Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vergaderjaar 2016-2017

Nr. 211

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 september 2016

Met deze brief ontvangt uw Kamer de besluiten over de culturele basisinfrastructuur voor de periode 2017–2020. In totaal kent het rijk in deze periode subsidie toe aan 88 culturele instellingen1 en 6 fondsen voor een bedrag van € 379,91 miljoen per jaar. In deze brief licht ik mijn besluiten toe.
Het eerste deel van deze brief gaat in op mijn keuze om € 10 miljoen extra te investeren in de basisinfrastructuur, inclusief de zes cultuurfondsen. Het tweede deel schetst de samenstelling van de basisinfrastructuur in de periode 2017–2020. Hierbij ga ik ook in op moties die zijn ingediend in het VAO van 23 juni (Handelingen II 2015/16, nr. 100, item 9) die samenhangen met de basisinfrastructuur en de motie over een haalbaarheidsstudie voor een cultureel instituut op Rotterdam-Zuid.2

1. Extra middelen

In 2015 deed de Raad voor Cultuur een «dringend beroep» op het kabinet «om de financiering van de cultuursector op peil te houden».3 Volgens de Raad was er € 29,5 miljoen extra nodig na de bezuinigingen van het vorige kabinet en de andere overheden. Die bezuinigingen trokken een zware wissel op de cultuursector.
Ik heb mij na het aantreden van het kabinet Rutte-2 ingespannen om een aantal knelpunten op te lossen. In een financieel lastige tijd, waarin de overheid moest bezuinigen, lukte het om het bedrag voor het landelijk cultuurbeleid met € 18,5 miljoen te verhogen.4
Daarnaast heeft de Tweede Kamer in 2015 met een amendement van VVD, PvdA, SP, D66 en GroenLinks eenmalig € 10 miljoen vrijgemaakt voor cultuur voor het jaar 2016.5

De afgelopen maanden heb ik, behalve met uw Kamer, gesproken met onder meer provinciale en lokale bestuurders, de Raad voor Cultuur, Kunsten ’92, de Federatie Cultuur en natuurlijk veel instellingen en kunstenaars. Zij hebben mij op de hoogte gesteld hun aandachtspunten.

Ik kan u hierbij melden dat ik voor de basisinfrastructuur en voor de fondsen jaarlijks in de periode 2017–2020 nog eens € 10 miljoen extra beschikbaar stel. Dit bedrag is bestemd voor cultuuronderwijs en talentontwikkeling, festivals en spreiding van het cultuuraanbod. Door deze extra € 10 miljoen is er voor de basisinfrastructuur 2017–2020 in totaal € 28,5 miljoen extra beschikbaar ten opzichte van de huidige periode.

Bij de concrete invulling van de extra middelen kies ik voor prioriteiten in het cultuurbeleid van het kabinet, rekening houdend met de wensen van uw Kamer, van de provinciale en lokale bestuurders en de wensen van het veld. Talentontwikkeling, het aantrekken van een nieuw en divers publiek en het belang van cultuureducatie zijn belangrijke aandachtspunten aan de hand waarvan ik de inzet heb bepaald. Daarnaast hecht ik eraan dat cultuur voor allen in Nederland toegankelijk is. Ook uw Kamer verzocht mij om mij «aantoonbaar in te spannen voor een betere verdeling van de culturele budgetten over de Randstad en de regio».6 Ook met die wens heb ik rekening gehouden bij de invulling van de € 10 miljoen.

Vanuit de extra € 10 miljoen is het mogelijk de volgende groepen instellingen en initiatieven in de periode 2017–2020 te financieren:

