Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2020
  • Begrotingsstaat
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van rijksvaarwegen verantwoord. Dit betreffen de onderdelen verkeersmanagement, beheer, onderhoud en vervanging, aanleg, geïntegreerde contractvormen/PPS, netwerkgebonden kosten en de investeringsruimte.

De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de begroting Hoofdstuk XII over 2017 en vinden hun oorsprong in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en de Nota Mobiliteit (NoMo) (Kamerstukken II 2004–2005, 29 644, nr. 6).

Het artikel Hoofdvaarwegennet op het Infrastructuurfonds is gerelateerd aan beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens op de begroting Hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art.15 Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Verplichtingen

724.468

939.219

973.825

838.957

787.062

781.518

824.909

Uitgaven

845.570

952.996

994.399

1.255.031

1.108.668

942.466

926.970

15.01 Verkeersmanagement

8.655

8.830

8.830

8.830

8.830

8.830

8.830

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

8.655

8.830

8.830

8.830

8.830

8.830

8.830

15.02 Beheer onderhoud en vervanging

334.496

361.554

398.074

311.437

326.637

315.081

324.692

15.02.01 Beheer en onderhoud

288.844

304.090

331.829

254.299

205.004

195.248

193.287

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

283.007

299.146

311.509

250.138

200.843

191.087

190.630

15.02.04 Vervanging

45.652

57.464

66.245

57.138

121.633

119.833

131.405

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

0

0

0

1

1

1

1

15.03 Aanleg

159.164

202.091

171.166

325.818

307.175

219.733

220.938

15.03.01 Realisatieprogramma

157.949

171.976

171.166

316.317

236.183

120.078

105.786

15.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen

1.215

30.115

0

9.501

70.992

99.655

115.152

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

444

343

1.348

722

1.562

1.562

1.562

15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

28.867

51.152

75.293

264.214

122.791

64.397

52.937

15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN

314.388

329.369

341.036

344.732

343.235

334.425

319.573

15.06.01 Apparaatskosten RWS

285.741

295.980

309.221

312.772

313.500

304.692

289.416

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

285.741

295.980

309.221

312.772

313.500

304.692

289.416

15.06.02 Overige netwerkgebonden kosten

28.647

33.389

31.815

31.960

29.735

29.733

30.157

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

28.647

33.389

31.815

31.960

29.735

29.733

30.157

15.07 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

81.365

102.191

154.888

89.065

20.711

240

9.186

15.09 Ontvangsten

81.365

102.191

154.888

89.065

20.711

240

9.186

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, zijn de budgetten in 2020 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2020.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2033 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2033.

Bedragen x € 1.000
   

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

15

Hoofdvaarwegennet

Uitgaven

952.996

994.399

1.255.031

1.108.668

942.466

926.970

738.189

849.367

15.01

Verkeersmanagement

 

8.830

8.830

8.830

8.830

8.830

8.830

8.830

8.830

15.02

Beheer onderhoud en vervanging

 

361.554

398.074

311.437

326.637

315.081

324.692

286.329

273.913

15.03

Aanleg

 

202.091

171.166

325.818

307.175

219.733

220.938

84.601

205.309

15.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

 

51.152

75.293

264.214

122.791

64.397

52.937

48.716

51.105

15.06

Netwerkgebonden kosten HVWN

 

329.369

341.036

344.732

343.235

334.425

319.573

309.713

310.210

15.07

Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

0

15

Hoofdvaarwegennet

Ontvangsten

102.191

154.888

89.065

20.711

240

9.186

3.404

0

15.09

Ontvangsten

 

102.191

154.888

89.065

20.711

240

9.186

3.404

0

(Vervolg) bedragen x € 1.000
   

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2019–2033

15

Hoofdvaarwegennet

Uitgaven

663.251

775.609

885.116

925.692

641.728

655.829

613.247

12.928.558

15.01

Verkeersmanagement

 

8.830

8.830

8.830

8.830

8.830

8.830

8.830

132.450

15.02

Beheer onderhoud en vervanging

 

233.679

324.551

302.649

318.856

212.807

259.932

223.515

4.473.706

15.03

Aanleg

 

