Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2020
  • Begrotingsstaat
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei38

Algemene doelstelling

Met het bedrijvenbeleid zorgt EZK er voor dat bedrijven kunnen floreren en hun bijdrage kunnen leveren aan de brede welvaart van onze samenleving. De maatschappelijke bijdrage van bedrijven bestaat uit het bieden van: werk, inkomen, economische vooruitgang, innovatieve toepassingen die de kwaliteit van ons leven vergroten, ontplooiingsmogelijkheden voor burgers en een hoge kwaliteit van de leefomgeving. Door innovatie en ondernemerschap te bevorderen draagt het bedrijvenbeleid bij aan onze welvaartsgroei door economische vooruitgang op een evenwichtige wijze te combineren met een hoge kwaliteit van onze leefsituatie zodat Nederland internationaal aantrekkelijk blijft om in te wonen, te werken en te leven.

Bedrijven zijn sleutelspelers in onze samenleving. Door ruimte te geven aan ondernemende geesten ontstaan kansen voor bestaande en nieuwe bedrijven. Goed functionerende bedrijven bieden ook een maatschappelijk verband waar werknemers zich gewaardeerd en betrokken voelen, zichzelf kunnen ontplooien en waar ze naar vermogen kunnen bijdragen aan de maatschappelijke vooruitgang. Bedrijven hebben ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid om de nadelige gevolgen te beperken die economische activiteiten met zich mee kunnen brengen voor de kwaliteit van onze leefomgeving en samenleving. Zo dragen bedrijven ook bij aan onderzoek en scholing, maatschappelijk verantwoorde producten, eerlijke prijzen, goede lonen en pensioenvoorzieningen, en aan een hoogwaardige leefomgeving door met nieuwe producten, diensten en technologieën bij te dragen aan de grote maatschappelijke vraagstukken van deze tijd, zoals de energietransitie en verduurzaming van de industrie en de digitalisering.

Het speelveld strekt zich daarbij uit buiten de grenzen van de «bedrijfspoort». Samenwerking en maatschappelijke betrokkenheid is cruciaal voor onze welvaartsgroei. Samenwerking tussen grote internationaal opererende ondernemingen en het midden- en kleinbedrijf is essentieel voor het ondernemerssucces. Ook internationale samenwerking is onmisbaar voor een open economie als de onze. Strategische samenwerking tussen bedrijven, (hoge) scholen en wetenschap is belangrijk omdat de wetenschap en de (hoge) scholen fundamentele ideeën en ontwikkelcapaciteit bieden, en het bedrijfsleven de mogelijkheden ziet waar nieuwe technologieën kunnen worden toegepast in nieuwe producten, diensten of productieprocessen.

Nederland behoort tot de mondiale top van de meest dynamische en concurrerende kenniseconomieën in de wereld en is ook één van de landen met de hoogste arbeidsproductiviteit ter wereld. Het kabinet zet er met het bedrijvenbeleid op in deze toppositie te behouden en verder te versterken en onze welvaart duurzaam veilig te stellen voor de toekomstige generaties in een wereld die sterk in beweging is. Dat doen we met een offensieve innovatie- en ondernemersstrategie die niet alleen bijdraagt aan onze materiële welvaart maar ook aan bijvoorbeeld klimaat, duurzaamheid, veiligheid, gezondheid, voedselkwaliteit, en een uitdagende werkomgeving.

Om deze toppositie(s) te handhaven en te versterken zet het kabinet in op het realiseren van de volgende twee strategische doelen:

  • 1.  Het realiseren van innovaties die bijdragen aan de maatschappelijke vooruitgang, onder meer met het missiegedreven innovatiebeleid, de topsectorenaanpak en publiek-private onderzoekssamenwerking.
  • 2.  Een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het waarborgen van goede randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie.

1) Het realiseren van duurzame innovaties die bijdragen aan de maatschappelijke vooruitgang met het missiegedreven innovatiebeleid, de topsectorenaanpak en publiek-private onderzoekssamenwerking.

Innovatie is één van de belangrijkste bronnen voor economische groei, welvaart en vooruitgang op tal van maatschappelijke terreinen. Succesvolle innovaties creëren niet alleen toegevoegde waarde, maar bieden ook (deel)oplossingen voor de maatschappelijke vraagstukken, onder meer op de terreinen «Energietransitie en Duurzaamheid», «Landbouw, Water en Voedsel», «Gezondheid en Zorg» en Veiligheid. Om bedrijven aan te zetten tot innovatie, stimuleert en financiert de overheid onderzoek en ontwikkeling (R&D) bij publieke kennisinstellingen en bedrijven. Het kabinet houdt vast aan de in Europees verband vastgelegde Nederlandse ambitie om een R&D-intensiteit van 2,5% van het BBP te realiseren (Kamerstuk 33 009, nr. 63). Investeren in R&D is echter geen doel in zichzelf, maar vormt één van de fundamenten voor het innovatief vermogen van een land, naast een goed ondernemingsklimaat, een goede kennisinfrastructuur, kennissamenwerking, een goed werkende financieringsmarkt (zie verder artikel 3 van deze begroting) en het beschikbaar zijn van bekwaam personeel.

In de kamerbrief met betrekking tot het Lentepakket Europees Semester 2019 heeft het kabinet gereageerd op de landenspecifieke aanbevelingen 2019 van de Europese Commissie. De Europese Commissie stelt in de budgettaire aanbeveling voor om met budgettair en structureel beleid de publieke en private investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie te verhogen. Het kabinet onderschrijft het belang van publieke en private investeringen in onderzoek en innovatie voor toekomstige economische groei, de aanpak van maatschappelijke uitdagingen en het bewerkstelligen van wetenschappelijke doorbraken. Het kabinet wil daarom zicht houden op de doelstelling voor R&D-investeringen in Nederland van 2,5% bbp en heeft daarom reeds beleid ingezet in lijn met deze voorgestelde aanbeveling. Het kabinet investeert vanaf 2020 structureel € 400 mln extra in fundamenteel en toegepast onderzoek, plus een incidentele investering in de onderzoeksinfrastructuur. Ook bevat het Regeerakkoord een aantal meer structuur-georiënteerde beleidsveranderingen, onder andere door de sterkere focus van de topsectoren op de economische kansen van maatschappelijke thema’s en sleuteltechnologieën, en de voortzetting van het Techniekpact.

Eén van de prioritaire missies van het kabinet betreft het klimaat en de verduurzaming van de industrie. Met de klimaatambities van het kabinet zal innovatie zich ook nadrukkelijk gaan richten op het realiseren van een CO2-arme en innovatieve industrie in 2050. De nationale doelstelling in het Regeerakkoord van 49% CO2-emissiereductie ten opzichte van 1990, vertaalt zich voor de industrie (inclusief de afvalverwerkende industrie) in additioneel 14,3 Mton reductie in 2030 (59% reductie ten opzichte van 1990). In het voorstel voor een Klimaatakkoord wordt deze transitie nader uitgewerkt (Kamerstuk 32 813, nr. H). De bijdrage die EZK levert aan de circulaire maakindustrie in het kader van het interdepartementale programma Circulaire Economie draagt hier mede aan bij.

De publiek-private samenwerking in de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI) hebben er de afgelopen jaren toe geleid dat met publieke kennisinvesteringen additionele private kennisinvesteringen en cofinanciering zijn gerealiseerd. Door deze PPS-werkwijze zijn de beschikbare publieke en private investeringen voor onderzoek en ontwikkeling toegenomen. Met de nieuwe topsectorenaanpak van het missiegedreven innovatiebeleid geeft het kabinet aan die hefboom een nieuwe impuls. In de brief van 26 april 2019 (Kamerstuk 33 009, nr. 70) heeft het kabinet de aanpak van het «Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid» toegelicht. Daarin staan de economische kansen van maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën centraal. De kabinetsmissies op de terreinen energietransitie & duurzaamheid, landbouw, water, voedsel, veiligheid, gezondheid en zorg zijn daarbij leidend. Daarnaast worden voor de sleuteltechnologieën meerjarige R&D-programma’s opgesteld. Topsectoren stellen daarvoor kennis- en innovatieagenda’s 2020–2023 op die eind 2019 door het kabinet worden omgezet in Kennis- en Innovatiecontracten. Bij die kennisagenda’s staan niet langer sectoren centraal, maar de maatschappelijke thema’s en sleuteltechnologieën.

2) Een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het creëren van excellente randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie.

EZK stimuleert langs verschillende wegen een goed functionerend bedrijfsleven dat bestaat uit zowel grootbedrijf als MKB, uiteenlopend van kennisintensieve en multinationaal opererende ondernemers, maar ook startende bedrijven en éénpitters. EZK helpt bij de vernieuwing met wetten en regels, zoals het beschermen van intellectueel eigendom, en het merkenrecht. Door oog te hebben voor veranderende machtsverhoudingen die vragen om een visie en regelgeving ten aanzien van het borgen van economische veiligheid en het delen van gegevens voor consumenten en bedrijven onderling. EZK steunt opschaling en uitrol van nieuwe technologieën door standaardisatie en voorwaarden vast te leggen. Verder zorgt EZK ervoor dat iedereen de economische en maatschappelijke kansen kan pakken die de digitalisering van de economie biedt (zie verder artikel 1 van deze begroting). EZK creëert ook de condities voor een gezond en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven. Dat is een bedrijfsleven dat in staat is om winstgevend te zijn en zich voortdurend vernieuwt, dat werkt aan maatschappelijke acceptatie bijvoorbeeld door de «corporate governance code» over de manier waarop ondernemingen moeten worden geleid.

