Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2020
  • Begrotingsstaat
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

40 Apparaat

Op dit artikel zijn de personele en materiële uitgaven en ontvangsten van EZK geraamd, voor zover die betrekking hebben op het kerndepartement (Directoraten-Generaal en stafdirecties) en de diensten van EZK (ACM44, CPB en SodM). Enkele stafdirecties van EZK werken als gemeenschappelijke dienst voor EZK en LNV. In deze begroting is enkel het EZK-aandeel van deze gedeelde diensten geraamd, te weten 57%, de overige 43% van het budget staat op de LNV-begroting geraamd. De uitgaven aan externe inhuur, de uitgaven aan ICT en de bijdragen aan shared service organisaties (SSO’s) worden apart inzichtelijk gemaakt en meerjarig geraamd. Tevens bevat dit artikel een raming voor de bijdragen aan DICTU voor zover het opdrachten betreft ten behoeve van het kernministerie EZK.
Apparaatsuitgaven kerndepartement en diensten Budgettaire gevolgen (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

VERPLICHTINGEN

297.577

319.399

294.229

276.027

273.973

270.506

273.375

UITGAVEN

297.577

319.399

294.229

276.027

273.973

270.506

273.375

               

Personele uitgaven

203.759

222.665

201.977

188.309

189.026

186.372

188.701

– waarvan eigen personeel

165.163

167.998

160.852

159.633

157.660

154.951

155.540

– waarvan externe inhuur

20.279

20.770

14.320

11.695

11.695

11.695

11.695

– waarvan overige personele uitgaven

18.317

33.897

26.805

16.981

19.671

19.726

21.466

Materiële uitgaven

93.818

96.734

92.252

87.718

84.947

84.134

84.674

– waarvan ICT1

3.200

21.641

20.208

14.976

14.639

14.778

14.778

– waarvan bijdrage aan SSO’s

13.914

13.753

13.810

14.066

13.382

13.382

13.382

– waarvan DICTU

55.491

28.068

25.671

20.377

20.370

20.370

20.370

– waarvan overige materiële uitgaven

21.213

33.272

32.563

38.299

36.556

35.604

36.144

               

ONTVANGSTEN

28.284

25.426

25.426

25.437

25.426

24.781

24.781

– waarvan ACM

17.783

18.134

18.134

18.134

18.134

18.134

18.134

– waarvan SodM

2.075

3.150

3.150

3.150

3.150

3.150

3.150

– waarvan CPB

1.643

1.643

1.643

1.643

1.643

1.643

1.643

– waarvan kerndepartement

6.783

2.499

2.499

2.510

2.499

1.854

1.854

Noot 1: Het totaal van de ICT-uitgaven van het kerndepartement en buitendiensten bestaat uit de ICT-uitgaven geraamd onder de post materiële uitgaven en de bijdrage aan DICTU.

Toelichting op de uitgaven

Personele uitgaven

Betreft alle personeelsuitgaven voor het kerndepartement en de diensten. In de begroting 2020 zijn de ramingen voor externe inhuur apart gespecificeerd. Onder de overige personele uitgaven zijn de uitgaven van het sociaal plan voor onder andere afronding uitvoeringsorganisatie DLG, wachtgelduitgaven en personeelsgerelateerde kosten zoals kosten woon-werkverkeer geraamd.

Voor 2020 wordt voor totaal EZK een percentage externe inhuur voorzien dat ruim boven de zgn. Roemer-norm ligt (maximaal 10% van de personeelskosten voor externe inhuur). Onderstaande tabel geeft de percentages externe inhuur weer voor alle onderdelen van EZK. De inhuur van externen bij het kerndepartement ligt in 2019 boven de zgn. Roemer-norm en in 2020 onder deze norm. DICTU zit in zowel 2019 als 2020 aanzienlijk boven deze norm. De norm wordt in 2020 naar verwachting ook overschreden door RVO en SodM.

Percentage externe inhuur

20181
20192

2020

Kerndepartement

8,2%

12,6%

8,4%

Autoriteit Consument & Markt

7,6%

7,6%

7,6%

Centraal Planbureau

2,3%

2,9%

0,9%

Staatstoezicht op de Mijnen

12,9%

13,0%

11,3%

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

16,6%

18,0%

17,0%

Agentschap Telecom

11,2%

10,0%

10,0%

Dienst ICT Uitvoering

60,6%

58,2%

52,3%

Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit

11,1%

Nederlandse Emissieautoriteit

9,5%

9,5%

8,8%

Totaal

19,9%

24,9%

22,1%

Noot 1: De percentages externe inhuur 2018 van voormalig EZ (nu EZK en LNV), is conform opgave in Jaarverslag 2018.

