Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2020
  • Begrotingsstaat
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

Artikel 20 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Met het artikel 20 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte wordt invulling gegeven aan een meer flexibele planning van infrastructuur zoals toegezegd in de kabinetsreactie op IBO Flexibiliteit (Kamerstukken II 2016–2017, 34 550 A, nr. 5).

Het artikel bevat alle (plan)flexibele budgetten die gereserveerd zijn voor het verbeteren van de bereikbaarheid en gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII en de SVIR «vlot, veilig en leefbaar». De planflexibele budgetten zijn de budgetten welke naar mening van het kabinet flexibel zijn om bij (nieuwe) planvorming te betrekken. Het gaat om de (beschikbare) investeringsruimte, reserveringen die worden aangehouden en om de projectbudgetten gedurende de verkenningsfase. Over deze budgetten zijn nog geen (definitieve) bestuurlijke afspraken gemaakt en zijn niet-juridisch verplicht. Door deze budgetten bijeen te plaatsen in één artikel zijn alle flexibele budgetten overzichtelijk gepresenteerd en worden na besluitvorming, zoals een voorkeursbeslissing, ingezet bij de betreffende modaliteit. Het gaat om algemene reserveringen, de investeringsruimte, verkenningen naar bereikbaarheidsopgaven en reserveringen voor korte termijn mobiliteitsmaatregelen. De budgetten op artikel 20 zijn de basis voor het berekenen van de flexnorm in de infrastructuuragenda.

In dit artikel staan ook de brede verkenningen nieuwe stijl. Kenmerkend aan deze verkenningen is dat ze – indien mogelijk – modaliteitsneutraal zijn, een niet-infrastructurele oplossing wordt meegenomen en dat ze niet automatisch doorgaan naar de planuitwerking maar dat een expliciete afweging (tussen verkenningen) plaatsvindt. Dit is zo vastgelegd in de MIRT-werkwijze. In deze werkwijze staat het opgavengericht werken voorop. Samen met bestuurlijke partners wordt steeds bezien welke maatregel op welk schaalniveau, op de korte en op de lange termijn het meest bijdraagt aan de opgave bereikbaarheid. Zo ontstaat een mix van maatregelen die samen met andere partners over een langere periode worden uitgevoerd.

Zodra er bestuurlijke afspraken worden gemaakt bijvoorbeeld door vaststelling van een voorkeursbeslissing worden de budgetten gemuteerd naar het betreffende productartikel.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 20 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Verplichtingen

0

47.324

75.215

79.688

57.978

113.560

155.500

Uitgaven

0

32.514

74.622

73.105

52.394

111.110

155.500

20.01 Verkenningen

0

5.636

7.900

6.705

0

29.110

71.000

20.01.01 Verkenningen

0

5.636

7.900

6.705

0

29.110

71.000

20.02 Korte termijn mobiliteitsmaatregelen

0

0

0

0

10.394

0

0

20.02.01 Korte termijn mobiliteitsmaatregelen

0

0

0

0

10.394

0

0

20.03 Reserveringen

0

26.878

66.722

66.400

42.000

42.000

16.500

20.03.01 Gebiedsprogramma's

0

13.878

17.722

18.000

14.000

13.000

0

20.03.02 Overige reserveringen

0

13.000

49.000

48.400

28.000

29.000

16.500

20.04 Generieke investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

20.04.01 Generieke investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

20.05 Investeringsruimte toebedeeld modaliteit

0

0

0

0

0

40.000

68.000

20.05.01 Investeringsruimte Hoofdwegennet

0

0

0

0

0

0

0

20.05.02 Investeringsruimte Spoorwegen

0

0

0

0

0

40.000

68.000

20.05.03 Investeringsruimte Hoofdvaarwegen

0

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

0

0

0

30.000

0

17.500

0

20.09 Ontvangsten

0

0

0

30.000

0

17.500

0

Budgetflexibiliteit

De budgetten zijn in 2020 niet juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2020.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2033 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2033.