Daarbij vraagt deze tijd om groter te denken: de uitdagingen vragen vaak om oplossingen op een schaal waarbij tenminste Europees moet worden gedacht. De bescherming van burgers en het bedrijfsleven bij datadeling is zo’n voorbeeld. Ook economische veiligheid, het voorkomen van ongewenste afhankelijkheid en het vrijwaren van spionage en sabotage, is zo’n thema, die nationaal en Europees moet worden aangepakt. Voor de economische kansen geldt dat net zo goed: met de grootte van de uitdagingen, de Europese interne markt, en de opkomst van mondiaal opererende bedrijven in digitale markten, geldt eens te meer dat Nederlandse ondernemers en bedrijven hun vleugels uit moeten slaan en zich moeten willen en kunnen richten op grotere markten dan Nederland alleen. Op al deze terreinen zet het bedrijvenbeleid in op een Europese aanpak.

In het MKB-actieplan (Kamerstuk 32 637, nr. 316) heeft het kabinet voor het MKB een samenhangende beleidsaanpak gepresenteerd op de terreinen van menselijk kapitaal, financiering, innovatie, internationaal ondernemen, regelgeving, fiscaliteit, economische samenwerking tussen Rijk en regio en digitalisering in het MKB. Het doel daarvan is om de aanpassing van de verschillende soorten MKB-bedrijven aan de nieuwe marktcondities te versnellen en te ondersteunen.

In aansluitende tabel staan de voornaamste kengetallen voor dit beleidsthema. EZK streeft naar een koppositie voor Nederland op de gepresenteerde ranglijsten, zoals de Global Competitiveness Index en het European Innovation Scorebord. De doelstelling voor R&D-investeringen in Nederland is 2,5% bbp. In de Nationale Digitaliseringsstrategie (Kamerstuk 26 643, nr. 541) streeft het kabinet er naar om digitale koploper van Europa te worden. Nederland moet zich ontwikkelen als proeftuin op het gebied van digitale innovatie (zie artikel 1 van deze begroting).

Kengetallen

2014

2015

2016

2017

2018

Bron

1. Arbeidsproductiviteitsniveau (positie NL)

6

5

7

6

7

Conference Board

2. Global Competitiveness Index (positie NL)

8

5

4

5

6

World Economic Forum

3. European Innovation Scoreboard (positie NL)

51

5

4

4

4

Europese Commissie

4. R&D intensiteit (in % van bbp)

1,98

1,98

2,00

1,99

n.n.b.

CBS

5. Omvang pps-projecten (in mln €)

814

970

1.060

1.207

1.2602

RVO.nl/ TKI’s

6. Uitstoot broeikasgassen industrie (CO2 equivalenten)

55,8

56,4

56,7

57,7

57,2

Emissieregistratie

7. Kwaliteit ondernemersklimaat (positie NL)

3

Global Entrepreneurship Monitor (GEM),

National Entrepreneurship Context Index

(NECI)

Noot 1: Positie in Innovation Union Scoreboard als voorganger van European Innovation Scoreboard.

Noot 2: Voorlopige realisatie 2018.

Rol en verantwoordelijkheid

Onderstaande tabel geeft een samenvattend overzicht van de rollen en verantwoordelijken die de Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft in het Bedrijvenbeleid. In de tekst onder de tabel wordt verder toegelicht wat deze rollen en verantwoordelijkheden behelzen en op welke van de twee hierboven onderscheiden strategische doelen ze betrekking hebben.

 

Stimuleren

Financieren

Regisseren

(Doen) uitvoeren

Stimuleren van (duurzame) innovatie

 

Goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door goede randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie

 

Het realiseren van duurzame innovaties die bijdragen aan maatschappelijke vooruitgang met onder meer het missiegedreven innovatiebeleid, de topsectorenaanpak en en publiek-private onderzoekssamenwerking.

Stimuleren

De Minister stimuleert innovaties die bijdragen aan maatschappelijke vooruitgang door private investeringen in R&D onder meer te bevorderen via de WBSO en het inrichten van een effectief en efficiënt werkend stelsel van intellectueel eigendom. Voor het stimuleren van private deelname aan publiek-private onderzoeksinitiatieven wordt onder meer de pps-toeslag ingezet vanuit de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s).

Financieren/regisseren

De Minister van EZK en de bewindspersonen van OCW coördineren en borgen de publieke kennisinfrastructuur voor toegepast, praktijkgericht en fundamenteel onderzoek. De Minister financiert en regisseert het ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private samenwerking door onder meer:

  • –  de TO2-instituten TNO (inclusief ECN per 1 april 2018), Deltares, Marin en NLR te financieren39.
  • –  gezamenlijke regie met OCW op de publiek-private samenwerking via NWO, waarbij EZK specifiek NWO-TTW subsidieert.
  • –  cofinanciering van de EFRO-programma’s (Europees Fonds Regionale Ontwikkeling (EFRO); voor de EFRO-programma’s binnen Nederland draagt de Minister systeemverantwoordelijkheid;
  • –  het bevorderen van innovatiegericht inkopen door overheden;

Een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het creëren van excellente randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie

Stimuleren

De Minister stimuleert een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door onder meer:

  • –  het aanbieden van een pakket van fiscale ondernemersstimulering gericht op zelfstandig ondernemerschap, bedrijfsoverdrachten en bedrijfsinvesteringen; daarnaast biedt het bedrijvenbeleid een samenhangend aanbod van financieringsinstrumenten om gewenste investeringen in bedrijven en projecten mogelijk te maken die onvoldoende financiering in de markt kunnen aantrekken (zie verder in artikel 3 van deze begroting);
  • –  het versnellen van de toepassing van digitalisering door het MKB via de programma’s «versnelling digitalisering MKB», «smart industry», de «retailagenda» en het identificeren en helpen opschalen van (regionale of sectorale) best practices op het gebied van digitalisering;

Regisseren

De Minister regisseert en coördineert de condities voor een gezond en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door onder meer:

  • –  samenwerking met de relevante regionale netwerken en partners.
  • –  informeren en ondersteunen van ondernemers (van het starten van een bedrijf tot het vinden van een opvolger) via de Kamer van Koophandel (KvK).
  • –  MKB-ondernemers beter bij wet- en regelgeving betrekken via MKB-toets en het toegankelijker maken van aanbestedingen voor het MKB;
  • –  het regisseren en uitvoeren van het Programma «Merkbaar betere regelgeving en dienstverlening 2018–2021».
  • –  eerlijk en verantwoord handelsverkeer te bevorderen via afspraken, gedragscodes of regelgeving (corporate governance, franchise, betaalme.nu);
  • –  in samenwerking met bedrijfsleven, maatschappelijke middenveld, de vakbeweging, het Ministerie van Buitenlandse Zaken en andere ministeries door middel van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) convenanten in te zetten op het identificeren, voorkomen en verminderen van IMVO-risico’s in de waarde-ketens van het Nederlands bedrijfsleven.

(Doen) uitvoeren

De Minister biedt overheids- en informatiediensten aan ter ondersteuning van ondernemers op regionaal, nationaal en internationaal niveau door onder meer toegang tot overheidsdiensten (financieel en/of door middel van kennis) via:

  • (a)  de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
  • (b)  het aansturen van het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) met als oogmerk het aantrekken van buitenlandse investeerders naar Nederland, samen met de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking; en
  • (c)  het Innovatie Attaché Netwerk ter ondersteuning van topsectoren, ondernemers en kennisinstellingen uit binnen- en buitenland bij hun internationale R&D en innovatie-ambities;

Om – aanvullend op de begroting – de Kamer te informeren over voortgang en effecten van beleid treft u op de website https://www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl informatie aan over de indicatoren en kengetallen. Deze website is te zien als een digitale bijlage van de EZK-begroting. Deze website geeft tevens een volledig overzicht van de uitkomsten van alle op dit artikel uitgevoerde evaluaties.

Beleidswijzigingen

Economische ontwikkeling en technologie

Vanwege de geopolitieke ontwikkelingen is technologische onafhankelijkheid essentieel voor het behoud van de positie van Europa en onze manier van leven in Nederland. De veranderende geopolitieke omstandigheden vragen om keuzes in het innovatiebeleid om sterke, internationaal onderscheidende posities in het bedrijfsleven en de kennisinfrastructuur te creëren. Het kabinet streeft naar een verhoging van de structurele economische groei, het oplossen van maatschappelijke uitdagingen en het versterken van onze concurrentiekracht. De investeringen in R&D in Nederland zijn laag in vergelijking met andere landen binnen de OESO, zowel publiek als privaat. Uit recent onderzoek blijkt bovendien dat Nederland relatief beperkt publieke middelen inzet op «up front» investeringen in sleuteltechnologieën40. Het kabinet gaat daarom extra investeren in sleuteltechnologieën, oplopend tot € 10 mln per jaar, zodat Nederland haar positie, in Europa en daarbuiten, kan versterken die bijdraagt aan ons verdienvermogen op de lange termijn.

Samen met onderzoeksinstellingen en bedrijven zal het kabinet, als onderdeel van het missiegedreven innovatiebeleid, de komende jaren investeren in concrete, kansrijke meerjarige programma’s rond sleuteltechnologieën zoals kwantum en kunstmatige intelligentie.

Verduurzaming industrie

Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord aangeboden aan de Tweede Kamer met daarin een pakket aan maatregelen voor de industrie. De opgave voor de industrie is 14,3 Mton CO2-reductie in 2030 additioneel aan het basispad.

