Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2020
  • Begrotingsstaat
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

3.1 Inleiding

De welvaart in de toekomst vraagt om onderhoud. De Nederlandse welvaart staat er nu goed voor, maar een gunstige positie of verbetering in de toekomst is geen vanzelfsprekendheid. Om de toekomstige welvaart te borgen en versterken, onderneemt het kabinet actie. Het kabinet neemt verschillende maatregelen en zet daarnaast een aantal trajecten in werking, boven op de reguliere beleidsevaluaties die worden uitgevoerd. Met de operatie «Inzicht in Kwaliteit» kijkt het kabinet naar de effectiviteit van beleid en de versterking van het hele stelsel van evaluaties. Dit najaar volgt een Kamerbrief over de voortgang van deze operatie met een eerste aanzet om het stelsel te verbeteren.38 Daarnaast geeft het kabinet opdracht tot het instellen van de operatie «Brede Maatschappelijke Heroverwegingen», die begin 2020 resulteert in een serie rapporten met opties voor hervormingen, intensiveringen en ombuigingen.39 Ook verschijnt begin 2020 een serie onderzoeken die, samen met eerdere rapporten, bouwstenen vormen om het belastingstelsel verder te hervormen.40 Tot slot stelt het kabinet een 16e Studiegroep Begrotingsruimte in. Het kabinet werkt aan de welvaart, maar doet dat niet alleen. De overheid schept de randvoorwaarden voor welvaart, maar uiteindelijk bepalen alle Nederlanders, bedrijven en maatschappelijke organisaties hoe ons land er in de toekomst uitziet.

Er komt steeds meer kennis beschikbaar over brede welvaart. Het denken over beleid en welvaart kent een rijke geschiedenis. Zo wordt in de wetenschap al meer dan een halve eeuw gewerkt aan beleidsvraagstukken waar brede welvaart centraal staat, bijvoorbeeld op het terrein van milieu. Het is dit jaar exact een halve eeuw geleden (1969) dat Jan Tinbergen de eerste Nobelprijs voor de economie won. Tinbergen heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het denken over welvaart en beleid. Onder andere door macro-economische modellen te ontwikkelen, maar ook met zijn werk over de inkomensverdeling. De afgelopen jaren is veel voortgang geboekt met het in kaart brengen van verschillende welvaartsindicatoren, bijvoorbeeld in de Monitor Brede Welvaart van het CBS. Wel is het nog een uitdaging om in te schatten welk effect het beleid heeft op specifieke indicatoren van brede welvaart. Het kabinet informeert de Tweede Kamer dit najaar nader over de relatie tussen de beleidscyclus en indicatoren van brede welvaart.

Het denken over brede welvaart en beleid staat niet stil. Het kabinet bekijkt, naast de maatregelen die het kabinet zelf neemt, wat er in de toekomst nog meer nodig is. Dit hoofdstuk gaat in vogelvlucht langs de Nederlandse welvaartsbronnen en presenteert een aantal uitdagingen voor het menselijk (paragraaf 3.2), economisch (3.3), natuurlijk (3.4) en sociaal (3.5) kapitaal van Nederland. Brede welvaart vraagt naast deze welvaartsbronnen echter ook om een goed functionerende rechtsstaat en vrede en vrijheid. Onze rechtsstaat biedt burgers en bedrijven vrijheden en zekerheden. Aan wetten en andere regels kan iedereen gelijke rechten ontlenen. Indien nodig doet de onafhankelijke rechter uitspraak over de toepassing daarvan. Om dit te borgen, investeert het kabinet in de rechtspraak, zoals beschreven in paragraaf 2.1. De staat dient daarbij zowel de rechten als de veiligheid van zijn burgers te beschermen. Dat betekent bescherming bieden tegen uiteenlopende vormen van zichtbare criminaliteit, maar ook de bestrijding van minder zichtbare vormen van cybercriminaliteit of ondermijnende, zware criminaliteit. In onze steeds veranderende samenleving vraagt dit telkens goede afwegingen. Dit versterkt het vertrouwen in elkaar en zorgt voor veerkracht en stabiliteit in een maatschappij waarin de economie kan floreren.