60.272

79.126

211.557

236.103

41.257

25.827

25.909

2.416.882

15.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

 

48.945

48.943

47.920

47.743

64.674

47.080

40.833

1.076.743

15.06

Netwerkgebonden kosten HVWN

 

311.525

314.159

314.160

314.160

314.160

314.160

314.160

4.828.777

15.07

Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

0

15

Hoofdvaarwegennet

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

379.685

15.09

Ontvangsten

 

0

0

0

0

0

0

0

379.685

15.01 Verkeersmanagement

Motivering

De activiteiten binnen verkeersmanagement worden uitgevoerd om een vlot, betrouwbaar en veilig scheepvaartverkeer op het hoofdvaarwegennet te realiseren.

Producten

15.01.01 Verkeersmanagement

Bij verkeersmanagement gaat het voornamelijk om de volgende activiteiten:

  • •  Verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering;
  • •  Monitoring en informatieverstrekking;
  • •  Vergunningverlening en handhaving;
  • •  Crisisbeheersing en preventie.

In het goederenvervoer over water is een groei voorzien (NMCA goederenvervoer integraal 2017), die deels met verkeersmanagement wordt gefaciliteerd. Daarnaast moet de betrouwbaarheid en reistijd op orde te worden gebracht. Beleidsdoelstellingen op het gebied van verkeersmanagement zijn:

  • •  Het zoveel mogelijk beperken van de gemiddelde structurele wachttijd bij sluizen in de hoofdvaarwegen;
  • •  Het afstemmen van de bediening van bruggen en sluizen op de vraag vanuit de markt.

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. De verdeling naar onder meer Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud is extracomptabel inzichtelijk gemaakt in bijlage 4 Instandhouding van deze begroting.

Vanaf 2014 wordt in overleg met de sector gewerkt aan het zo goed mogelijk vormgeven van de bediening van sluizen en beweegbare bruggen. De Kamer is geïnformeerd over de wijze waarop RWS en haar collega vaarwegbeheerders dit vormgeven, via het stuk «vergezicht bediening sluizen en bruggen» (Kamerstukken II 2015–2016, 34 300 A, nr. 56). In 2019 is de Kamer geïnformeerd welke maatregelen Rijkswaterstaat samen met de sector heeft geselecteerd om de betrouwbaarheid van reistijden te verbeteren in het kader van Beter Bediend (Kamerstukken, 2018–2019, 31 409, nr. 219).

Met het toezicht op het water dat door RWS (onder andere samen met de Politie) wordt uitgevoerd, wordt beoogd de veiligheid voor de gebruikers te borgen. Dit toezicht heeft ook een preventieve werking. Met de inwerkingtreding van de nieuwe Binnenvaartwet is meer nadruk komen te liggen op bestuursrechtelijke handhaving door IenW (in plaats van strafrechtelijke handhaving door de Politie). In geval van calamiteiten, zoals schade en verontreinigingen, wordt hierover bericht en adequaat opgetreden. Hiervoor is een calamiteitenorganisatie operationeel.

Specificatie bedieningsareaal

Areaalomschrijving

Eenheid

2018

2019

2020

Begeleide vaarweg

km

592

592

592

Bediende objecten

stuks

242

244

244

Toelichting

Alleen de vaarwegen die vanuit vaste verkeersposten worden begeleid, zijn in het hierboven opgenomen areaal meegeteld. De vaarwegen in beheer bij RWS die met patrouillevaartuigen worden bestreken zijn derhalve niet meegerekend.

Er zijn in 2020 voor deze indicatoren geen veranderingen voorzien.

De indicator passeertijden sluizen is opgenomen in beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens in de begroting Hoofdstuk XII.

15.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Beheer en onderhoud wordt uitgevoerd om het hoofdvaarwegennet in een staat te houden, die noodzakelijk is voor het faciliteren van vlot, betrouwbaar, veilig en duurzaam vervoer van goederen.

Producten

Het regulier beheer en onderhoud van rijksvaarwegen omvat maatregelen aan bodems, oevers, kunstwerken zoals sluizen en bruggen, verkeersvoorzieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor verkeersmanagement, zoals verkeerscentrales.