In het kader van de Integrale Kennis- en Innovatieagenda Klimaatakkoord zijn er drie grote missiegedreven programma’s uitgewerkt voor innovatie en uitrol van nieuwe technologieën. Deze programma’s worden in 2020 geïmplementeerd waarbij er stevig gestuurd wordt op kostenreductie. Het gaat dan om:

  • –  het sluiten van industriële kringlopen, waaronder circulaire en biobased grondstoffen en producten, en CO2 afvang, opslag en gebruik (CCS en CCU); dit sluit aan bij het interdepartementale programma Circulaire Economie 2019–2023 waarbij EZK bijdraagt aan de circulaire maakindustrie;
  • –  een CO2-vrij industrieel warmtesysteem waarin veel technologieën zijn opgenomen om op korte termijn slimmer met opwekken en hergebruik van warmte om te gaan;
  • –  Elektrificatie en radicaal vernieuwde processen, wat zich met name richt op waterstof.

Vanuit de Klimaatenvelop wordt in 2020 € 60 mln beschikbaar gesteld voor innovatie, pilot en demoprojecten in de industrie, oplopend naar € 100 mln in 2030. Een deel van deze middelen wordt ingezet via de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Urgendamaatregelen

Met het Urgendavonnis is het Nederlandse kabinet gesommeerd meer CO2 reductie te realiseren om het vastgestelde doel (25% tov 1990) te kunnen behalen. Hiertoe is een lijst met te nemen maatregelen opgesteld die effect zullen hebben in 2020, haalbaar en kosteneffectief zijn, niet in strijd zijn met het Klimaatakkoord en passen in het budget van € 500 mln. Voor de Industrie geldt dat er een viertal maatregelen zal worden uitgevoerd om CO2 reductie in 2020 te realiseren, ten laste van artikel 2 van de EZK begroting. Het gaat hierbij om projecten gericht op (rest)warmte en CO2 afvang en subsidies waarmee concrete CO2-reductiemaatregelen in de industrie worden gestimuleerd.

Startup en scale-up agenda

Een sterk klimaat voor startups en scale-ups is cruciaal voor de aanwas en doorgroei van technologiebedrijven. Het kabinet heeft daarom de ambitie dat het Nederlandse startup en scale-up ecosysteem zich ontwikkelt tot één van de sterkste ecosystemen ter wereld. Om deze ambities waar te maken wordt een stevige impuls gegeven aan technologie gedreven ondernemerschap in Nederland. StartupDelta wordt voor vier jaar voortgezet onder de nieuwe naam TechLeap.NL. Ook blijft Constantijn van Oranje zich als «special envoy» inzetten voor het versterken van het klimaat voor startups en scale-ups. In de nieuwe fase ligt de focus op het bevorderen van doorgroei: van startups naar scale-ups en van scale-ups naar bedrijven met een grote maatschappelijke en economische impact. Om dat te bereiken zal het nieuwe programma van TechLeap.NL bestaan uit een expertisecentrum voor het ecosysteem en een groeiprogramma om de groei van potentiële scale-ups te bevorderen.

Voor de uitvoering van de startup en scale-up agenda wordt t/m medio 2023 een bedrag van € 65 mln beschikbaar gesteld binnen de EZK-begroting. Hiervan is € 35 mln voor het nieuwe programma van TechLeap.NL; € 15 mln voor initiatieven vanuit het ecosysteem, en € 15 mln voor flankerend beleid van EZK, zoals bijvoorbeeld het Netherlands Point of Entry en de RVO Fastlane.

Oprichting van Invest-NL

Het kabinet gaat met de oprichting van Invest-NL investeringen bij ondernemingen stimuleren op het gebied van grote transitie-opgaven en de doorgroei van ondernemingen. Invest-NL krijgt een projectontwikkelingstak met een jaarlijkse subsidie van € 10 mln vanuit de staat, en daarnaast de mogelijkheid om zelf te investeren uit het investeringskapitaal dat in eerste instantie een omvang zal hebben van € 1,7 mld. Voor alle activiteiten van Invest-NL geldt dat aanvullend aan de markt wordt gewerkt; er moet sprake zijn van marktfalen. Investeringen moeten plaatsvinden op bedrijfseconomische principes en een positieve rendementsverwachting, daarnaast toetst het op maatschappelijke doelstellingen en criteria. De instelling krijgt een private rechtsvorm, als deelneming van het Rijk met een wettelijke basis. De uitoefening van het aandeelhouderschap van de Staat in Invest-NL wordt belegd bij het Ministerie van Financiën. De Minister van EZK is beleidsmatig verantwoordelijk voor onder andere een aanvullende overeenkomst met de relevante investeringsdomeinen. Zie Kamerstuk 28 165, nr. 281 en Kamerstuk 28 165, nr. 285.

Global Stars

Sinds 2017 stelt EZK jaarlijks € 1 mln euro beschikbaar voor ondernemingen die via Eureka internationale innovatie projecten willen samenwerken met partners uit «derde» landen, d.w.z. landen waar geen andere Europese of Eureka innovatie instrumentarium beschikbaar is. Achtergrond was het ontbreken van financieringsmogelijkheden voor innovatieve samenwerkingsprojecten met deze landen in de pré-markt fase. Naar aanleiding van drie succesvolle Global Stars calls (India, Taiwan, Brazilië) is besloten tot een beleidsintensivering van € 1 mln per jaar, zodat het succes van de Global Stars regeling voor de bilaterale innovatiesamenwerking verder kan worden verzilverd.

Vanaf 2021 is door deze intensivering een structureel budget van in totaal € 2 mln beschikbaar via de Global Stars regeling voor innovatieprojecten in niet-Europese prioriteitslanden van Nederland voor innovatiesamenwerking buiten EUREKA, zoals Brazilië, China, India, Japan, Rusland, Singapore, Taiwan en VS.

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

VERPLICHTINGEN

1.555.400

2.257.404

2.191.632

2.290.012

2.180.993

2.198.338

2.195.980

Waarvan garantieverplichtingen (indien van toepassing)

714.964

1.300.000

1.250.000

1.250.000

1.250.000

1.250.000

1.250.000

Waarvan overige verplichtingen (indien van toepassing)

840.436

957.404

941.632

1.040.012

930.993

948.338

945.980

               

UITGAVEN

875.703

1.009.160

1.075.493

1.026.507

1.024.090

1.036.761

1.026.736

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

83%

       
               

Garanties

22.768

57.080

57.211

57.584

57.385

62.019

62.769

BMKB

22.176

36.563

36.744

37.367

37.468

42.052

42.052

Groeifaciliteit

483

8.772

8.722

8.472

8.172

8.222

8.972

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

109

11.745

11.745

11.745

11.745

11.745

11.745

Garanties MKB Financiering

             
               

Subsidies

91.402

167.958

205.511

181.478

183.808

193.705

184.600

Lucht- en Ruimtevaart

107

           

MKB-Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)

14.036

29.528

39.131

40.209

39.209

39.814

40.709

Eurostars

15.432

17.293

18.132

18.132

18.132

18.132

18.132

Bevorderen Ondernemerschap

12.058

20.035

21.390

14.612

8.497

11.447

11.447

Groene Groei en Biobased Economy

131

647

         

Cofinanciering EFRO, inclusief INTERREG

31.016

27.269

23.361

24.090

23.535

23.177

23.177

Bijdrage aan ROM's

4.956

5.661

5.661

5.661

5.661

5.661

5.661

Verduurzaming industrie

8.216

38.535

61.400

60.000

70.000

85.000

85.000

Startup-beleid

 

4.000

14.400

18.300

18.300

10.000

 

Urgendamaatregelen industrie

 

22.500

21.000

       

Overige subsidies

5.450

2.490

1.036

474

474

474

474

               

Opdrachten

17.708

17.909

10.561

10.783

9.713

8.758

8.213

Onderzoek en opdrachten

4.245

4.009

4.134

3.791

4.156

3.806

4.156

Caribisch Nederland

2.725

1.189

1.056

1.056

1.056

1.056

1.056

ICT beleid

7.488

5.012

         

Regeldruk

901

2.069

2.206

2.271

2.336

2.336

2.336

Regiekosten regionale functie

261

636

665

665

665

665

665

Invest-NL in opbouw

1.009

543

         

Cybersecurity

 

2.947

         

Small Business Innovation Research

1.079

1.504

2.500

3.000

1.500

895

 
               

Bijdragen aan agentschappen

97.132

111.291

93.235

91.855

90.888

90.444

90.444

Bijdrage RVO.nl

89.754

93.656

82.448

81.068

80.101

80.026

80.026

Bijdrage Agentschap Telecom

1.880

558

516

516

516

147

147

Bijdrage Logius

706

910

         

Invest-NL in opbouw

4.792

16.167

10.271

10.271

10.271

10.271

10.271

               

Bijdragen aan ZBO's/RWT’s

314.877

317.493

316.624

315.410

310.496

310.396

310.396

Bijdrage aan TNO

160.517

169.243

170.860

170.349

165.949

165.949

165.949

Kamer van Koophandel

128.721

124.159

121.757

120.305

120.305

120.205

120.205

Bijdrage aan NWO-TTW

25.639

24.091

24.007

24.756

24.242

24.242

24.242

               

Bijdragen aan medeoverheden

   

6.800

       

Sterke Regio's en Nota Ruimte

   

6.800

       
               

Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties

303.396

337.429

385.551

369.397

371.800

371.439

370.314

Internationaal Innoveren

40.990

44.210

40.851

41.036

40.686

39.857

39.857

PPS-toeslag (voorheen TKI-toeslag)

123.069

147.297

165.059

172.137

175.199

175.199

175.199

TO2 (Deltares, MARIN en NLR)

