dan drie maanden WW-uitkering, komen bij beëindiging van hun WW-uitkering wegens het bereiken van de maximale duur in aanmerking voor een IOW-uitkering. De regeling is toegankelijk voor oudere werklozen die werkloos zijn geworden vanaf 1 oktober 2006;
  • •  Gedeeltelijk arbeidsongeschikte ouderen hebben na hun loongerelateerde WGA-uitkering recht op IOW als de loongerelateerde WGA is toegekend op of na het bereiken van de leeftijd van 60 jaar. De regeling is toegankelijk als het recht op de loongerelateerde WGA-uitkering op of na 1 januari 2008 is ontstaan.

Hoe hoog is de IOW-uitkering?

Deze uitkering is maximaal 70% van het wettelijk minimumloon. Dit is op 1 juli 2018 € 1.115,94 bruto per maand (exclusief vakantietoeslag). De uitkering kan lager zijn dan 70% van het wettelijk minimumloon als:

  • •  de WW- of loongerelateerde WGA-uitkering, in de kalendermaand voor het einde van deze uitkering, lager was dan 70% van het minimumloon;
  • •  de betrokkene tijdens de IOW-uitkering andere inkomsten heeft, bijvoorbeeld loon of een andere uitkering.

Budgettaire ontwikkelingen

De uitgaven aan de IOW stijgen van 2018 op 2019 met circa € 30 miljoen. Vanwege de duurverkorting in de WW stromen mensen op jongere leeftijd door naar de IOW. Daarnaast blijven ze langer in de IOW-uitkering zitten vanwege de verhoging van de AOW-leeftijd. Beide effecten leiden tot een hoger IOW-volume, waardoor de IOW-uitgaven meerjarig een stijgend verloop vertonen. Door de verlening van de IOW blijven de IOW-uitgaven ook na 2022 doorstijgen.

Beleidsrelevante kerncijfers

Door de WW-duurverkorting komen mensen eerder in de IOW terecht. Door de stijging van de AOW-gerechtigde leeftijd blijven mensen gemiddeld langer in de IOW. Door deze twee effecten neemt het volume in de IOW toe.

Tabel 3.5.3 Kerncijfers IOW
 
Realisatie 20171

Raming 2018

Raming 2019

Volume IOW (x 1.000 uitkeringsjaren)

5,0

5,8

8,0

Noot 1: UWV, jaarverslag.

A2. Cessantiawet (Caribisch Nederland)

Werknemers in Caribisch Nederland ontvangen bij beëindiging van de dienstbetrekking anders dan door de schuld van de werknemer op grond van de Cessantiawet een eenmalige uitkering, te betalen door de werkgever. Als de werkgever wegens faillissement of surseance van betaling niet in staat is om de uitkering (tijdig) te betalen, neemt de overheid deze verplichting over.

Budgettaire ontwikkelingen

Er wordt een in de tijd constant uitgavenpatroon verondersteld. In de praktijk kunnen uitgaven echter van jaar tot jaar sterk fluctueren, afhankelijk van het aantal bedrijven dat failliet is gegaan en het aantal betrokken werknemers. Specifieke kenmerken van de betrokken werknemers, zoals gemiddeld dienstverband en gemiddeld loon, kunnen ook sterk fluctueren en de hoogte van de uitkeringslasten van jaar tot jaar beïnvloeden.

Beleidsrelevante kerncijfers

Het aantal uitkeringen dat op basis van de Cessantiawet wordt verstrekt is beperkt. Het volume wordt geraamd op minder dan 100 uitkeringen per jaar.

Tabel 3.5.4 Kerncijfers Cessantiawet (Caribisch Nederland)
 
Realisatie 20171

Raming 2018

Raming 2019

Volume Cessantiawet (x 1.000 uitkeringen)

<0,1

<0,1

<0,1

Noot 1: SZW-unit RCN.

A3. Tijdelijke regeling tegemoetkoming Dagloonbesluit werknemersverzekeringen

Per 1 januari 2018 is het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen aangepast waardoor het dagloon voor zogenoemde herlevers, de groep waarbij sprake is van twee WW-uitkeringen in dezelfde kalendermaand, hoger uitkomt. Daarnaast komen deze herlevers in aanmerking voor een compensatieregeling. Op de compensatieregeling dagloonbesluit wordt voor 2018 een onderrealisatie verwacht. Tegelijkertijd is de verwachting dat ook in 2019 compensatie als gevolg van het dagloonbesluit nodig is. Om deze kosten te dekken wordt de verwachte onderrealisatie in 2018 doorgeschoven naar 2019.

