Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

4 DE BELASTING - EN PREMIEONTVANGSTEN

4.1 Inleiding

Deze bijlage bevat een toelichting op de raming van de belasting- en premieontvangsten van het Rijk en de Sociale fondsen. Om inzicht te geven in de ontwikkeling van het totale ontvangstenbeeld worden de belasting- en premieontvangsten gezamenlijk gepresenteerd.

Net als in hoofdstuk 2 van deze Miljoenennota wordt de ontwikkeling van de verschillende belastingsoorten op EMU-basis toegelicht. Vanzelfsprekend zijn voor het EMU-saldo de belastingen en premies volksverzekeringen op EMU-basis4 relevant. Daarnaast worden in overeenstemming met de Comptabiliteitswet de belastingontvangsten op kasbasis getoond in de tabel aan het einde van deze bijlage. In deze tabel wordt tevens de aansluiting van de ontvangsten op kasbasis naar EMU-basis gemaakt.

De ramingen voor de premieontvangsten komen overeen met de ramingen in de begrotingen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Begroting XV) en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Begroting XVI). In de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is een nadere toelichting opgenomen van de ramingen voor de WLZ en de ZVW. De overige fondsen worden toegelicht in de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

In paragraaf 4.2 wordt de raming van de totale belastingen, premies volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen weergegeven. De ontwikkeling in 2019 en 2020 ten opzichte van het jaar ervoor wordt op hoofdlijnen besproken. Vervolgens worden in paragraaf 4.3 de ramingen van de belasting- en premieontvangsten van 2019 (de Vermoedelijke Uitkomsten) vergeleken met de stand van het vorige ramingsmoment (Voorjaarsnota 2019), waarbij de belangrijkste ramingsbijstellingen worden toegelicht. Paragraaf 4.4 bevat vervolgens een toelichting op de raming van 2020 (de Ontwerpbegroting), onderverdeeld naar endogene ontwikkeling en beleidsmaatregelen. Paragraaf 4.5 gaat over de bijstellingen van het ramingsmodel (‘expert opinion’). Paragraaf 4.6 presenteert de meerjarige ontvangstenraming tot en met 2023. Tot slot geeft paragraaf 4.7 een gedetailleerd overzicht van de raming van de belasting- en premieontvangsten voor 2019 en 2020 op EMU-basis en op kasbasis. Voor een verdere toelichting op de raming van de belastingen wordt verwezen naar bijlage 5 van deze Miljoenennota.

4.2 Ontwikkeling belasting- en premieontvangsten 2019 en 2020

Vooral door de economische groei ontvangt het Rijk in 2019 in totaal 16,6 miljard euro meer belasting- en premieontvangsten dan in 2018. Dit is te zien in tabel 4.2.1. De toename komt grotendeels (+12,9 miljard euro) door de positieve endogene ontwikkeling van de belasting- en premieontvangsten. De endogene ontwikkeling is de ontwikkeling door niet-beleidsmatige ontwikkelingen, zoals economische ontwikkeling. De waarde van het bbp stijgt in 2019 met 4,4 procent,5 en dat werkt ongeveer net zo sterk door in de endogene belastinginkomsten. Beleidsmaatregelen leiden in totaal tot 3,8 miljard euro hogere belasting- en premieontvangsten. Onderliggend is sprake van (beleidsmatig) 1 miljard euro hogere zorgpremies. Voorts bestaat een groot deel van de beleidsmaatregelen uit anticipatie-effecten op de tariefsverhoging in box 2 en de Rekening-Courant-maatregel in 2020. Deze leiden in 2019 incidenteel tot hogere belastingontvangsten.
Tabel 4.2.1 Ontwikkeling inkomsten op EMU-basis 2018-2020 (in miljoenen euro's)
 

2018

2019

2020

Belastingen en premies volksverzekeringen

221,2

233,3

235,5

waarvan belastingen

178,6

193,0

193,8

waarvan premies volksverzekeringen

42,7

40,2

41,7

Premies Werknemersverzekeringen

63,9

68,4

70,1

Totaal

285,1

301,7

305,5

Jaar-op-jaarmutatie

 

16,6

3,9

waarvan endogene groei

 

12,9

9,3

waarvan beleidsmaatregelen

 

3,8

‒ 5,4

    

Endogene mutatie (in %)

 

4,5%

3,1%

Waardeontwikkeling BBP (in %)

 

4,4%

3,1%

In 2020 groeien de belasting- en premieontvangsten met 3,9 miljard euro. De beleidsmatige mutatie is 5,4 miljard euro neerwaarts, terwijl de economische ontwikkeling leidt tot een endogene inkomstengroei van 9,3 miljard euro, 3,1 procent. Beleidsmaatregelen zorgen in 2020 voor 5,4 miljard euro lagere belasting- en premieontvangsten op EMU-basis. Dat komt voornamelijk door een lagere loon- en inkomensheffing (-3,9 miljard euro), energiebelasting (-1,1 miljard euro) en de dividendbelasting (-0,9 miljard euro).

4.3 De belasting- en premieontvangsten in 2019

In tabel 4.3.1 wordt de nieuwe raming voor 2019 vergeleken met de stand bij Voorjaarsnota 2019. De nieuwe raming voor 2019 is gebaseerd op het macro-economisch beeld conform de MEV 2020 van het CPB en de gerealiseerde belasting- en premieontvangsten tot en met juli 2019. Ten opzichte van de Voorjaarsnota 2019 is de raming van de totale belasting- en premieontvangsten op EMU-basis per saldo 1,9 miljard euro opwaarts bijgesteld.

De raming in de Voorjaarsnota 2019 was voornamelijk gebaseerd op het economisch beeld dat volgde uit het CEP 2019 van het CPB. Ten opzichte van het CEP 2019 is de verwachte waardeontwikkeling van het bbp in 2019 met 0,6 procentpunt opwaarts bijgesteld.

