Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2020
  • Begrotingsstaat
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van regionale/lokale infrastructuur, de impulsen inzake de Regionale Mobiliteitsfondsen en het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP-ZZL) toegelicht. De producten van dit artikel zijn gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 14 Regionaal, lokale infrastructuur (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Verplichtingen

8.201

66.983

48.264

1.607

47.622

1.606

1.606

Uitgaven

97.268

160.512

181.250

7.979

90.406

32.606

33.126

14.01 Grote regionaal/lokale projecten

94.429

112.214

150.935

7.095

43.705

32.606

33.126

14.01.02 Planuitw. Progr. Reg/lok

253

2.104

1.606

1.606

1.606

1.606

1.606

14.01.03 Realisatieprogr. Reg/lok

94.176

110.110

149.329

5.489

42.099

31.000

31.520

14.01.04 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

14.02 Regionale Mob. Fondsen

0

0

0

0

0

0

0

14.03 RSP-ZZL: Pakket Bereikbaarheid

2.839

48.298

30.315

884

46.701

0

0

14.03.01 RSP-ZZL: RB projecten

2.839

43.298

25.291

884

0

0

0

14.03.02 RSP-ZZL: mob. Fondsen

0

5.000

0

0

46.701

0

0

14.03.03 RSP-ZZL: REP

0

0

5.024

0

0

0

0

Ontvangsten

2.219

1.108

0

0

0

0

0

14.09 Ontvangsten

2.219

1.108

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, zijn de budgetten in 2020 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2020.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2032 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2033.

Bedragen x € 1.000
   

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

14

Regionaal, lokale infrastructuur

Uitgaven

160.512

181.250

7.979

90.406

32.606

33.126

40.336

40.905

14.01

Grote regionaal/lokale projecten

 

112.214

150.935

7.095

43.705

32.606

33.126

40.336

40.905

14.02

Regionale Mob. Fondsen

 

0

0

0

0

0

0

0

0

14.03

RSP-ZZL: Pakket Bereikbaarheid

 

48.298

30.315

884

46.701

0

0

0

0

14

Regionaal, lokale infrastructuur

Ontvangsten

1.108

0

0

0

0

0

0

0

14.09

Ontvangsten

 

1.108

0

0

0

0

0

0

0

(Vervolg) bedragen x € 1.000
   

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2019–2033

14

Regionaal, lokale infrastructuur

Uitgaven

17.179

11.672

0

0

0

0

0

615.971

14.01

Grote regionaal/lokale projecten

 

17.179

11.672

         

489.773

14.02

Regionale Mob. Fondsen

               

0

14.03

RSP-ZZL: Pakket Bereikbaarheid

               

126.198

14

Regionaal, lokale infrastructuur

Ontvangsten

             

1.108

14.09

Ontvangsten

               

1.108

14.01 Grote regionale/lokale projecten

Motivering

Binnen dit artikel zijn de budgetten opgenomen voor de aanlegprojecten, waarvoor een aparte projectsubsidie wordt of is verleend. Om in aanmerking te komen voor een aparte projectsubsidie moeten de kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger zijn dan € 225 miljoen indien dat project geheel of gedeeltelijk wordt gerealiseerd binnen één of meer van de samenwerkingsgebieden, waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente ‘s-Gravenhage is gelegen, of € 112,5 miljoen, indien dat project geheel in een ander gebied wordt gerealiseerd. Het project moet passen binnen de beleidsdoelstellingen voor regionale bereikbaarheid, zoals verwoord in de begroting HXII beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor, de Lange Termijn Spooragenda (LTSa) en het Toekomstbeeld OV.

Producten

Algemeen

Regionale lokale projecten worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de decentrale overheid. IenW levert een bijdrage in de aanlegkosten van die projecten. Dit betekent ook dat de uitvoeringsperiode van een project niet gelijk hoeft te lopen met de periode waarin de rijksbijdrage beschikbaar komt in het MIRT.

Verkenningen

Voor regionale/lokale infrastructuurprojecten wordt geen apart verkenningenprogramma opgenomen in het MIRT. In de begroting zijn dan ook geen middelen voor dit product opgenomen. De verkenningen worden onder verantwoordelijkheid van de decentrale overheid uitgevoerd en pas na toetsing en besluitvorming door IenW al dan niet opgenomen in het planuitwerkingsprogramma.