Bedragen x € 1.000
   

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

20

Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

Uitgaven

32.514

74.622

73.105

52.394

111.110

155.500

503.385

499.322

20.01

Verkenningen

 

5.636

7.900

6.705

0

29.110

71.000

171.022

209.750

20.02

Korte termijn mobiliteitsmaatregelen

 

0

0

0

10.394

       

20.03

Reserveringen

 

26.878

66.722

66.400

42.000

42.000

16.500

16.500

16.500

20.04

Generieke investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

0

20.05

Investeringsruimte toebedeeld modaliteit

 

0

0

0

0

40.000

68.000

315.863

273.072

20

Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

Ontvangsten

   

30.000

 

17.500

     

20.09

Ontvangsten

     

30.000

 

17.500

     
(Vervolg) bedragen x € 1.000
   

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2019–2033

20

Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

Uitgaven

481.449

968.722

1.234.956

1.127.941

1.937.892

1.934.862

1.820.638

11.008.412

20.01

Verkenningen

 

212.829

210.000

125.986

       

1.049.938

20.02

Korte termijn mobiliteitsmaatregelen

               

10.394

20.03

Reserveringen

 

16.500

116.500

186.500

116.500

116.500

116.500

116.500

1.079.000

20.04

Generieke investeringsruimte

 

0

0

0

672.156

1.665.847

1.598.818

1.504.739

5.441.560

20.05

Investeringsruimte toebedeeld modaliteit

 

252.120

642.222

922.470

339.285

155.545

219.544

199.399

3.427.520

20

Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

Ontvangsten

             

47.500

20.09

Ontvangsten

               

47.500

20.01 Verkenningen

Motivering

In dit artikel staan de brede verkenningen nieuwe stijl. Kenmerkend aan de verkenningen nieuwe stijl is dat ze – indien mogelijk – modaliteitsneutraal zijn, een niet-infrastructurele oplossing wordt meegenomen en dat ze niet automatisch doorgaan naar de planuitwerking maar een expliciete afweging (tussen verkenningen) plaatsvindt. De verkenningen op dit artikel dragen bij aan de bereikbaarheidsdoelstellingen uit de SVIR.

Producten

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

Ten opzichte van vorige begroting hebben zich hier geen wijzigingen plaatsgevonden dan een indexatie naar prijspeil 2019 van de Verkenningen die onder het Hoofdwegennet plaatsvinden.

Projectoverzicht behorende bij 20.01: Verkenningen (bedragen x € 1 miljoen.)
 

Budget

Planning

Projectomschrijving

huidig

vorig

Voorkeursbeslissing

Projecten Noordwest-Nederland

     

A9 Rottepolderplein

30

30

nnb

Amsterdam Zuid 5e en 6e spoor

165

165

nnb

Projecten Zuidwest-Nederland

     

A15 Papendrecht-Gorinchem

337

332

2020

Projecten Zuid-Nederland

     

A2 Den Bosch-Deil

457

457

2020

A58 Breda-Tilburg

54

53

nnb

Totaal verkenningsprogramma

1.050

1.037

 

Begroting (IF 20.01)

1.050

1.037

 

20.02 Korte termijn mobiliteitsmaatregelen

Motivering

Op dit artikelonderdeel zijn middelen gereserveerd voor planflexibele korte termijn mobiliteitsmaatregelen. Met het programma Beter Benutten is de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan door met kleine en/of slimme maatregelen mobiliteitsvraagstukken aan te pakken. De gereserveerde middelen op dit artikel zijn nog niet specifiek toegewezen aan decentrale overheden of specifieke uitvoeringsmaatregelen. Daarmee zijn deze budgetten ook nog planflexibel.

Producten

Er zijn nog geen middelen gereserveerd voor aanvullende mobiliteitsmaatregelen na het lopende programma Beter Benutten. Om de toekomstige bereikbaarheidsopgaven aan te pakken is naast aanleg van infrastructuur ook noodzakelijk om in te zetten op innovatie en benutting. Op dit artikelonderdeel kunnen specifiek voor deze onderdelen middelen worden gereserveerd.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

Korte termijn aanpak files: Bij het BO MIRT najaar 2017 is aangekondigd € 100 miljoen te reserveren voor de korte termijn aanpak files. Met Kamerbrief van 17 maart 2018 (Kamerstukken II 2017–2018, 31 305, nr. 240) is de Tweede Kamer geïnformeerd over de eerste tranche van de inzet van de korte termijn aanpak. Een groot gedeelte van het budget is inmiddels in uitvoering gegeven.