Tabel 4.3.1 Raming belasting- en premieontvangsten 2019 op EMU-basis (in miljoenen euro's)
 

Voorjaarsnota 2019

Vermoedelijke uitkomsten 2019

Verschil

Indirecte belastingen

93.761

94.507

746

Invoerrechten

3.274

3.384

110

Omzetbelasting

57.753

58.350

598

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

2.285

2.315

30

Accijnzen

12.043

12.083

41

Overdrachtsbelasting

3.016

3.012

‒ 4

Assurantiebelasting

2.785

2.822

37

Motorrijtuigenbelasting

4.256

4.261

5

Belastingen op een milieugrondslag

5.671

5.600

‒ 71

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

287

289

2

Belasting op zware motorrijtuigen

186

185

‒ 1

Verhuurderheffing

1.759

1.759

0

Bankbelasting

447

447

0

    

Directe belastingen en premies volksverzekeringen

137.959

138.527

568

Loon- en inkomensheffing

104.124

104.449

324

Dividendbelasting

6.117

6.118

2

Kansspelbelasting

544

558

14

Vennootschapsbelasting

25.596

25.773

177

Schenk- en erfbelasting

1.578

1.629

51

    

Overige belastingontvangsten

231

231

0

    

Totaal belastingen en premies volksverzekeringen

231.951

233.265

1.314

    

Premies werknemersverzekeringen

67.830

68.386

556

waarvan zorgpremies

42.402

42.585

183

    

Totaal belasting- en premieontvangsten

299.781

301.651

1.870

De raming van de totale indirecte belastingen is met 0,7 miljard euro opwaarts bijgesteld opzichte van de Voorjaarsnota 2019. Een iets sterkere volumeontwikkeling van de invoer zorgt - in combinatie met de gerealiseerde kasontvangsten - voor een opwaartse bijstelling van de invoerrechten (0,1 miljard euro). De raming van de btw-ontvangsten is met 0,6 miljard euro opwaarts bijgesteld. Onderliggend neemt de waarde van de consumptie van huishoudens in 2019 sterker toe dan geraamd in het CEP 2019. De belastingen op een milieugrondslag komen naar verwachting 0,1 miljard euro lager uit. De geraamde opbrengst van de energiebelasting is op basis van de kasontvangsten neerwaarts bijgesteld.

De ontvangsten uit de directe belastingen en premies volksverzekeringen zijn voor 2019 met 0,6 miljard euro opwaarts bijgesteld ten opzichte van de Voorjaarsnota 2019. De raming van de loon- en inkomensheffing is met 0,3 miljard euro opwaarts aangepast. Onderliggend is sprake van een opwaartse bijstelling van de loonheffing op basis van de kasontvangsten en door een toename van de werkgelegenheid. De minder sterke loonontwikkeling valt daar tegen weg. De inkomensheffing is juist neerwaarts bijgesteld. De vpb-ontvangsten komen in 2019 naar verwachting 0,2 miljard euro hoger uit. Deze bijstelling ten opzichte van de Voorjaarsnota volgt voornamelijk uit de kasrealisaties. Ten opzichte van de Voorjaarsnota 2019 is de raming van de schenk- en erfbelasting voor 2019 met 0,1 miljard euro opwaarts bijgesteld naar 1,6 miljard euro. Deze bijstelling volgt uit de hogere kasrealisaties van dit jaar.

Ten slotte komen de ontvangsten uit de premies werknemersverzekeringen 0,6 miljard euro hoger uit. Dat komt vooral door hogere ontvangsten uit de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet en andere werkgeverspremies als gevolg van een sterkere grondslagontwikkeling.

4.4 De belasting- en premieontvangsten in 2020

In figuur 4.4.1 zijn de geraamde belasting- en premieontvangsten voor 2020 opgenomen.

Figuur 4.4.1 Raming belasting- en premieontvangsten 2020 op EMU-basis

Tabel 4.4.1 geeft een overzicht van de ontwikkeling van de geraamde belasting- en premieontvangsten in 2020. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het effect van fiscale beleidsmaatregelen op de ontwikkeling van de ontvangsten van 2019 naar 2020 en de endogene ontwikkeling. Dat is de ontwikkeling van de ontvangsten die vooral samenhangt met macro-economische ontwikkelingen.

Tabel 4.4.1 Raming belasting- en premieontvangsten 2020 op EMU-basis (in miljoenen euro's)
 

Vermoedelijke uitkomsten 2019

Maatregelen

Endogeen

Endogeen in %

2020

Indirecte belastingen

94.507

‒ 948

2.962

3,1%

96.522

Invoerrechten

3.384

0

116

3,4%

3.500

Omzetbelasting

58.350

2

2.126

3,6%

60.478

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

2.315

10

137

5,9%

2.462

Accijnzen

12.083

187

118

1,0%

12.388

Overdrachtsbelasting

3.012

0

119

4,0%

3.131

Assurantiebelasting

2.822

‒ 6

98

3,5%

2.914

Motorrijtuigenbelasting

4.261

49

82

1,9%

4.392

Belastingen op een milieugrondslag

5.600

‒ 1.081

0

0,0%

4.520

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

289

0

8

2,6%

296

Belasting op zware motorrijtuigen

185

18

0

‒ 0,2%

202

Verhuurderheffing

1.759

‒ 127

158

9,0%

1.791

Bankbelasting

447

0

0

0,0%

447

      

Directe belastingen en premies volksverzekeringen

138.527

‒ 4.784

4.962

3,6%

138.704

Loon- en inkomensheffing

104.449

‒ 3.931

4.598

4,4%

105.116

Dividendbelasting

6.118

‒ 851

‒ 114

‒ 1,9%

5.153

Kansspelbelasting

558

6

26

4,7%

590

Vennootschapsbelasting

25.773

13

381

1,5%

26.167

Schenk- en erfbelasting

1.629

‒ 21

71

4,4%

1.679

      

Overige belastingontvangsten

231

0

‒ 1

‒ 0,6%

230

      

Totaal belastingen en premies volksverzekeringen

233.265

‒ 5.732

7.923

3,4%

235.456

      

Premies werknemersverzekeringen

68.386

297

1373

2,0%

70.056

waarvan zorgpremies

42.585

‒ 711

1290

3,0%

43.163

      