14.01.02 Planuitwerkingsprogramma Regionaal/lokaal

Van een project dat in de planuitwerkingstabel is opgenomen worden de kosten van de meest kosteneffectieve variant als basis voor de rijksbijdrage aangemerkt (onder aftrek van de eigen bijdrage van € 112,5 miljoen respectievelijk € 225 miljoen voor projecten in de vervoerregio’s Amsterdam en Rotterdam-Den Haag).

Projectoverzicht behorende bij 14.01.02: Planuitwerkingsprogramma Regionaal, lokale infrastructuur (bedragen x € 1 miljoen.)
 

Budget

Planning

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Indienststelling

Overige projecten en reserveringen

49

48

 

nvt

Projecten in voorbereiding

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde risico's

       

Totaal programma planuitwerking en verkenning

       

Begroting (IF 14.01.02)

       

Legenda:

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

De beschikbare middelen betreffen een reservering voor de extra onderhoudskosten door areaalgroei bij het project HOV-NET Zuid-Holland en een reservering voor de bijdrage aan de sprinterdiensten in Limburg.

14.01.03 Realisatieprogramma Regionaal/lokaal

Hieronder vallen de uitgaven (subsidies) voor de realisatie van grote regionale/lokale infrastructuurprojecten die door regionale overheden worden aangelegd.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

Rotterdamsebaan

De vrijval op de subsidie voor het project Rotterdamsebaan van € 0,1 miljoen is toegevoegd aan de investeringsruimte Wegen (artikelonderdeel 20.05).

Projectoverzicht behorende bij 14.01.03: Realisatieprogramma Regionaal, lokale infrastructuur (bedragen x € 1 miljoen.)
 

Projectbudget

Kasbudget

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

later

huidig

vorig

Projecten Noordwest-Nederland

                       

Amstelveenlijn

80

79

12

25

15

0

28

0

 

0

2020

2020

Utrecht, tram naar de Uithof

112

112

82

0

31

0

0

0

 

0

2019

2019

Projecten Zuidwest-Nederland

                       

HOV-NET Zuid-Holland Noord (vh Rijn-Gouwelijn)

211

207

55

2

1

5

14

31

32

70

divers

2021 – 2023

Rotterdamsebaan

298

294

112

83

103

0

0

0

 

0

regio

regio

Afrondingen

0

 

0

0

– 1

0

0

0

1

0

   

Totaal

701

692

261

110

149

5

42

31

32

70

   

Begroting (IF 14.01.03)

                       

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Na openstelling vinden er in de regel nog (na)betalingen plaats, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

14.02 Regionale mobiliteitsfondsen

Motivering

Over heel Nederland worden verschillende Regionale Mobiliteitsfondsen (RMf) gebruikt. Deze fondsen zijn gevoed op basis van de volgende impulsen:

  • •  Bereikbaarheidsoffensief Randstad;
  • •  Amendement Dijsselbloem;
  • •  Amendement Van der Staaij;
  • •  Regionale bereikbaarheid (Kwartje van Kok);
  • •  Amendement Van Hijum;
  • •  Quick Wins NWA eerste en tweede tranche;
  • •  Sluiskiltunnel

Producten

Nu de oplevering van de Sluiskiltunnel heeft plaatsgevonden is duidelijkheid over de financiële afhandeling van het Mobiliteitsfonds Zeeland. De resterende middelen in het Mobiliteitsfonds Zeeland worden samen met een aanvulling vanuit artikel 14.02 van € 1,3 miljoen beschikbaar gesteld aan de provincie Zeeland. Dit ter invulling van de bestuurlijke afspraak over de financiële bijdrage van het Rijk aan de N62 Sloeweg van in totaal € 5,0 miljoen (BO-MIRT Zuidwest Nederland najaar 2016).

De resterende middelen (€ 7,9 miljoen) die op artikel 14.02 nog voor de Sluiskiltunnel beschikbaar waren, worden overgeheveld naar de investeringsruimte Wegen.

14.03 RSP Zuiderzeelijn, pakket Regionale Bereikbaarheid

Motivering

Op dit artikelonderdeel zijn middelen begroot n.a.v. het convenant Regio Specifiek Pakket Zuiderzeelijn tussenRijk-Regio (Kamerstukken II 2007–2008, 27 658, nr. 43). Het pakket omvat projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid in Noord-Nederland (concrete bereikbaarheidsprojecten en regionaal mobiliteitsfonds) en een Ruimtelijk-economisch programma (REP), tevens ten behoeve van Noord-Nederland. De voorwaarden voor het RSP zijn beschreven in het op 23 juni 2008 ondertekende convenant Rijk-Regio (Kamerstukken II 2008–2009, 31 700 A, nr. 19). Over de voortgang wordt de Tweede Kamer jaarlijks met een voortgangsrapportage (in het najaar) geïnformeerd.

