Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2020
  • Begrotingsstaat
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

Overzichtstabel bedrijfslevenbeleid en Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid

De tabel bevat een meerjarig overzicht van de middelen die in 2019–2024 beschikbaar zijn binnen de begrotingen van een aantal departementen voor het bedrijvenbeleid en het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid. De indeling van de tabel geeft inzicht in de samenhang tussen de verschillende onderdelen. Voor een groot deel betreft dit het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid, dat uit een generieke pijler en een specifieke pijler bestaat. Het generieke beleid ondersteunt innovatie voor alle bedrijven, binnen en buiten de topsectoren (A1 en A2). Ook de bijdrage van Buitenlandse Zaken (A3) is generiek van aard. De kern van het specifieke beleid is publiek-private samenwerking (PPS, B1 en B2). Door een intensievere samenwerking tussen de excellente Nederlandse publieke kennisinfrastructuur en bedrijven vindt de kennis beter zijn weg in innovatieve producten en draagt het bij aan het realiseren van oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. PPS wordt gestimuleerd met de PPS-toeslag en de MIT. Internationale PPS wordt mogelijk gemaakt door EU-cofinanciering (B2), Innovatie Attachés en technologiemissies. Onderdeel C bevat de instrumenten voor aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt en tot slot bestaat onderdeel D uit verschillende specifieke bijdragen van departementen aan voor hun relevante topsectoren en missies.

In de tabel is aangegeven op welk begrotingsartikel de middelen op de departementale begrotingen staan. Daar zijn de hier getoonde reeksen vaak niet één op één terug te vinden, omdat hier alleen de middelen zijn getoond die samenhangen met het bedrijfslevenbeleid en Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid. De verantwoording over dit budget vindt plaats via de reguliere begrotingscyclus van de desbetreffende departementale begrotingen.

(kasbedragen x € 1 mln)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Departement

Artikel

I Generiek

               
                 

A1. Ondernemerschap en innovatie

181

162

148

150

141

141

 

Financieringsinstrumenten Toekomstfonds

181

162

148

150

141

141

EZK

3

                 

A2. Fiscale maatregelen

1.243

1.287

1.287

1.287

1.287

1.287

 

Aftrek speur- en ontwikkelingswerk (WBSO)

6

6

6

6

6

6

EZK/FIN

2, belastingplan

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO)

1.237

1.281

1.281

1.281

1.281

1.281

EZK/FIN

2, belastingplan

                 

A3. Internationaal

279

268

255

249

247

247

 

Internationaal ondernemen en ontwikkelingssamenwerking

229

218

205

199

197

197

BH/OS

1,2,3

Dutch Good Growth Fund (DGGF)

50

50

50

50

50

50

BH/OS

1

                 

II Specifiek voor topsectoren

               
                 

B1. Kennis en innovatie

611

630

631

630

630

630

 
NWO-PPS1

100

100

100

100

100

100

OCW

16

NWO2

175

175

175

175

175

175

OCW

16

NWO-TTW

24

24

25

24

24

24

EZK

2

KNAW

14

14

14

14

14

14

OCW

16

Toegepast onderzoek (TO2)

254

273

273

273

273

273

   

– TNO, Marin, NLR, Deltares

171

182

182

182

182

182

EZK

2,4

– Wageningen Research

83

91

91

91

91

91

LNV

11

Profilering kennisinfrastructuur3

44

44

44

44

44

44

OCW

16

                 

B2. Innovatie en PPS

310

283

291

290

288

289

   

PPS-toeslag

147

165

172

175

175

175

EZK

2

MKB Innovatiestimuleringsregeling Topsectoren

30

39

40

39

40

41

EZK

2

Cofinanciering EU-innovatieprogramma's en overige4

66

62

62

61

60

60

EZK

2

Economische Ontwikkeling en Technologie

5

8

10

10

10

10

EZK

2

Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek

62

9

7

5

3

3

EZK

3

                 

C. Onderwijs en arbeidsmarkt

42

38

33

28

25

25

 
Regionaal investeringsfonds MBO5

42

38

33

28

25

25

OCW

4

                 

D. Specifieke bijdragen departementen

291

276

223

230

225

222

 

Life Sciences & Health/zorg

63

62

61

61

60

59

VWS

1, 2, 4, kader Zorg

Energie-innovatie (excl. ECN)

162

155

116

123

119

116

EZK

4

Energietransitie gebouwde omgeving

 

21

21

21

21

21

BZK

4

Logistiek6

21

16

       

IenW

divers H-XII, IF en DF

Water

23

         

IenW

divers H-XII, IF en DF

Creatief7

12

12

15

15

15

15

OCW

14

Defensie

10

10

10

10

10

11

DEF

6

                 

Totaal

2.957

2.944

2.868

2.864

2.843

2.841

Noot 1: OCW draagt via NWO € 100 miljoen bij aan de topsectoren in het kader van publiek-private samenwerking; dit is gezamenlijke programmering waarbij wetenschappers en bedrijven samen onderzoeksprojecten opzetten en financieren.

Noot 2: OCW investeert via NWO € 175 miljoen in vrij onderzoek en talent en publiek-privaat geprogrammeerd onderzoek waarvoor geen private cofinanciering nodig is. Dit zijn middelen uit andere programma’s die ex-post bijdragen aan de topsectoren.

Noot 3: Deze middelen zijn onderdeel van de ex-post € 175 miljoen die OCW via NWO bijdraagt aan topsectoren.

Noot 4: Overige betreft Holst en Werkbudgetten topsectoren.

Noot 5: Een deel van het geld van het regionaal investeringsfonds gaat ook naar publiek-private samenwerkingsverbanden buiten de topsectoren.

Noot 6: Voorbehoud voor de bijdrage vanuit IenW is dat deze alleen vrijkomt voor de door IenW goedgekeurde concrete projectvoorstellen vanuit de sector.

Noot 7: De reeksen Creatief liggen vast in de BIS (2017–2020).