Totaal belasting- en premieontvangsten

301.651

‒ 5.435

9.296

3,1%

305.511

In 2020 bedragen de totale belasting- en premieontvangsten op EMU-basis naar verwachting 305,5 miljard euro. Ten opzichte van de meest actuele raming van de ontvangsten voor 2019 stijgen de ontvangsten in 2020 daarmee met 3,9 miljard euro. Beleidsmaatregelen zorgen voor 5,4 miljard euro lagere ontvangsten in 2020 ten opzichte van het jaar daarvoor. Het gaat om zowel maatregelen waartoe dit kabinet en vorige kabinetten eerder hebben besloten als maatregelen die het kabinet met deze Miljoenennota voorstelt. De verwachte endogene groei van de belasting- en premieontvangsten in 2020 bedraagt 9,3 miljard euro (3,1 procent). In de volgende paragrafen wordt nader op de endogene ontwikkeling ingegaan. In bijlage 5 van deze Miljoenennota staat een uitgebreidere toelichting op de ramingsmethodiek en wordt ingegaan op de ramingen op transactiebasis zoals opgesteld voor de grootste belastingsoorten.

4.4.1 Endogene ontwikkeling belasting- en premieontvangsten 2020

De endogene ontwikkeling van de ontvangsten wordt toegelicht aan de hand van de relevante economische indicatoren zoals deze geraamd zijn in de Macro Economische Verkenning 2020. Voor 2020 verwacht het Centraal Planbureau (CPB) een waardeontwikkeling van het bbp van 3,1 procent. De endogene groei van de totale belasting- en premieontvangsten in 2020 is daar gelijk aan. Daarmee nemen de totale belasting- en premieontvangsten in 2020 net zo sterk toe als waardegroei van het bbp, uitgezonderd het effect van beleidsmaatregelen.

De endogene groei van de inkomsten uit de indirecte belastingen in 2020 bedraagt 3,1 procent. Deze ontwikkeling wordt voor een groot deel bepaald door de btw-ontvangsten, verreweg de grootste post bij de indirecte belastingen. De btw-ontvangsten hangen vooral af van de consumptieve bestedingen, de investeringen in woningen en de overheidsinvesteringen. De waardeontwikkeling van de particuliere consumptie is in 2020 met 3,3 procent vergelijkbaar met de totale economische groei in waardetermen. Binnen de particuliere consumptie neemt het aandeel van duurzame goederen toe, omdat de consumptie van duurzame goederen sneller groeit dan de gehele particuliere consumptie. Dat leidt tot hogere ontvangsten omdat deze goederen belast worden tegen het algemene btw-tarief. De investeringen in woningen nemen met 4,9 procent toe, terwijl de overheidsinvesteringen toenemen met 5,3 procent. Daarmee komt de endogene ontwikkeling van de btw-ontvangsten naar verwachting uit op 3,6 procent in 2020.

De endogene ontwikkeling van de ontvangsten uit de bpm komt uit op 5,9 procent in 2020. De bpm-ontvangsten hangen af van het aantal autoverkopen en de CO2-uitstoot daarvan. De verwachting is dat het gemiddelde bpm-bedrag per auto in 2020 verder oploopt. De ontvangsten uit de motorrijtuigenbelasting – waarvoor het gewicht van de in Nederland geregistreerde auto’s de grondslag vormt – nemen naar verwachting met 1,9 procent toe in 2020 door een groter wagenpark. De ontvangsten uit de overdrachtsbelasting komen in 2020 4,0 procent hoger uit. Het CPB verwacht dat zowel de transacties als de verkoopprijzen stijgen. De totale WOZ-waarde van sociale huurwoningen vormt de grondslag van de verhuurderheffing. Voor 2020 nemen de ontvangsten uit de verhuurderheffing naar verwachting met 9,0 procent toe. Een groei van zowel het volume als de prijs van ingevoerde goederen zorgen voor een toename van de ontvangsten uit invoerrechten. De ontvangsten uit de belastingen op een milieugrondslag blijven gelijk. Dat komt vooral door de (beperkte) negatieve ontwikkeling bij de energiebelasting die voor meer dan 90 procent bijdraagt aan de totale ontvangsten uit belastingen op een milieugrondslag. De grondslag van de energiebelasting is het elektriciteits- en gasverbruik. Tot slot nemen de ontvangsten uit de accijnzen in 2020 met 1,0 procent toe.

De endogene ontwikkeling van de directe belastingen en de premies volksverzekeringen - de belastingen op inkomen en vermogen - bedraagt 3,6 procent in 2020. De qua omvang belangrijkste directe belastingsoort is de loon- en inkomensheffing.6 Voor de ontwikkeling van de ontvangsten uit deze belastingsoort zijn vooral de verwachte loonontwikkeling, de ontwikkeling van de werkgelegenheid en de ontwikkeling van winsten van zelfstandigen van belang. De grondslag van de loon- en inkomensheffing wordt daarnaast ook beïnvloed door de omvang van de hypotheekrenteaftrek en pensioenpremies. De ontvangsten uit de loon- en inkomensheffing groeien in 2020 met 4,4 procent. Dat is met name het gevolg van een toename van de werkgelegenheid met 1,0 procent en hogere lonen (contractlonen +2,6 procent, incidenteel loon +0,3 procent). Ook groeien de ontvangsten uit de loon- en inkomensheffing in 2020 door een lagere hypotheekrenteaftrek en hogere winsten van IB-ondernemers (dat zijn ondernemers die belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting).

De vpb-ontvangsten komen in 2020 1,5 procent hoger uit dan in 2019, voornamelijk op basis van de door het CPB geraamde groei van de bedrijfswinsten. De raming van de dividendbelasting laat een afname van 1,9 procent zien in 2020. De raming van de schenk- en erfbelasting voor 2020 bedraagt 1,7 miljard euro en volgt uit de ontwikkeling van huizenprijzen als benadering voor de ontwikkeling van het nagelaten vermogen.

De ontvangsten uit de premies werknemersverzekeringen – waar ook de zorgpremies onder vallen – nemen met 2,0 procent toe in 2020. Onderliggend gaat het om een positieve ontwikkeling van de grondslag door hogere lonen en meer werkgelegenheid in combinatie met de ontwikkeling van de aan de zorguitgaven gekoppelde zorgpremies.