In de huidige meerjarenperiode (2018–2021) wordt een impuls aan het onderhoud gegeven van € 97 miljoen (waarvan € 11 miljoen wegen; € 86 miljoen vaarwegen). Met deze impuls wordt een deel van het uitgesteld onderhoud op de wegen en vaarwegen aangepakt en worden maatregelen genomen om storingen op de vaarwegen en de groei van het uitgesteld onderhoud te beperken.

Vervanging en renovatie (VenR) betreft het tijdig programmeren en nemen van maatregelen aan kunstwerken en vaarwegen waarbij regulier beheer en onderhoud niet meer voldoende is. Voornamelijk in de eerste helft en vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw zijn er kunstwerken gerealiseerd die, mede door het intensieve gebruik, nu of in de komende decennia het moment van einde levensduur naderen. Op basis van onderzoek wordt concreet gemaakt voor welke kunstwerken wanneer vervanging of renovatie aan de orde is.

Voor zover de activiteiten centraal vanuit RWS worden ingezet, worden de kosten centraal gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. De verdeling naar onder meer Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud is extracomptabel inzichtelijk gemaakt in bijlage 4 «Instandhouding» bij deze begroting.

15.02.01 Beheer en Onderhoud

Een voorwaarde voor het optimaal gebruiken van het vaarwegennet is de bedrijfszekerheid van de infrastructuur van de vaarwegen.

De activiteiten zijn erop gericht, om de scheepvaart (beroeps- en recreatievaart) zo goed mogelijk te faciliteren. Het betreft maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven. Daarnaast betreft het maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen te laten functioneren.

Om verkeersoverlast tot een minimum te beperken, worden zowel de werkzaamheden binnen beheer en onderhoud als werkzaamheden die voortkomen uit het aanlegprogramma goed afgestemd. Binnen Beheer en onderhoud vallen zowel het preventief als het correctief onderhoud

Kustwacht

De Kustwacht Nederland is een organisatie met eigen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De directeur Kustwacht maakt jaarlijks een Activiteitenplan en Begroting (APB) en legt dit voor aan de raad voor de kustwacht. De ministerraad stelt het APB vervolgens vast. De directeur Kustwacht beschikt over een informatiecentrum, schepen, surveillancevliegtuigen en helikopters.

De Minister van IenW is als coördinerend Minister voor Noordzee-aangelegenheden verantwoordelijk voor totstandkoming van geïntegreerd beleid voor de Noordzee en het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht. De Minister van Defensie is beheerder van de Kustwacht. De overzichtsconstructie Kustwacht is als bijlage 3 aan deze begroting toegevoegd.

Overdracht Brokx-Nat

De nog over te dragen vaarwegen in het kader van Brokx-Nat zijn in beeld gebracht in een eindbalans, op basis waarvan de Tweede Kamer in 2002 is geïnformeerd (Kamerstukken II 2002–2003, 28 600 XII, nr. 17). Op dit artikel wordt de betaling aan provincies en gemeenten voor het onderhoud aan kanalen in Drenthe, haven Oudeschild en wegen en paden Texel verantwoord.

Meetbare gegevens

In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor kunstwerken oevers, bodems en verkeersvoorzieningen. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde.

Areaal Beheer en Onderhoud
 

Eenheid

Omvang 2020

Budget x € 1.000

2020

Vaarwegen

km

7.082

331.829

Toelichting

Het totale areaal is een optelling hoofdtransportassen, hoofdvaarwegen en overige vaarwegen van in totaal afgerond 3.437 kilometer en van zeecorridors en zeetoegangsgeulen van in totaal afgerond 3.646 kilometer, tezamen is dit afgerond 7.082 kilometer. Er worden in 2020 geen veranderingen voorzien.

