Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2 UITGAVEN EN NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

Deze bijlage biedt een overzicht van de verschillende manieren waarop de uitgaven en de niet-belastingontvangsten van de overheid worden weergegeven. De overheidsuitgaven kunnen op kasbasis, maar ook op transactiebasis worden geregistreerd. In het eerste geval worden betalingen geboekt in de periode waarin betaling plaatsvindt, in het tweede geval de periode waarin rechten en verplichtingen zijn ontstaan. Op de departementale begrotingen worden de uitgaven op kasbasis geregistreerd: welke bedragen worden van de bankrekeningen van het Rijk afgeschreven. Bij het saldo van de overheid (EMU-saldo) wordt niet uitgegaan van de uitgaven op kasbasis, maar op transactiebasis: de uitgaven worden geboekt in de periode waarin rechten en verplichtingen zijn ontstaan. Bij de tabellen hieronder worden de gebruikte begrippen verder toegelicht.

Tabel 2.1. bevat alle netto-uitgaven van de Rijksoverheid: de optelsom van de uitgaven minus de niet-belastingontvangsten. Om de uitgaven te beheersen is er een uitgavenplafond. De uitgaven mogen het uitgavenplafond niet overschrijden. Het uitgavenplafond is gesplitst in drie deelplafonds: het plafond Rijksbegroting, het plafond Sociale Zekerheid en het plafond Zorg. De meeste netto-uitgaven vallen onder een van de drie plafonds. Er zijn echter ook uitgaven en ontvangsten die niet onder een plafond vallen, deze worden de niet-plafondrelevante uitgaven genoemd.

In het bovenste deel van de tabel zijn de uitgaven uitgesplitst in de begrotingsgefinancierde en de premiegefinancierde uitgaven. De begrotingsgefinancierde uitgaven worden betaald uit belastingen en zijn de optelling van alle uitgaven en niet-belastingontvangsten op de departementale begrotingen. Dit zijn de uitgaven waarvoor het parlement autorisatie verleent door de begrotingen aan te nemen. Naast de begrotingsgefinancierde uitgaven zijn er ook premiegefinancierde uitgaven. De uitgaven aan zorg en sociale zekerheid worden voor een groot deel gefinancierd uit sociale premies. In het onderste deel van de tabel zijn de begrotings- en premiegefinancierde uitgaven per plafond opgeteld.

Tabel 2.1 Netto-uitgaven naar type en plafond

(in miljoenen euro)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

bron

Begrotingsgefinancierde netto-uitgaven

        

Plafond Rijksbegroting

123.797

138.184

143.546

147.008

149.922

153.537

156.836

Tabel 2.5

Plafond Sociale Zekerheid

22.049

22.678

23.864

24.250

24.709

25.299

25.935

Tabel 2.6

Plafond Zorg

7.595

2.292

2.450

2.450

2.460

2.388

2.401

Tabel 2.7

Netto-uitgaven buiten het uitgavenplafond

9.939

18.556

21.016

21.674

29.139

31.449

33.542

Tabel 2.8

Totaal begrotingsgefinancierde netto-uitgaven

163.380

181.709

190.876

195.381

206.231

212.674

218.715

Tabel 2.4

Premiegefinancierde netto-uitgaven

        

Plafond Sociale Zekerheid

56.577

58.250

61.340

63.597

65.548

67.854

70.374

Tabel 2.6

Plafond Zorg

63.067

67.888

70.993

74.705

78.231

82.660

87.165

Tabel 2.7

Totaal premiegefinancierde netto-uitgaven

119.643

126.138

132.334

138.302

143.780

150.513

157.539

 

Totaal netto-uitgaven

283.024

307.847

323.209

333.683

350.011

363.187

376.254

 
         

Plafond Rijksbegroting

123.797

138.184

143.546

147.008

149.922

153.537

156.836

Tabel 2.5

Plafond Sociale Zekerheid

78.625

80.928

85.204

87.847

90.257

93.153

96.309

Tabel 2.6

Plafond Zorg

70.662

70.180

73.443

77.154

80.692

85.047

89.566

Tabel 2.7

Totaal netto-uitgaven onder het uitgavenplafond

273.084

289.291

302.194

312.010

320.871

331.738

342.712

 

Netto-uitgaven buiten het uitgavenplafond

9.939

18.556

21.016

21.674

29.139

31.449

33.542

Tabel 2.8

Totaal netto-uitgaven

283.024

307.847

323.209

333.683

350.011

363.187

376.254

 

