Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2020
  • Begrotingsstaat
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

3 Toekomstfonds

Algemene Doelstelling

Versterken van de innovatieve kracht van Nederland door het beschikbaar stellen van financiering voor innovatief en snelgroeiend MKB en voor fundamenteel en toegepast onderzoek en het behouden van vermogen voor toekomstige generaties.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Economische Zaken en Klimaat is rijksbreed verantwoordelijk voor versterking van het innovatievermogen, in het bijzonder gericht op het bedrijfsleven en verantwoordelijk voor het scheppen van randvoorwaarden voor een excellent ondernemingsklimaat.

De Minister van EZK en de bewindslieden van OCW coördineren en borgen de publieke kennisinfrastructuur voor toegepast en fundamenteel onderzoek.

Vanuit deze verantwoordelijkheden heeft de Minister een financierende en faciliterende rol, samenhangend met de stimulerende, regisserende en faciliterende rollen zoals vermeld in artikel 2 van deze begroting:

Financieren/faciliteren

  • –  Het mede-financieren van investeringen in R&D en innovatie;
  • –  Het faciliteren van toegang tot en financieren van (risico)kapitaal voor bedrijven;
  • –  Het mede-financieren van Europese en internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie.

Om – aanvullend op de begroting – de Kamer te informeren over voortgang en effecten van beleid treft u op de website https://www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl informatie aan over de indicatoren en kengetallen. Deze website is te zien als een digitale bijlage van de EZK-begroting.

Beleidswijzigingen

Op 1 februari 2019 is de regeling voor Thematische Technology Transfer gepubliceerd.42 De regeling is gericht op de benutting van kennis door samenwerkende onderzoeksinstellingen op specifieke thema’s. Dit krijgt vorm door activiteiten te ondersteunen die bijdragen aan het oprichten van kennisstarters en door via een Thematische Technology Transferfonds (TTT-fonds) te investeren in kennisstarters die actief zijn binnen die thema’s in de vroegste fase van hun bestaan.

In de Kamerbrief van 15 februari 2018 (Kamerstuk 28 165, nr. 281) is aangegeven dat Invest-NL het aandeelhouderschap van DVI zal overnemen van Oost-NL en het beheer van het co-investment venture capital instrument.

De middelen die zijn gereserveerd voor Start-ups/ MKB worden ingezet voor het MKB-actieplan (Kamerstuk 32 637, nr. 316).

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

VERPLICHTINGEN

117.493

228.917

142.952

138.785

145.012

153.706

159.982

Waarvan garantieverplichtingen (indien van toepassing)

             

Waarvan overige verplichtingen (indien van toepassing)

117.493

228.917

142.952

138.785

145.012

153.706

159.982

               

UITGAVEN

124.189

263.789

184.452

169.678

164.062

152.777

152.772

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

76%

       
               

Leningen

114.442

239.097

175.147

160.388

155.571

144.312

144.465

I Startups/MKB-FINANCIERING

             

Volledig revolverend

             

Dutch Venture Initiative/Fund of Funds

28.500

29.043

35.733

31.592

27.292

11.266

13.101

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

8.835

           

Co-investment venture capital instrument/EIF

 

20.308

10.154

10.154

     
               

Gedeeltelijk revolverend

             

Innovatiekrediet

41.208

57.629

55.205

56.182

56.999

56.933

58.689

Risicokapitaal (Seed Capital)

21.535

58.368

46.823

35.120

51.059

58.757

54.753

Vroege fasefinanciering

10.303

14.917

13.702

13.706

14.514

14.497

14.597

Start ups/MKB

 

6.286

5.186

6.395

392

359

825

               

II INVESTERINGEN IN FUNDAMENTEEL EN TOEGEPAST ONDERZOEK

Met vermogensbehoud

             

Fundamenteel en toegepast onderzoek

2.802

31.797

5.500

4.500

2.500

2.500

2.500

Oncode Institute

615

4.318

2.500

2.500

2.500

   

Smart Industry

644

531

344

239

315

   

Thematische Technology Transfer

 

15.900

         
               