42.181

49.447

50.121

50.121

50.121

50.121

50.121

Topsectoren overig

13.393

6.277

10.834

11.559

11.161

11.261

10.136

Ruimtevaart (ESA)

70.480

70.546

96.430

69.893

69.893

70.261

70.261

Bijdrage NBTC

8.860

9.036

9.036

9.036

9.036

9.036

9.036

Bijdragen organisaties

4.423

5.616

5.720

5.615

5.704

5.704

5.704

Economische ontwikkeling en technologie

 

5.000

7.500

10.000

10.000

10.000

10.000

               

Stortingen begrotingsreserve

28.422

           

Storting reserve BMKB

21.676

           

Storting reserve Groeifaciliteit

4.466

           

Storting reserve GO

2.060

           

Storting reserve Garanties MKB Financiering

220

           
               

ONTVANGSTEN

119.979

124.490

129.867

111.863

105.672

107.145

106.249

BMKB

35.017

33.000

33.000

33.000

33.000

33.000

33.000

Groeifaciliteit

4.099

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

Garantie Ondernemings-financiering (GO)

7.764

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

MKB Financiering

220

           

Luchtvaartkrediet-regeling

7.052

9.906

6.116

5.912

4.012

4.409

3.513

Rijksoctrooiwet

40.839

40.312

36.012

36.012

33.012

33.012

33.012

Eurostars

586

5.094

5.094

5.094

4.000

4.000

4.000

F-35

2.289

5.000

7.000

8.000

9.000

10.576

10.576

Diverse ontvangsten

22.114

10.178

21.645

2.845

1.648

1.148

1.148

Budgetflexibiliteit

Garanties: Het budget voor de verschillende garanties is voor 100% juridisch verplicht. Het budget is nodig om de verwachte schades te kunnen betalen op garanties die eerder zijn aangegaan.

Subsidies: Van het beschikbare budget is 42% juridisch verplicht. Het betreft onder andere de uitfinanciering van tot en met 2019 aangegane verplichtingen voor Eurostars, MKB innovatiestimulering Topsectoren, EFRO-cofinanciering, Bevorderen Ondernemerschap, Verduurzaming industrie en Techleap.nl. Daarnaast is 8% van het budget bestuurlijk gebonden. Dit betreft € 5,7 mln voor de subsidiëring van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen en € 9,9 mln van het budget van de regeling MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT) die in 2020 via het Provinciefonds aan de provincies wordt overgeheveld voor de decentrale uitvoering van de MIT.

Opdrachten: Van het opdrachtenbudget is 33% juridisch verplicht. Het betreft de uitfinanciering van in voorgaande jaren aangegane verplichtingen voor onder andere beleidsondersteunend onderzoek, SBIR en Regeldruk.

Bijdragen aan agentschappen: Het budget betreft de financiering van het opdrachtenpakket 2020 aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Agentschap Telecom en projectontwikkeling van Invest-NL in opbouw en is voor 100% juridisch verplicht.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s: Het budget betreft de uitfinanciering van de verplichting 2020 aan TNO, de Kamer van Koophandel en NWO-TTW. Het budget is 100% juridisch verplicht.

Bijdragen aan medeoverheden: Dit budget is voor 100% juridisch verplicht.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties: Van dit bedrag is 86% juridisch verplicht. Dit betreft vooral de bijdragen aan de TO2-instituten, de regeling Internationaal Innoveren, Ruimtevaart, de uitfinanciering van verschillende innovatieprogramma’s en oud FES-projecten, en een groot deel van het budget voor de PPS-toeslag. Van het budget is 1% bestuurlijk gebonden. Dit betreft de bijdrage aan de World Tourism Organization (UNWTO), het eengemaakt octrooigerecht, de World Intellectual Property Organization (WIPO) en de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie (AWTI).

Toelichting op de instrumenten

De financiële beleidsinstrumenten van het Bedrijvenbeleid richten zich op het realiseren van de geformuleerde strategische doelen. Bij de toelichting op de instrumenten worden de interventies daarom samenhangend per strategisch beleidsdoel beschreven. Voor elk van de strategische doelen wordt vervolgens, overeenkomstig de voorschriften, de indeling van de begrotingstabel naar aard van de financiële beleidsinterventie gehanteerd. Op die manier wordt zowel de inhoudelijke samenhang van verschillende instrumenten, alsook de aard van de financiële interventie zichtbaar gemaakt. Voor elk van de instrumenten worden kengetallen gepresenteerd. Een meer uitgebreide rapportage van kengetallen en indicatoren is te vinden in de Monitor bedrijvenbeleid. Voor elk instrument is een verwijzing opgenomen naar de relevante website.

Strategisch doel 1 Het realiseren van duurzame innovaties die bijdragen aan de maatschappelijke vooruitgang met Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid en publiek-private onderzoekssamenwerking

Tabel kengetallen behorend bij strategisch doel 1

Kengetallen

2014

2015

2016

2017

2018

Bron

MIT

         

RVO.nl

Aantal bedrijven dat deelneemt aan MIT

662

1.206

1.287

1.434

1.4071
 

Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met MIT (x € 1 mln)

61

86

83

96

102

 

Eurostars

         

RVO.nl

Aantal Nederlandse deelnemers aan Eurostars

20

69

75

72

72

 

waarvan bedrijven

13

50

52

49

55

 

waarvan hightech MKB (%)

100%

96%

90%

98%

93%

 

Door Eurostars ondersteunde private R&D-uitgaven van Nederlandse deelnemers (x € 1 mln)

7

32

28

30

36

 

Horizon2020

         

RVO.nl/EC

Aantal Nederlandse deelnemers aan H2020

449

712

984

1.388

1.576

 

waarvan bedrijven

298

500

713

1.003

1.148

 

Omvang H2020-middelen voor Nederlandse deelnemers (retour in mln euro)

€ 538

1.016

1.644

2.272

3.026

 

waarvan bedrijven (%)

31%

28%

25%

27%

26%

 

Retourpercentage voor Nederland (%)

8,1%

7,7%

7,5%

7,6%

7,6%

 

WBSO

         

RVO.nl

Aantal bedrijven dat gebruik maakt van WBSO

22.974

22.980

22.330

21.265

20.279

 

Door WBSO ondersteunde private R&D-uitgaven (S&O-loon, x € 1 mln)

3.997

3.868

3.930

4.008

4.042

 

TO2

           

Klanttevredenheid Deltares

7,9

8,7

8,6

8,2

8,7

Deltares

Klanttevredenheid Marin

9,0

8,8

8,9

8,6

8,8

Marin

Klanttevredenheid NLR

8,7

8,8

8,7

8,7

8,7

NLR

Klanttevredenheid TNO

8,3

8,4

8,6

8,6

8,8

TNO

Kennisbenutting Deltares

 

96%

97%

93%

95%

Deltares

Kennisbenutting Marin

 

97%

100%

100%

100%

Marin

Kennisbenutting NLR

 

99%

99,5%

99%

96%

NLR

Kennisbenutting TNO

 

98%

98%

98%

99%

TNO

Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA)

           
Aantal Nederlandse bedrijven dat deelneemt aan ruimtevaartprogramma’s ESA2

552

121

121

136

160

ESA

Ruimtevaart geo-return/retour (%)

1,14

1,02

1,18

1,16

1,11

ESA

Noot 1: Het realisatiecijfer van de MIT over 2018 is nog niet definitief vanwege het feit dat nog niet alle provincies de volledige cijfers hebben aangeleverd.

Noot 2: Doordat ESA in 2015 is gestart met een nieuwe, opgeschoonde database valt de realisatiewaarde vanaf 2015 substantieel lager uit dan de referentiewaarde en de cumulatieve waarden tot en met 2014. De realisatiewaarde betreft een cumulatief getal op basis van databestanden van ESA vanaf 1 januari 2015.

Subsidies

MIT

De regeling MKB Innovatiestimulering Topsectoren heeft ten doel het bevorderen van innovatie bij het MKB en het MKB beter in staat te stellen zich aan te sluiten bij de door de topsectoren opgestelde innovatieagenda’s en regionale innovatiestrategieën, onder andere door het stimuleren van samenwerking tussen MKB-bedrijven op het vlak van onderzoek, ontwikkeling en innovatie en het stimuleren van het gebruik van publiek gefinancierde kennis door het MKB. De regeling wordt in samenwerking met de provincies uitgevoerd en gefinancierd. Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u op Volginnovatie.nl.

Eurostars

«Eurostars» is een internationaal programma dat gezamenlijk gefinancierd wordt door 36 deelnemende landen en de EU. De regeling is met name gericht op het «hightech»-MKB en ondersteunt bedrijven en kennisinstellingen die met buitenlandse partijen samenwerken in projecten die gericht zijn op marktgericht technologisch onderzoek en technologische ontwikkeling.

Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u hier.

Cofinanciering EFRO, inclusief INTERREG

Innovatiestimulering en de transitie naar een koolstofarme economie zijn de hoofddoelen van de programma’s die worden gefinancierd vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Daarbij is het MKB de belangrijkste doelgroep. EZK neemt namens het rijk de voor EFRO vereiste cofinanciering deels voor zijn rekening, voor projecten die bijdragen aan nationale beleidsdoelen op het gebied van innovatie en energie. Bij de projectselectie wordt aansluiting gezocht bij de agenda’s van de topsectoren. Ook decentrale overheden en private partijen dragen bij aan cofinanciering van EFRO-projecten.

Nederland ontvangt voor de periode 2014–2020 vanuit het EFRO middelen van de EU voor vier landsdelige programma’s (€ 510 mln) en vier programma’s voor grensoverschrijdende samenwerking «INTERREG A» (€ 309 mln).