Tabel 2.2 geeft alle uitgaven zoals die vermeld zijn in de individuele begrotingshoofdstukken van de Rijksbegroting. In die hoofdstukken zelf zijn de uitgaven verdeeld over verschillende beleids- en niet-beleidsartikelen, maar in de tabel wordt alleen het totaal per hoofdstuk weergegeven. Deze tabel bevat dus alle geraamde uitgaven waarvoor het parlement goedkeuring geeft door het betreffende begrotingswetvoorstel aan te nemen. Deze uitgaven worden daarom ook wel de begrotingsgefinancierde uitgaven genoemd. Voor vrijwel alle begrotingshoofdstukken geldt dat de genoemde bedragen ook de raming is van wat de rijksoverheid op kasbasis denkt te gaan uitgeven. Alleen voor het begrotingshoofdstuk van Nationale Schuld geldt dat die begroting deels op transactiebasis wordt opgesteld. Omdat inzicht wordt gegeven in de uitgaven en verderop in bijlage 6 het saldo van de overheid, zijn de uitgaven aan het aflossen van de staatsschuld niet in deze tabel opgenomen.

Tabel 2.2 Uitgaven begrotingen
 

(in miljoenen euro)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

1

De Koning

43

44

44

44

46

46

46

2A

Staten-Generaal

154

179

162

157

154

152

152

2B

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs

124

132

134

129

127

127

127

3

Algemene Zaken

64

68

70

70

73

73

73

4

Koninkrijksrelaties

625

219

83

81

78

78

94

5

Buitenlandse Zaken

9.174

10.008

10.351

10.879

11.169

11.493

11.812

6

Justitie en Veiligheid

12.814

13.602

13.376

13.111

12.767

12.737

12.728

7

Binnenlandse Zaken

5.951

5.840

6.016

5.714

5.728

5.857

5.997

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

42.327

43.060

42.718

42.546

43.027

43.442

43.259

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

9.196

7.265

6.663

6.390

6.551

6.118

6.253

9B

Financiën

7.736

8.883

7.903

7.673

7.762

7.702

7.673

10

Defensie

9.417

10.772

11.035

11.452

11.787

11.593

11.639

12

Infrastructuur en Waterstaat

8.199

8.084

8.912

9.320

9.433

9.957

9.868

13

Economische Zaken en Klimaat

5.355

5.269

5.706

5.747

5.582

6.116

6.189

14

Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid

0

1.099

1.406

1.129

961

942

934

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

34.412

39.388

39.697

40.138

40.420

40.757

41.336

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

15.374

17.428

18.909

20.055

23.217

24.272

24.833

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

0

0

0

0

0

0

0

18

Wonen en Rijksdienst

3.071

3.033

3.079

3.175

3.194

3.337

3.477

50

Gemeentefonds

29.083

31.213

31.826

31.670

31.183

31.001

30.811

51

Provinciefonds

2.454

2.463

2.480

2.367

2.333

2.323

2.313

55

Infrastructuurfonds

5.810

6.009

6.546

6.973

6.743

7.264

7.235

58

Diergezondheidsfonds

51

60

36

34

34

34

34

64

BES-fonds

39

43

42

34

34

34

34

65

Deltafonds

1.084

1.117

1.105

1.114

1.292

1.298

1.278

AP

Aanvullende posten

0

‒ 401

4.341

8.587

12.175

15.788

19.166

90

Consolidatie1

‒ 6.335

‒ 6.047

‒ 6.979

‒ 7.429

‒ 7.550

‒ 8.058

‒ 7.970

HGIS

Internationale Samenwerking2

5.322

5.444

5.091

5.279

5.481

5.657

5.847

 

Totaal

196.224

208.829

215.663

221.160

228.319

234.484

239.392

Noot 1: Dit betreft een correctie voor dubbeltellingen die ontstaan door het <<bruto>> boeken van bijdragen. Het bruto-boeken houdt in dat zowel het departement dat bijdraagt, als het departement dat ontvangt de uitgaven op zijn begroting opneemt.

Noot 2: In deze en volgende tabellen zijn de uitgaven voor Internationale Samenwerking (HGIS) toegerekend aan de begrotingen waarop deze worden verantwoord. De totale uitgaven HGIS zijn tussen haken vermeld en lopen niet mee in de totaaltelling.

Tabel 2.3 bevat alle niet-belastingontvangsten op de verschillende begrotingshoofdstukken van de Rijksbegroting. Dit betreft alle ontvangsten die geen belasting- of premie-ontvangst zijn. Denk bijvoorbeeld aan het dividend dat uitgekeerd wordt door staatsdeelnemingen, terugbetaalde studieschulden of de opbrengst van boetes en schikkingen. Ook hier geldt dat alle bedragen op kasbasis zijn, behalve de begroting van Nationale Schuld, die deels op transactiebasis is opgesteld. Omdat inzicht wordt gegeven in de niet-belastingontvangsten en verderop in bijlage 6 het saldo van de overheid, worden de ontvangsten vanuit het uitgeven van nieuwe staatschuld niet meegeteld.

