Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

8.2 Staatsbalans

Pilot Staatsbalans

De Adviescommissie Verslagleggingsstelsel Rijksoverheid (AVRo) heeft in 2017 een herintroductie van de staatsbalans aanbevolen. Dit jaar heeft het CBS daarom op verzoek van het ministerie van Financiën een pilot van de staatsbalans opgesteld.

De overheidsbalans beschrijft de gehele Nederlandse overheid, waarbij interne vorderingen en schulden, tussen bijvoorbeeld het Rijk en gemeenten, zijn geëlimineerd. De vaste activa op de overheidsbalans betreffen dus ook de gezamenlijke bezittingen van alle overheidssectoren.

De staatbalans is een deelverzameling van de overheidsbalans en schetst daarmee een minder volledig beeld. De staatsbalans beschrijft de bezittingen, schulden en het vermogen van de Nederlandse staat. Voor dit onderzoek is de Staat afgebakend als de sector rijksoverheid zoals deze binnen de nationale rekeningen is gedefinieerd. Onder het Rijk vallen ministeries, programmaministeries, begrotingsfondsen en agentschappen. Ook horen hierbij rechtspersonen waarover het Rijk zodanige zeggenschap heeft, dat deze rechtspersonen geringe eigen beslissingsbevoegdheid hebben, zoals de Stichting Ether Reclame (STER) en NL Financial Investments (NLFI).

Tabel 8.2 Staatsbalans

(bedragen in miljoenen euro)

   

2017

Mutatie

2018

Activa

   

350794

‒ 591

350203

Niet-financiële activa

  

127.714

4.376

132.090

Vaste activa

 

102.328

3.211

105.539

Woningen

192

5

197

Bedrijfsgebouwen

15.511

256

15.767

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

71.074

2.614

73.688

Overdrachtskosten op grond

264

‒ 10

254

Vervoermiddelen

1.162

‒ 87

1.075

Computers

388

33

421

Telecommunicatie apparatuur

128

‒ 5

123

Machines en installaties

9.707

77

9.784

Overige materiële vaste activa

135

19

154

In cultuur gebrachte activa

0

0

0

Onderzoek en ontwikkeling

1.386

139

1.525

Computerprogrammatuur en databanken

2.381

170

2.551

Overige immateriële activa

0

0

0

Voorraden

1.283

‒ 35

1.248

Grond

 

6.557

12

6.569

Grond onder woningen

235

24

259

Grond onder bedrijfsgebouwen

4.870

55

4.925

Landbouwgrond

1.452

‒ 67

1.385

Olie- en gasreserves

17.546

1.188

18.734

Financiële activa

  

223.080

‒ 4.967

218.113

Chartaal geld en deposito's

 

4.769

‒ 321

4.448

Chartaal geld

1

0

1

Girale deposito's

3.888

‒ 1.199

2.689

Overige deposito's

880

878

1.758

Schuldbewijzen

 

1.931

1.314

3.245

Kortlopende schuldbewijzen

569

1.267

1.836

Langlopende schuldbewijzen

1.362

47

1.409

Leningen

 

84.695

‒ 880

83.815

Kortlopende leningen

31.799

‒ 2.711

29.088

Langlopende leningen

52.896

1.831

54.727

Aandelen en overige deelnemingen

 

73.445

‒ 1.770

71.675

Beursgenoteerde aandelen

1.606

‒ 380

1.226

Niet-beursgenoteerde aandelen

65.220

‒ 1.195

64.025

Overige deelnemingen

6.370

54

6.424

Aandelen in beleggingsfondsen

249

‒ 249

0

Financiële derivaten

12.189

‒ 3.988

8.201

Handelskredieten en transitorische posten

46.051

678

46.729

Toelichting op de staatsbalans

Niet-financiële activa

De waarde van de niet-financiële activa van het Rijk nam in 2018 toe met 4,4 miljard euro. Voor het overgrote deel komt deze stijging door de toegenomen waarde van grond-, weg- en waterbouwkundige werken (GWW). Hierin werd 2,4 miljard euro geïnvesteerd, vooral vanuit het Infrastructuurfonds.

Naast de reguliere investeringen maken ook de investeringen in het kader van publiek-private samenwerking (PPS) hiervan deel uit. Grote infrastructurele PPS-projecten waarin is geïnvesteerd, zijn bijvoorbeeld de verbreding van de A9 en de nieuwe zeesluis in IJmuiden. Ook door herwaarderingen is de waarde van de GWW toegenomen, al werd dit grotendeels tenietgedaan door de afschrijvingen.

Naast de GWW laten ook de bedrijfsgebouwen een waardestijging zien in 2018. Hoewel hierop veel werd afgeschreven, werd er ruim 1 miljard euro geïnvesteerd, met name door het Rijksvastgoedbedrijf. Ook bij bedrijfsgebouwen is sprake van PPS-projecten. Zo is er in 2018 geïnvesteerd in de nieuwe huisvesting van het RIVM, het gerechtsgebouw Breda en de rechtbank Amsterdam.

Tabel 8.3 GWW en bedrijfsgebouwen

(bedragen in miljoenen euro)

Beginbalans

Herwaardering

Saldo aan- en verkopen

Afschrijvingen

Eindbalans

Bedrijfsgebouwen

15.511

260

820

‒ 824

15.767

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

71.074

2.210

2.387

‒ 1.983

73.688

Minerale reserves

De minerale reserves namen in 2018 met bijna 1,2 miljard euro in waarde toe. Door de gaswinning gedurende het jaar nam de waarde van de olie- en gasreserves in de grond met 2 miljard euro af. Daar stond een waardestijging van 3,2 miljard euro tegenover, die vooral werd veroorzaakt door de toegenomen waarde van de ‘resource rent’20, waarin de gasprijs een belangrijke rol speelt. Gas dat niet gewonnen zal worden, is gewaardeerd op nul euro.