De eerste tranche aan maatregelen bestond uit:

  • •  Meer bergers en weginspecteurs;
  • •  Kleine inframaatregelen;
  • •  Voorkomen van overlast van te hoge vrachtwagens;
  • •  Spitsstroken (onderzoek naar automatisch openstellen spitsstroken met behulp van slimme camera’s);
  • •  Ontsluiten real time data voor «infrastructuur klaar voor de toekomst».

De tweede tranche aan maatregelen bestond uit:

  • •  Kleine inframaatregelen;
  • •  Handhaving en incidentmanagement (waaronder uitbreiding BOA-bevoegdheid van weginspecteurs, impuls aan sporenonderzoek voor de politie na incidenten en een verdere uitbreiding van bergers);
  • •  Projecten «infra klaar voor de toekomst» (waaronder ontwikkeling van een veilige en stabiele datadistributie en het gebruik van crowdsourced data in verkeerscentrales);
  • •  Voor het totale pakket is € 100,0 miljoen beschikbaar gesteld. Met de eerste tranche was circa € 40,0 miljoen van het budget gemoeid. De tweede tranche bestond uit circa € 60,0 miljoen aan maatregelen.

In de tweede tranche zijn twee stelposten opgenomen:

  • •  Minder hinder: € 5–10 miljoen;
  • •  Spitsstroken: € 2–5 miljoen.

Voor spitsstroken liep parallel een proces voor verruiming van de openingstijden van spitsstroken en het ombouwen van spitsstroken naar permanente rijstroken. Voor wat betreft dat laatste bleek dat de verkeersveiligheid op veel plekken niet ten goede kwam en is besloten hier vanuit de korte termijn fileaanpak geen geld in te investeren.

In het voorjaar van 2019 is besloten om € 5,0 miljoen euro uit de korte termijn fileaanpak te halen voor EUROP-(veiligheids)maatregelen op de A57/A59.

De resterende € 10,0 miljoen is bestemd voor maatregelen op het gebied van Minder Hinder en aanvullende projecten op het gebied van «infra klaar voor de toekomst». Naar verwachting wordt de concrete invulling hiervan na de zomer van 2019 bekend.

Projectoverzicht behorende bij 20.02: Korte termijn maatregelen (bedragen x € 1 miljoen.)
 

Budget

Planning

Projectomschrijving

huidig

vorig

Voorkeursbeslissing

Projecten Nationaal

     

Korte termijn aanpak files

10

100

nvt

Totaal korte termijn maatregelen

10

   

Begroting (IF 20.02)

10

   

20.03 Reserveringen

Motivering

Op dit artikelonderdeel zijn middelen gereserveerd voor beleidsprioriteiten of voorziene omstandigheden waarbij nog geen sprake is van een formele verkenning of gedragen uitwerking. Deze middelen zijn bestemd voor specifieke toekomstige opgaven. Dit zijn bijvoorbeeld de gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma’s. In deze gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma’s wordt de bereikbaarheidsopgave in deze gebieden adaptief en integraal opgepakt. Daarbij wordt nauw samengewerkt met de verschillende decentrale overheden. Wanneer duidelijk is hoe en wanneer de opgaven worden aangepakt bijvoorbeeld met een verkenning of andersoortige (korte termijn) maatregelen worden de gereserveerde middelen overgeboekt naar het betreffende productartikel of artikelonderdeel op artikel 20.