A4. Werkloosheidswet (WW)

De WW verzekert werknemers tegen de financiële gevolgen van werkloosheid. Het verlies aan inkomen kan voor een bepaalde periode gedeeltelijk opgevangen worden met een uitkering. De WW-uitkering duurt minimaal 3 maanden. De maximale duur is afhankelijk van het aantal jaren dat iemand heeft gewerkt voordat hij werkloos werd en wordt vanaf 2016 stapsgewijs – één maand per kwartaal – teruggebracht van 38 maanden naar 24 maanden. Per jaar arbeidsverleden bouwt een werknemer de eerste tien jaar één maand recht op een WW-uitkering op. Vanaf tien jaar arbeidsverleden bouwt een werknemer met elk extra gewerkt jaar een halve maand recht op WW-uitkering op. De WW wordt uitgevoerd door het UWV.

Wie komt er voor in aanmerking?

Om voor een WW-uitkering in aanmerking te komen moet een werknemer in ieder geval:

  • •  de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt;
  • •  verzekerd zijn voor de WW;
  • •  minimaal vijf arbeidsuren per week kwijtraken (of voor wie minder dan tien uur per week werkte, minimaal de helft van de arbeidsuren);
  • •  geen recht meer hebben op loon over die verloren arbeidsuren;
  • •  beschikbaar zijn om te gaan werken;
  • •  voldoen aan de wekeneis: in de 36 weken voor de eerste werkloosheidsdag in minimaal 26 weken in loondienst hebben gewerkt;
  • •  geen ZW-uitkering, WAO-uitkering bij volledige arbeidsongeschiktheid of IVA-uitkering ontvangen;
  • •  geen WGA-uitkering ontvangen (tenzij men naast de WGA-uitkering werkte, en die baan is kwijtgeraakt);
  • •  zich tijdig registreren als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf;
  • •  niet verwijtbaar werkloos zijn. Verwijtbaar werkloos is iemand die zelf ontslag heeft genomen of om een dringende reden is ontslagen. In dat geval krijgt de werknemer geen uitkering of een korting op de uitkering.

Hoe hoog is de WW-uitkering?

De eerste twee maanden bedraagt de uitkering 75%, daarna 70% van WW-maandloon (dat maandloon wordt gebaseerd op het loon van de periode van 12 maanden voordat iemand werkloos werd). Inkomsten uit arbeid worden gedeeltelijk verrekend, zodat het totale inkomen toeneemt naarmate de WW-gerechtigde meer werkt. De hoogte van het maandloon is gemaximeerd, waardoor de 75%-uitkering per 1 juli 2018 maximaal € 3.448,79 bruto per maand bedraagt en de 70%-uitkering maximaal € 3.218,87 (beide bedragen inclusief vakantietoeslag).

Budgettaire ontwikkelingen

De ramingen van het CPB geven voor 2018 en 2019 een daling van de werkloosheid aan. Daarnaast groeien de effecten van de Wwz geleidelijk in. De WW-duurverkorting, de aanpassing van het besluit passende arbeid en de invoering van inkomensverrekening hebben daarbij in de komende jaren naar verwachting een neerwaarts effect op de WW-uitgaven. Gezamenlijk leidt dit in 2018 naar verwachting tot een daling van de WW-uitgaven met circa € 850 miljoen en in 2019 tot een verdere daling met € 690 miljoen. Meerjarig verwacht het CPB dat de werkloosheid weer zal gaan toenemen, daardoor nemen de WW-uitgaven in latere jaren toe.

Beleidsrelevante kerncijfers

De werkloosheid zal in 2018 en 2019 naar verwachting verder dalen. Dit leidt tot een afname van het aantal nieuwe WW-uitkeringen. Het aantal beëindigde WW-uitkeringen komt door de aantrekkende arbeidsmarkt in beide jaren naar verwachting hoger uit dan het aantal nieuwe uitkeringen. Het WW-volume vertoont daarmee meerjarig een dalend verloop.

De invoering van de nieuwe WW-systematiek op basis van inkomensverrekening heeft een vertragend effect op de uitstroom uit de uitkering. Het recht op uitkering wordt pas administratief beëindigd nadat gebleken is dat de opgegeven inkomsten overeenkomen met de inkomstenopgave van de werkgever in de polisadministratie. Daarnaast valt de uitstroom mogelijk lager uit dan voorheen, omdat mensen die tegen een lager uurloon vanuit de WW gaan werken, een aanvulling uit de WW blijven behouden.