Noot 2: Vanwege de herverkavelingen uit het Regeerakkoord valt het Agentschap NEa m.i.v. 2018 onder EZK en maakt de NVWA m.i.v. 2018 onderdeel uit van LNV. Door de transitie van voormalig EZ naar twee aparte departementen gedurende 2018, was het niet mogelijk om voor het kerndepartement onderscheid te maken tussen externe inhuur van EZK en LNV. Vanaf 2019 is het percentage weergegeven voor EZK. EZK is bij de splitsing van EZ eigenaar geworden van RVO en DICTU die hoge inhuurpercentages hebben. Dat verklaart een deel van de stijging t.o.v. 2018.

  • –  Het hoge percentage externe inhuur voor het kerndepartement in 2019 komt voornamelijk door de externe inhuur bij de NCG. De NCG wordt momenteel omgevormd tot uitvoeringsorganisatie belast met de versterkingsopgave, dit vereist op korte termijn extra tijdelijke capaciteit.
  • –  Bij de percentages externe inhuur voor DICTU moet worden bedacht dat ICT-beheer en -ontwikkeling voor dit rijksbreed opererende agentschap een kerntaak is, hetgeen externe inhuur boven de Roemer-norm onvermijdelijk maakt, gegeven de bestaande krapte op de arbeidsmarkt en de wisselende behoefte aan gespecialiseerde ICT-kennis. Bovendien is het inhuren van schaarse ICT expertise relatief duur. Als gevolg daarvan zijn de personeelsuitgaven voor externe inhuur ten opzichte van de totale personeelsuitgaven eveneens relatief hoog.
  • –  RVO is een uitvoerder van een groot aantal verschillende opdrachtgevers, namelijk meerdere ministeries, decentrale overheden en de Europese Unie. RVO verzorgt de uitvoering van ruim 650 regelingen, subsidies, vergunningen en ontheffingen. Van subsidies voor boeren, tot octrooiverlening, ondersteuning bij het verkennen van buitenlandse markten en de afhandeling van schadegevallen in Groningen. Omdat dit per taak toegesneden expertise vereist, die per jaar kan fluctueren qua capaciteitsomvang, is flexibele capaciteitsinzet een randvoorwaarde voor kwalitatief hoogstaande dienstverlening.

Genoemde agentschappen zien mogelijkheden om dichterbij de norm te komen. Gelet op het specifieke karakter van DICTU en RVO zijn er echter grenzen aan de mogelijkheden om de externe inhuur te beperken, zonder risico’s te lopen voor de bedrijfsvoering en de kwaliteit van de dienstverlening. De ontwikkeling van de uitgaven externe inhuur heeft zowel de aandacht van de departementsleiding als van de onderdelen die substantieel boven de Roemer-norm scoren (DICTU, RVO). Periodiek wordt een dashboard besproken met het actuele beeld van de uitgaven externe inhuur en beide agentschappen hebben een plan van aanpak geïmplementeerd om het inhuurpercentage te verlagen, door middel van:

  • –  Het formuleren van beleid voor externe inhuur in het strategisch personeelsplan en hieruit een doelstelling formuleren voor de optimale verhouding tussen inhuur en eigen personeel.
  • –  Het terugbrengen van de externe inhuur door deze te vervangen door eigen personeel (verambtelijking) middels vaste of tijdelijke contracten. Echter, het blijkt niet altijd mogelijk om externe inhuur te vervangen door vaste dan wel tijdelijke contracten, door (wisselende) specifieke kennis en schaarste op de arbeidsmarkt voor o.a. ICT-professionals.

In de agentschapsparagraaf worden de uitgaven aan externe inhuur bij DICTU en RVO verder toegelicht.

Materiële uitgaven

Betreft de materiële uitgaven van de ondersteunende processen voor het kerndepartement en de buitendiensten. Dit omvat onder andere huisvesting, communicatie, ICT en de bijdrage aan het Inkoopuitvoeringscentrum (IUC) dat gepositioneerd is bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Vanaf de begroting 2014 zijn de uitgaven voor ICT en bijdrage aan shared service organisaties (SSO’s) apart zichtbaar gemaakt. ICT bevat zowel de uitgaven voor projecten als structurele uitgaven (onderhoud, licenties en vervanging). De bijdragen aan SSO’s betreffen onder andere het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en Expertisecentrum/Ontwikkelingscentrum Rijk. De bijdrage aan DICTU is bestemd voor ICT-dienstverlening aan het kerndepartement. Het betreft hier werkplekservices, infrabeheer en applicatieservices.