Producten

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • •  BenO Caribisch Nederland: In het Regeerakkoord is opgenomen dat vanuit de aanvullende middelen voor het Infrastructuurfonds € 5 miljoen per jaar structureel beschikbaar wordt gesteld voor de (structurele) exploitatie van infrastructuur op de BES-eilanden. De reservering is met € 5 miljoen toegenomen voor het jaar 2033. De tranches 2018 en 2019 zijn inmiddels als bijzondere uitkering verstrekt aan de Eilanden.
  • •  Reservering ERTMS (€ 300 miljoen): Om ERTMS tot 2050 landelijk uit te rollen zijn aanvullende middelen nodig bovenop de middelen die nu beschikbaar zijn in de reeksen voor beheer, onderhoud en vervanging en het huidige programma ERTMS. Vanaf 2031 wordt € 100 miljoen per jaar gereserveerd om de vervanging van ATB door ERTMS en het beheer en onderhoud ook na 2030 te bekostigen. De precieze omvang hiervan zal mede afhangen van de snelheid waarmee het beveiligingssysteem wordt uitgerold, technologische mogelijkheden (bijvoorbeeld de overschakeling naar ERTMS level 3) en hoe de prijs van het systeem zich ontwikkelt.
  • •  Kustwacht SAR/ETV (€ 146 miljoen): Dit betreft een reservering voor de structurele dekking van de Search and Rescue-helikopters (SAR) en het Emergency Towing Vessels (ETV). De SAR-helikopters zijn bedoeld voor de wettelijke taak van het opsporen en redden van mensen in nood. Er is 24 uur per dag 7 dagen per week SAR-capaciteit beschikbaar voor het snel opsporen en effectief redden van in nood verkerende bemanningen en passagiers op de Noordzee. Het ETV is bedoeld voor de wettelijke taak van het bestrijden van rampen en incidenten. Het biedt noodsleephulp en geeft daardoor de mogelijkheid om de driftrichting en snelheid van een schip in nood te wijzigen om een aandrijving met een bouwwerk in zee of een stranding te voorkomen.
  • •  Slimme en duurzame mobiliteit. (€ 66 miljoen): Tijdens het BO MIRT 2018 (Kamerstukken II 2018–2019 35 000 A, nr. 78) zijn afspraken gemaakt om invulling te geven aan de ambities uit het Regeerakkoord aangaande slimme en duurzame mobiliteit. Hiervoor wordt additioneel € 66 miljoen gereserveerd als toevoeging aan de lopende programma's.
  • •  Schone Luchtakkoord (€ 50 miljoen): Voor de uitvoering van luchtkwaliteitsmaatregelen als onderdeel van het te sluiten Schone Lucht Akkoord is een reservering getroffen. Met het Schone Lucht Akkoord wordt ingezet op een permanente verbetering van de luchtkwaliteit. Hiervoor is een maatregelpakket in ontwikkeling voor de jaren 2020–2024 van in totaal € 50 miljoen. Over de hoofdlijnen van dit te sluiten akkoord is deze zomer een Kamerbrief verstuurd (kamerstuk).
  • •  Gebiedsprogramma Utrecht (€ 27 miljoen): bij de bestuurlijke overleggen MIRT najaar 2018 zijn afspraken gemaakt over een aantal no regret maatregelen vanuit het MIRT-onderzoek U-Ned. Dit is een eerste stap binnen het opgezette gebiedsprogramma Utrecht waarin vergelijkbaar met andere grote steden in brede samenhang gekeken wordt naar mobiliteitsmaatregelen en stedelijke ontwikkeling.
  • •  Gebiedsprogramma Rotterdam – Den Haag: bij de bestuurlijke overleggen MIRT najaar 2018 zijn afspraken gemaakt over no regret maatregelen in Den Haag (CID/Binckhorst). Daarvoor zijn rijksmiddelen (€ 50 miljoen) toegevoegd vanuit de investeringsruimte Spoor (artikelonderdeel 20.05).
Projectoverzicht behorende bij 20.03: Reserveringen (bedragen x € 1 miljoen.)
 

Budget

 

Planning

Projectomschrijving

huidig

vorig

Voorkeursbeslissing

Gebiedsprogramma's

     

Projecten Noordwest-Nederland

     

Gebiedsprogramma Amsterdam

170

170

nnb

Stedelijk Openbaar Vervoer Utrecht

27

 

Nvt

Projecten Zuidwest-Nederland

     

Gebiedsprogramma Rotterdam – Den Haag

200

200

nnb

Stedelijk Openbaar Vervoer Den Haag-Rotterdam

50

 

nvt

Reserveringen

     

BenO Caribisch Nederland

70

75

nvt

Maatregelenpakket spoorgoederenvervoer

0

70

nvt

ERTMS

300

0

nvt

Kustwacht SAR/ETV

146

 

Nvt

Slimme en duurzame mobiliteit

66

 

Nvt

Schone Lucht Akkoord

50

 

Nvt

Overige reserveringen

     

Totaal reserveringen

1 079

515

 

Begroting (IF 20.03)

1 079

515

 

20.04 Generieke investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel is de generieke investeringsruimte tot en met 2033 begroot. Dit betreft de investeringsruimte waarvoor nog geen bestemming is aangegeven, en ook niet specifiek is toebedeeld aan een beleidsreservering, (gebieds)programma, verkenning of een modaliteit.