4.4.2 Het effect van beleidsmaatregelen op de belasting- en premieontvangsten

In 2020 nemen de belasting- en premieontvangsten met 5,4 miljard euro af als gevolg van beleidsmaatregelen. In tabel 4.4.1 wordt het effect van de beleidsmaatregelen op de ontvangsten in 2020 per belastingsoort getoond. Dit is zowel beleid van vorige kabinetten met in 2020 nog een op- of neerwaarts effect op de inkomsten ten opzichte van 2019, als (nieuw) beleid van het huidige kabinet dat in 2020 effect heeft.

Bij de indirecte belastingen is de beleidsmatige afname per saldo ‒ 0,9 miljard euro. Dat komt vooral door een neerwaarts effect van 1,1 miljard euro bij de energiebelasting. Het verhogen van de belastingvermindering in de energiebelasting ligt daaraan ten grondslag. Deze maatregel zorgt voor een lagere energierekening voor vooral burgers.

De andere categorie binnen de belastingen op milieugrondslag met beleidseffecten is de afvalstoffenheffing. Door het uitbreiden van de grondslag naar buitenlands afval zal in 2020 sprake zijn van hogere ontvangsten. De MRB gaat vooral omhoog door een extra toeslag voor oude dieselauto’s. Bij de verhuurderheffing wordt een heffingsvermindering ingevoerd om meer nieuwbouw te stimuleren.

Als gevolg van beleidsmaatregelen nemen de ontvangsten uit de directe belastingen en premies volksverzekeringen met 4,8 miljard euro af in 2020. Het gaat om een saldo van vele maatregelen, voor een groot deel binnen de loon- en inkomensheffing. De beleidsmatige mutatie bij de loon- en inkomensheffing komt uit op ‒ 3,9 miljard euro. Deze mutatie wordt vooral bepaald door de (versnelde) implementatie van het twee-schijvenstelsel, een verhoging van de arbeidskorting en een verhoging van de algemene heffingskorting.

Beleidsmaatregelen hebben per saldo vrijwel geen effect op de vpb. De grondslagverbreding door de beperking van de renteaftrek staat (op kasbasis) tegenover de verlaging van het lage tarief naar 16,5 procent. De renteaftrek wordt in 2020 beperkt door de implementatie van de minimumkapitaalregel. Daarnaast heeft ook de in 2019 ingevoerde earningsstrippingmaatregel een opwaarts kaseffect in 2020.

Bij de dividendbelasting is sprake van een neerwaarts effect, als gevolg van de in 2019 incidentele anticipatie op zowel de tariefsverhoging van box 2 in 2020 als de beperking van rekeningcourantschulden voor DGA’s.7 

Beleid met betrekking tot de premies werknemersverzekeringen leidt per saldo tot 0,3 miljard euro hogere ontvangsten in 2020. Bij de premies zorgverzekeringswet is sprake van een beleidsmatige afname van 0,7 miljard euro. Deze beleidsmutatie is ondanks stijgende zorgkosten (en een lastendekkende premie voor het zorgverzekeringsfonds) neerwaarts door de snellere groei van de loongrondslag. Vooral bij het arbeidsongeschiktheidsfonds is sprake van een opwaarts effect van beleid.

In tabel 4.4.2 wordt de totale beleidsmatige mutatie in 2020 van 5,4 miljard uitgesplitst naar de opeenvolgende momenten waarop tot beleidsmaatregelen is besloten en wanneer deze in de begroting zijn verwerkt en/of de ramingen zijn geüpdatet. Dit noemen we ook wel de «verticale mutaties» van de beleidsmatige ontwikkeling van de ontvangsten in 2020. Ook wordt zo inzichtelijk dat ook beleid van vòòr deze kabinetsperiode in 2020 nog budgettaire effecten heeft. Budgettair omvangrijk zijn met een opwaarts effect van 1,5 miljard vooral de hogere zorgpremies. Daarnaast zijn mutaties bij de premies werknemersverzekeringen die onderdeel uitmaakten van het arbeidsmarktpakket van Rutte II noemenswaardig (0,2 miljard euro).8
Tabel 4.4.2 Verticale toelichting beleidsmutaties 2020 op EMU-basis (in miljoenen euro's)

Beleid vorige kabinetten

1.335

waarvan zorgpremies

1.475

waarvan arbeidspakket

173

waarvan overig

‒ 313

Beleid Startnota

‒ 5.038

waarvan afschaffing dividendbelasting

‒ 2.910

waarvan lasten op arbeid (o.a. invoering tweeschijvenstelsel)

‒ 1.866

waarvan vpb-tariefsverlaging en vpb-maatregelen

‒ 393

waarvan box 2

‒ 680

waarvan overig

810

Miljoenennota 2019

‒ 2.088

waarvan zorgpremies

210

waarvan BP2019 en augustusbesluitvorming (incl. update ramingen)

‒ 2.367

- tariefsaanpassingen box 2 (incl update raming)

124

- Rekeningcourantmaatregel DGA's

‒ 1.496

- lasten op arbeid

‒ 192

- vpb-maatregelen

352

- dividendbelasting

‒ 1.094

- overig

‒ 61

waarvan overig

69

Miljoenennota 2020

356

waarvan Pensioen Eigen Beheer

550

waarvan zorgpremies

‒ 2.060

waarvan BP2019

2.961

- Heroverweging Pakket Vestigingsklimaat

2.903

- overig

58

waarvan preventieakkoord

128

waarvan pensioenakkoord

‒ 20

waarvan klimaatakkoord

‒ 688

waarvan BP2020 en augustusbesluitvorming (incl. update ramingen)

‒ 515

- vpb-maatregelen

1.243

- lastenverlichting op arbeid

‒ 1.811

- tweeschijvenstelsel box 1 IB naar voren

‒ 1.723

- verhogen AHK, AK en tarief eerste schijf en overige maatregelen

‒ 88

- overig

53

Totaal

‒ 5.435

Het in de Startnota verwerkte beleid heeft – op basis van de op dat moment ingeboekte beleidsramingen - in 2020 een lastenverlichtend effect van 5,0 miljard euro. Onderliggend is vooral sprake van lastenverlichtingen door de toen voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting en door verlaging van de lasten op arbeid. Het effect van de afschaffing van de dividendbelasting is in 2020 incidenteel groter doordat de verrekening van dividendbelasting in de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting met een jaar vertraging stopt. Het effect van de tariefsverhoging in box 2 is (op EMU-basis) negatief in 2020. Dat is een gevolg van lagere ontvangsten ten opzichte van 2019. Door aflopende anticipatie op de tariefsverhoging per 1 januari 2020 zullen ondernemers minder dividend uitkeren in 2020 ten opzichte van 2019.

