Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vergaderjaar 2015-2016

Nr. 58

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 september 2016

Bij brief van 20 november 20151 heb ik u geïnformeerd over de stand van zaken ten aanzien van de uitvoering van het Meerjaren Programma Geluidsanering (MJPG). Ik heb aangegeven bijsturing van het MJPG onvermijdelijk te achten met het oog op de voortgang van de geluidsanering en een efficiënte besteding van middelen. Uitgangspunt van deze bijsturing is om enerzijds zo veel mogelijk geluidgehinderden op de hoogst belaste locaties zo goed mogelijk te beschermen met de meest efficiënte maatregelen. Anderzijds wil ik recht blijven doen aan het budgetgestuurde karakter van het MJPG.

Om de meeste bescherming te kunnen bieden, stel ik voor de regelgeving zodanig aan te passen dat alleen efficiënte maatregelen getroffen hoeven te worden. Ook stel ik een prioriteringsregeling voor op basis waarvan de zwaarste gevallen als eerste worden aangepakt. Op deze manier verwacht ik dat we met inachtneming van het budget zoveel mogelijk bewoners tegen de gevolgen van geluidshinder kunnen beschermen. Om mogelijke misverstanden te voorkomen: uiteindelijk valt er niemand buiten de boot. Indien geen maatregelen kunnen of hoeven te worden getroffen, blijft bescherming in de woning altijd overeind via de zogenaamde binnenwaarde. Dit gebeurt via gevelisolatie. Ik kijk daarbij ook naar mogelijkheden dit te combineren met thermische isolatie. In het navolgende zet ik uiteen hoe de bijsturing inhoudelijk vorm krijgt.

Overigens heb ik al eerder aangegeven dat ook bewoners beschermd gaan worden tegen mogelijke geluidshinder vanuit windturbines. Gelet op de discussie over sanering in relatie tot de beschikbare budgetten zal de regeling per 1 januari 2017 in plaats van 1 januari 2016 in werking treden.

Eerste stap wijziging regelgeving

De Regeling geluid milieubeheer en de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder bevatten randvoorwaarden waaraan geluidmaatregelen moeten voldoen zodat alleen doelmatige maatregelen worden getroffen. Door deze randvoorwaarden enigszins aan te passen, kan naar verwachting een substantiële besparing worden bereikt, terwijl toch zoveel mogelijk geluidgehinderden zo optimaal mogelijk worden beschermd. Ik ben voornemens de wijziging van bovengenoemde regelingen op korte termijn in werking te laten treden.

Er komen daarmee nieuwe randvoorwaarden voor de lengte en hoogte van nieuwe geluidschermen en geluidwallen, alsook nieuwe randvoorwaarden voor de verhoging van bestaande schermen en wallen. De aanpassing leidt er toe dat te korte en erg hoge schermen en wallen voortaan niet meer hoeven te worden meegenomen in de afweging bij de opstelling van saneringsplannen. Dit leidt tot kostenbesparingen. Te korte en zeer hoge schermen en wallen hebben namelijk een relatief geringe effectiviteit. Te korte schermen en wallen leiden er ook toe dat relatief weinig woningen voordeel ondervinden van de maatregelen. Een nieuw geluidscherm of een nieuwe geluidwal zal daarom effect moeten hebben op een groter deel van de te saneren woningen. Bij erg hoge schermen en wallen is het extra effect op leefniveau klein ten opzichte van minder hoge schermen en wallen. Daarnaast bestaan er tegen hoge schermen en wallen vaak bezwaren vanwege visuele hinder. De maximale hoogte voor spoorschermen wordt nu 5 meter en voor schermen langs rijkswegen 8 meter.

Ook de verhoging van bestaande schermen en wallen wordt aan strengere randvoorwaarden onderworpen. Verhoging van een bestaand scherm betekent in de praktijk vaak dat het oude scherm eerst afgebroken moet worden omdat de constructie en/of fundering van schermen onvoldoende is. Daarom wordt geregeld dat bij verhoging van niet ophoogbare bestaande schermen een minimum geldt voor het te verhogen deel: bij wegen 3 meter en bij spoor 2 meter. Op deze wijze wordt voorkomen dat bestaande schermen, die nog lang mee kunnen, worden afgebroken om er bijvoorbeeld een nieuw scherm van slechts één meter hoger neer te kunnen zetten.