Toelichting op de ontvangsten

De ontvangsten betreffen bij de ACM voornamelijk de bijdragen uit de markt voor de sectoren energie, telecommunicatie, vervoer en post. Bij het SodM betreft het de kosten die zijn doorberekend aan de markt voor vergunningverlening en taken die volgen uit de (nieuwe) Europese Richtlijn 2013/30/EU. Bij het CPB gaat het om ontvangsten in verband met werken voor tweeden. De ontvangsten van het kerndepartement bestaan o.a. uit ontvangsten voor detacheringen en ontvangsten voor doorbelaste kosten.

Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen, ZBO’s en RWT’s

De onderstaande tabel geeft de totale apparaatsuitgaven voor EZK weer. Hierbij zijn de apparaatsuitgaven voor het kernministerie en de buitendiensten alsmede de apparaatskosten van de agentschappen en de ZBO’s en RWT’s (voor zover deze via de Rijksbegroting gefinancierd worden) weergegeven.

Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen, ZBO’s en RWT’s (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

1. Apparaatsuitgaven departement

297.577

319.399

294.229

276.027

273.973

270.506

273.375

Kerndepartement (beleid en staf)

202.092

218.816

201.637

184.712

183.757

180.940

183.809

Apparaatsuitgaven diensten

95.485

100.583

92.592

91.315

90.216

89.566

89.566

Centraal Planbureau (CPB)

16.467

17.485

16.565

16.095

15.781

15.781

15.781

Autoriteit Consument en Markten (ACM)1

65.405

68.622

64.075

63.267

62.482

61.832

61.832

Staatstoezicht op de Mijnen (SodM)

13.613

14.476

11.952

11.953

11.953

11.953

11.953

2. Apparaatskosten agentschappen

881.774

988.627

940.629

925.129

823.715

834.157

840.142

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

574.143

679.330

619.604

598.633

492.005

497.148

497.148

Agentschap Telecom (AT)

43.843

46.184

48.373

47.866

47.697

47.506

47.571

Dienst ICT Uitvoering (DICTU)

256.227

253.450

263.905

269.183

274.566

280.056

285.656

Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

7.561

9.663

8.747

9.447

9.447

9.447

9.767

3. Apparaatskosten ZBO’s en RWT’s

919.398

961.163

         

Centraal Bureau voor de Statistiek

187.362

191.109

         

Stichting COVA

1.375

1.403

         

Raad voor Accreditatie

14.415

14.703

         

Bestuur Autoriteit Consument en Markt

737

736

         

TNO

497.435

530.777

         

Kamers van Koophandel

218.074

222.435

         

Noot 1: Om invulling te geven aan de Kaderrichtlijn, 2002/21/EG, zoals gewijzigd door 2009/140/EG, artikel 3 inclusief considerans 13, wordt opgemerkt dat van het totaalbedrag voor de apparaatsuitgaven van de ACM, een bedrag van circa € 13,3 mln in 2020 specifiek voor toezicht op de elektronische communicatiesector wordt geraamd (inclusief betreffende kosten van het bestuur van de ACM).

In de tabel zijn onder andere de personele en materiële apparaatskosten van de agentschappen, ZBO’s en RWT’s vermeld. Echter, deze apparaatskosten worden niet alleen door EZK gefinancierd, maar ook door andere opdrachtgevende ministeries en derden. In de betreffende agentschapsparagrafen en de bijlage ZBO’s en RWT’s wordt dit nader toegelicht.

Tabel apparaatsuitgaven per dienstonderdeel van het kerndepartement en diensten Budgettaire gevolgen (bedragen x € 1.000)
 

2020

Totaal apparaat

294.229

DG Klimaat en Energie

26.821

DG Bedrijfsleven en Innovatie

23.803

Kerndepartement overig en diensten

243.605

In bovenstaande tabel worden de personeelsuitgaven van het kerndepartement en de diensten weergegeven. Materiële kosten worden verantwoord op het onderdeel kerndepartement en diensten.

Noot 44: De leden van het Bestuur ACM vormen een ZBO. De uitgaven voor dit ZBO zijn geraamd op beleidsartikel 1.