Indicatoren Beheer en Onderhoud

Indicator

2017

2018

streefwaarde 2019

streefwaarde 2020

Geplande stremmingen (gehele areaal)

0,5%

0,8%

0,8%

0,8%

Ongeplande stremmingen (gehele areaal)

0,2%

0,4%

0,2%

0,2%

Toelichting

De geplande en ongeplande stremmingen geven een beeld van de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de sluizen en bruggen op de vaarwegen. De percentages zijn berekend door de gestremde uren voor het maatgevend schip af te zetten tegen de totale bedientijd van deze objecten. De streefwaarden betreffen de afgesproken maximale waarden. Door uitgesteld onderhoud, ouderdom en intensiever gebruik neemt de kans op ongeplande uitval van objecten toe.

15.02.04 Vervanging

Het is van belang dat de veiligheid en de beschikbaarheid van het Hoofdvaarwegennet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de jaren ’60 van de vorige eeuw is de vervangingsopgave toegenomen. De projecten behorende bij deze opgave zijn opgenomen in het MIRT Overzicht3. Het totaal van de opgave wordt in de instandhoudingsbijlage toegelicht.

Vervangingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vervanging en Renovatie. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid van het Hoofdvaarwegennet. De projecten in het programma Vervanging en Renovatie verlengen de levensduur van de kunstwerken, zodat de veiligheid en de beschikbaarheid van de bestaande infrastructuur in stand wordt gehouden.

15.03 Aanleg

Motivering

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor de aanleg- en planuitwerking activiteiten bij het hoofdvaarwegen netwerk.

15.03.01 Realisatie

Producten

In 2020 wil IenW de volgende mijlpalen realiseren:

Mijlpaal

Project

Openstelling

– Capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde

Start realisatie

– Ligplaatsen Merwedes: de aanleg van 4 extra ligplaatsen in de bestaande vluchthaven bij Gorinchem

– Overnachtingshaven Lobith (onderdeel van Toekomstvisie Waal)

De belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • •  Nieuwe Sluis Terneuzen: Het projectbudget is verlaagd als gevolg van het Nederlandse deel van aanbestedingsmeevaller (€ 37,5 miljoen). Door deze aanbestedingsmeevaller is ook de bijdragen van Vlaanderen met € 47 miljoen verlaagd.
  • •  Uitbreiding overnachtingshavens Merwedes: dit project is overgeheveld van het artikel verkenning en planuitwerking (15.03.02).
  • •  Maasroute fase 2 (€ 15 miljoen): De budgetverhoging wordt veroorzaakt door een tegenvaller bij het project Verbreding Julianakanaal als gevolg van contractproblematiek.
  • •  Verruiming Twentekanalen fase 2: Het projectbudget is verhoogd met € 74 miljoen. Deze verhoging wordt deels verklaard door het toevoegen van € 72 miljoen aan het budget voor het definitief vervangen van de damwanden (RWS-2019/8741). Het budget van € 57 miljoen voor het vervangen van deze damwanden komt uit de reservering Vervanging en Renovatieprogramma (VenR) hoofdvaarwegen. Daarnaast komt de resterende € 15 miljoen uit de investeringsruimte vaarwegen voor de beheersing van de grondwaterproblematiek.
  • •  De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van prijsindexering en het inboeken van de verwachte baten ter financiële dekking van AIR BIM. Het project AIR BIM betreft de ontwikkeling van een informatiemanagementsysteem dat door verbeterde areaal-informatie zal leiden tot besparingen bij zowel realisatieprojecten als de instandhouding. Onder andere bij de volgende projecten in realisatie zijn besparingen ingeboekt: Twentekanalen en Toekomstvisie Waal.
Projectoverzicht behorende bij 15.03.01: Realisatieprogramma Hoofdvaarwegennet (bedragen x € miljoen.)