  • •  Via het Fonds Podiumkunsten: de festivals Musica Sacra, Noorderslag, Nederlands Theater Festival, Festival Circolo, Schrit_tmacher, Cultura Nova, Gaudeamus Muziekweek, Flamenco Biënnale, Holland Dance Festival, Internationale Koorbiënnale, Amsterdamse Cello Biënnale, Amsterdams Kleinkunst Festival, Festival Cement, Deventer op Stelten, Into the great Wide Open, Jonge Harten Festival, Motel Mozaique, Internationaal Vocalisten Concours, Cross-linx festival, Rotterdam Circusstad, Dutch Harp Festival, Welcome to the Village en Amersfoort Jazz.
  • •  Via het Fonds Podiumkunsten: de muziektheatergezelschappen Holland Opera, Opera2day en Orkater (muziektheater).
  • •  Via het Fonds Podiumkunsten: talentontwikkeling in de regio.
  • •  Via het Fonds voor Cultuurparticipatie: extra middelen voor cultuureducatie in het vmbo en extra middelen voor de Impuls muziekonderwijs.
  • •  Via het Fonds voor Cultuurparticipatie: festivals in de regio.
  • •  Via het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie: het festival Dutch Design Week.
  • •  Via het Stimuleringsfonds voor Creatieve Industrie: festivals in de regio.
  • •  Via het Mondriaan Fonds: presentatie-instellingen in de regio.
  • •  Via het Nederlands Letterenfonds: festivals in de regio.
  • •  Via de basisinfrastructuur: extra middelen voor het Letterkundig Museum, Museum Meermanno, Huis Doorn en Slot Loevestein.
  • •  Voor verbetering arbeidsvoorwaarden in de cultuursector: reservering vervolg activiteiten.

Extra investering

 

Fonds Podiumkunsten: festivals, talentontwikkeling in regio en muziektheater

€ 4.225.000

Fonds voor Cultuurparticipatie: festivals en cultuureducatie

€ 2.750.000

Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie: Dutch Design Weeks en andere festivals

€ 800.000

Mondriaan Fonds: presentatieinstellingen

€ 700.000

Nederlands Letterenfonds: festivals

€ 350.000

Erfgoedinstellingen

€ 675.000

Arbeidsmarkt

€ 500.000

Totaal

€ 10.000.000

Met deze keuzes krijgen alle festivals subsidie die een positief advies hebben gekregen van het Fonds Podiumkunsten, maar waar geen budget voor was om de subsidieaanvraag te honoreren. Ook andere fondsen krijgen meer mogelijkheden om festivals te subsidiëren, waarbij ik bepaal dat het moet gaan om festivals in de regio. Ik kies voor deze investering in festivals, omdat festivals bijdragen aan zowel talentontwikkeling, het aantrekken van nieuw en divers publiek als aan regionale spreiding van cultuur. De overige investeringen licht ik hieronder nader toe. De door uw Kamer ingediende moties over spreiding, onderzoek naar meer steun voor productiehuizen en het Letterkundig Museum voer ik met de investering van € 10 miljoen uit.

2. Basisinfrastructuur 2017-2020

Hieronder schets ik de gevolgde procedure en geef ik een toelichting op de samenstelling van de basisinfrastructuur in de periode 2017–2020.

Procedure

In juni 2015 heb ik uw Kamer mijn uitgangspunten voor het cultuurbeleid in de periode 2017–2020 (Kamerstuk 32 820, nr. 134) gepresenteerd. Met die brief heb ik uw Kamer ook een concept van de ministeriële regeling gestuurd. Hierover hebben wij in juni, september en oktober 2015 en in januari 2016 gesproken. Naar aanleiding van deze overleggen heb ik verschillende wijzigingen in de regeling doorgevoerd. Zo zijn er plekken gecreëerd voor verschillende festivals en een functie voor productiehuizen. Ook mijn adviesaanvraag heb ik na overleg met uw Kamer op een aantal punten gewijzigd. Bijvoorbeeld door een extra accent te leggen op het bereiken van een nieuw en meer divers publiek. De adviesaanvraag is in februari 2016 naar de Raad voor Cultuur en uw Kamer verzonden.

Op 19 mei 2016 heeft de Raad voor Cultuur mij geadviseerd over de aanvragen. In het AO van 2 juni 2016 hebben wij gesproken over mijn voornemen om de adviezen van de Raad zo veel als mogelijk over te nemen (Kamerstuk 32 820, nr. 209). Uw Kamer heeft in dit overleg om aandacht gevraagd voor een aantal specifieke instellingen, waarover in het VAO van 23 juni ook een aantal moties is ingediend. Na het advies van de Raad heb ik overleg gevoerd met stedelijke regio’s en andere bestuurlijke partners over het advies van de Raad voor Cultuur.