Beleid dat voor het eerst tot uiting komt in Miljoenennota 2019 met (tevens) een budgettair effect in 2020 is onder meer de rekeningcourantmaatregel DGA’s. Ook deze maatregel zorgt voor anticipatie-effecten in box 2, waardoor in 2020 op EMU-basis minder geld binnenkomt ten opzichte van 2019. Voorts zijn de ramingen geüpdatet. De zorgpremies vallen iets hoger uit, daar staan compenserende maatregelen tegenover.

Voor de Miljoenennota 2020 zijn ook weer verschillende beleidsmaatregelen met een budgettair effect verwerkt. Ten eerste is het pakket ‘heroverweging pakket vestigingsklimaat’ ook in de begroting voor 2020 verwerkt. Bij deze heroverweging heeft het kabinet gekeken naar het gehele pakket aan fiscale maatregelen gericht op het versterken van het vestigingsklimaat. Het opwaartse effect van dit pakket vloeit voort uit het terugdraaien van de afschaffen van de dividendbelasting, die in 2020 ook een incidentele budgettaire derving op EMU-basis tot gevolg zou hebben.9 Ten tweede zijn verschillende akkoorden verwerkt: het preventieakkoord, het klimaatakkoord en het pensioenakkoord. Ten derde heeft de augustusbesluitvorming plaatsgevonden waarvoor niet alleen de ramingen zijn geüpdatet, maar ook onder andere besloten is tot aanvullende lastenverlichting op arbeid en lastenverzwaring in de vpb.
Tabel 4.4.3 Budgettair effect van belasting- en premiemaatregelen 2020 (in miljoenen euro's)
 

Belastingen en premies op EMU-basis

Lasten-ontwikkeling

Belastingen en premies op transactie-basis

Aanpassing box 2 tarief

‒ 585

213

‒ 707

Rekeningcourantmaatregel DGA's (RC)

‒ 1.142

0

‒ 1.379

Zorgpremies

‒ 682

‒ 634

‒ 682

Zorgtoeslag

0

‒ 63

0

Opslag Duurzame Energie (ODE, inclusief wijzigingen klimaatakkoord)

0

1.129

0

Lage Inkomensvoordeel

0

‒ 45

0

ETS-veilingopbrengsten

0

267

0

Premies werknemersverzekeringen

1.008

991

1.008

Tabaksaccijns

186

183

186

Inkomensheffing en dividendbelasting overig

831

604

583

Vpb-tariefsmaatregelen

‒ 580

‒ 427

‒ 582

Vpb-grondslagmaatregelen

495

785

241

Pensioenakkoord

‒ 20

7

7

Klimaatakkoord overig (excl. ODE en kadercorrecties)

‒ 677

‒ 658

‒ 662

Lastenverlichting op arbeid (loonheffing overig)

‒ 3.830

‒ 3.719

‒ 3.830

Kadercorrecties

0

33

0

Overig

‒ 438

‒ 656

‒ 408

Totaal

‒ 5.435

‒ 1.989

‒ 6.226

In tabel 4.4.3 wordt een relatie gelegd tussen het effect van beleidsmaatregelen op de belasting- en premieontvangsten op EMU-basis10, het effect daarvan op transactiebasis en het effect op de lastenontwikkeling zoals relevant voor het inkomstenkader in 202011. Voor de belasting- en premieontvangsten op EMU-basis, die relevant zijn voor het EMU-saldo, gaat het voor de meeste belastingsoorten om de één-maands-verschoven-kasontvangsten. Bij de ontvangsten op transactiebasis wordt – in dit geval – het beleid toegerekend aan het jaar waarin de daadwerkelijke economische transactie waaruit het effect op de ontvangsten volgt zich voordoet. Daarop sluit het op de lastenontwikkeling gebaseerde inkomstenkader zoveel mogelijk aan. Een uitzonderingen vormen anticipatie-effecten. De aanpassing van het box 2 tarief heeft anticipatie tot gevolg op EMU- en transactiebasis, maar is niet relevant voor het inkomstenkader en daarmee de lastenontwikkeling. Ook de rekeningcourantmaatregel gaat gepaard met anticipatie-effecten en kent daarnaast intertemporele effecten die ook niet relevant zijn voor het lastenkader.

Het budgettaire effect van zorgpremies in 2020 verschilt op lastenbasis van het effect op EMU-basis. Dit wordt veroorzaakt omdat incidentele wijzigingen in de premies zoals (1) het effect op de premies van het wegwerken van tekorten en overschotten in het zorgverzekeringsfonds, (2) incidentele bijstellingen in het saldo verzekeraars en (3) het verschil tussen de VWS-raming en de door verzekeraars vastgestelde nominale premie, niet binnen het inkomstenkader gecompenseerd maar wel relevant zijn voor het EMU-saldo.