Deze generieke investeringsruimte is onder meer beschikbaar voor het kunnen opvangen van (toekomstige) risico’s en nieuwe beleidswensen onder andere op basis van de SVIR, toekomstbeelden en de NMCA. Deze investeringsruimte wordt jaarlijks gevoed door de verlenging van het fonds. Na bestuurlijke overleggen MIRT informeert het kabinet de Tweede Kamer over de voorstellen om de voor het huidig kabinet beschikbare investeringsruimte in te zetten.

Dit kabinet heeft het voornemen om het Infrastructuurfonds om te vormen tot een Mobiliteitsfonds. Kern van dit fonds is dat niet langer de modaliteit, maar de mobiliteit centraal staat. Tot 2030 zijn de financiële middelen verdeeld tussen de traditionele modaliteiten: wegen, spoorwegen en water. Middelen vanaf 2030 zijn gereserveerd voor het Mobiliteitsfonds en zullen op basis van een nieuw afweegkader en spelregels worden verdeeld.

De in de begroting 2019 opgenomen stand van de beschikbare investeringsruimte tot en met 2032 bedroeg € 4.024 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen bedraagt deze ruimte in de begroting 2020 nu € 5.442 miljoen tot en met 2033.

Belangrijkste mutaties:

  • •  De extrapolatie van het Infrastructuurfonds naar 2033 na aftrek van de doorlopende verplichtingen 2033 (€ 1.467 miljoen);
  • •  De bestaande budgetten zijn op prijspeil 2019 gebracht (€ 134 miljoen);
  • •  Bij ontwerpbegroting 2019 is binnen 20.05 abusievelijk met € 49 miljoen geëxtrapoleerd naar 2032. Dit wordt bij deze begroting gecorrigeerd, door de middelen over te boeken naar 2033;
  • •  (€ 49 miljoen).
  • •  Ten behoeve van de ERTMS (€ 300 miljoen) en Kustwacht ETV/SAR (€ 34,5 miljoen) zijn budgetten gereserveerd binnen de generieke Investeringsruimte. Zie hiervoor artikelonderdeel 20.03.
20.04 Generieke investeringsruimte (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

(Vervolg) 20.04 Generieke investeringsruimte (bedragen x € 1.000)
 

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2019–2033

Investeringsruimte

0

0

0

672 156

1 665 847

1 598 818

1 504 739

5 441 560

Totaal

0

0

0

672 156

1 665 847

1 598 818

1 504 739

5 441 560

20.05 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit

Motivering

Op dit artikelonderdeel is investeringsruimte per modaliteit gereserveerd die beschikbaar is voor sectorspecifieke opgaven en risico’s.

Producten

Hieronder is per modaliteit een toelichting opgenomen. Tot en met Ontwerpbegroting 2018 waren deze investeringsruimten weergegeven bij de modaliteitartikelen op het Infrastructuurfonds. Voor de conversie naar artikel 20 is gekozen om de mutaties die deze begroting hebben plaatsgevonden toe te lichten bij de voormalige artikelen en daarna de budgetten over te hevelen naar artikel 20.

20.05.01 Wegen

Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte tot en met 2033 verantwoord. De investeringsruimte betreft de budgettaire ruimte waarvoor nog geen bestuurlijke of juridische verplichtingen zijn aangegaan. Deze ruimte is onder meer beschikbaar voor risico’s en (toekomstige) ambities.

De stand van de beschikbare investeringsruimte opgenomen in begroting 2019 tot en met 2032 bedroeg € 1.924 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen en de aanpassingen vermeld in de 1e suppletoire begroting 2019 bedraagt deze ruimte in de begroting 2020 nu € 1.628 miljoen tot en met 2033.

