Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2020
  • Begrotingsstaat
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

2.1 Hoofdpunten van beleid en begroting 2020

Het kabinet investeert met deze begroting verder in brede welvaart. Nederland heeft een goede uitgangspositie op veel terreinen, maar er zijn ook serieuze uitdagingen op het gebied van de brede welvaart. Met het Regeerakkoord en de vorige begroting heeft het kabinet met zowel investeringen als belastingmaatregelen al een aantal forse stappen gezet. Met de begroting voor 2020 doet het kabinet daar nog een schepje bovenop. Dat gebeurt zowel met het Klimaatakkoord en Pensioenakkoord, als met extra geld voor onder andere defensie, jeugdhulp, asiel en migratie en het sneller afbouwen van de gaswinning.

Het Klimaatakkoord zorgt voor een duurzaam Nederland. Hiermee draagt het kabinet bij aan de leefbaarheid van ons land voor toekomstige generaties. De grootste nadelen van de opwarming van de aarde komen immers voor rekening van toekomstige generaties. Daarnaast levert het Klimaatakkoord niet alleen winst voor het milieu, maar ook winst voor de leefomgeving. Denk aan schone lucht, voldoende drinkwater, duurzame landbouwproductie en duurzame energiebronnen. Tot slot wordt de transitie naar een klimaatneutrale economie duurder als deze wordt uitgesteld. Ook blijft er dan logischerwijs een kortere transitietijd over.

Nederland heeft in 2015 samen met 195 andere landen het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend. Daarmee hebben we ons gecommitteerd aan de doelstelling om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2°C ten opzichte van het pre-industriële tijdperk en te streven naar een opwarming van maximaal 1,5°C. Om dit te bereiken heeft het kabinet zich tot doel gesteld om in 2030 49 procent minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. Daarnaast zet Nederland zich ervoor in dat de EU voor 2050 klimaatneutraliteit omarmt en als doel 55 procent emissiereductie in 2030 hanteert. Om de klimaatdoelstelling van 49 procent te realiseren, heeft het kabinet in het Regeerakkoord al een aantal belangrijke maatregelen genomen. Zo wordt er een verbod ingesteld op het gebruik van kolen bij elektriciteitsproductie. Via het Klimaatakkoord heeft het kabinet bovendien samen met honderd partijen afspraken gemaakt en maatregelen genomen om de reductiedoelstelling in 2030 te halen. Het kabinet heeft daarnaast in het kader van het Urgendavonnis19 extra maatregelen getroffen om de CO2-uitstoot in 2020 te verminderen. Met de Klimaatwet is tot slot het reductiedoel van 49 procent CO2 in 2030 en het reductiedoel van 95 procent in 2050 wettelijk verankerd.
Figuur 2.1.1 CO2-reductie ten opzichte van 1990 (1990 = 100 procent)Bron: CBS en eigen berekeningen
Nu is belangrijk dat de gemaakte afspraken uit het Klimaatakkoord worden uitgevoerd en gemonitord. De betrokken partijen staan voor de opgave om de maatregelen en afspraken uit het Klimaatakkoord uit te werken en uit te voeren. Alle klimaatmaatregelen worden uitgevoerd binnen de monitorings- en borgingscyclus uit de Klimaatwet.20 Een belangrijke stap hierin is het Klimaatplan dat eind 2019 wordt vastgesteld. De voortgang van dit Klimaatplan en daarmee van het Klimaatakkoord wordt vanaf 2020 elk jaar gemonitord in oktober via de jaarlijkse Klimaatnota.