Sterke sectoren en speerpunten per landsdeel zijn:

  • –  Noord (€ 104 mln EFRO + € 18,8 mln EZK): energie, watertechnologie, healthy ageing, agribusiness, slimme (sensor)systemen en materialen en accent op maatschappelijke opgaven;
  • –  Oost (€ 101 mln EFRO + € 18,2 mln EZK): agri&food, health, High Tech Systemen en Materialen (HTSM), energie & milieutechnologie (EMT);
  • –  Zuid (€ 114 mln EFRO + € 20,6 mln EZK): agri&food, HTSM, chemie en nadruk op cross-overs;
  • –  West (€ 191 mln EFRO + € 34,3 mln EZK): alle topsectoren, nadruk op cross-overs, duurzaamheid, biobased en ICT.

De vier grensoverschrijdende programma’s waar Nederland aan deelneemt zijn Duitsland-Nederland, Euregio Maas-Rijn, Vlaanderen-Nederland en Twee Zeeën. De volgende sterke sectoren en speerpunten zijn per programma geïdentificeerd (het genoemde EFRO-budget is uitsluitend het budget dat Nederland ontvangt en bijdraagt in deze programma’s, het totale budget aan EFRO-middelen in deze programma’s is hoger omdat ook vanuit andere lidstaten EFRO-middelen worden bijgedragen):

  • –  Duitsland-NL (€ 141 mln EFRO + € 22,3 mln EZK): Agrofood, LS&H, HTSM, Energie, Logistiek, sociaal culturele en territoriale grensoverschrijdende samenwerking;
  • –  Vlaanderen-NL (€ 94 mln EFRO + € 14,9 mln EZK): Agrofood, Chemie, Logistiek, HTSM, Energie, Life Sciences, Bio-based, maintenance, grondstof efficiëntie, milieu, arbeidsmobiliteit;
  • –  Twee zeeën (€ 52 mln EFRO + € 8,2 mln EZK): Logistiek, Maintenance, Chemie, Water, Energie, Bio-Based, en de maritieme industrie;
  • –  Euregio Maas Rijn (€ 23 mln EFRO + € 3,6 mln EZK): Chemie, Logistiek, LS&H, HTSM, onderwijs, arbeidsmarkt en sociale inclusie.

Verduurzaming Industrie

In 2018 en 2019 zijn uit de Klimaatenveloppe middelen beschikbaar gesteld ter bevordering van de CO2-reducerende maatregelen in de industrie. De Klimaatenveloppe wordt vanaf 2020 meerjarig toegekend. Voor industrie is er vanuit de klimaatenvelop in 2020 € 55 mln beschikbaar op de begroting van EZK (via de begroting van IenW wordt daarnaast € 5 mln beschikbaar gesteld). Deze wordt als volgt besteed:

  • –  Waterstof: Voor waterstof wordt € 10 mln ingezet op versnelling van projecten rondom opslag, conversie en toepassing van Waterstof in de industrie. Hierbij zal de focus met name gericht zijn op pilot en demo’s maar zal er ook nadrukkelijk aandacht zijn voor de ondersteuning van onderzoek en ontwikkeling die bijdragen aan de verdere opschaling.
  • –  CCUS: € 15 mln voor haalbaarheidsstudies en CC(U)S-pilots om hiermee de toepassing van CC(U)S-technologieën in de gehele CC(U)S-keten (afvang, transport, hergebruik en opslag van CO2), of in delen van de keten, te testen en/of te demonstreren in een praktijkomgeving of industriële omgeving.
  • –  CO2-reductie industrie: € 30 mln wordt bestemd voor pilot en demonstratieprojecten voor versnelling van kosteneffectieve CO2-reductie in de industrie waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de DEI+-regeling. Een deel van de middelen wordt bestemd voor haalbaarheidsstudies onder de bestaande TSE regeling.

Met de inwerkingtreding van de klimaatwet per 1 september 2019 zal jaarlijks op de vierde donderdag in oktober een klimaatnota aan de Tweede Kamer worden toegestuurd.

Urgenda

In 2019 zal gestart worden met de uitvoering van CO2 besparende maatregelen in het kader van het Urgendavonnis. Voor de industrie gaat het hierbij om de volgende maatregelen:

  • –  Stimulering warmteprojecten
  • –  CO2 afvang en levering glastuinbouw
  • –  Subsidieregeling CO2-reductie
  • –  Stimulering energiebesparingsmaatregelen warmtenetten

De kosten voor deze maatregelen worden voor € 38,5 mln gefinancierd vanuit de begrotingsreserve Maatregelen voor CO2-reductie. De maatregelen zullen uiterlijk eind 2020 zijn uitgevoerd.

Opdrachten

Onderzoek en opdrachten

De middelen zijn gereserveerd ten behoeve van de monitoring, effectmeting en feitelijke onderbouwing van beleid («evidence based policy making») en beleidsexperimenten en proefprojecten.

Bijdragen aan agentschappen

Bijdrage aan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) – Octrooicentrum Nederland

De bijdrage aan Octrooicentrum Nederland, onderdeel van RVO.nl, is bestemd voor de uitvoering van taken die bij, of op grond van, wetten of verdragen zijn opgedragen, zoals bijvoorbeeld de verlening en registratie van octrooien, de inning van taksen, de vertegenwoordiging van Nederland in Europese en mondiale organisaties, de uitvoering van andere wettelijke taken onder de Rijksoctrooiwet 1995, evenals de nakoming van Europese en internationale verplichtingen. Daarnaast geeft Octrooicentrum Nederland voorlichting en advies aan bedrijven, kennisinstellingen, overheden en uitvinders. Doel is het vinden van de juiste balans tussen enerzijds kennisbescherming, om bedrijven te stimuleren om te innoveren, en anderzijds de verspreiding en benutting van kennis.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Bijdrage aan TNO

TNO (Nederlandse Organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek) werkt samen met ECN, Marin, Deltares, Wageningen Research en NLR in de federatie Toegepaste Onderzoek Organisaties (TO2). EZK investeert samen met enkele andere ministeries in deze instituten, omdat hier onafhankelijk onderzoek in Nederland plaatsvindt dat kansen kan creëren voor innovatie en economische groei en dat een bijdrage levert aan de publieke kennis op terreinen van maatschappelijk belang. TNO bestrijkt een breed onderzoeksgebied op het terrein van meerdere topsectoren, met name HTSM, en energie. Daarnaast ontwikkelt TNO kennis op een aantal maatschappelijke thema’s, met name defensie, maatschappelijke veiligheid en arbeid & gezondheid.

Bijdrage aan NWO-TTW

NWO financiert binnen het domein Toegepaste en Technische Wetenschappen (TTW) technisch wetenschappelijk onderzoek aan Nederlandse universiteiten en kennisinstellingen. Met de bijdrage van EZK worden met name de Perspectiefprogramma’s gefinancierd, die gericht worden op het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid. Voor de bijdrage aan NWO-TTW is structureel circa € 24 mln per jaar beschikbaar.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Internationaal Innoveren

In het kader van het beleid voor Internationaal Innoveren is voor Nederlandse deelname aan publiek-private onderzoeksprogramma’s in Europees verband cofinanciering beschikbaar. Deze middelen worden ingezet voor Eureka clusters en het Joint Technology Initiative ECSEL dat is gelieerd aan Horizon 2020.

Van dit budget wordt in 2020 € 1 mln en vanaf 2021 € 2 mln per jaar ingezet ten behoeve van de ondersteuning van innovatiesamenwerking van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen met partners uit niet-Eureka landen. Dit wordt uitgevoerd door middel van het Global Stars instrument onder de vlag van Eureka.

Op Volginnovatie.nl vindt u meer informatie over de ondersteunde projecten van de Joint Technology Initiatives en KP7 (de voorganger van Horizon 2020) en van Eureka.

PPS-toeslag

In 2013 zijn de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) gestart met het bundelen en stroomlijnen van de onderzoeksprogrammering in de gehele kennisketen. Het doel is om meer privaat-publieke samenwerkingsprogramma’s (PPS) vanuit de onderzoekagenda’s van de topsectoren te genereren die zich daarbij richten op economische kansen van de maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën. De TKI’s zijn daarbij programmerend en regisserend. Via de PPS-toeslagregeling (voorheen TKI-toeslagregeling) kunnen PPS-projecten voor elke privaat ingelegde euro 30% toeslag verdienen voor onderzoek dat past binnen de onderzoekagenda’s van de topsectoren. Zowel de TKI’s als de PPS-en zelf kunnen toeslag aanvragen. De laatste jaren is de regeling flink op stoom gekomen. Het toegenomen beroep op de PPS-toeslag heeft de aandacht in relatie tot het hiervoor meerjarig beschikbare budget.

Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u op Volginnovatie.nl.