Tabel 2.3 Niet-belastingontvangsten begrotingen
 

(in miljoenen euro)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

1

De Koning

0

0

0

0

0

0

0

2A

Staten-Generaal

4

4

4

4

4

4

4

2B

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs

6

6

6

6

6

6

6

3

Algemene Zaken

6

7

7

7

7

7

7

4

Koninkrijksrelaties

54

41

39

31

31

31

31

5

Buitenlandse Zaken

1.201

145

787

782

794

810

825

6

Justitie en Veiligheid

2.279

1.702

1.546

1.552

1.607

1.603

1.602

7

Binnenlandse Zaken

1.343

753

654

648

644

637

598

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

1.369

1.312

1.364

1.416

1.500

1.574

1.671

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

15.509

12.043

9.146

10.525

6.932

6.118

4.915

9B

Financiën

3.339

3.389

3.101

3.103

3.277

3.218

3.179

10

Defensie

664

340

265

254

247

285

285

12

Infrastructuur en Waterstaat

29

55

16

17

15

14

16

13

Economische Zaken en Klimaat

3.560

4.114

4.879

4.435

4.149

4.601

4.614

14

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

0

112

90

97

80

68

65

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

1.845

1.981

1.923

1.947

1.985

2.000

1.978

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

838

144

134

115

106

106

106

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

85

80

79

76

76

75

75

18

Wonen en Rijksdienst

0

0

0

0

0

0

0

50

Gemeentefonds

0

0

0

0

0

0

0

51

Provinciefonds

       

55

Infrastructuurfonds

5.926

5.814

6.546

6.973

6.743

7.264

7.235

58

Diergezondheidsfonds

35

37

36

34

34

34

34

64

BES-fonds

       

65

Deltafonds

1.085

1.087

1.105

1.114

1.292

1.298

1.278

AP

Aanvullende posten

0

0

39

73

110

114

123

90

Consolidatie

‒ 6.335

‒ 6.047

‒ 6.979

‒ 7.429

‒ 7.550

‒ 8.058

‒ 7.970

HGIS

Internationale Samenwerking

231

172

164

149

149

149

149

 

Totaal

32.844

27.120

24.787

25.778

22.088

21.810

20.677

Tabel 2.4 geeft per begrotingshoofdstuk de netto-uitgaven weer, oftewel de uitgaven (tabel 2.2) minus de niet-belastingontvangsten (tabel 2.3).

Tabel 2.4 Netto-uitgaven begrotingen
 

(in miljoenen euro)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

1

De Koning

43

44

44

44

46

46

46

2A

Staten-Generaal

150

175

158

153

150

148

148

2B

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs

118

126

128

123

121

121

121

3

Algemene Zaken

58

62

64

64

66

66

66

4

Koninkrijksrelaties

571

178

45

50

47

47

63

5

Buitenlandse Zaken

7.973

9.862

9.565

10.098

10.376

10.683

10.987

6

Justitie en Veiligheid

10.536

11.900

11.830

11.559

11.160

11.134

11.126

7

Binnenlandse Zaken

4.608

5.087

5.361

5.066

5.084

5.219

5.398

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

40.958

41.747

41.353

41.130

41.527

41.867

41.588

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

‒ 6.313

‒ 4.778

‒ 2.483

‒ 4.135

‒ 380

0

1.339

9B

Financiën

4.397

5.494

4.802

4.570

4.485

4.484

4.494

10

Defensie

8.752

10.431

10.770

11.197

11.540

11.308

11.354

12

Infrastructuur en Waterstaat

8.170

8.029

8.896

9.303

9.418

9.943

9.852

13

Economische Zaken en Klimaat

1.795

1.155

827

1.312

1.432

1.515

1.575

14

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

0

987

1.316

1.032

881

875

869

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

32.567

37.407

37.774

38.191

38.434

38.757

39.358

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

14.536

17.284

18.775

19.940

23.111

24.166

24.727

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

2.987

2.954

3.000

3.099

3.119

3.262

3.401

18

Wonen en Rijksdienst

0

0

0

0

0

0

0

50

Gemeentefonds

29.083

31.213

31.826

31.670

31.183

31.001

30.811

51

Provinciefonds

2.454

2.463

2.480

2.367

2.333

2.323

2.313

55

Infrastructuurfonds

‒ 117

196

0

0

0

0

0

58

Diergezondheidsfonds

16

23

0

0

0

0

0

64

BES-fonds

39

43

42

34

34

34

34

65

Deltafonds

‒ 2

30

0

0

0

0

0

AP

Aanvullende posten

0

‒ 401

4.302

8.514

12.065

15.674

19.043

HGIS

Internationale Samenwerking

5.091

5.272

4.927

5.130

5.332

5.509

5.698

 