Het Pensioenakkoord zorgt voor een toekomstbestendig pensioenstelsel. Het kabinet en sociale partners hebben gezamenlijk afspraken gemaakt over de vernieuwing van het pensioenstelsel. De afgelopen tien jaar werd duidelijk dat het stelsel kwetsbaarheden kent door de gestegen levensverwachting, de veranderende arbeidsmarkt en de ontwikkelingen op de financiële markten. Het pensioenstelsel is robuuster en persoonlijker geworden door over te stappen op een neutrale vorm van pensioenopbouw, niet meer te sturen op nominale zekerheid, over te stappen op premieregelingen en meer keuzemogelijkheden te introduceren. Tegelijkertijd blijven de sterke elementen van het pensioenstelsel behouden: verplichte pensioenopbouw, collectieve uitvoering en risicodeling. Naast de hervorming van de tweede pijler hebben kabinet en sociale partners afspraken gemaakt die ervoor moeten zorgen dat werkenden in Nederland gezond de eindstreep halen. Denk daarbij aan afspraken over duurzame inzetbaarheid, vervroegde uittreding en een minder snel stijgende AOW-leeftijd. Zie paragraaf 2.2 voor de effecten op de begroting.

Om ouderen in goede gezondheid de AOW-leeftijd te laten bereiken, wordt de AOW-leeftijdsgrens niet meer een-op-een gekoppeld aan de levensverwachting. De levensverwachting is sterk gestegen en neemt in de toekomst naar verwachting verder toe. Daarom is in 2012 besloten om de pensioenleeftijd te verhogen. Door de hogere levensverwachting en vergrijzing komen er namelijk steeds meer gepensioneerden per werkende Nederlander. Dat zet de financiering van de AOW onder druk. Zo zal de verhouding tussen mensen tussen de 20 en 65 jaar en het aantal 65-plussers -de zogenoemde grijze druk- de komende tien jaar stijgen van 33 procent naar 42 procent. Deze opgave kan alleen worden opgepakt als ook ouderen participeren op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd moeten ouderen ook in goede gezondheid hun AOW-leeftijd kunnen bereiken. Om dit te waarborgen zal het kabinet niet langer een een-op-een koppeling hanteren, maar toe gaan naar een twee-op-drie koppeling.21 Voor elk jaar dat de levensverwachting toeneemt, stijgt de AOW-leeftijd dan met acht maanden, in plaats van met één jaar.

Het kabinet neemt aanvullende maatregelen om de lasten van huishoudens te verlichten. Om ervoor te zorgen dat huishoudens er meer op vooruitgaan, neemt het kabinet met deze Miljoenennota aanvullende maatregelen, boven op de eerdere plannen uit het Regeerakkoord. Ten eerste haalt het kabinet in 2020 1,7 miljard euro aan geplande lastenverlichtende maatregelen naar voren. Daarmee komt er al in 2020 een tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting, met lagere marginale tarieven voor de middeninkomens en wordt de algemene heffingskorting extra verhoogd. Ook wordt in 2020 de zorgtoeslag verhoogd, om specifiek de koopkracht van lagere inkomens te verbeteren.

Er komt structureel 3 miljard euro aan extra middelen om de lasten van huishoudens te verlichten, vooral voor werkenden. Daarvan is 1,5 miljard euro afkomstig uit een schuif van lasten van burgers naar bedrijven. Met deze ruimte wordt onder andere de algemene heffingskorting structureel verder verhoogd met 750 miljoen euro en het tarief in de (nieuwe) eerste schijf met 350 miljoen euro verder verlaagd. Om specifiek de lasten op arbeid te verlichten, wordt de arbeidskorting vanaf 2020 in drie stappen verhoogd met 2,15 miljard euro extra. Het kabinet vindt het, in navolging van eerder genomen maatregelen, wenselijk om het verschil in de fiscale behandeling tussen zelfstandigen en werknemers te verkleinen. Daarom wordt de zelfstandigenaftrek geleidelijk verlaagd. Het kabinet zal de zelfstandigenaftrek vanaf 2020 met negen jaarlijkse stappen verlagen naar 5.000 euro in 2028. Dat is net wat minder dan 70 procent van het huidige niveau. In 2020, 2021 en 2022 worden zelfstandigen hiervoor gecompenseerd via de hogere arbeidskorting. De commissie Regulering van Werk schrijft een advies over de toekomst van de arbeidsmarkt, dat eind 2019 wordt verwacht. In aanloop naar dat advies reserveert het kabinet een deel van de opbrengst als gevolg van de lagere zelfstandigenaftrek. Daarmee kunnen verdere stappen worden gezet om de arbeidsmarkt rond zelfstandigen te hervormen.