Een ander verschil ontstaat door de zorgtoeslag. Vanwege de directe koppeling met de nominale premie is de zorgtoeslag wel relevant voor de beleidsmatige lastenontwikkeling, terwijl dit geen belasting- en premieontvangsten betreft. Dat geldt ook voor de Opslag Duurzame Energie, de ETS-veilingopbrengsten12 en het verschuiven van het lage-inkomensvoordeel (LIV) naar de uitgavenkant van de vergroting. Ook kadercorrecties spelen alleen een rol voor de beleidsmatige lastenontwikkeling zoals vastgelegd in het inkomstenkader.13 Bij andere belastingsoorten kan sprake zijn van een verschil tussen de lastenontwikkeling en het transactiebegrip door het hanteren van constante prijzen van het jaar waarin de wetgeving gemaakt wordt voor de lastenontwikkeling en lopende prijzen bij omvangrijke maatregelen uit een eerder ingeboekt beleidspakket zoals het Regeerakkoord voor de transactie- en EMU-basis begrippen. Verschillen tussen de effecten op EMU- en transactiebasis ontstaan hoofdzakelijk door de duur van het aanslag- en aangifteproces van sommige belastingsoorten. Daardoor ontstaat bij een deel van de belastingsoorten een achterwaartse verschuiving bij de ontvangsten op EMU-basis

4.5 Bijstellingen van het ramingsmodel

Net zoals in de vorige Miljoenennota maakt het ministerie van Financiën ook in deze Miljoenennota de handmatige bijstellingen bij het ramingsproces inzichtelijk. Onderstaande tabel 4.5.1 toont het effect dat deze ramingsbijstellingen (deskundigenoordeel; ‘expert opinion’) hebben op de ramingen op EMU-basis als percentage van de desbetreffende belastingontvangst. Dat is immers relevant voor het EMU-saldo. Daarbij is expert opinion gedefinieerd als de handmatige bijstellingen van de ramingen op kas- of transactiebasis. Daarnaast kan de raming ook nog beïnvloed worden door aanpassing van de kas-transparameters of in het geval van de raming op EMU-basis via de omvang van het kas/EMU-verschil.

De eerste kolom toont de raming voor 2019 zoals eerder toegelicht in miljoenen euro’s. De tweede kolom bevat de bijstelling ten opzichte van de raming volgens het ramingsmodel als percentage van de raming in de eerste kolom. Per saldo komt de inkomstenraming 0,7 procent hoger uit door expert opinion. Over het algemeen zijn de gerealiseerde kasontvangsten tot en met de maand juli de belangrijkste verklaring voor deze bijstellingen. Bij de schenk- en erfbelasting waren de ontvangsten in 2018 hoger als gevolg van een eenmalige ontvangst. Dat zorgt in 2019 voor een neerwaartse bijstelling door expert opinion. De ramingsbijstellingen bij een aantal indirecte belastingsoorten op basis van de kasontvangsten zijn mede toe te schrijven aan de keuze om meer algemene economische variabelen te gebruiken. De ramingsvergelijking van de BPM is daar een voorbeeld van.14 Ontwikkelingen specifiek op het terrein van autoverkopen zullen daardoor per definitie via bijstellingen in de raming verwerkt moeten worden.
Bij de ramingen van de belastingsoorten die op transactiebasis worden geraamd (btw, loon- en inkomensheffing en vpb) werken ook bijstellingen in nog niet volledig afgeronde ramingsjaren gedeeltelijk door in het niveau van de raming voor 2019. Een bijstelling van de transactieraming 2015 van de vpb komt bijvoorbeeld voor een deel in de kas van 2019 terecht. Daarnaast beïnvloedt een dergelijke bijstelling het ‘startniveau’ voor alle latere jaren. Dat is de zogenoemde doorwerking15.
Tabel 4.5.1 bijstellingen ramingsmodel 2019
 

Raming 2019

Bijstelling ramingsmodel in % raming

Indirecte belastingen

94.507

0,0%

Invoerrechten

3.384

4,1%

Omzetbelasting

58.350

0,3%

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

2.315

2,8%

Accijnzen

12.083

‒ 1,1%

Overdrachtsbelasting

3.012

‒ 4,3%

Assurantiebelasting

2.822

0,0%

Motorrijtuigenbelasting

4.261

‒ 0,7%

Belastingen op een milieugrondslag

5.600

‒ 2,8%

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

289

0,0%

Belasting op zware motorrijtuigen

185

0,0%

Verhuurderheffing

1.759

0,0%

Bankbelasting

447

0,0%

   

Directe belastingen en premies volksverzekeringen

138.527

1,1%

Loon- en inkomensheffing

104.449

0,8%

Dividendbelasting

6.118

‒ 3,2%

Kansspelbelasting

558

0,0%

Vennootschapsbelasting

25.773

4,5%

Schenk- en erfbelasting

1.629

‒ 12,2%

   

Overige belastingontvangsten

231

0,0%

   

Totaal belastingen en premies volksverzekeringen

233.265

0,7%

Omdat voor de raming van 2020 de raming van 2019 - en niet de gerealiseerde kasontvangsten – het uitgangspunt vormt, werkt de expert opinion in 2019 één-op-één door naar 2020. Dat geldt in principe voor alle belastingsoorten. Bij de ramingen op transactiebasis kan het belang van een bijstelling afnemen door een verschil tussen de kas/transparameters waarmee de aansluiting tussen de raming op transactie- en kasbasis wordt gemaakt.

Bij een deel van de belastingen loopt de bijstelling in 2020 verder op ten opzichte van 2019, in lijn met de bijstellingen in 2019 op basis van de kasontvangsten.

Tabel 4.5.2 bijstellingen ramingsmodel 2020
 

Raming 2020

Bijstelling ramingsmodel in % raming

Indirecte belastingen

96.522

‒ 0,3%

Invoerrechten

3.500

5,4%

Omzetbelasting

60.478

0,4%

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

2.462

0,0%

Accijnzen

12.388

‒ 2,1%

Overdrachtsbelasting

3.131

‒ 8,3%

Assurantiebelasting

2.914

0,0%

Motorrijtuigenbelasting

4.392

‒ 1,3%

Belastingen op een milieugrondslag

4.520

‒ 3,3%

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

296

0,0%

Belasting op zware motorrijtuigen

202

0,0%

Verhuurderheffing

1.791

0,0%

Bankbelasting

447

0,0%

   

Directe belastingen en premies volksverzekeringen

138.704

0,1%

Loon- en inkomensheffing

105.116

‒ 0,5%

Dividendbelasting

5.153

‒ 14,8%

Kansspelbelasting

590

0,0%

Vennootschapsbelasting

26.167

6,2%

Schenk- en erfbelasting

1.679

‒ 11,8%

   

Overige belastingontvangsten

230

0,0%

   

Totaal belastingen en premies volksverzekeringen

235.456

‒ 0,1%

4.6 Meerjarige ontvangstenontwikkeling en raming

De ontwikkeling van de belasting- en premieontvangsten voor de periode 2019-2023 is weergegeven in tabel 4.6.1. De ramingen voor 2019 en 2020 zijn in voorgaande paragrafen toegelicht. Voor 2021 tot en met 2023 betreft dit een technische extrapolatie van de geraamde belastinginkomsten. Deze technische extrapolatie is op basis van de meest recente MLT-raming van het CPB.