Belangrijkste aanpassingen:

  • •  A27 Houten – Hooipolder: Het taakstellend budget van het project is opgehoogd vanuit de investeringsruimte (– € 65 miljoen). De raming van het project is bij het vaststellen van het Tracébesluit in overeenstemming gebracht met het taakstellend budget. Daarnaast kan de PPS-taakstelling van € 30 miljoen bij het project naar verwachting niet gerealiseerd worden.
  • •  Bij de Bestuurlijke Overleggen MIRT in het najaar van 2018 zijn afspraken gemaakt over korte termijn maatregelen A15 (maximaal – € 10 miljoen), aanvulling van het budget N65 Vught – Haaren (– € 12 miljoen), start van verkenning A1/A30 Barneveld (– € 22 miljoen) en een nieuw ringvaart aquaduct bij A4 Burgerveen – N14 (– € 80 miljoen).
  • •  Samen met de regionale partijen zijn afspraken gemaakt over een maatregelpakket ten behoeve van de bereikbaarheid van het bedrijventerrein De Run in Veldhoven (– € 12 miljoen).
  • •  Bij het vaststellen van het Voorkeursbesluit A20 Nieuwerkerk – Gouwe is het taakstellend budget gelijk gesteld aan de raming. Het restant is toegevoegd aan de investeringsruimte (€ 46 miljoen).
  • •  Verwerking van het saldo van mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma (€ 84 miljoen), met name veroorzaakt door de financiële afronding van het MJPO (€ 28 miljoen) en de A10 Coentunnel (€ 30 miljoen).
  • •  Het programma Beter Benutten Vervolg is afgerond. Het restant budget is teruggeboekt naar de investeringsruimte van de verschillende modaliteiten (€ 59 miljoen).
  • •  Het budget van A7 Corridor Amsterdam – Hoorn is aangevuld om het bestuurlijke voorkeursalternatief mogelijk te maken (– € 20 miljoen).
  • •  De apparaatsuitgaven van het kerndepartement zijn verhoogd om invulling te kunnen geven aan de ambities uit het Regeerakkoord die gericht zijn op het Hoofdwegennet (– € 12 miljoen).
  • •  Periodiek worden prestatieafspraken gemaakt met Rijkswaterstaat over beheer en onderhoud van het hoofdwegen- en Hoofdvaarwegennet, de zogenoemde Service Level Agreement (SLA). Wegens enkele endogene en exogene ontwikkelingen, zoals hogere kosten voor schadeherstel door de toename van het verkeer en eerder gemaakte kosten voor implementatie van de tunnelwetgeving, wordt middelen toegevoegd aan het Beheer en onderhoudsbudget (– € 73 miljoen).
  • •  Met het programma AIRBIM ontwikkelt RWS een geïntegreerd systeem om areaalinformatie te beheren. Hiermee krijgt Rijkswaterstaat nog beter inzicht in de (onderhouds)status van al zijn assets en kan de organisatie adequaat anticiperen op toekomstig onderhoud. Hiervoor wordt voor het HWN een aanvullende investering gedaan van € 28,9 miljoen verdeeld over de jaren 2018–2020. Deze investering wordt gedekt door de positieve financiële baten die AIRBIM op termijn gaat opleveren bij aanlegprojecten en werkzaamheden in het kader van instandhouding.
20.05.01 Investeringsruimte Hoofdwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

136.805

67.939

Voorfinanciering vrachtwagenheffing

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

0

136.805

67.939

(Vervolg) 20.05.01 Investeringsruimte Hoofdwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2019–2033

Investeringsruimte

80.639

508.229

570.832

239.477

30.737

30.737

0

1.665.449

Voorfinanciering vrachtwagenheffing

0

0

– 36.970

0

0

0

0

– 36.970

Totaal

80.639

508.229

533.862

239.477

30.737

30.737

0

1.628.479

20.05.02 Spoor

Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte tot en met 2033 verantwoord. De investeringsruimte betreft de budgettaire ruimte waarvoor nog geen bestuurlijke of juridische verplichtingen zijn aangegaan, en ook geen verkenningen gestart. Deze ruimte is ook beschikbaar voor risico’s.