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

later

huidig

vorig

Projecten Nationaal

                       

Beter Benutten

18

18

16

0

0

0

     

2

Impuls Dynamisch Verkeersmanagement Vaarwegen

101

101

97

1

2

1

       

2018

2018

Walradarsystemen

26

26

23

1

0

       

2

2021

2021

Projecten Noordwest-Nederland

                       

De Zaan (Wilhelminasluis)

13

13

10

     

3

     

2020

2020

Projecten Zuidwest-Nederland

                       

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden-Lek

13

13

1

1

0

2

9

     

2023

2019

Uitbreiding overnachtingshavens Merwedes

20

20

0

1

6

2

     

10

   

Nieuwe Sluis Terneuzen

947

1.025

190

176

180

160

145

30

30

35

2022

2022

Projecten Zuid-Nederland

                       

Maasroute, modernisering fase 2

641

630

576

11

21

22

8

3

   

2023

2018

Wilhelminakanaal Tilburg

96

100

93

1

2

0

0

   

1

na 2017

na 2017

Zuid-Willemsvaart; aanleg Maximakanaal en opwaardering tot Veghel

431

430

424

1

         

6

2015

2015

Projecten Oost Nederland

                       

Toekomstvisie Waal

136

134

30

3

14

35

23

18

11

3

2022–2024

2021

Vaarweg Meppel-Ramspol (keersluis Zwartsluis)

65

65

57

3

 

1

     

5

2017

2017

Verruiming Twentekanalen fase 2

169

95

6

4

4

94

43

18

   

2023

2019

Projecten Noord-Nederland

                       

Vaarweg Lemmer – Delfzijl fase 1; verbetering tot klasse Va

284

284

280

4

           

2019

2019

Verruiming vaarweg Eemshaven-Noordzee

39

39

37

0

         

2

2017

2017

Overige projecten

                       

Kleine projecten / Afronding projecten

1

2

 

0

0

       

0

   

Afrondingen

     

1

1

– 1

1

   

1

   

Totaal uitvoeringsprogramma

3.000

2.995

1.840

208

230

316

232

69

41

67

   

Realisatieuitgaven op IF 15.03.01 mbt planuitwerking

     

3

2

0

4

12

4

0

   

Programma Realisatie

     

211

232

316

236

81

45

67

   

Budget Realisatie (IF 15.03.01)

     

172

171

316

236

120

106

67

   

Overprogrammering (–)

     

– 39

– 61

0

0

39

61

0

   

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Na openstelling vinden er in de regel nog (na)betalingen plaats, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

15.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • •  Bijdrage aan agentschap: door de extrapolatie naar 2033 en prijsbijstelling over 2019 is de bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen met € 8 miljoen toegenomen.
  • •  Reservering Life Cycle Costs (LCC): door de extrapolatie naar 2033 en prijsbijstelling over 2019 is de reservering voor LCC met € 27 miljoen toegenomen.
  • •  Overige projecten en reserveringen: de aanbestedingsmeevaller op het project Nieuwe Sluis Terneuzen van € 37,5 miljoen is gereserveerd op 15.03.02 ten behoeve van mogelijke toekomstige risico’s.
  • •  Het project Capaciteitsuitbreiding overnachtingsplaatsen Merwedes is naar realisatie gegaan.
Projectoverzicht behorende bij 15.03.02: Verkenningen en planuitwerkingen Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 miljoen.)
 

Budget

 

Planning

Projectomschrijving

huidig

vorig

TB

Openstelling

Realisatieuitgaven op IF 15.03.01 mbt planuitwerkingsprojecten

– 30

– 36

nvt

nvt

Projecten Nationaal

       

Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen

12

8

nvt

nvt

Reservering voor LCC

250

223

nvt

nvt

Projecten Noordwest-Nederland

       

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Amsterdam-Lemmer

6

6

 

2025–2027

Lichteren buitenhaven IJmuiden

65

65

nnb

nnb

Vaarweg IJsselmeer-Meppel

36

36

 

2023

Projecten Zuidwest-Nederland

       

Capaciteit Volkeraksluizen

151

152

 

2024–2026

Verkeerssituatie splitsing Hollandsch Diep-Dordtsche Kil

10

10

2016

2025–2027

Projecten Oost-Nederland

       

Bovenloop IJssel (IJsselkop tot Zutphen)

36

36

 

2026–2028

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen IJssel

28

28

2019

2021–2022

Projecten Noord-Nederland

       

Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 2

102

102

2017

2023–2025

Overige projecten en reserveringen

563

507

   

Projecten in voorbereiding

       

Projecten Noordwest-Nederland

       

Verbreding sluiscomplex Kornwerderzand

       

Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 2; reservering verkenning bruggen (AP)

       

Projecten Zuidwest-Nederland

       

Kreekraksluizen

     

2026–2028

Projecten Oost-Nederland

       

Reservering garantstelling Twentekanalen

     

2018–2020

Verkenning IJssel fase 2

     

2028

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde risico's

       

afrondingen

– 2

     

Totaal programma planuitwerking en verkenning

1.227

1.137

   

Begroting (IF 15.03.02)

1.227

1.137

   

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen.