Tabel 3.5.5 Kerncijfers WW
 
Realisatie 20171

Raming 2018

Raming 2019

Volume WW (x 1.000 uitkeringsjaren)

291

233

197

Aantal lopende WW-uitkeringen (x 1.000, ultimo)

330

267

231

Aantal nieuwe WW-uitkeringen (x 1.000)

390

327

292

Aantal beëindigde WW-uitkeringen (x 1.000)

472

390

327

Noot 1: UWV, jaarverslag.

Het WW-volume in tabel 3.5.5 wordt weergegeven in uitkeringsjaren. Dit is het gemiddeld aantal WW-uitkeringen gedurende het kalenderjaar omgerekend naar voltijdsequivalenten. Daarnaast bevat tabel 3.5.5 het aantal lopende WW-uitkeringen per 31 december. De ontwikkeling van deze ultimostand kan via de onderste twee kerncijfers in de tabel worden verklaard uit de totale WW-instroom en de WW-uitstroom gedurende het kalenderjaar.

Handhaving

De kerncijfers op het gebied van preventie tonen in het algemeen een stabiel beeld vergeleken met voorgaande jaren, waarbij er sprake is van een hoog niveau van kennis van de verplichtingen bij de WW-gerechtigden. De kerncijfers op het gebied van opsporing laten zien dat het aantal geconstateerde overtredingen in 2017 verder is gedaald, terwijl het totale benadelingsbedrag vergelijkbaar is met dat van 2016. De incassoratio’s zijn vergelijkbaar met voorgaande jaren.

Tabel 3.5.6 Kerncijfers WW (fraude en handhaving)
 

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Preventie1
     

Gepercipieerde (%)

84

81

79

Kennis van de verplichtingen (%)

97

96

97

       
Opsporing2
     
Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)3

28

14

10

Totaal benadelingbedrag (x € 1 mln)

40

22

21

       

Terugvordering

     

Incassoratio cohort 2013 (%)

65

71

76

Incassoratio cohort 2014 (%)

49

60

68

Incassoratio cohort 2015 (%)

34

59

69

Incassoratio cohort 2016 (%)

4

29

52

Incassoratio cohort 2017 (%)

28

Noot 1: Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans 2017».

Noot 2: UWV, jaarverslag.

Noot 3: Cijfers betreffen alle overtredingen van de inlichtingenplicht met financiële benadeling. In voorgaande verantwoordingsstukken werd alleen gerapporteerd over het aantal overtredingen van de inlichtingenplicht dat tot een boete of aangifte leidde.

Noot 4: Deze cijfers komen logischerwijs niet voor.

B. Subsidies

Het kabinet heeft in 2016 middelen beschikbaar gesteld voor het Actieplan Perspectief voor vijftigplussers. Het plan is onder meer gericht op het voorkomen van werkloosheid door werkende 50-plussers meer wendbaar te maken. In 2019 is voor de subsidieregelingen voor de aanpak van ouderenwerkloosheid € 17,3 miljoen beschikbaar. Dit betreft de introductie van een ontwikkeladvies, training voor leidinggevenden en een centraal aanspreekpunt voor werkgevers (€ 16,4 miljoen). Ook is budget beschikbaar voor experimenten om kansen bij werkgevers te benutten die nu onbenut blijven, zoals in de techniek en de ambachten (€ 0,5 miljoen). Tot slot is er in 2019 budget beschikbaar voor ondersteuning van de Ambachtsacademie (€ 0,6 miljoen).

C. Opdrachten

In 2018 betrof het budget voor opdrachten de campagne voor het actieplan Perspectief voor vijftigplussers en de evaluatie van het actieplan. In 2019 is hier geen budget meer voor nu de campagne afloopt en de evaluatie reeds in gang is gezet.

D. Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Vanaf juli 2018 beschikt het UWV over een tijdelijk budget voor het inkopen van scholingstrajecten voor werklozen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie. Hiervoor is € 30 miljoen beschikbaar, verspreid over drie jaar. Hiervan is circa € 2,5 miljoen gereserveerd voor uitvoeringskosten. Dit wordt verantwoord op artikel 11.

E. Ontvangsten

De overheid is eigenrisicodrager voor de WW. Het UWV verstrekt WW-uitkeringen aan voormalige overheidswerknemers en verhaalt deze uitkeringen vervolgens op de betrokken overheidswerkgever. Dit wordt als ontvangsten Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo) op dit beleidsartikel van de begroting opgenomen. Als gevolg van de aantrekkende arbeidsmarkt nemen de ontvangsten Ufo in 2019 naar verwachting af.

Artikel