III Staatsobligaties Toekomstfonds

             
               

Subsidies

1.860

10.143

999

983

184

158

 

IV Reëel rendement voor onderzoek

             

V Overige subsidies

             

Smart Industry

324

1.235

199

183

184

158

 

Haalbaarheidsstudies TO2 innovatieve starters

1.536

808

800

800

     

Thematische Technology Transfer

 

8.100

         
               

Bijdragen aan agentschappen

7.887

14.549

8.306

8.307

8.307

8.307

8.307

Bijdrage Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

7.887

14.549

8.306

8.307

8.307

8.307

8.307

               

ONTVANGSTEN

31.440

34.062

34.600

44.000

45.300

50.200

50.300

MKB-FINANCIERING BESTAAND INSTRUMENTARIUM

             

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

5.835

           

Fund of Funds (DVI I/Business Angels)

 

2.900

8.050

17.900

17.900

17.900

15.000

Innovatiekredieten

10.639

17.000

17.000

15.000

16.000

20.000

20.000

Seed Capital

13.028

8.600

9.400

10.300

10.300

10.300

10.300

Vroege fasefinanciering

92

           
               

MKB-FINANCIERING INCIDENTELE MIDDELEN

             

Ontvangsten DVI II

   

150

800

1.100

2.000

5.000

               

Ontvangsten fundamenteel en toegepast onderzoek

             

Fundamenteel en toegepast onderzoek

1.846

5.562

         
               

Renteontvangsten Toekomstfonds

             

Budgetflexibiliteit

Leningen: Het budget in 2020 is voor 75% juridisch verplicht. Dit betreft een groot deel van het budget voor Innovatiekredieten, de Seed Capital regeling, Vroegefasefinanciering en de investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek. Het budget voor DVI/Fund of funds het Co-investment venture capital instrument/EIF, Smart Industry en Oncode Institute is volledig juridisch verplicht.

Subsidies: Het budget in 2020 is voor 100% juridisch verplicht. Dit betreft de uitfinanciering van de verplichtingen aan NWO-TTW in het kader van de haalbaarheidssubsidies, de regeling Smart Industry en de regeling Thematische Technology Transfer.

Bijdragen aan agentschappen: Het budget betreft de financiering van het opdrachtenpakket 2020 aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) en is 100% juridisch verplicht.

Revolverendheid

Opbrengsten van succesvolle innovaties vloeien zo terug in het Toekomstfonds, zodat ze weer opnieuw kunnen worden ingezet. Het fonds is daarmee additioneel aan de markt: de overheid neemt het grootste risico, waardoor private investeerders kunnen mee-investeren in innovatieve ondernemingen. De overheid deelt echter mee in de opbrengsten van geslaagde innovaties, waardoor deze middelen opnieuw kunnen worden ingezet voor het vergroten van het beschikbare risicokapitaal voor innovatieve bedrijven.

Toelichting: In bovenstaande grafieken is voor de verschillende onderdelen van het Toekomstfonds weergegeven wat de verhouding is tussen de (geraamde) uitgaven van de diverse regelingen en de (geraamde) terug-ontvangsten op verstrekte kredieten. Ontvangsten op de geïnvesteerde bedragen worden eerst na verloop van een aantal jaar gerealiseerd. Bij instrumenten die relatief kort bestaan (bijvoorbeeld Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek) zijn hierdoor nog geen of nauwelijks ontvangsten gerealiseerd. Dit is het geval bij MKB-financiering volledig revolverend (DVI sinds ultimo 2012 en het Co-investeringsfonds sinds 2017) en de investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek (sinds 2016). De instrumenten in het onderdeel MKB-financiering gedeeltelijk revolverend, zoals de Seed Capital regeling en het Innovatiekrediet, bestaan al langer en kennen hierdoor al een substantiële ontvangstenrealisatie. Naar verwachting vloeit 60% tot 80% van deze investeringen terug naar het fonds.