Legenda:

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

Bij infrastructuurprojecten boven het drempelbedrag van € 60 miljoen wordt middels een Publiek Private Comparator (PPC) getoetst of een DBFM-contract meerwaarde op kan leveren. Infrastructuurprojecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, onderhoud en financiering) aan een private opdrachtnemer. In plaats van een product wordt een dienst uitgevraagd, te weten de beschikbaarheid van de infrastructuur. De betaling voor deze dienst vindt plaats aan de hand van de overeengekomen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheid. De beschikbaarheidsvergoeding wordt pas uitgekeerd na oplevering van het project; tijdens de bouw dient de DBFM-Opdrachtnemer daarom zelf de financiering te regelen. Omdat het project gefinancierd is door banken en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financiers op de private opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren: op tijd en binnen de geraamde kosten. Een lager prestatieniveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zekerstellen. In de bouwfase is doorgaans wel sprake van een gedeeltelijke betaling (de partiële beschikbaarheidsvergoeding), als sprake is van de uitbreiding van een bestaande sluis die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor de scheepvaart. Bij openstelling van de sluis wordt overgegaan naar een volledige beschikbaarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbesteding resulteert in een meerjarige verplichting, van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project. Op dit begrotingsartikel bestaat daarmee geen enkele budgetflexibiliteit. Slechts bij onderpresteren van de opdrachtnemer kunnen boetes en kortingen worden aangebracht.

De verplichting aan de DBFM-Opdrachtnemer vervalt aan het einde van de looptijd van het contract waarna het beheer en onderhoud van deze vaarwegdelen en/of objecten terugkomen bij RWS en de bijbehorende budgetten gaan vallen onder het reguliere onderhoudsartikel (artikelonderdeel 15.02 Beheer, Onderhoud en Vervanging). Pas aan het einde van de looptijd kan de definitieve meerwaarde van de PPS-contractvorm worden bepaald en geconcludeerd of binnen het meerjarig budget is gebleven.

Producten

In 2013 is het DBFM Sluizenprogramma in werking gesteld, waar de volgende projecten in ondergebracht zijn: Sluis Limmel, 3e Kolk Beatrixsluis, Sluis bij Eefde en Zeetoegang IJmond. De projecten Sluis Limmel en 3e Kolk Beatrixsluis zijn opgesteld, de Sluis Eefde wordt naar verwachting in 2020 opengesteld. Er is sprake van een volledige beschikbaarheidsvergoedingen. De looptijd van deze contracten varieert; in onderstaand projectenoverzicht is zichtbaar wanneer de contracten eindigen.

Zeetoegang IJmond verkeert in de bouwfase en kent een partiële beschikbaarheidsvergoeding. De volledige beschikbaarheidsvergoeding wordt na openstelling betaald. De looptijd van deze contracten varieert; in onderstaand projectenoverzicht is zichtbaar wanneer de contracten eindigen.