TO2 (toegepaste onderzoeksorganisaties)

De middelen zijn gereserveerd voor de financiering van onderzoek en onderzoeksfaciliteiten in het kader van de topsectoren, maatschappelijke thema’s en de daarbij behorende missies, sleuteltechnologieën en voor onderzoek ten behoeve van (wettelijke) taken van de overheid. Met de subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek (Staatscourant 2018 nr. 5475) wordt bereikt dat het merendeel van de TO2-instellingen onder dezelfde voorwaarden de rijksbijdrage ontvangen. Het is de bedoeling dat de subsidierelatie met TNO in de toekomst ook wordt ondergebracht in de subsidieregeling. Naast TNO (zie «Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s»), omvat TO2 de volgende instituten:

  • –  Deltares (Delta Research): instituut op het gebied van deltatechnologie. Deltares levert ten behoeve van de overheid en de topsector Water en Maritiem bijdragen aan innovatieve oplossingen voor water-, ondergrond- en deltavraagstukken die het leven in delta’s, kust- en riviergebieden veilig, schoon en duurzaam maken. De bijdrage aan Deltares bedraagt in 2020 circa € 19 mln;
  • –  MARIN (Maritiem Research Instituut Nederland): instituut op het gebied van hydromechanisch en nautisch onderzoek ten behoeve van schone, slimme en veilige schepen en een duurzaam gebruik van de zee. Het onderzoek van MARIN draagt bij aan de ambities van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Defensie en Economische Zaken en Klimaat en van de Topsector Water en Maritiem. De bijdrage aan Marin bedraagt in 2020 circa € 6,9 mln;
  • –  NLR (Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium): instituut op het gebied van militaire en civiele luchtvaart ten behoeve van de ministeries van Defensie, Infrastructuur en Waterstaat, Economische Zaken en Klimaat en de topsectoren HTSM en Water en Maritiem. De bijdrage aan NLR in 2019 bedraagt circa € 24,3 mln;
  • –  De middelen voor de TO2 Wageningen Research zijn opgenomen in de begroting van het Ministerie van LNV.

Topsectoren overig

Deze post bevat onder andere het beleidsondersteunend budget voor de topteams in het kader van het topsectorenbeleid. Ten behoeve van de activiteiten voor een gezamenlijke Human Capital Roadmap van de Topsectoren is een bedrag van € 0,18 mln voor een bijdrage aan Platform Bètatechniek (PBT) gereserveerd. Voor de ondersteuning van het Holst onderzoekscentrum (samenwerking tussen TNO en Imec-NL) is € 1,3 mln gereserveerd voor een bijdrage aan Imec-NL. Ook vallen onder dit budget de middelen voor eventuele compensatie van de TO2-instituten.

Ruimtevaart (ESA)

De bijdrage aan Ruimtevaart bestaat uit verplichte programma’s (contributie) van het European Space Agency (ESA) en uit gerichte inschrijving op optionele programma’s van ESA. De ingeschreven middelen vloeien via opdrachten aan Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen ter realisatie van de onderscheiden ruimtevaartprogramma’s grotendeels terug naar Nederland («Geo Return»-systeem). Daarnaast kent het Ruimtevaartbeleid een (beperkt) nationaal flankerend beleid, waarin onder andere de interactie van bedrijven en kennisinstellingen met ESTEC wordt bevorderd. Ook wordt daarmee de benutting van satellietdata door onder andere overheidsinstellingen gestimuleerd. Uitvoering van het beleid is opgedragen aan het Netherlands Space Office (NSO).

Economische ontwikkeling en technologie

De veranderende geopolitieke omstandigheden vragen om keuzes in het innovatiebeleid om sterke, internationaal onderscheidende posities in het bedrijfsleven en de kennisinfrastructuur te creëren. De regering heeft hiertoe een bedrag oplopend naar € 10 mln vanaf 2021 structureel beschikbaar gesteld om een aanzet te geven aan investeringen in sleuteltechnologieën, zoals kwantum en kunstmatige intelligentie.

Met deze middelen worden meerjarenprogramma’s ontwikkeld waarin overheden, bedrijven en kennisinstellingen samenwerken. Dat is nodig om in de verdere ontwikkeling, diffusie en opschalingsfasen concurrerend te zijn en te blijven ten opzichte van andere landen.

Fiscale maatregelen

WBSO

De WBSO is gericht op het stimuleren van Speur- en Ontwikkelingswerk door het bedrijfsleven, door het verlagen van de aan S&O-gerelateerde kosten41. De WBSO richt zich op de loonkosten van S&O-medewerkers en, door de integratie met de Research & Development aftrek, ook op de overige aan S&O-gerelateerde kosten en uitgaven.

Informatie over de totale toegekende WBSO-bedragen per provincie vindt u op Volginnovatie.nl

Strategisch doel 2 Een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het creëren van excellente randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie

Tabel kengetallen behorend bij strategisch doel 2

Kengetallen

2014

2015

2016

2017

2018

Bron

BMKB

         

RVO.nl

Verstrekte garanties BMKB, x € 1 mln1

335

401

591

502

527

 

Totaal aantal verstrekte garanties

1.949

2.545

3.688

3.299

3.094

 

Groeifaciliteit

         

RVO.nl

Verstrekte garanties Groeifaciliteit, x € 1 mln

32

19

37

21

19

 

Totaal aantal verstrekte garanties

20

14

17

8

10

 

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

         

RVO.nl

Verstrekte garanties GO, x € 1 mln

82

137

58

91

56

 

Totaal aantal verstrekte garanties

39

76

36

80

54

 

Qredits

         

Qredits

Aantal verstrekte kredieten2

1.192

1.373

1.750

2.238

3.557

 

Innovatie Attaché Netwerk

         

IAN/RVO.nl

Geformaliseerde samenwerkingsverbanden

115

78

97

60

57

 

Klanttevredenheid

8,8

8,6

8,1

8,2

8,0

 

Netherlands Foreign Investment Agency

         

NFIA/RVO.nl

Projecten

187

207

227

224

248

 

Investeringsomvang (€ mln)

3.185

1.765

1.467

1.227

2.760

 
Werkgelegenheid (arbeidsplaatsen)3

6.304

7.779

7.570

8.158

8.475

 

KvK/Ondernemerspleinen

         

KvK

Waardering Kamer van Koophandel4

7,1

7,1

7,2

– 10

– 10

 

Bereik Kamer van Koophandel

51%

52%

55%

55%

54%

 

Noot 1: Deze cijfers wijken af van de realisatiecijfers die de afgelopen jaren zijn gepresenteerd. De afgelopen jaren werd 100% van het gerealiseerde borgstellingskrediet gerapporteerd, terwijl de borgstelling van de Staat 90% van het borgstellingskrediet afdekt. Vanaf heden wordt daarom 90% van het borgstellingskrediet als realisatie gerapporteerd. Dit is met terugwerkende kracht ook voor de voorgaande jaren gecorrigeerd.

Noot 2: Microkrediet, MKB-krediet, flexibele kredieten, achtergestelde leningen, lease en Carribean krediet

Noot 3: Zowel nieuwe werkgelegenheid als behoud van werkgelegenheid.

Noot 4: Vanaf 2017 wordt de net promotor score berekend: het percentage van de ondervraagden dat een rapportcijfer van 9 of beter geeft minus het percentage van de ondervraagden dat een rapportcijfer 6 of minder geeft.

Garanties

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

De BMKB maakt mogelijk dat bedrijven met te weinig zekerheden (onderpand) toch financiering kunnen krijgen, doordat de overheid borg staat voor het deel van de lening waar het bedrijf geen onderpand voor heeft. De kredietverstrekker kan, mocht dat nodig zijn, voor dat deel dus terugvallen op de overheid. Het kabinet heeft besloten de BMKB permanent open te stellen voor niet-bancaire partijen (zie Kamerstuk 32 637, nr. 286). Het gebruik van de regeling hangt af van de kredietbehoefte van het bedrijfsleven en is afhankelijk van de ontwikkeling van de conjunctuur en de risicobereidheid van financiers. De raming betreft de verwachte schades die kredietverstrekkers declareren bij EZK als kredieten niet terug kunnen worden betaald. Tegenover de schades staan premies en ontvangsten bij uitwinning van faillissementen. In de budgettaire tabel is een splitsing gemaakt tussen de werkelijke schadebetalingen en stortingen in de begrotingsreserve BMKB.

Groeifaciliteit

De Groeifaciliteit richt zich op buffervermogen – zoals eigen vermogen van participatiemaatschappijen en achtergestelde leningen door banken – en is vooral gericht op de start-, groei- en expansiefase van een bedrijf. Achtergestelde leningen en aandelenkapitaal verstrekt door participatiemaatschappijen vallen tot maximaal € 25 mln onder de garantieregeling. Een bank kan een garantiefinanciering verstrekken tot maximaal € 5 mln in de vorm van achtergestelde leningen. De garantie van de overheid bedraagt 50%. De Groeifaciliteit wordt uiterlijk per 1 juli 2020 als publieke regeling uitgefaseerd en afgeschaft omdat verwacht wordt dat het doel van deze faciliteit ook via de investeringstak van Invest-NL bereikt kan worden (zie Kamerstuk 28 165, nr. 281).

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

De GO-regeling geeft financiers de mogelijkheid om een garantie van 50% van de overheid te verkrijgen, indien zij vanwege het risicoprofiel niet zelfstandig of onvoldoende in staat zijn in de kern gezonde bedrijven te financieren. Jaarlijks kan voor maximaal € 400 mln aan garanties worden verleend; het gebruik is afhankelijk van de conjuncturele ontwikkeling. Het geraamde bedrag betreft de verwachte schades op de regeling. Tegenover de schades staan premieontvangsten. De GO-regeling is kostendekkend.

In 2017 is de pilot GO Energietransitie Financieringsfaciliteit (GO-ETFF opengesteld. De GO ETFF heeft als doel bij te dragen aan het (versneld) realiseren van de ambities inzake de energietransitie door het verstrekken van risicodragend vermogen in de vorm van achtergestelde leningen. Voorbeelden zijn geothermie, decentrale opwekking, energiebesparing in de gebouwde omgeving en de circulaire economie. Voor de financieringen vanuit de GO ETFF kan in de pilotfase € 80 mln aan overheidsgarantie worden verstrekt (onderdeel van het totale GO-plafond van € 400 mln). De GO ETFF vormt een aparte subsidiemodule naast de bestaande subsidiemodule Garantie Ondernemingsfinanciering en heeft een vergelijkbare kostendekkende opzet. De GO-ETFF wordt uiterlijk per 1 juli 2020 als publieke regeling uitgefaseerd en afgeschaft omdat verwacht wordt dat het doel van deze faciliteit ook via de investeringstak van Invest-NL bereikt kan worden (zie Kamerstuk 28 165, nr. 281).