Toelichting op de financiële instrumenten

Het Toekomstfonds heeft een startkapitaal van € 200 mln en wordt gevoed door mogelijke meevallers in de gasbaten ten opzichte van de voor het Toekomstfonds actuele ijklijn. Dit is echter sinds de oprichting van het Toekomstfonds nog niet voorgekomen. De middelen worden met behoud van vermogen ingezet voor de financiering van innovatieve en snelgroeiende MKB-bedrijven en voor fundamenteel en toepassingsgericht onderzoek. Ook de begrotingsmiddelen voor het Innovatiefonds MKB+ en de participatie van het Rijk in de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) zijn in het Toekomstfonds ondergebracht.

Leningen

Binnen de structuur van het in 2014 gevormde Toekomstfonds (Kamerstuk 34 000 XIII, nr. 5), bestaat het Innovatiefonds MKB+ uit volledig revolverende instrumenten (het Dutch Venture Initiative (DVI), de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen en het Co-investment venture capital instrument/EIF) en gedeeltelijk revolverende instrumenten (Innovatiekrediet, de Seed Capital regeling (risicokapitaal), de regeling Vroegefasefinanciering.

MKB-financiering: volledig revolverend

Dutch Venture Initiative

DVI is bedoeld om snel groeiende innovatieve bedrijven betere toegang tot investeringskapitaal te geven en andere private investeerders aan te trekken. Het bestaat uit twee DVI fund-of-funds waaronder een specifiek fonds voor business angels.

DVI heeft een vliegwieleffect voor de risicokapitaalmarkt omdat het in fondsen investeert waarin private investeerders tussen de 90% tot minimaal 50% meefinancieren. Dit effect wordt versterkt door het feit dat bedrijven met dit risicokapitaal makkelijker nieuw vreemd vermogen kunnen aantrekken. Met ondersteuning van DVI-fund-of-funds is in totaal al voor meer dan € 3,5 mld aan risicokapitaal beschikbaar gekomen, sinds 2014. De venture capital fondsen verkrijgen tussen de € 5 mln tot € 20 mln vanuit DVI. Al meer dan 200 ondernemingen hebben financiering vanuit DVI-fondsen verkregen.

Het eerste DVI fonds van € 202,5 mln (EZK-bijdrage € 130 mln, EIF-bijdrage is € 67,5 mln en BOM-bijdrage is € 5 mln) is opgericht in 2013 en is inmiddels volledig gecommitteerd in 14 venture capital fondsen, waaronder een specifiek fonds voor business angels van € 45 mln. Het tweede DVI fund-of-funds van € 200 mln (EZK-bijdrage € 100 mln, EIF-bijdrage is € 100 mln) is opgericht in 2016 en er zijn inmiddels 12 fondsen operationeel.

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

De eventuele participaties in de ROM’s worden onder de revolverende investeringen verantwoord.

Bedrag aan participatie EZK per ROM (x € 1 mln, eind 2018)

Co-investment venture capital instrument/EIF

Om de toegang tot risicokapitaal voor snelgroeiende innovatieve ondernemingen te versterken, is met financiering van private investeerders, inzet van EFSI-middelen en overheidsmiddelen het instrument Co-investment venture capital instrument/EIF operationeel. Het instrument is samen met het NIA en het EIF ontwikkeld. Dit co-investment fonds van € 100 mln stimuleert grotere risicokapitaal investeringen in Nederlandse ondernemingen. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het EIF/EFSI hebben beide € 50 mln ingelegd (Zie Kamerstuk 22 112, nr. 2218). Door de aansluiting van de Provincie Noord-Brabant en het EIF met een omvang van € 60 mln kan de bedrijven nog meer investeringsruimte worden geboden. Het totale co-investment fonds heeft hierdoor een omvang van € 160 mln.

MKB-financiering: gedeeltelijk revolverend

Innovatiekrediet

Het innovatiekrediet biedt toegang tot financiering voor met name het innovatieve MKB en start-ups en helpt bij het aantrekken van risicokapitaal. In een fase waarin bancaire financiering niet of nauwelijks beschikbaar is, maakt het Innovatiekrediet onder voorwaarde van 50–75% eigen middelen innovatieprojecten mogelijk met een maximale ondersteuning van € 10 mln voor technische ontwikkelingsprojecten en € 5 mln voor klinische projecten.