Tabel 4.6.1. Meerjarige belasting- en premieraming (in miljarden euro's)
 

2019

2020

2021

2022

2023

Totaal belasting- en premieontvangsten op EMU-basis

301,7

305,5

311,3

319,1

328,8

waarvan belastingen op kasbasis

191,7

193,3

192,7

201,8

205,9

Tabel 4.6.2. bevat - in aanvulling op de ramingen voor 2019 en 2020 die reeds besproken zijn - een technische extrapolatie van de geraamde belastingsoorten voor 2021 tot en met 2023.

Tabel 4.6.2 Raming belasting- en premieontvangsten 2019-2023 op EMU-basis (in miljoenen euro's)
 

2019

2020

2021

2022

2023

Indirecte belastingen

94.507

96.522

99.210

101.194

102.948

Invoerrechten

3.384

3.500

3.595

3.693

3.800

Omzetbelasting

58.350

60.478

62.425

63.989

65.431

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

2.315

2.462

2.344

2.261

2.048

Accijnzen

12.083

12.388

12.583

12.661

12.757

Overdrachtsbelasting

3.012

3.131

3.504

3.657

3.793

Assurantiebelasting

2.822

2.914

3.003

3.088

3.176

Motorrijtuigenbelasting

4.261

4.392

4.410

4.466

4.520

Belastingen op een milieugrondslag

5.600

4.520

4.510

4.486

4.467

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

289

296

300

302

305

Belasting op zware motorrijtuigen

185

202

209

211

213

Verhuurderheffing

1.759

1.791

1.879

1.932

1.991

Bankbelasting

447

447

447

447

447

      

Directe belastingen en premies volksverzekeringen

138.527

138.704

138.197

141.490

146.470

Loon- en inkomensheffing

104.449

105.116

105.916

108.794

113.309

Dividendbelasting

6.118

5.153

5.123

5.513

5.417

Kansspelbelasting

558

590

620

644

669

Vennootschapsbelasting

25.773

26.167

24.832

24.821

25.350

Schenk- en erfbelasting

1.629

1.679

1.706

1.719

1.725

      

Overige belastingontvangsten

231

230

230

230

230

      

Totaal belastingen en premies volksverzekeringen

233.265

235.456

237.637

242.914

249.647

      

Premies werknemersverzekeringen

68.386

70.056

73.626

76.148

79.113

waarvan zorgpremies

42.585

43.163

46.152

47.979

50.407

      

Totaal belasting- en premieontvangsten

301.651

305.511

311.263

319.062

328.760

4.7 De belastingraming 2019-2020

Tabel 4.7.1 bevat een gedetailleerd overzicht van de raming van de belasting- en premieontvangsten 2019 en 2020 op EMU-basis.

Tabel 4.7.1 Overzicht van belasting- en premieontvangsten 2019 ‒ 2020 (in miljoenen euro's)
 

Vermoedelijke uitkomsten 2019

Ontwerpbegroting 2020

Indirecte belastingen

94.507

96.522

Invoerrechten

3.384

3.500

Omzetbelasting

58.350

60.478

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

2.315

2.462

Accijnzen

12.083

12.388

- Accijns van lichte olie

4.527

4.610

- Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

3.957

4.030

- Tabaksaccijns

2.480

2.614

- Alcoholaccijns

332

333

- Bieraccijns

437

441

- Wijnaccijns

350

360

Belastingen van rechtsverkeer

5.834

6.045

- Overdrachtsbelasting

3.012

3.131

- Assurantiebelasting

2.822

2.914

Motorrijtuigenbelasting

4.261

4.392

Belastingen op een milieugrondslag

5.600

4.520

- Afvalstoffenbelasting

188

233

- Energiebelasting

5.116

3.984

- Waterbelasting

293

300

- Brandstoffenheffingen

2

2

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

289

296

Belasting op zware motorrijtuigen

185

202

Verhuurderheffing

1759

1.791

Bankbelasting

447

447

   

Directe belastingen

98.295

97.032

Inkomstenbelasting

4.113

3.516

Loonbelasting

60.105

59.927

Dividendbelasting

6.118

5.153

Kansspelbelasting

558

590

Vennootschapsbelasting

25.773

26.167

- Gassector

600

370

- niet-gassector

25.173

25.797

Schenk- en erfbelasting

1.629

1.679

   

Overige Belastingontvangsten

231

230

waarvan Belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland

154

157

   

Totaal belastingen

193.034

193.783

   

Premies volksverzekeringen

40.231

41.672

Premies werknemersverzekeringen

68.386

70.056

waarvan zorgpremies

42.585

43.163

   

Totaal belasting- en premieontvangsten

301.651

305.511

Tabel 4.7.2 bevat een gedetailleerd overzicht van de raming van de belasting- en premieontvangsten 2019 en 2020 op kasbasis met op de laatste regels de aansluiting naar de totaalraming op EMU-basis.