Subsidies

Bevorderen Ondernemerschap

Deze middelen zijn gereserveerd voor diverse initiatieven ter bevordering van het ondernemerschap, waaronder Valorisatie, Versnelling digitalisering MKB, «NL Groeit» en het «Techniekpact». Daarnaast is een bedrag van ca. € 0,3 mln gereserveerd voor een bijdrage aan FME ten behoeve van het programmabureau Smart Industry. Ook wordt een bijdrage verstrekt van ca. € 0,8 mln aan het Platform Bètatechniek voor de ondersteuning van het Techniekpact.

De middelen voor Groene Groei en Biobased Economy worden met ingang van de begroting 2020 opgenomen onder het Programma Verduurzaming Industrie en Bevorderen Ondernemerschap in het kader van het reguliere bedrijvenbeleid dat zich richt op verduurzamingsopgaven (met name CO2-reductie en circulaire economie).

Microkrediet

In de categorie subsidies vallen ook de uitgaven aan «Qredits» ten behoeve van micro- en MKB kredieten voor ondernemers met een haalbaar ondernemersplan die geen toegang hebben tot het reguliere financiële circuit. Daarnaast biedt Qredits coaching en begeleiding aan kleine en startende ondernemers. De afgelopen jaren is er in totaal een lening van € 45 mln verstrekt voor micro- en MKB-krediet. Voor 2020 en volgende jaren zijn er geen aanvullende uitgaven geraamd op de begroting.

Bijdrage aan ROM’s

Met deze middelen worden de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen ondersteund: NOM (Noord), BOM (Brabant), LIOF (Limburg), Oost NL (Oost), «Innovation Quarter» (IQ, Zuidvleugel) en Impuls Zeeland (Zeeland). Deze middelen hebben tot doel de economische krachten in de regio te versterken en te bundelen met sectorale initiatieven vanuit het topsectorenbeleid en ander generiek beleid en daarnaast om de samenwerking tussen het (innovatieve) MKB en kennisinstellingen in de regio te bevorderen.

Startup-beleid

Voor de uitvoering van de startup en scale-up agenda wordt in 2020 € 14 mln beschikbaar gesteld. Deze middelen worden ingezet voor het nieuwe programma van TechLeap.NL, voor initiatieven vanuit het ecosysteem, en voor flankerend beleid van EZK, zoals bijvoorbeeld het Netherlands Point of Entry en de RVO Fastlane.

Overige subsidies

Deze middelen worden aangewend voor onder andere de bijdragen aan Nederland Maritiem Land (NML) voor Maritieme Innovatie Impulsprojecten en aan Stichting Toekomstbeeld der Techniek.

Opdrachten

Regeldruk

Het kabinet kiest voor een vernieuwende aanpak van het regeldrukbeleid. In de nieuwe aanpak wordt niet meer uitgegaan van het relatief smalle begrip van belemmerende regeldruk, maar zet het kabinet in op de totstandkoming van betere regelgeving die ondernemers de ruimte tot vernieuwing geeft en tegelijkertijd publieke belangen borgt. Hiervoor is in de nieuwe aanpak van het programma Merkbare Betere Regelgeving & Dienstverlening meer aandacht voor; onder meer door de «MKB-toets». Effecttoetsing van nieuwe regelgeving gebeurt door het adviescollege toetsing regeldruk (ATR).

Caribisch Nederland

Het budget betreft onder meer de uitgaven voor de Rijksdienst Caribisch Nederland en de kosten van statistisch en beleidsonderzoek door onder andere het CBS voor Caribisch Nederland.

SBIR

Small Busines Innovation Research (SBIR) is innovatie in opdracht van de overheid. De overheid daagt door middel van een SBIR ondernemers uit om nieuwe producten te ontwikkelen en op de markt te brengen. SBIR is een competitie die de creativiteit van ondernemers gebruikt om maatschappelijke problemen op te lossen. Er is in de kabinetsperiode 2018–2021 in totaal € 10 mln beschikbaar voor het opzetten van SBIR oproepen.

Bijdragen aan agentschappen

Bijdrage aan RVO.nl – Innovatie-attachés

De Innovatie Attachés, onderdeel van RVO.nl, werken in opdracht van EZK in vijftien landen vanuit ambassades en consulaten. Zij leveren kennis en informatie over ontwikkelingen en trends op het terrein van innovatie, technologie en wetenschap in het buitenland, creëren verbindingen tussen Nederlandse en buitenlandse bedrijven, kennisinstellingen en overheden en bevorderen daarmee de internationale innovatiesamenwerking ten behoeve van het Nederlandse concurrentievermogen. Door innovatiesamenwerking komt voor de betrokken partijen de beste kennis en kunde beschikbaar, worden lange termijn relaties gesmeed en handelsrelaties versterkt. Ook zorgen de Innovatie-attachés in samenwerking met de NFIA ervoor dat er meer buitenlandse R&D naar Nederland komt.

Bijdrage aan RVO.nl -Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA)

De bijdrage aan de NFIA is gereserveerd voor ondersteuning van buitenlandse bedrijven die zich willen vestigen of die willen uitbreiden in Nederland of Nederland als een strategische uitvalsbasis voor Europa zien. De dienstverlening bestaat uit advies, informatievoorziening en praktische assistentie en discrete toegang tot een breed netwerk van zakelijke partners en overheden.

Bijdrage aan RVO.nl – uitvoering instrumentarium

Deze middelen zijn grotendeels voor de uitvoering van de financierings- en innovatie-instrumenten (MKB Innovatiestimulering Topsectoren, Eurostars, Horizon 2020, PPS-toeslag, WBSO, BMKB, Groeifaciliteit, Garantie Ondernemingsfinanciering). Dit betreft activiteiten als beoordeling van aanvragen, bedrijfscontroles, voorlichting over de instrumenten, de organisatie van innovatiemissies en het terugontvangen van kredieten.

Bijdrage aan Agentschap Telecom

Met deze bijdrage verzorgt Agentschap Telecom de uitvoering, het toezicht en de handhaving van de bepalingen uit de Wet ruimtevaartactiviteiten. Het gaat om werkzaamheden die voortkomen uit aanvragen, toetsen en eventueel afgifte van een ruimtevaartvergunning, registreren van ruimtevoorwerpen, deelname aan internationale gremia, adviseren en voorlichting geven over ruimtevaartactiviteiten. Het wettelijke toezicht heeft betrekking op de afgifte van ruimtevaartvergunningen.

Invest-NL in opbouw

Er is in 2020 en volgende jaren € 10,3 mln structureel beschikbaar voor projectontwikkeling van Invest-NL. Daarnaast is in 2019 € 6,4 mln beschikbaar voor de transitiekosten bij RVO.nl die samenhangen met de voorgenomen overheveling van de uitvoering van financieringsregelingen van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking naar het samenwerkingsverband met FMO.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Kamer van Koophandel

De Kamer van Koophandel voert wettelijke taken uit in het kader van ondernemerschapsbeleid: houden van het handelsregister, voorlichting en regiostimulering, innovatiestimulering en de ontwikkeling en het beheer van het digitale en de fysieke ondernemerspleinen. Met het Regeerakkoord is de beleidsverantwoordelijkheid voor het digitaal ondernemersplein en de bijbehorende middelen naar het Ministerie van BZK gegaan.

Bijdragen aan medeoverheden

Sterke regio’s

In het kader van de regionale economische structuurversterking reserveert EZK een bedrag van € 6,8 mln als decentralisatie-uitkering aan de Provincie Limburg.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Topsectoren overig

Veiligheid en economie raken steeds meer verweven door de geopolitieke ontwikkelingen. Er moet een goede balans worden gevonden tussen enerzijds het beschermen tegen oneerlijke concurrentie van buitenaf en anderzijds de mogelijkheid om onbelemmerd internationaal zaken te kunnen blijven doen. In de Beleidsnotitie «Nederland-China: een nieuwe balans» van het kabinet is daarbij aangegeven dat de informatiepositie over investeringen en overnames versterkt moet worden. Daarvoor wordt in 2019 en 2020 € 0,5 mln vanuit HGIS-middelen ingezet.

Bijdrage NBTC

EZK stelt op basis van meerjarenafspraken budget beschikbaar voor bestemmingsmanagement waaronder internationale «branding», ontwikkeling van aanbod, kennis en data, spreiding van toeristen en congreswerving.

Overige bijdragen aan organisaties

Dit betreft onder meer de bijdrage aan het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de Staat van het MKB en de Koning Willem I Stichting (circa € 0,2 mln, waarvan EZK en IenW beiden de helft bijdragen).