Seed Capital regeling

De Seed Capital regeling (risicokapitaal) ondersteunt starters in high tech en creatieve sectoren bij het verwerven van risicokapitaal.

Vroegefasefinanciering

De regeling Vroegefasefinanciering biedt financiering -in de vorm van een geldlening- voor academische, hbo en TO2 starters, voor innovatieve starters en kleine bedrijven in een vroege ontwikkelingsfase: van validatie en onderbouwing van een business case, van idee naar concept. Hierdoor wordt ook de toegang tot vervolgfinanciering gefaciliteerd. Dit initiatief wordt door RVO.nl en door NWO-TTW uitgevoerd.

Startups/MKB

Dit betreft de middelen die worden ingezet voor het MKB-actieplan (Kamerstuk 32 637, nr. 316).

Bovengenoemde instrumenten versterken en stimuleren private vermogensverschaffers om innovatieprojecten van bedrijven te financieren en voorzien in de behoefte van bedrijven voor een betere toegang tot risicokapitaal voor innovatie.

Gebruik instrumenten per jaar

Kengetallen

2014

2015

2016

2017

2018

Bron

Innovatiekrediet

         

RVO.nl

Aantal bedrijven dat Innovatiekrediet gebruikt

40

33

32

29

31

 

Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met een Innovatiekrediet (x € 1 mln)

123

119

136

159

173

 

Seed Capital en Fund of funds

         

RVO.nl/EIF

Aantal participaties via Seed Capital en Fund of Funds

32

50

81

95

125

 

Omvang gestimuleerd risicokapitaal voor innovatieve bedrijven door Seed Capital en Dutch Venture Initiative/Fund of Funds (x € 1 mln)

257

553

744

182

1.6061
 

Vroegefasefinanciering

         

RVO.nl

Aantal ondernemers dat Vroege Fase Financiering gebruikt

 

40

37

41

40

 

Noot 1: Betreft de periode tot en met september 2018.

Met ingang van 2020 zal voor de TTT-regeling worden gerapporteerd over een tweetal kengetallen, namelijk 1) Het aantal nieuwe (initiële) participaties in het afgelopen kalenderjaar van TTT-fondsen en 2) Aantal startende bedrijven ten gevolgen van de valorisatieactiviteiten door een TTT-samenwerkingsverband.

Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek (met vermogensbehoud)

Vanuit het onderzoeksdeel van het Toekomstfonds wordt geïnvesteerd in nieuwe onderzoeksfaciliteiten, upgrading van bestaande faciliteiten en kennisbenutting.

De € 100 mln startkapitaal wordt geïnvesteerd in fundamenteel en toepassingsgericht onderzoek en kennisbenutting. Dit wordt ingezet voor de regeling Toekomstfondskrediet voor Onderzoeksfaciliteiten (TOF), Thematische Technology Transfer (TTT), Smart Industry (SI) en Proof of Concept (PoC).

In het deel fundamenteel en toegepast onderzoek van het Toekomstfonds is in 2019 en 2020 nog € 26,1 mln verplichtingenbudget beschikbaar. Mede op basis van een nog uit te voeren analyse van de ingediende voorstellen voor de TTT-regeling die dit najaar niet kunnen worden gehonoreerd, zal in overleg met de Minister van OCW onder andere de optie worden overwogen om deze middelen (deels) ter beschikking te stellen voor een tweede tranche van de TTT-regeling. Ook andere opties die passen bij het Onderzoeksdeel van het Toekomstfonds zullen worden overwogen. In het laatste kwartaal van 2019 zal de Kamer worden geïnformeerd over de inzet van deze middelen.

Fundamenteel en Toegepast onderzoek

De middelen zijn nodig voor de uitfinanciering van de regeling Toekomstfonds Onderzoeksfaciliteiten (TOF), die in de periode 2015 tot en met 2017 is opengesteld voor investeringen in hoogwaardige onderzoeksfaciliteiten.

Ook betreft dit de over meerdere jaren beschikbare buffer voor de niet volledig revolverende investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek.