Na afloop van het DBFM-contract zal het budget voor Beheer en Onderhoud weer worden toegevoegd aan artikelonderdeel 15.02. Beheer, Onderhoud en Vervanging. Bij de jaarlijkse verlenging van het Infrastructuurfonds worden deze budgetten gezien als een doorlopende verplichting.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • •  Zeetoegang IJmond: Het projectbudget is toegenomen met € 81 miljoen. Dit wordt deels verklaard door een ophoging van het taakstellend budget met € 64 miljoen. Hierover is de Kamer geïnformeerd (Kamerstuk 35 000 A, Nr. 28). Er was extra budget van € 27,5 miljoen nodig voor de tegenvallers en ontwerpaanpassingen die niet binnen het projectbudget konden worden opgevangen. Naast de projectkosten zijn er extra kosten van € 19 miljoen voor het Rijk voor het langer ophouden van de Noordersluis, het langer in stand moeten houden van de hoogwaterkeringen en kosten voor het langer in stand houden van de RWS projectorganisatie. Voor de onvoorziene risico’s is er een budget van € 17,5 miljoen opgenomen. De resterende budgetophoging is de prijsindexering 2019.
  • •  Keersluis Limmel: Het projectbudget is verlaagd met € 4 miljoen. Er is sprake van een harde meevaller. Een deel van de risicoreservering is niet meer benodigd voor het project.
  • •  De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van prijsindexering 2019.
Projectoverzicht behorende bij 15.04: Geïntegreerde contractvormen/PPS Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 miljoen.)
 

Projectbudget

Kasbudget

Openstelling

Eind contract

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

later

huidig

vorig

 

Projecten Noordwest-Nederland

                         

Lekkanaal: 3e kolk Beatrixsluis en verbreding kanaalzijde/uitbreiding ligplaatsen

422

415

40

30

17

15

14

15

15

276

2019

2019

2046

Zeetoegang IJmond

1.021

940

77

12

46

229

100

42

30

485

2022

2022

2045

Projecten Zuid-Nederland

                         

Capaciteitsuitbreiding sluis Eefde

157

155

18

6

10

15

6

5

5

91

2020

2020

2047

Keersluis Limmel

87

91

19

3

3

4

3

3

3

48

2018

2018

2048

Afrondingen

       

– 1

1

 

– 1

 

1

     

Totaal

1.687

1.601

153

51

75

264

123

64

53

902

     

Begroting (IF 15.04)

   

153

51

75

264

123

64

53

902

     

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Bij DBFM-projecten worden na de openstelling de beschikbaarheidsvergoedingen betaald, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

15.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdvaarwegennet

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) van RWS en de overige netwerkgebonden kosten geraamd. De overige netwerkgebonden kosten komen ten goede aan verkeersmanagement, beheer, onderhoud, vervanging, aanleg en DBFM, en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS worden opgepakt. Het gaat bij deze zogeheten landelijke taken onder meer om het verzamelen van basisinformatie, onderhouden van ICT-systemen, het inspecteren van het areaal en de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en anderzijds kostenbesparing.

Rijksrederij

De Rijksbrede Civiele Rijksrederij is een organisatie die nautische diensten levert aan andere overheden zoals het Ministerie van EZK, Financiën (Douane), IenW en de Kustwacht. De Rijksrederij valt onder de verantwoordelijkheid van RWS. De kerntaken van de Rijksrederij zijn:

  • •  Het ter beschikking stellen van vaartuigen voor een bepaalde tijdsduur (al dan niet met nautische bemanning) met een door de opdrachtgever gespecificeerd dienstverleningsniveau;
  • •  Het leveren van kennisintensief advies aan overheidsinstellingen bij beheer, ontwerp en aanbesteding van vaartuigen;
  • •  Het leveren van kennisintensief advies op het gebied van eisen aan bemanningen, veiligheidsmanagement en scheepsuitrustingen.

15.07 Investeringsruimte

Bij OB2019 is de investeringsruimte Vaarwegen overgeheveld naar begrotingsartikel 20 onder de modaliteit specifieke investeringsruimte Hoofdvaarwegennet (artikelonderdeel 20.05.3).

15.09 Ontvangsten

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derden aan de producten op het gebied van Rijksvaarwegen, die rechtstreeks aan IenW worden betaald, verantwoord.

Producten

Bijdragen van derden

Dit betreffen de bijdragen van decentrale overheden en andere derden aan projecten.

Ontvangsten (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Bijdragen van derden

102.191

154.888

89.065

20.711

240

9.186

Ontvangsten Vaarwegen

102.191

154.888

89.065

20.711

240

9.186

Noot 3: Zie het programma Vervanging en Renovatie Hoofdvaarwegen