Industriële participatie – Commissariaat Militaire productie

EZK werkt aan het versterken, beschermen en (internationaal) positioneren van een hoogwaardige en concurrerende defensie- en veiligheid (gerelateerde) industrie in Nederland. De Defensie Industrie Strategie (2018) presenteert de gewenste Nederlandse Defensie Technologische en Industriële Basis (DTIB) en geeft aan welke kennis, technologie en industriële capaciteiten zoveel als mogelijk nationaal moeten worden verankerd om de wezenlijke belangen van nationale veiligheid te kunnen beschermen. De defensiemarkt kenmerkt zich door een hoge kennisintensiteit en vraag naar innovatieve oplossingen, maar op de internationale defensiemarkt ontbreekt het aan een gelijk speelveld. EZK zet het industrieel participatiebeleid in om enerzijds de Nederlandse (DTIB) verder te versterken en anderzijds om Nederlandse defensiebedrijven en kennisinstituten te positioneren binnen de veelal gesloten en op nationaal niveau georganiseerde Europese en trans-Atlantische toeleveringsketens van ontwikkeling, productie en instandhouding van defensiematerieel. Gerichte inzet van industrieel participatiebeleid is van belang voor het beschermen van nationale veiligheidsbelangen en draagt bij aan het openen van internationale toeleveranciersketens, waarmee EZK een gelijker speelveld op de internationale defensiemarkt bevordert.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:

  • –  Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid
  • –  Vrijstelling aandelenopties werknemers van startups
  • –  Persoonsgebonden aftrekpost durfkapitaal
  • –  BPM Teruggaaf bestelauto ondernemers

Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de fiscale regelingen».

Tabel Fiscale regelingen 2018–2020, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € mln)1[–] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.
 

2018

2019

2020

FOR aftrek

190

190

193

FOR belaste uitkering

– 109

– 108

– 108

Zelfstandigenaftrek

1.796

1.765

1.686

Extra zelfstandigenaftrek starters

106

106

108

Meewerkaftrek

8

8

8

Stakingsaftrek

16

15

15

Aftrek speur- en ontwikkelingswerk

6

6

6

Willekeurige afschrijving starters

8

8

8

Doorschuiving stakingswinst

274

278

283

MKB-winstvrijstelling

1.978

2.064

2.065

Terbeschikkingstellingsvrijstelling

18

18

17

Innovatiebox

1.496

1.603

1.561

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

400

394

386

OVB Vrijstelling bedrijfsoverdracht in familiesfeer2

16

16

17

Schenk- en erfbelasting Bedrijfsopvolgingsfaciliteit

421

421

421

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk WBSO

1.074

1.237

1.281

Verlaagd gebruikelijk loon voor dga’s van startups

23

24

23

BTW Kleine ondernemersregeling

177

192

208

MRB Verlaagd tarief bestelauto ondernemers3

873

924

966

Noot 2: OVB = Overdrachtsbelasting

Noot 3: MRB = Motorrijtuigenbelasting

Toelichting op de ontvangsten

De ontvangsten BMKB, Groeifaciliteit, Garantie Ondernemingsfinanciering betreffen de premie-inkomsten in het kader van de verstrekte garanties. Bij de BMKB is daarnaast ook sprake van ontvangsten als gevolg van uitbetaalde maar later afgewezen verliesdeclaraties.

De ontvangsten in het kader van de Luchtvaartkredietregeling betreffen terugbetalingen (kredietsom en rente) van kredieten, verleend in de periode 1998 tot en met 2003 en 2008 tot en met 2011 voor vliegtuigtechnologieprojecten.

De ontvangsten Rijksoctrooiwet 1995 betreffen de ontvangsten van OCNL, uit hoofde van procedure- en instandhoudingtaksen op basis van de Rijksoctrooiwet 1995. Daarin zijn begrepen de instandhoudingstaksen voor Europese octrooien, waarvoor geldt dat de hiervoor geraamde ontvangsten de helft zijn van de feitelijke ontvangsten uit taksen. De andere helft wordt afgedragen aan het Europees Octrooibureau.

De ontvangst Eurostars betreft de Europese bijdrage aan Eurostars-projecten. De bijdrage betreft 25,75% van de nationale bijdrage.

De ontvangsten F-35 hebben betrekking op de geraamde afdrachten door de defensie-industrie aan de Staat. Op basis van de gesloten medefinancieringsovereenkomst over de deelname van Nederland aan de ontwikkeling van de F-35 draagt de industrie 2% over de gerealiseerde omzet voor ontwikkeling en onderhoud van de F-35 af aan EZK.

Toelichting op de begrotingsreserves

De begrotingsreserves zijn ervoor bedoeld inkomsten uit premies en uitgaven voor schades, die over de jaren kunnen fluctueren, te verevenen. De reserve wordt aangehouden om als buffer te dienen voor uitgaven door EZK indien bedrijven niet aan hun terugbetalingsverplichtingen kunnen voldoen inzake leningen bij financieringsinstellingen waarop EZK een borgstelling heeft afgegeven. Gegeven het huidige, gunstige, economisch klimaat wordt de komende jaren een groei van de buffers verwacht, als saldo van enerzijds stortingen (uit inkomsten premies en/of bijdragen uit de EZK-begroting) en anderzijds onttrekkingen (schades uit borgstellingen). Daarmee ontstaat een buffer voor jaren waarin het economisch klimaat minder gunstig is. Voor meer informatie van het ontwikkeling van de garanties en het verloop van de reserves wordt verwezen naar het overzicht van de risicoregelingen in het hoofdstuk Beleidsagenda van deze begroting.

Er zijn begrotingsreserves voor de BMKB, de regeling Garantie Ondernemingsfinanciering (GO), de Groeifaciliteit (GF) en de garanties voor nieuwe aanbieders van MKB-financiering. De GO, GF en de garanties voor alternatieve aanbieders van MKB-financiering betreffen kostendekkende garanties, waarvan de te realiseren premieontvangsten toereikend zijn voor het afdekken van eventuele verliesdeclaraties. Er worden in de begroting geen stortingen en onttrekkingen geraamd ten gunste of laste van deze begrotingsreserves, omdat dit vooraf moeilijk is in te schatten. Ultimo begrotingsjaar wordt op basis van de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven vastgesteld of een onttrekking of storting dient plaats te vinden.

In onderstaande tabel zijn de saldi van de begrotingsreserves per 31 december 2018 weergegeven (bedragen x € 1.000).

Stand begrotingsreserves per 31 december 2018

 

Waarvan juridisch verplicht

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

91.456

100%

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

67.112

100%

Groeifaciliteit

22.779

100%

Garantie MKB-faciliteiten

9.261

100%

Budgetflexibiliteit begrotingsreserves

BMKB

Bij de BMKB is sprake van een niet geheel kostendekkende regeling. In de periode 2009–2015 is voor circa € 384 mln aan schades – veroorzaakt door het hoge aantal faillissementen als gevolg van de economische crisis – en uitvoeringskosten uit begrotingsmiddelen gefinancierd. Om in de toekomst bestand te zijn tegen een crisis met een dergelijke omvang, dient in tijden van hoogconjunctuur «gespaard» te worden. De begrotingsreserve kan als gevolg daarvan toenemen tot een forse omvang. Op het moment dat een economische crisis aan de orde is en de verliesdeclaraties toenemen, is de voorziening noodzakelijk om de tekorten aan te vullen. Het uitstaand obligo van de BMKB was ultimo 2018 circa € 1,9 mld waarmee de volledige begrotingsreserve juridisch verplicht is. Ervaring wijst echter uit dat slechts een beperkt deel van de garanties tot schadedeclaraties leidt. Voor een crisis, zoals hiervoor genoemd, dient echter een adequate buffer voorhanden te zijn.

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) en de Groeifaciliteit (GF)

Bij de Garantie Ondernemingsfinanciering en de Groeifaciliteit is sprake van in opzet kostendekkende regelingen. Bij deze regelingen dient de begrotingsreserve er toe de discrepantie in de tijd tussen ontvangsten en uitgaven te verevenen. Bij deze regelingen kunnen relatief grote verliesdeclaraties worden ingediend, die de omvang van de in enig jaar te ontvangen provisies te boven gaan. Voor die situaties is het nodig een forse begrotingsreserve aan te houden om deze tegenvallers binnen de begroting te kunnen accommoderen. Het uitstaande obligo voor deze regelingen was ultimo 2018 € 598 mln (GO) en € 104 mln (GF) waardoor de volledige reserves voor deze regelingen juridisch verplicht zijn. De omvang en benutting van de begrotingsreserves worden betrokken bij de evaluatie van deze regelingen. De begrotingsreserve GO wordt ook ingezet ten behoeve van de GO-Energietransitie Financieringsfaciliteit (GO ETFF).

MKB-faciliteiten

Dit betreft de begrotingsreserve ten behoeve van de fundinggaranties in het kader van het Aanvullend actieplan MKB-financiering. De begrotingsreserve dient er toe de discrepantie in de tijd tussen de premieontvangsten en de uitgaven te verevenen. Het uitstaand obligo ultimo 2018 van deze garanties is € 168 mln, waarmee de volledige voorziening juridisch is verplicht.

Noot 38: Over de jaarlijkse voortgang van het bedrijvenbeleid en over de indicatoren en kengetallen op dit beleidsterrein wordt uitgebreid gerapporteerd op de website www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl. De begroting geeft het overzicht van de budgettaire gevolgen van het bedrijvenbeleid. De website is een bijlage bij de begroting waarin kengetallen en instrumentengebruik zijn opgenomen inclusief eventuele streefwaarden(realisaties) en evaluaties.

Noot 39: Sinds de oprichting van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is de Minister van LNV verantwoordelijk voor de aansturing van het onderzoek van Wageningen Research. De Minister van LNV verleent de subsidie aan dit instituut in overleg met de Minister van EZK vanuit diens systeemverantwoordelijkheid voor toegepast onderzoek.

Noot 40: Uit recent vergelijkend onderzoek door Technopolis Group

Noot 41: De WBSO staat voor de faciliteit afdrachtsvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O) in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen en de S&O-aftrek in de Wet inkomstenbelasting.