Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

2.3 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

Tabel 2.3 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

Art. nr.

Naam artikel

Uitgaven (x € 1.000)

Juridisch verplichte uitgaven (x € 1.000)

Juridisch verplichte uitgaven (%)

Niet-juridisch verplichte uitgaven (x € 1.000)

Niet-juridisch verplichte uitgaven (%)

Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven (x € 1.000)

1

Arbeidsmarkt

949.968

937.982

98,7

11.986

1,3

Subsidies (2.049) en Opdrachten (9.937)

2

Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet

7.079.146

7.057.825

99,7

21.321

0,3

Subsidies (6.755) en Opdrachten (14.567)

3

Arbeidsongeschiktheid

799

799

100

0

0,0

 

4

Jonggehandicapten

3.359.378

3.359.378

100

0

0,0

 

5

Werkloosheid

157.104

154.854

98,6

2.250

1,4

Subsidies (2.250)

6

Ziekte en zwangerschap

7.527

7.527

100

0

0,0

 

7

Kinderopvang

3.286.740

3.268.914

99,5

17.826

0,5

Subsidies (3.458), Opdrachten (1.268) en Bijdragen aan agentschappen (13.100)

8

Oudedagsvoorziening

26.057

26.057

100

0

0,0

 

9

Nabestaanden

1.197

1.197

100

0

0,0

 

10

Tegemoetkoming ouders

5.721.498

5.721.498

100

0

0,0

 

11

Uitvoering

448.044

448.044

100

0

0,0

 

12

Rijksbijdragen

14.245.954

14.245.954

100

0

0,0

 

13

Integratie en maatschappelijke samenhang

312.024

305.083

97,8

6.941

2,2

Subsidies (3.596) en Opdrachten (3.344)

               
 

Totaal niet-juridisch verplichte uitgaven

     

60.324

   

Toelichting

De uitgaven op de beleidsartikelen van SZW zijn voor 99,8% juridisch verplicht voor het jaar 2019. Het hoge percentage komt doordat een groot deel van de SZW-begrotingsuitgaven voortvloeien uit bestaande wetgeving die het parlement reeds aanvaard heeft. Dit geldt bijvoorbeeld voor de inkomensoverdrachten uit hoofde van de Participatiewet, de Wajong en de Kinderopvangtoeslag, maar ook voor de rijksbijdragen en de tegemoetkomingen voor ouders. Een wijziging in deze uitgaven vereist een wijziging van de desbetreffende wetten. Deze uitgaven kunnen dus niet worden aangepast door een wijziging van de begroting van SZW.

Naar verwachting is een beperkt deel van de uitgaven over 2019 niet juridisch verplicht. Het betreft enkele subsidies en opdrachten, en bijdragen aan agentschappen in het kader van kinderopvang. In veel gevallen liggen er wel bestuurlijke afspraken aan deze voorgenomen uitgaven ten grondslag. De niet-juridisch verplichte uitgaven zijn dan ook niet te beschouwen als middelen die zonder meer vrijelijk beschikbaar zijn voor alternatieve aanwending. Op de totale begroting van SZW gaat het om een bedrag van € 60,3 miljoen aan nog niet juridisch verplichte uitgaven. Dit alles heeft alleen betrekking op de begrotingsgefinancierde uitgaven.

Premiegefinancierde uitgaven, die ook in de begroting van SZW worden toegelicht, kunnen niet worden aangepast middels een wijziging van de begroting. Premie-uitgaven vallen immers niet onder het budgetrecht van de Staten-Generaal. De premiegefinancierde uitgaven voor 2019 zijn overigens 100% juridisch verplicht. De premiegefinancierde uitgaven bestaan enerzijds uit uitkeringsregelingen zoals de AOW, WIA en WW, anderzijds uit bijdragen aan UWV en SVB voor de uitvoering van die wetten en re-integratie (UWV). De uitkeringsgelden zijn juridisch verplicht omdat deze voortvloeien uit bestaande wetgeving. De uitvoeringsbudgetten worden bij de goedkeuring van de jaarplannen van de ZBO’s vastgelegd.