De stand van de beschikbare investeringsruimte opgenomen in de begroting 2019 tot en met 2032 bedroeg € 1.749 miljoen. Door de hieronder vermelde (belangrijkste) budgettaire aanpassingen en de aanpassingen vermeld in de 1e suppletoire begroting 2019, bedraagt deze ruimte in de begroting 2020 € 1.759 miljoen:

  • •  Ophoging budget Den Haag emplacement (– € 3 miljoen). In verband met kleinere werkzaamheden die vanuit andere doelstellingen gewenst zijn is de totale ophoging € 26 miljoen. De bijdragen vanuit de andere doelstellingen is in totaal € 23 miljoen, het restant ad € 3 miljoen wordt gefinancierd uit de investeringsruimte.
  • •  Ophoging budget beheer, onderhoud en vervanging (– € 151 miljoen). Deze toevoeging dekt de opgetreden meerkosten in de periode 2019–2021;
  • •  Ophoging budget ten behoeve van de Maaslijn (– € 10 miljoen). In 2019 is met de regio afgesproken dat het Rijk het opdrachtgeverschap overneemt van de provincie en een extra bijdrage levert. Hiervoor wordt € 10 miljoen overgeboekt vanuit de investeringsruimte;
  • •  Dekking van meerkosten beton- en zettingsproblematiek HSL-Zuid (–15 miljoen);
  • •  Ophoging budget programma Overwegenaanpak vanwege afspraken overweg Guisweg (– € 12 miljoen);
  • •  Specifiek reserveren budgetten in begroting n.a.v. besluiten BO MIRT 2018 waaronder Railterminal Gelderland, Spooraansluiting Moerdijk, diverse regionale projecten, No-regret maatregelen Den Haag, aanvullende maatregelen trillingen en geluid PHS Meteren-Boxtel en een bijdrage voor de fiets aan programma U-Ned (– € 114 miljoen);
  • •  Extrapolatie ontvangsten HSL-heffing en concessie HRN (€ 222 miljoen);
  • •  Saldo van mee- en tegenvallers projecten in realisatie (€ 35 miljoen), waaronder Sporen Schiedam-Rotterdam (€ 8 miljoen), vervallen Spooraansluiting Born(€ 5 miljoen), Vervallen deelproject Onderdoorgang Kerkweg (€ 5 miljoen);
  • •  Meevaller Infraspeed (€ 15 miljoen). Als gevolg van de lage rentestand is de beschikbaarheidsvergoeding HSL-zuid lager uitgevallen.
20.05.02 Investeringsruimte Spoorwegen (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Investeringsruimte

0

0

0

0

40.000

68.000

179.058

194.808

Totaal

0

0

0

0

40.000

68.000

179.058

194.808

(Vervolg) 20.05.02 Investeringsruimte Spoorwegen (bedragen x € 1.000)
 

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2019–2033

Investeringsruimte

158.129

123.446

382.810

99.808

124.808

188.807

199.399

1.759.073

Totaal

158.129

123.446

382.810

99.808

124.808

188.807

199.399

1.759.073

20.05.03 Vaarwegen

Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte tot en met 2033 verantwoord. De investeringsruimte betreft de budgettaire ruimte waarvoor nog geen bestuurlijke of juridische verplichtingen zijn aangegaan, en ook geen verkenningen gestart Deze ruimte is ook beschikbaar voor risico’s en (toekomstige) ambities.

De in de begroting 2019 opgenomen stand van de beschikbare investeringsruimte tot en met 2032 bedroeg € 248 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen en de aanpadsingen vermeld in de 1e suppletoire begroting 2019, bedraagt deze ruimte in de begroting 2020 nu € 40 miljoen tot en met 2033.

Belangrijkste aanpassingen:

  • •  Het projectbudget van de Zeetoegang IJmond is met € 64 miljoen verhoogd vanuit de investeringsruimte om tegenvallers en noodzakelijke aanpassingen aan het ontwerp te dekken (Kamerstuk 35 000 A, Nr. 28).
  • •  Periodiek worden prestatieafspraken gemaakt met Rijkswaterstaat over beheer en onderhoud van het hoofdwegen- en hoofdvaarwegennet, zogenoemde Service Level Agreement (SLA) (– € 35 miljoen). Voor het hoofdvaarwegennet betreft dit onder andere aanvullende baggerkosten voor de Eemsgeul, een bijdrage aan de ICT-kosten en een voorschot op schadevaren.
  • •  Ten behoeve van het verduurzamen van het onderhoud aan de vaargeulen, worden middelen ter beschikking gesteld voor de nieuwe aanbesteding en verduurzaming van onderhoudscontracten (– € 12,4 miljoen).
  • •  Invoering Airbim systeem (– € 6,4 miljoen kosten en + € 14 miljoen baten). Met het project AIRBIM ontwikkelt RWS een geïntegreerd systeem om areaalinformatie te beheren. Hiermee krijgt Rijkswaterstaat nog beter inzicht in de (onderhouds)status van al zijn assets en kan de organisatie adequaat anticiperen op toekomstig onderhoud. Hiervoor wordt voor het HVWN een aanvullende investering gedaan van € 6,4 miljoen verdeeld over de jaren 2018–2020. Deze investering wordt gedekt door de positieve financiële baten die AIRBIM op termijn gaat opleveren bij aanlegprojecten en werkzaamheden in het kader van instandhouding. De verwachte baten zijn ingeboekt op een aantal projecten in voorbereiding.
  • •  Het restantbudget van het programma Beter Benutten Vervolg is teruggeboekt naar de investeringsruimte van de verschillende modaliteiten die destijds hebben bijgedragen aan het programma (+ 12,4 miljoen voor het hoofdvaarwegennet). Hiervan is € 5 miljoen ingezet voor afspraken uit het BO MIRT op het gebied van slimme en duurzame mobiliteit.
  • •  RWS Strategisch Capaciteitsmanagement (SCM) (– € 27,3 miljoen): vanuit de investeringsruimte van het hoofdvaarwegennet worden middelen overgeboekt naar netwerkgebonden kosten op 15.06 ten behoeve van de doorloop van het aanlegprogramma.
  • •  De toevoeging van het positieve saldo van mee- en tegenvallers op de projecten op het hoofdvaarwegennet aan de investeringsruimte (+ € 2,5 miljoen). Hieronder vallen onder andere de tegenvaller op Twentekanalen fase 2 € 15 miljoen en een meevaller op de Overdracht Brokx-Nat van € 20 miljoen.
  • •  Voor de uitvoering van digitale transportstrategie en de implementatie van (internationale) verplichtingen rond digitalisering worden middelen overgeboekt naar artikel 15 Hoofdvaarwegennet (– € 7,8 miljoen).
  • •  Ten behoeve van de verduurzaming en innovatie in de sectoren binnenvaart, zeevaart en havens worden, in het kader van de gesloten Green Deal, middelen overgeboekt vanuit de investeringsruimte hoofdvaarwegennet naar artikel 18 Scheepvaart en Havens op HXII (– € 10 miljoen). Aanvullend is er binnen de investeringsruimte € 10 miljoen gereserveerd voor nog uit te werken stimuleringsmaatregelen.
  • •  Er is budget overgeboekt vanuit de investeringsruimte hoofdvaarwegennet naar artikel 18 Scheepvaart en Havens op HXII om invulling te kunnen geven aan (inter)nationale onderzoeken en maatregelen gericht op uitvoering van het regeerakkoord en de doorontwikkeling en het beheer van de Single Window Maritiem en Lucht (– € 23 miljoen).
  • •  Om de verbreding van het sluiscomplex bij Kornwerderzand financieel mogelijk te maken, wordt er € 15 miljoen vanuit de investeringsruimte vaarwegen toegevoegd aan de bestaande reservering voor dit project. Met de totale rijksbijdragen onderstreept het kabinet om met infrastructurele investeringen de economische ontwikkelingen in deze regio te stimuleren (zie ook Kamerstukken II 2018–2019, 35 000 A, nr. 124).
  • •  Ten behoeve van een pilot om tot een snelle oplossing te komen voor de harde laag bij Nijmegen wordt € 6,4 miljoen uit de investeringsruimte vaarwegen onttrokken. De pilot heeft als doel om de bevaarbaarheid op de korte termijn bij Nijmegen te verbeteren en is voorbereidend op een duurzaam beheer van de rivierbodem.
20.05.03 Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

10.325

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

10.325

(Vervolg) 20.05.03 Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2019–2033

Investeringsruimte

13.298

10.547

5.798

0

0

0

0

39.968

Totaal

13.298

10.547

5.798

0

0

0

0

39.968