Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

HOOFDSTUK 1: LEESWIJZER

Opbouw begroting

De begroting van SZW is vormgegeven conform de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV), die zijn gestoeld op de Comptabiliteitswet 2016. Na deze leeswijzer volgen hoofdstukken met de beleidsagenda, de beleidsartikelen en de niet-beleidsartikelen. Hoofdstuk 5 bevat paragrafen met departementspecifieke informatie, hoofdstuk 6 de bijlagen.

Beleidsagenda

In de paragraaf beleidsprioriteiten van de beleidsagenda worden de hoofdlijnen van het beleid van SZW in de huidige kabinetsperiode beschreven. In de daarop volgende paragrafen wordt ingegaan op de budgettaire ontwikkelingen van de uitgaven die onder het Uitgavenplafond Sociale Zekerheid vallen en zijn enkele ingevolge de RBV verplichte tabellen opgenomen en toegelicht.

Beleidsartikelen

De beleidsdoelstellingen van SZW zijn in afzonderlijke beleidsartikelen opgenomen. De begroting van SZW bestaat uit 13 beleidsartikelen. Alle beleidsartikelen hebben dezelfde opbouw. Allereerst wordt de algemene doelstelling en de rol en verantwoordelijkheid van de Minister toegelicht. Daarna komen de beleidswijzigingen 2019 aan de orde. Vervolgens worden de budgettaire gevolgen van beleid in tabelvorm vermeld. In zes van de dertien artikelen is naast begrotingsuitgaven sprake van premiegefinancierde uitgaven, welke eveneens in tabelvorm worden weergegeven. Ten slotte wordt in elk artikel een toelichting gegeven op de financiële instrumenten. Hierbij wordt gefocust op:

  • •  het doel van het financiële instrument;
  • •  wie er voor in aanmerking komen;
  • •  de financiële regeling;
  • •  de budgettaire ontwikkeling;
  • •  de beleidsrelevante kerncijfers.

De begrotingsuitgaven en premiegefinancierde uitgaven luiden in constante prijzen. In de Miljoenennota 2019 is een voorziening gecreëerd voor de loon- en prijsbijstellingen op alle begrotingshoofdstukken. De hiervoor gereserveerde middelen worden via de eerste suppletoire wetten 2019 naar de departementale begrotingen overgeboekt. Bij de premiegefinancierde uitgaven wordt het effect van deze loon- en prijsstijging op een afzonderlijke regel «nominaal» in de tabellen van deze begroting opgenomen.

Niet-beleidsartikelen

De begroting van SZW bevat drie niet-beleidsartikelen. Deze artikelen bevatten de apparaatsuitgaven en de middelen die niet rechtstreeks aan een beleidsdoelstelling kunnen worden gekoppeld.

Departementspecifieke informatie

Voor de paragrafen «Sociale fondsen SZW» en «Koopkracht en specifieke inkomensaspecten» zijn geen RBV-modellen voorgeschreven. De horizontale overzichtsconstructie integratiebeleid etnische minderheden bevat een interdepartementaal overzicht van doelstellingen op dit beleidsterrein en is op de RBV gebaseerd, hoewel voor deze bijlage geen model is voorgeschreven.

Bijlagen

De begroting van SZW bevat zes bijlagen. De eerste vijf van deze bijlagen zijn op basis van de RBV verplicht. Deze bijlagen betreffen de Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en de Zelfstandige Bestuursorganen, de Verdiepingsbijlage, de bijlage Moties en Toezeggingen, het Subsidieoverzicht en het overzicht Evaluaties en Overig Onderzoek. De lijst van afkortingen is niet verplicht.

Duurzame Ontwikkelingsdoelen

Het kabinet heeft zich verbonden aan het behalen van de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) in 2030. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking coördineert de Nederlandse inzet op de SDG’s. In deze begroting is het daarvoor noodzakelijke beleid opgenomen voor wat betreft het domein van SZW. Het gaat met name om doelstellingen op het gebied van armoedebestrijding, gendergelijkheid, goede banen en het verminderen van ongelijkheid.

Begrotingsgefinancierde en premiegefinancierde regelingen en Uitgavenplafond Sociale Zekerheid

De Minister van SZW is beleidsverantwoordelijk voor de begrotingsgefinancierde regelingen zoals opgenomen in deze begroting. Hij is daarnaast ook beleidsverantwoordelijk voor een aantal regelingen die niet begrotings- maar (grotendeels) premiegefinancierd zijn. In de begrotingen en de jaarverslagen van het Ministerie van SZW wordt daarom gerapporteerd over zowel begrotingsgefinancierde als premiegefinancierde regelingen. In de beleidsartikelen waar premiegefinancierde uitgaven en ontvangsten voorkomen zijn deze opgenomen in een afzonderlijke budgettaire tabel. In de beleidsagenda (in de paragraaf Uitgavenplafond Sociale Zekerheid) en in de verdiepingsbijlage wordt gedetailleerd ingegaan op de ontwikkeling van het totaal van deze uitgaven. De analyse in de paragraaf Uitgavenplafond Sociale Zekerheid komt inhoudelijk in belangrijke mate overeen met de in de RBV voor de beleidsagenda voorgeschreven overzichtstabel van belangrijke beleidsmutaties. Laatstgenoemde tabel is daarom niet in de begroting 2019 van SZW opgenomen.

Groeiparagraaf

Comptabiliteitswet 2016

Per 1 januari 2018 is de nieuwe Comptabiliteitswet 2016 ingegaan. De Comptabiliteitswet is uitgewerkt in de RBV 2018, waar deze begroting op stoelt.