Tegenover de lastenverlichting voor burgers staan maatregelen die de lasten van bedrijven verzwaren. Zo wordt in 2020 het hoge tarief van de vennootschapsbelasting (vpb) minder verlaagd, en ook structureel wordt het vpb-tarief met 1,2 procentpunt minder verlaagd dan eerder was voorzien. Daarnaast verbreedt het kabinet de grondslag van de vpb in 2021 door het effectieve tarief van de innovatiebox te verhogen naar 9 procent en de liquidatie- en stakingsverliesregeling aan te passen. Daarnaast wordt de betalingskorting voor de vennootschapsbelasting afgeschaft.

Er komt 2 miljard euro beschikbaar om de woningbouw te stimuleren. Om te zorgen dat starters en middeninkomens sneller een woning kunnen vinden, maakt het kabinet met deze Miljoenennota extra middelen vrij. Daarvan is 1 miljard euro een rijksbijdrage om betaalbare woningen te bouwen in schaarstegebieden, inclusief de financiering van de daarvoor nodige infrastructuur, het opvangen van de potentiële gevolgen van de stikstofuitspraak voor de woningbouw en het zorgdragen voor een kwalitatief goede leefomgeving. Ook wordt in de verhuurderheffing een structurele heffingsvermindering van 100 miljoen euro per jaar opgenomen om woningen te bouwen in regio’s waar de druk op de woningmarkt het grootst is. Daarmee ontstaat meer financiële ruimte om te investeren in de nieuwbouw van huurwoningen. De komende tien jaar gaat het om 1 miljard euro. Eerder zijn in de zogenoemde woondeals al afspraken gemaakt met de woningmarktregio’s met de grootste krapte om de woningbouw aan te jagen.

Het effect van het Regeerakkoord op de uitgaven en lasten neemt verder toe. In het Regeerakkoord is afgesproken om fors te investeren in onder andere onderwijs en onderzoek, veiligheid en defensie en infrastructuur. Deze investeringen lopen op tot 8 miljard in 2021. Ook bevat het Regeerakkoord afspraken om de lasten te beperken en het belastingstelsel te hervormen. Deze investeringen zijn voor een deel al terechtgekomen bij huishoudens, bedrijven en organisaties in de publieke sector. De omvang van de middelen uit het Regeerakkoord loopt met deze begroting verder op. Dit zal ook in de komende jaren het geval zijn.