Thematische Technology Transfer

De investeringen in kennisstarters worden gedaan op basis van revolverende investeringen door een TTT-fonds welke kunnen worden gedaan in de periode 2019–2025 met een looptijd van maximaal negen jaar. Bestaande investeringen kunnen in de desinvesteringsperiode periode nog worden uitgebreid.

Oncode Institute

Oncode Institute (voorheen Onco Research) wordt mede gefinancierd uit het onderzoeksdeel van het Toekomstfonds, gericht op Thematische Technology Transfer. Oncode Institute is een pilot die zich richt op de translatie van wetenschappelijk oncologisch onderzoek naar betaalbare oplossingen voor de patiënt.

Smart Industry

Dit betreft de uitfinanciering van het leningendeel van de regeling Smart Industry Fieldlabs die in 2017 is gepubliceerd en eenmalig is opengesteld. De regeling heeft als doel om de digitalisering van de industrie te versnellen door de slimme inzet van nieuwe productietechnologieën (bijvoorbeeld 3D-printers, robots, drones en sensoren) in combinatie met ICT. De verstrekte subsidie bestaat voor tweederde uit een renteloze lening.

Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek (zonder vermogensbehoud)

De reële rendementen uit het Toekomstfonds worden ingezet voor fundamenteel en toegepast onderzoek (waaronder ook Europese co-financiering) zonder de voorwaarde van vermogensbehoud. Vooralsnog worden dergelijke rendementen niet geraamd, zodat er voor deze uitgavencategorie geen raming is opgenomen.

Subsidies

Thematische Technology Transfer

Dit betreft subsidies voor de genoemde activiteiten van de thematische samenwerkingsverbanden gericht op het oprichten van kennisstarters in de periode 2019–2025. Tevens is er een beperkt budget voor managementkosten van de TTT-fondsen.

Smart Industry

Dit betreft de uitfinanciering van het subsidiedeel van de regeling Smart Industry (zie toelichting onder investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek met vermogensbehoud). Daarnaast is er € 3,5 mln beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de Implementatie-agenda Smart Industry 2018–2021, waaronder de regionale Smart Industry Hubs.

Haalbaarheidsstudies

Via Proof of Concept, onderdeel van de investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek (met vermogensbehoud), is verspreid over de jaren 2017–2021 € 4 mln beschikbaar gesteld voor haalbaarheidsstudies voor innovatieve TO2 starters. Met een haalbaarheidsstudie kan de innovatieve TO2 starter het proof of principle aantonen evenals het commercieel perspectief van het beoogde product of proces of de beoogde dienst.

Bijdragen aan agentschappen

Dit betreft de bijdrage aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor de uitvoering van de diverse regelingen van het Toekomstfonds, zoals het Innovatiekrediet, de Seed Capital regeling, Vroegefasefinanciering, Toekomstfondskrediet onderzoeksfaciliteiten, de TTT-regeling en de regeling Smart Industry.

Ontvangsten

De ontvangsten van het Toekomstfonds betreffen de op de EZK-begroting geraamde terugbetalingen van kredieten (hoofdsom en rente) in het kader van het Innovatiekrediet en Vroegefasefinanciering. Daarnaast worden de terugontvangsten van het Dutch Venture Initiative (DVI) en de Seed Capital regelingen verantwoord. Deze ontvangsten bestaan uit de opbrengsten van rente, dividend en de verkoopwaarde van ondernemingen op het moment dat een fonds haar belangen daarin verkoopt.

Ook worden de ontvangsten in het kader van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen in het Toekomstfonds verantwoord. Dit betreft eventuele dividenden of in voorkomende gevallen de opbrengst van aandelenverkopen.

Rente-ontvangsten Toekomstfonds

Dit betreft renteopbrengsten uit eventuele beleggingen van meevallers op de aardgasbaten in staatsobligaties. Sinds de oprichting van het Toekomstfonds zijn er geen meevallers op de aardgasbaten gerealiseerd waardoor er ook geen rente-ontvangsten zijn geraamd.