Binnen de projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid gaat het in totaal om vijf concrete bereikbaarheidsprojecten, zie 14.03.01. De rijksbijdrage voor de A7 Zuidelijke Ringweg Groningen fase 2 en de N50 Ramspol-Ens zijn inmiddels overgeheveld naar artikel 12 Hoofdwegen.

In 2009 is het Regionaal Mobiliteitsfonds (RMf) RSP opgericht voor Noord-Nederland (zie Regionale Mobiliteit in tabel). Het totale budget RMf RSP is € 970 miljoen. Dit bestaat uit € 500 miljoen bijdrage van het Rijk en € 470 miljoen bijdrage van de regio. Binnen het RMf RSP is € 100 miljoen gereserveerd als bijdrage aan de concrete projecten; zie 14.03.02. Deze bijdrage vervalt als na realisatie van de concrete projecten is gebleken dat deze bijdrage niet nodig is en blijft beschikbaar voor het RMf RSP. De inzet van middelen uit het RMf RSP is een decentrale verantwoordelijkheid. Het RMf RSP is beschikbaar voor projecten, die kunnen worden gerealiseerd vóór 2020. Enkele projecten lopen langer door dan 2020, zoals ook eerder is gemeld in de voortgangsrapportages van het Regio specifiek pakket Zuiderzeelijn.

Binnen het Ruimtelijk Economisch Programma (REP) wordt onderscheid gemaakt tussen een rijksdeel (€ 150 miljoen) en een regionaal deel (€ 250 miljoen). Het rijksdeel valt onder regie van het Ministerie van EZK. Het betreffende rijksbudget werd tot en met 2012 verantwoord op de EZ-begroting, daarna is in 2012 het resterende deel via het Provinciefonds gedecentraliseerd. Het regionale deel, in totaal € 250 miljoen, valt onder regie van de regio. De rijksbijdrage voor het regionale deel, € 150 miljoen, is opgenomen op de begroting Infrastructuurfonds; zie 14.03.03. Deze bijdrage wordt in jaartranches overgeboekt via het provinciefonds naar de regio. Van de oorspronkelijke € 150 miljoen vanuit het Rijk is nog € 50 miljoen niet uitgekeerd. Dat zal naar verwachting de komende jaren plaatsvinden. Ook de regio heeft € 100 miljoen beschikbaar gesteld voor het regionale deel van het REP.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

Concrete bereikbaarheidsprojecten

Het opdrachtgeverschap van het project partiele spoorverdubbeling Groningen-Leeuwarden is overgegaan van IenW naar de Regio. Het binnen het realisatieprogramma personenvervoer beschikbare budget ad € 23,702 miljoen is om die reden overgeboekt van artikelonderdeel 13.03 naar artikelonderdeel 14.03. De middelen worden via stortingen in het Provincie- en btw-compensatiefonds beschikbaar gesteld aan de Regio.

Regionale Mobiliteit

De post regionale mobiliteit betreft een storting van het Rijk aan de regio waarmee de regionale mobiliteit wordt verbeterd (voorheen in begroting: regionale mobiliteitsfondsen). De afspraken zijn gemaakt bij het Regio Specifiek Pakket Zuiderzeelijn. Voor de reactivering van het spoor tussen Veendam en Stadskanaal wordt de post Regionale Mobiliteit met € 5 miljoen opgehoogd vanuit de extra middelen bij huidige kabinet binnen de investeringsruimte Spoor (artikelonderdeel 20.05).

Projectoverzicht behorende bij 14.03: Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (bedragen x € 1 miljoen.)
 

Projectbudget

Kasbudget

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

later

huidig

vorig

14.03.01 Concrete bereikbaarheidsprojecten

115

90

46

42

25

1

0

0

0

0

   

14.03.02 Regionale Mobiliteit

543

537

491

5

0

0

47

0

0

0

   

14.03.03 Ruimtelijke economisch programma

5

5

0

0

5

0

0

0

0

0

   

Afronding

                       
 

663

632

537

47

30

1

47

0

0

0

   

Afrekening voorschotten

     

1

               

Begroting (IF 14.03)

663

632

537

48

30

1

47

0

0

0

   

LMCA Spoor: sporendriehoek (IF 13.03.01)

136

134

63

10

25

19

12

7

0

0

   

Totale rijksbijdrage Noord-Nederland

799

766

600

58

55

20

59

7

0

0