Tabel 4.7.2. Overzicht van belasting- en premieontvangsten 2019 ‒ 2020 (in miljoenen euro's)
 

Vermoedelijke uitkomsten 2019

Ontwerpbegroting 2020

Indirecte belastingen

93.116

96.074

Invoerrechten

3.375

3.492

Omzetbelasting

57.074

59.997

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

2.310

2.466

Accijnzen

12.076

12.366

- Accijns van lichte olie

4.519

4.605

- Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

3.952

4.024

- Tabaksaccijns

2.488

2.602

- Alcoholaccijns

332

334

- Bieraccijns

436

441

- Wijnaccijns

349

359

Belastingen van rechtsverkeer

5.814

5.995

- Overdrachtsbelasting

3.003

3.091

- Assurantiebelasting

2.811

2.904

Motorrijtuigenbelasting

4.248

4.391

Belastingen op een milieugrondslag

5.542

4.632

- Afvalstoffenbelasting

185

237

- Energiebelasting

5.062

4.093

- Waterbelasting

293

300

- Brandstoffenheffingen

2

2

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

288

296

Belasting op zware motorrijtuigen

182

201

Verhuurderheffing

1759

1.791

Bankbelasting

447

447

   

Directe belastingen

98.339

96.981

Inkomstenbelasting

4.113

3.516

Loonbelasting

60.152

59.880

Dividendbelasting

6.118

5.153

Kansspelbelasting

554

586

Vennootschapsbelasting

25.773

26.167

- Gassector

600

370

- niet-gassector

25.173

25.797

Schenk- en erfbelasting

1.629

1.679

   

Overige Belastingontvangsten

231

230

waarvan Belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland

154

157

   

Totaal belastingen

191.687

193.286

   

Premies volksverzekeringen

40.091

41.720

Premies werknemersverzekeringen (EMU)

68.386

70.056

   

Aansluiting naar EMU-basis

1.487

450

   

Totaal belasting- en premieontvangsten op EMU-basis

301.651

305.511

Noot 4: De belasting en premies volksverzekeringen op EMU-basis zijn voor de meeste ontvangstensoorten gelijk aan de kasontvangsten van februari van dat jaar tot en met januari van het daaropvolgende jaar, de zogenoemde 1-maands- verschoven-kas. Omdat deze belastingen binnen een maand na afloop van de periode waarop de belastingaangifte betrekking heeft moet worden betaald, wordt zo goed mogelijk de opbrengst benaderd die samenhangt met de economische transacties uit het lopende jaar. Voor de schenk- en erfbelasting, de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting en de inkomensheffing geldt dat EMU-basis gelijk is aan kasbasis, omdat voor deze belastingsoorten de 1-maands verschoven ontvangsten op kasbasis geen betere aansluiting vormt met de onderliggende economische transacties van het betreffende belastingjaar. Tot slot wordt voor de btw het werkelijke transactiebegrip als uitgangspunt genomen voor de ontvangsten op EMU-basis. Dat betekent dat een deel van de ontvangsten en teruggaven in de kas van een bepaald jaar worden toegerekend aan het voorgaande jaar.

Noot 5: Dit is een combinatie van het volume van het bbp en de prijsstijging van het bbp.

Noot 6: De loonheffing is een voorheffing van de inkomensheffing, inhoudingsplichtigen dragen voor hun werknemers/uitkeringsgerechtigden maandelijks loonbelasting af op basis van hun inkomen uit arbeid. Op basis van de belastingaangifte na afloop van het jaar wordt bepaald hoeveel belasting een belastingplichtige in totaal verschuldigd is. Bij de inkomensheffing voor belastingplichtigen waarvoor al loonheffing is afgedragen hebben de ontvangsten dan ook betrekking op bijtel- en aftrekposten en heffingskortingen die niet al via de loonheffing zijn verrekend. Bij de zelfstandigen wordt de ontwikkeling van de inkomensheffing daarnaast ook bepaald door de winstontwikkeling.

Noot 7: Maatregelen in box 2 van de inkomstenbelasting hebben ook effect op de dividendbelasting, er wordt immers altijd eerst 15 procent dividendbelasting ingehouden bij winstuitkering. Dat betekent dat grosso modo 60 procent van een maatregel in box 2 aan de dividendbelasting wordt toegerekend.

Noot 8: Met dit in 2016 gepresenteerde pakket beoogt het kabinet een aantal knelpunten in de Wet werk en zekerheid (Wwz) weg te nemen.

Noot 9: Belastingplichtigen, die de dividendbelasting konden verrekenen, dragen na 2020 meer inkomstenbelasting en vpb af.

Noot 10: De belasting en premie volksverzekeringen op EMU-basis zijn voor de meeste ontvangstensoorten gelijk aan de 1-maands verschoven ontvangsten op kasbasis. Dit betekent dat de ontvangsten op EMU-basis voor een bepaald jaar worden bepaald door de kasontvangsten van februari van dat jaar tot en met januari van het daaropvolgende jaar. Op deze wijze wordt zo goed mogelijk de opbrengst benaderd die samenhangt met de economische transacties uit het lopende jaar. Voor de erf- en schenkbelasting, de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting en de inkomensheffing geldt dat EMU-basis gelijk is aan kasbasis, omdat voor deze belastingsoorten de 1-maands verschoven ontvangsten op kasbasis geen betere aansluiting vormt met de onderliggende economische transacties. Tot slot wordt voor de btw vanaf de CBS-revisie nationale rekeningen in 2018 het werkelijke transactiebegrip als uitgangspunt genomen voor de ontvangsten op EMU-basis. Dat betekent dat een deel van de ontvangsten en teruggaven in de kas van een bepaald jaar worden toegerekend aan het voorgaande jaar.

Noot 11: Het effect op het inkomstenkader in enig jaar wordt ook wel het lastenrelevante effect van beleidsmaatregelen in dat jaar genoemd (zie ook bijlage 3)

Noot 12: Het gaat hier om niet-geveilde rechten die ook niet later geveild worden. Een andere opbrengst van een veiling van rechten is juist niet lastenrelevant.

Noot 13: Deze post bevat alle kadercorrecties in het inkomstenkader sinds Startnota. In bijlage 3 (inkomstenkader) worden de kadercorrecties tussen MN2019 en MN2020 verder toegelicht. Daarnaast is in verband met het Klimaatakkoord, Pensioenakkoord en het lastenverlichtingspakket huishoudens het inkomstenkader in de jaren 2020 en 2021 aangepast. Zie bijlage 3 (inkomstenkader) voor een uitgebreidere toelichting.

Noot 14: Zie bijlage 5 voor een nadere toelichting.

Noot 15: De doorwerking is gecorrigeerd voor het feit dat een deel van de expert opinion in oude transactiejaren zich nadien reeds heeft voorgedaan in de kasontvangsten van latere jaren.