Nieuwe kerncijfers over re-integratie UWV

De Minister heeft tijdens het wetgevingsoverleg over het Jaarverslag 2017 toegezegd om te bezien hoe de informatie in begroting en jaarverslag over re-integratie door het UWV kan worden verbeterd. Vanaf deze begroting staat er een tabel in de beleidsprioriteiten over re-integratie-inspanningen door het UWV. Artikel 3 «Arbeidsongeschiktheid» presenteert tevens een extracomptabele tabel met de verdeling van de re-integratiemiddelen bij het UWV over begrotingsgefinancierde en premiegefinancierde middelen.

Gewijzigde kerncijfers in de beleidsprioriteiten

Met ingang van deze begroting staan enkele tabellen met kerncijfers niet meer in de beleidsprioriteiten, maar in de beleidsartikelen. De paragraaf beleidsprioriteiten kan op deze wijze gerichter en leesbaarder worden gemaakt, zonder dat informatie verloren gaat. De volgende tabellen zijn verplaatst:

  • •  «Werkloosheid», naar artikel 1 – Arbeidsmarkt;
  • •  «Re-integratie gemeenten» naar artikel 2 – Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet;
  • •  «Netto arbeidsparticipatie van ouders», naar artikel 7 – Kinderopvang;
  • •  «Gewerkte uren van moeders en vrouwen», naar artikel 7 – Kinderopvang.

De kerncijfers over de sectorplannen vervallen. Het Ministerie van SZW blijft over de sectorplannen rapporteren door middel van voortgangsbrieven aan de Kamer. Tevens vervallen de kerncijfers «Beloningverschillen tussen mannen en vrouwen» omdat de meest recente beschikbare cijfers uit 2014 zijn. Na Prinsjesdag publiceert het CBS de cijfers over 2016. Alle overige tabellen blijven in de paragraaf beleidsprioriteiten gehandhaafd, waarvan een deel in de vorm van grafieken.

SZA-kader wordt Uitgavenplafond Sociale Zekerheid

De startnota bij het regeerakkoord bepaalt dat het SZA-kader vervalt en plaatsmaakt voor het Uitgavenplafond Sociale Zekerheid (SZ). De feitelijke ontwikkeling van de sociale zekerheidsuitgaven wordt in de komende jaren getoetst aan de hand van dit plafond. De regelingen die onder het SZA-kader vielen, vallen ook onder het Uitgavenplafond Sociale Zekerheid (SZ). Daarnaast vallen nu ook de regelingen in de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) onder het Uitgavenplafond Sociale Zekerheid. Het gaat om het Lage-inkomensvoordeel (LIV), de Loonkostenvoordelen (LKV) en het Minimumjeugdloonvoordeel (Jeugd-LIV). De uitgaven onder het Uitgavenplafond Sociale Zekerheid komen aan bod in paragraaf 2.2.

Andere presentatiewijze van koopkracht- en inkomensontwikkeling

De presentatie van de koopkracht- en inkomensontwikkeling is sinds deze begroting anders dan voorheen. De wijziging is het resultaat van overleg tussen het CPB en de ministeries van SZW, Financiën en EZK. In de paragraaf over koopkracht en specifieke inkomensaspecten (5.2) staan nu zogenoemde boxplots in plaats van de tabel met enkel mediane koopkrachtontwikkeling. De presentatie van de koopkrachtontwikkelingen sluit aan bij die van het CPB. Uitgebreide uitleg over de wijzigingen is te vinden in het tekstkader in paragraaf 5.2.

Rol en verantwoordelijkheid: taakverdeling Minister en Staatssecretaris

In de Comptabiliteitswet is in artikel 3.2 geregeld dat de Minister verantwoordelijk is voor het beheer van de begroting(en) van een ministerie. Daarom wordt de begrotingswet ook ondertekend door de Minister. Dit komt in de beleidsartikelen tot uitdrukking onder het kopje «Rol en verantwoordelijkheid». De Staatssecretaris wordt hier niet expliciet genoemd. Het begrip Staatssecretaris komt in de Comptabiliteitswet niet voor. De verhouding tussen Minister en Staatssecretaris is in de Grondwet (artikel 46) geregeld. De Staatssecretaris wordt belast met een deel van de taken van de Minister. Minister en Staatssecretaris verdelen de taken onderling op aanwijzing van de Minister. Voor SZW betekent dit dat de Staatssecretaris verantwoordelijk is voor een groot aantal beleidsinstrumenten die in de begroting zijn opgenomen, zoals in de beleidsartikelen 2 (o.a. macrobudgetbudget participatiewetuitkeringen), 4 (Wajong), 7 (kinderopvang), 9 (Anw), 10 (tegemoetkoming ouders) en 11 (uitvoeringskosten SVB).

Bronvermelding tabellen met kerncijfers

In tabellen waarin realisatiegegevens van kerncijfers zijn opgenomen wordt in noten onder de tabel verwezen naar de bron van deze gegevens. Hierbij wordt uitgegaan van de meest recente informatie. Dit betekent dat deze cijfers kunnen afwijken van gegevens die in vorige publicaties werden gepresenteerd. Ramingen van de kerncijfers komen – tenzij anders vermeld – voor rekening van het Ministerie van SZW.

Motie Schouw

In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen (Tweede Kamer, 2010–2011, 21 501-20 nr. 537). Deze motie zorgt ervoor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Europese Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma’s een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. In de beleidsagenda wordt ingegaan op de uitwerking van de aanbevelingen.