Hoofdpunten budgettaire uitgavenbesluitvorming 2020

  • • Voor het Pensioenakkoord wordt de verhoging van de AOW-leeftijd uitgesteld, wordt de heffing volgens de Regeling voor vervroegde uittreding (RVU) versoepeld en stelt het kabinet incidenteel 800 miljoen euro beschikbaar, zodat sociale partners afspraken kunnen maken om langer doorwerken te faciliteren. Dit wordt deels gedekt met middelen uit de Wet tegemoetkomingen loondomein. In de begroting is nog niet zichtbaar hoe de aanpassing van de koppeling aan de levensverwachting budgettair wordt uitgewerkt, omdat deze aanpassing pas later effect zal hebben.
  • • Er komt extra geld beschikbaar om maatregelen uit het Klimaatakkoord uit te voeren. Dit geld wordt besteed aan het warmtefonds, het noodfonds, de landbouw, de aanpak van stikstof, fiets parkeren, elektrisch vervoer en gemeenten. Deze middelen komen boven op de Klimaatenvelop die bij Regeerakkoord beschikbaar is gesteld.
  • • Om extra woningen te realiseren, wordt in de komende jaren cumulatief 1 miljard euro beschikbaar gesteld. De rijksbijdrage wordt als specifieke uitkering verstrekt aan gemeenten.
  • • In het Nederlands nationaal plan defensie-uitgaven NAVO bevestigt het kabinet zijn politieke intentie om structureel te investeren in een aantal prioritaire capaciteiten, die aansluiten bij de capaciteitsdoelstellingen van de NAVO. In lijn met deze intentieverklaring, wordt extra ingezet voor deze capaciteitsdoelstellingen. Die inzet loopt op tot 461 miljoen euro in 2024. Structureel is dit 162 miljoen euro extra per jaar. Daarnaast komen er extra middelen beschikbaar voor de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en de grensbewaking van de Marechaussee.
  • • De komende jaren komt er extra budget beschikbaar voor de knelpunten in de jeugdhulp. Gemeenten zijn nog volop bezig om het transformatiedoel van de decentralisaties te realiseren. Daardoor is het budget in veel gemeenten niet toereikend en komt het kabinet de gemeenten de komende jaren tegemoet met een extra budget van in totaal 420 miljoen euro in 2019, 300 miljoen euro in 2020 en 300 miljoen euro in 2021. Daarnaast wordt er met gemeenten afgesproken dat er in het najaar van 2020 een nieuw onderzoek wordt afgerond over de volume- en uitgavenontwikkeling en beheersing.
  • • Voor een stabiele financiering van de asielketen wordt structureel circa 100 miljoen euro beschikbaar gesteld. Hierdoor kan het operationele proces beter worden ingericht en kunnen de doorlooptijden in de asielketen verder bekort worden. In 2020 komt het totaal aan extra middelen voor de asielketen uit op 134 miljoen euro, onder andere door de budgettaire verwerking van de asielramingen.
  • • Voor 2020 is het beschikbare budget voor de rechtspraak met 61 miljoen euro verhoogd. Met deze begroting worden niet alleen de financiële tekorten opgelost, maar wordt ook ruimte gecreëerd voor noodzakelijke investeringen.
  • • Het kabinet heeft besloten om de gaswinning versneld af te bouwen. Met deze versnelling onderstreept het kabinet de eerder genoemde doelstelling om de gaswinning in Groningen zo snel mogelijk te beëindigen. Naar aanleiding van de adviezen van GTS is er ruimte om de gaswinning sneller terug te schroeven dan werd verwacht in de Miljoenennota 2019. Het kabinet streeft ernaar om zo snel mogelijk op het niveau van 12 miljard kuub te zijn. De budgettaire gevolgen van besluiten over het volume van gaswinning worden conform de begrotingsregels ingepast onder het uitgavenplafond.
  • • De extra uitgaven worden onder andere gefinancierd met meevallers onder het uitgavenplafond. Het gaat vooral om meevallers en ramingsbijstellingen bij de zorguitgaven en lager uitvallende rentelasten. Hierover staat meer toegelicht in paragraaf 1.3 en paragraaf 2.2.
Tabel 2.1.1 Hoofdpunten budgettaire besluitvorming

(in miljoen euro)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Pensioenakkoord

2

399

955

1.009

696

453

Klimaatakkoord

150

200

295

270

210

205

Woningmarkt

 

250

250

250

250

 

Defensie

14

51

263

376

424

479

Jeugdhulp

420

300

300

   

Asiel en Migratie

15

134

146

134

112

100

Rechtspraak

50

61

58

53

48

38

Volumebesluit gas

110

350

270

130

130

20

Zorg

‒ 872

‒ 1.133

‒ 1.072

‒ 1.111

‒ 1.066

‒ 993

Rente

‒ 196

‒ 831

‒ 898

‒ 689

‒ 689

‒ 689