Totaal

163.380

181.709

190.876

195.381

206.231

212.674

218.715

De volgende tabellen (2.5 tot en met 2.7) geven per deelplafond aan welke uitgaven er onder vallen, op welk begrotingshoofdstuk deze staan, en of de uitgaven begrotings- of premiegefinancierd zijn.

Tabel 2.5 Netto-uitgaven onder plafond Rijksbegroting
 

(in miljoenen euro)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

1

De Koning

43

44

44

44

46

46

46

2A

Staten-Generaal

150

175

158

153

150

148

148

2B

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs

118

126

128

123

121

121

121

3

Algemene Zaken

58

62

64

64

66

66

66

4

Koninkrijksrelaties

417

108

24

28

24

24

40

5

Buitenlandse Zaken

7.973

9.862

9.565

10.098

10.376

10.683

10.987

6

Justitie en Veiligheid

10.536

11.900

11.830

11.559

11.160

11.134

11.126

7

Binnenlandse Zaken

4.608

5.083

5.396

5.099

5.117

5.252

5.431

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

39.160

39.725

39.182

38.769

38.989

39.301

39.081

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

5.968

5.346

4.797

4.744

4.900

4.388

4.490

9B

Financiën

5.023

5.171

5.235

5.085

5.039

5.058

5.099

10

Defensie

8.858

10.426

10.766

11.192

11.539

11.306

11.352

12

Infrastructuur en Waterstaat

8.170

8.029

8.896

9.303

9.418

9.943

9.852

13

Economische Zaken en Klimaat

4.884

4.405

4.817

5.270

5.314

5.409

5.535

14

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

 

987

1.316

1.032

881

875

869

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

427

554

610

556

557

553

557

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

2.589

3.456

3.510

3.312

3.076

3.023

2.985

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

3.002

2.967

3.013

3.109

3.128

3.271

3.411

18

Wonen en Rijksdienst

0

0

0

0

0

0

0

50

Gemeentefonds

19.445

27.416

28.059

27.944

27.491

27.355

27.211

51

Provinciefonds

2.454

2.463

2.480

2.367

2.333

2.323

2.313

55

Infrastructuurfonds

‒ 117

196

0

0

0

0

0

58

Diergezondheidsfonds

‒ 8

0

0

0

0

0

0

60

Accres Gemeentefonds

0

0

216

1.226

2.181

3.295

4.424

61

Accres Provinciefonds

0

0

28

125

213

316

420

64

BES-fonds

39

43

42

34

34

34

34

65

Deltafonds

‒ 2

30

0

0

0

0

0

80

Prijsbijstelling

0

0

477

946

1.381

1.880

2.347

81

Arbeidsvoorwaarden

0

0

1.651

3.349

4.747

6.351

7.839

86

Algemeen

0

‒ 388

1.242

1.478

1.643

1.382

1.052

HGIS

Internationale Samenwerking

5.055

5.235

4.927

5.130

5.332

5.509

5.698

 

Begrotingsgefinancierde netto-uitgaven

123.797

138.184

143.546

147.008

149.922

153.537

156.836

         
 

Totaal netto-uitgaven onder plafond Rijksbegroting

123.797

138.184

143.546

147.008

149.922

153.537

156.836

Tabel 2.6 Netto-uitgaven onder plafond Sociale Zekerheid
 

(in miljoenen euro)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

19.493

20.704

21.542

21.325

21.380

21.551

21.790

50

Gemeentefonds

2.556

1.987

1.893

1.842

1.795

1.749

1.703

AP

Aanvullende posten

0

‒ 13

429

1.083

1.533

1.999

2.441

 

Begrotingsgefinancierde netto-uitgaven

22.049

22.678

23.864

24.250

24.709

25.299

25.935

40

Sociale verzekeringen

56.577

58.250

61.340

63.597

65.548

67.854

70.374

 

Premiegefinancierde netto-uitgaven

56.577

58.250

61.340

63.597

65.548

67.854

70.374

         
 