Procedure staatsobligaties

Het Toekomstfonds wordt gevoed met mogelijke meevallers in de gasbaten vanaf 2014. Er is sprake van meevallers wanneer de gerealiseerde gasbaten in een bepaald jaar hoger zijn dan de gasbaten zoals die geraamd zijn in de onderstaande tabel43. De motie Pechtold c.s. (Kamerstuk 27 406, nr. 210) vraagt om het inzetten van de gasbaten met vermogensbehoud. De meevallers in de gasbaten worden, als ze zich voordoen, belegd in Nederlandse staatsobligaties. Voor een nadere beschrijving van de procedure voor het beleggen in staatsobligaties wordt verwezen naar de nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2015 (Kamerstuk 34 000 XIII, nr. 11).

Toelichting ijklijn gasbaten

Het Toekomstfonds wordt mede gevoed met eventuele hoger dan geraamde ontvangsten uit de aardgasbaten, uitgaande van de raming voor aardgasbaten in de Miljoenennota 2015. Deze raming wordt herijkt als er beleidsmatige aanpassingen van de gasproductie plaatsvinden (Kamerstuk 34 000 XIII, nr. 5).

In de afgelopen jaren en bij Voorjaarsnota 2019 is de oorspronkelijke raming, relevant voor het Toekomstfonds, herijkt als gevolg van diverse beleidsmatige aanpassingen van de gasproductie.

Als gevolg van deze wijzigingen is er sprake van meevallers voor het Toekomstfonds wanneer de gerealiseerde gasbaten in een bepaald jaar hoger zijn dan de gasbaten zoals in onderstaande tabel is opgenomen.

Na de Voorjaarsnota 2019 is er een beleidsmatige aanpassing van de gasproductie doorgevoerd op basis waarvan de ijklijn aardgasbaten is gewijzigd. In de Kamerbrief van 17 juni jl. is de Tweede Kamer geïnformeerd over de verkenning van maatregelen om de gaswinning te verlagen naar 12 mld Nm3 in het gasjaar 2019–2020. In de begroting wordt daarom reeds rekening gehouden met een daling van het winningsniveau in het gasjaar 2019–2020 van 15,9 naar 12 mld Nm3. Dit volume-effect wordt in de Miljoenennota 2020 en in de EZK-begroting 2020 budgettair verwerkt.

Bedragen x € 1 mln
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Ijklijn aardgasbasten Miljoenennota 2019

5.650

5.650

4.500

850

1.050

150

500

Bijstelling n.a.v. beleidsmatige aanpassingen (volume-effect) bij Voorjaarsnota 2019

 

– 30

– 120

– 180

– 130

– 130

– 200

Bijstelling n.a.v. beleidsmatige aanpassingen (volume effect) bij Miljoenennota 2020

 

– 80

– 230

– 90

     

Actuele ijklijn aardgasbaten Miljoenennota 2020

 

5.540

4.150

580

920

20

300

Deze actuele ijklijn wijkt af van de raming van de aardgasbaten op beleidsartikel 5 omdat voor het Toekomstfonds alleen de beleidsmatige aanpassingen van de gasproductie van toepassing zijn. Bij het vaststellen van de gasbatenraming op beleidsartikel 5 spelen onder andere de beursprijs van TTF-gas, de euro/dollar koers en de olieprijs een rol. Deze blijven bij de berekening van de ijklijn voor het Toekomstfonds buiten beschouwing.

Met de brief van 16 september 2014 (Kamerstuk 34 000 XIII, nr. 5) is de Kamer reeds geïnformeerd dat vanwege fluctuaties in de productie, prijs en wisselkoers moeilijk voorspelbaar is wanneer en in welke mate meevallers in de gasbaten zich zullen voordoen. Ook is de Kamer met deze brief geïnformeerd dat de verwachting is dat meevallers kleiner en minder frequent zullen zijn dan in het verleden.

Noot 42: Staatscourant 2019, 5087

Noot 43: De raming wordt herijkt als er beleidsmatige aanpassingen van de gasproductie plaatsvinden, zoals recent het plafond op gaswinning uit het Groningerveld is aangepast.