Tot slot zullen in bovengenoemde regelingen ook vergelijkbare randvoorwaarden worden opgenomen voor de plaatsing van raildempers.2 Ook de plaatsing van raildempers zal een effect moeten hebben op een groter deel van de te saneren woningen. Dit levert eveneens een besparing op.

Ook na aanpassing van deze randvoorwaarden blijft de bescherming op grond van de binnenwaarde (het maximale geluidniveau in de woning) gehandhaafd. Dat betekent dat als schermen, wallen of raildempers niet voldoen aan de nieuwe randvoorwaarden, gevelisolatie als maatregel in beeld komt. Gevelisolatie is vaak aanmerkelijk goedkoper dan het plaatsen van een scherm. Op deze wijze blijven omwonenden beschermd tegen een te hoge geluidbelasting binnenshuis.

Prioritering

Bovengenoemde eerste fase in de wijziging van regelgeving levert naar verwachting een substantiële besparing op voor de uitvoering van het MJPG. Op basis van deze aanpassingen zal onderzocht worden welke geluidmaatregelen moeten worden genomen en wat de kosten daarvan zijn. Deze gegevens zijn nodig om in 2018 te kunnen komen tot een definitieve prioritering van de maatregelen, waarna de saneringsplannen kunnen worden afgerond. Zelfs met de nu voorgestelde aanpassingen verwacht ik dat er een verschil tussen de raming en het budget zal zijn. Bescherming tegen negatieve effecten van te hoge geluidniveaus acht ik bijzonder belangrijk, maar ik ben genoodzaakt om gegeven de thans beschikbare middelen keuzes te maken bij de toekomstige prioritering van maatregelen. Juist vanwege het grote belang van het terugdringen van negatieve (gezondheids)effecten kies ik er daarbij voor om prioriteit te gaan geven aan de hoogste belaste gevallen. De aanpak gaat uit van drie klassen:

  • –  Klasse 1: zonder saneringsmaatregel is de geluidbelasting aan de gevel meer dan 10 dB boven de drempelwaarde voor sanering (die respectievelijk 65 dB bij rijkswegen en 70 dB bij spoor bedraagt). De geluidniveaus liggen dan dus boven de 75 dB (weg) of 80 dB (spoor).
  • –  Klasse 2: zonder saneringsmaatregel is de geluidbelasting aan de gevel meer dan 5 dB boven de drempelwaarde. De geluidniveaus liggen dan boven de 70 dB (weg) of 75 dB (spoor).
  • –  Klasse 3: overige gevallen (zonder saneringsmaatregel is de geluidbelasting aan de gevel 5 dB of minder boven de drempelwaarde).

De indeling in klassen weerspiegelt de mate van de ervaren hinder en van de gezondheidseffecten, reden waarom klasse 1 de hoogste prioriteit moet krijgen en vervolgens de klassen 2 en 3. Op basis van de thans beschikbare gegevens wordt er van uitgegaan dat de zwaarst belaste gevallen (klasse 1) volledig kunnen worden gesaneerd door een pakket van bron- en overdrachtsmaatregelen binnen het beschikbare budget. Het streven is om ook de situaties in klasse 2 door middel van bron- en overdrachtsmaatregelen aan te pakken. Op basis van de huidige gegevens kan nog niet worden vastgesteld welk deel van klasse 2 in aanmerking komt voor bron- of overdrachtsmaatregelen. Wanneer voor woningen in klasse 2 of 3 binnen het beschikbare budget geen doelmatige geluidbeperkende (bron- of overdrachts)maatregelen getroffen kunnen worden en de binnenwaarde voor deze woningen wordt overschreden, worden gevelisolerende maatregelen getroffen.

Daar deze prioritering van geluidmaatregelen nu nog geen onderdeel uitmaakt van de wijze waarop geluidmaatregelen worden bepaald, zal te zijner tijd een nieuwe wijziging van de regelgeving nodig zijn.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
S.A.M. Dijksma

Noot 1: Kamerstuk 32 252, nr. 56.

Noot 2: Een raildemper is een constructie aan het spoor waardoor het geluid van treinpassages afneemt.