Financiële activa

De vorderingen van het Rijk namen in 2018 af met bijna 5 miljard euro. Dit kwam onder andere doordat er per saldo zo’n 3,9 miljard euro op werd afgelost. Daarnaast leidden prijsveranderingen ook tot een afname van 1,1 miljard euro.

Door het voortijdig afwikkelen en in mindere mate het aflopen van contracten, werd de waarde van de derivatenportefeuille verlaagd met 4,4 miljard euro. De contracten die eind 2018 nog liepen, namen per saldo juist met 0,4 miljard euro in waarde toe door ontwikkelingen van de rente.

De waarde van staatsdeelnemingen nam in 2018 af. Deze daling werd vooral bepaald door de beurskoers van ABN AMRO. Ten opzichte van 2017 nam het aandeel ABN AMRO bijna een kwart in waarde af. Voor het Rijk kwam dit neer op een vermogensverlies van bijna 3,4 miljard euro. Andere staatsdeelnemingen maakten dit verlies deels goed. Zo namen de deelnemingen in Tennet, de Nederlandse Spoorwegen (NS), het Havenbedrijf Rotterdam en Schiphol gezamenlijk zo’n 0,8 miljard euro toe. De grootste stijger was echter de deelneming in De Nederlandsche Bank. Daarvan nam de waarde in 2018 ruim 0,8 miljard euro toe.

Naast de daling van de derivaten en staatsdeelnemingen, namen ook de vorderingen op de kortlopende leningen af. Dit werd met name veroorzaakt door een afname van de vorderingen op de socialezekerheidsfondsen van 2,7 miljard euro. De vorderingen vanuit verstrekte langlopende leningen namen in 2018 juist in waarde toe. Dit kwam voornamelijk doordat er voor 1,8 miljard euro aan studieleningen zijn verstrekt.

Een andere stijging op de vorderingen kwam vanuit de kortlopende schuldbewijzen. Deze post nam in 2018 bijna 1,3 miljard euro in waarde toe. Dit kwam doordat Energie Beheer Nederland heeft belegd in commercial paper. De derde grote stijging is op de post handelskredieten en transitorische posten. Deze post nam in 2018 met bijna 0,7 miljard euro toe. Dit werd voornamelijk veroorzaakt doordat vervoersbedrijven, zoals de NS, een vooruitbetaling hebben ontvangen voor de vervoerskosten van studenten in 2019.

Financiële passiva

De financiële passiva van het Rijk zijn in 2018 afgenomen met ruim 9,8 miljard euro. Dit kwam vrijwel volledig doordat er per saldo schulden zijn afgelost. Prijsveranderingen hadden bijna geen effect op de schuld.

Er werd vooral afgelost op de staatsobligaties. Met een afname van ruim 15,4 miljard euro werd de schuld op de post langlopende schuldbewijzen teruggebracht tot 352 miljard euro. In 2018 waren er vrijwel geen prijsmutaties op de staatobligaties.

Tegenover de verlaging van de staatsobligaties stond wel een toename van het kortlopende schatkistpapier. Hiervan heeft het Rijk in 2018 per saldo ruim 5 miljard euro aangetrokken.

Ook de schulden in de vorm van deposito’s namen in 2018 met 3,5 miljard euro toe. Dit komt hoofdzakelijk door het schatkistbankieren van de socialezekerheidsfondsen. Hun vorderingen op het Rijk namen met 3,6 miljard euro toe.

Op de aangegane leningen werd in 2018 ruim 3,9 miljard euro afgelost. Dit had te maken met de onderpanden die het Rijk ontvangt uit hoofde van derivaten. Deze onderpanden worden tot de kortlopende leningen gerekend en namen in 2018 af met 4,3 miljard euro.

Tot slot steeg ook de balanspost handelskredieten en transitorische posten. De toename van 1,1 miljard kwam voor een groot deel door nog terug te betalen omzetbelasting. Het totaal van btw-teruggaven bedroeg eind 2018 bijna 0,9 miljard euro meer dan een jaar eerder.

Vermogenssaldo

In 2018 is het vermogen van de Nederlandse staat gestegen met bijna 9,3 miljard euro. Dit kwam met name door het exploitatieoverschot, waarmee schulden konden worden afgelost.21 In 2018 had het Rijk een exploitatieoverschot van 6,2 miljard euro. Dit overschot werd voor een groot deel veroorzaakt door gestegen opbrengsten uit belastingen en wettelijke premies.

Naast het exploitatiesaldo veranderde het vermogen ook door waardeveranderingen van niet-financiële activa, vorderingen of schulden. Met name de prijs- en volumemutaties van de niet-financiële activa hadden een groot effect op het vermogen van de rijksoverheid. De balans nam hierdoor met ruim 4,4 miljard euro in waarde toe. Daarentegen nam het vermogenssaldo van het Rijk met 1,1 miljard euro af door herwaarderingen van de vorderingen. Prijsmutaties van de schulden hadden in 2018 nauwelijks een effect op het vermogen.

Ondanks de toename van het vermogen, is het vermogenssaldo negatief. De schulden zijn 113,5 miljard euro meer waard dan de bezittingen.

Noot 20: De resource rent is de toegevoegde waarde die wordt toegerekend aan onttrokken aardgas. Dit wordt berekend door de waarde van het geproduceerde aardgas te verminderen met de kosten van de winning.

Noot 21: Het exploitatiesaldo is het verschil tussen de overheidsinkomsten en -uitgaven, gecorrigeerd voor netto-investeringen en aan- en verkopen van niet-geproduceerde activa.