Totaal netto-uitgaven onder plafond Sociale zekerheid

78.625

80.928

85.204

87.847

90.257

93.153

96.309

Tabel 2.7 Netto-uitgaven onder plafond Zorg
 

(in miljoenen euro)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

513

483

562

536

517

434

435

50

Gemeentefonds

7.082

1.809

1.874

1.885

1.897

1.897

1.897

AP

Aanvullende posten

0

0

14

28

47

57

69

 

Begrotingsgefinancierde netto-uitgaven

7.595

2.292

2.450

2.450

2.460

2.388

2.401

41

Zorg

63.067

67.888

70.993

74.705

78.231

82.660

87.165

 

Premiegefinancierde netto-uitgaven

63.067

67.888

70.993

74.705

78.231

82.660

87.165

         
 

Totaal netto-uitgaven onder plafond Zorg

70.662

70.180

73.443

77.154

80.692

85.047

89.566

Tabel 2.8 geeft per begrotingshoofdstuk de uitgaven weer die buiten het totale uitgavenplafond vallen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om uitgaven die niet meetellen in het overheidstekort (EMU-saldo), zoals het verstrekken van leningen, de bijdrage van het Rijk aan de sociale fondsen of de opbrengst van het verkopen van staatsdeelnemingen. Daarnaast zijn er uitgaven die wel EMU-saldorelevant zijn, maar buiten het uitgavenplafond zijn geplaatst, zoals de uitgaven aan de zorgtoeslag.

Tabel 2.8 Netto-uitgaven buiten het uitgavenplafond
 

(in miljoenen euro)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

4

Koninkrijksrelaties

154

71

21

21

22

23

24

7

Binnenlandse Zaken

0

4

‒ 34

‒ 33

‒ 33

‒ 33

‒ 33

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

1.798

2.022

2.172

2.362

2.539

2.567

2.507

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

‒ 12.281

‒ 10.124

‒ 7.280

‒ 8.879

‒ 5.281

‒ 4.388

‒ 3.152

9B

Financiën

‒ 626

323

‒ 433

‒ 515

‒ 554

‒ 574

‒ 605

10

Defensie

‒ 106

5

4

5

1

3

2

12

Infrastructuur en Waterstaat

0

0

0

0

0

0

0

13

Economische Zaken en Klimaat

‒ 3.089

‒ 3.251

‒ 3.990

‒ 3.958

‒ 3.882

‒ 3.894

‒ 3.960

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

12.647

16.149

15.622

16.310

16.497

16.653

17.010

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

11.434

13.346

14.703

16.091

19.519

20.709

21.307

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

‒ 16

‒ 13

‒ 13

‒ 10

‒ 10

‒ 9

‒ 9

58

Diergezondheidsfonds

23

23

0

0

0

0

0

AP

Aanvullende posten

0

0

245

279

320

394

451

HGIS

Internationale Samenwerking

36

36

     
 

Begrotingsgefinancierde netto-uitgaven buiten het plafond

9.939

18.556

21.016

21.674

29.139

31.449

33.542

         
 

Totaal netto-uitgaven buiten het uitgavenplafond

9.939

18.556

21.016

21.674

29.139

31.449

33.542

Tabel 2.9 geeft een overzicht van de uitgaven aan de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) per begrotingshoofdstuk. De HGIS-uitgaven staan op verschillende begrotingen maar worden gecoördineerd door de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Deze stelt ook de HGIS-nota op, die een gedetailleerder overzicht van de HGIS-uitgaven bevat en gelijktijdig met de Miljoenennota wordt gepubliceerd.

Tabel 2.9 Overzicht netto-uitgaven HGIS per begrotingshoofdstuk
 

(in miljoenen euro)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

5

Buitenlandse Zaken

1.301

1.462

1.438

1.453

1.482

1.521

1550

6

Justitie en Veiligheid

22

48

34

34

34

34

34

7

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

0

1

1

1

1

1

0

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

60

62

62

62

62

62

62

9B

Financiën

362

325

70

174

283

332

355

10

Defensie

211

257

209

207

207

207

206

12

Infrastructuur en Waterstaat

25

29

27

26

20

19

18

13

Economische Zaken en Klimaat

52

28

27

25

25

25

25

14

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

0

33

32

31

31

31

31

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

0

1

1

1

1

1

1

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

19

23

15

7

5

5

5

17

Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking

3.002

2.967

3.013

3.109

3.128

3.271

3411

86

Algemeen

0

0

0

0

53

0

0

 

Totaal plafondrelevante netto-uitgaven HGIS

5.055

5.235

4.927

5.130

5.332

5.509

5698

9B

Financiën

36

36

0

0

0

0

0

 

Totaal niet-plafondrelevante netto-uitgaven HGIS

36

36

0

0

0

0

0