In totaal zijn 126 aanvragen ingediend. Op basis van het advies van de Raad ken ik aan 88 instellingen7 in de periode 2017–2020 subsidie toe voor een totaalbedrag van € 225,9 miljoen. De Raad heeft bij 39 instellingen voorwaarden verbonden aan de subsidietoekenningen. Ook deze instellingen ontvangen een subsidietoekenning.

Overzicht basisinfrastructuur 2017–2020

Voor elk artikel uit de ministeriële regeling licht ik mijn besluiten toe en ga hierbij in op moties van uw Kamer.

Algemeen theater

De ministeriële regeling biedt ruimte aan negen theatergezelschappen: vier grote gezelschappen, vier middelgrote gezelschappen en een Friestalig gezelschap. Eén gezelschap komt in aanmerking voor een extra subsidie van 10 procent voor internationale excellentie.

Op basis van het advies van de Raad ken ik subsidie toe aan de volgende negen gezelschappen: Het Nationale Toneel, Noord Nederlands Toneel, Theater Rotterdam, Theater Utrecht, Toneelgroep Amsterdam, Toneelgroep Maastricht, Toneelgroep Oostpool, Het Zuidelijk Toneel en Tryater. Toneelgroep Amsterdam ontvangt het extra bedrag voor internationale statuur.

Jeugdtheater

De ministeriële regeling biedt ruimte aan negen jeugdtheatergezelschappen, waarbij er minimaal één per regio aanwezig moet zijn. De gezelschappen kunnen gevestigd zijn in vier regio’s en drie grote gemeenten, namelijk Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en de regio’s Noord, Oost, Midden en Zuid.

Op basis van het advies van de Raad ken ik subsidie toe aan de volgende gezelschappen: Het Filiaal Theatermakers, Het Houten Huis, Het Laagland, Maas, Theater Artemis, Theater Sonnevanck, Theatergroep Kwatta, De Toneelmakerij en Het Nationale Toneel.

Productiehuizen

De ministeriële regeling biedt ruimte aan meerdere productiehuizen.

Op basis van het advies van de Raad ken ik subsidie toe aan Gasthuis Frascati, De Nieuwe Oost en Talentontwikkeling Theater Rotterdam.

Uw Kamer heeft verzocht om te onderzoeken of er ruimte is om meer productiehuizen te ondersteunen «en daarbij geografische spreiding en regionale talentontwikkeling te adresseren».8 Ik heb dit onderzocht. De aanvragen uit Ede, Groningen, Maastricht en Utrecht voor de basisinfrastructuur zijn door de Raad voor Cultuur op het criterium kwaliteit afgewezen. Ik volg het onafhankelijk adviesorgaan bij de beoordeling van kwaliteit. Bovendien zijn er, naast productiehuizen, ook andere goede mogelijkheden om de doorstroming van talent te bevorderen, ook in de regio.

Het Ministerie van OCW heeft samen met het Fonds Podiumkunsten onderzocht hoe dit het best kan worden vormgegeven. Op basis van dit onderzoek stel ik vanuit de extra € 10 miljoen een bedrag van € 450.000 beschikbaar voor talentontwikkeling in de regio. Zo versterken we in de regio het maak- en vestigingsklimaat voor talent. Daarnaast hevel ik, eveneens op advies van de Raad, € 100.000 over van de basisinfrastructuur naar het Fonds Podiumkunsten. Het extra bedrag voor talentontwikkeling in de regio bedraagt zo € 550.000.

Dans

De ministeriële regeling biedt ruimte aan vier dansgezelschappen met allen een eigen signatuur.

Op basis van het advies van de Raad ken ik subsidie toe aan Introdans, Opera & Ballet, het Nederlands Dans Theater en Scapino Ballet Rotterdam.

Symfonieorkesten

De ministeriële regeling biedt ruimte aan negen symfonieorkesten en een orkest voor pop- en jazzmuziek. Eén orkest komt in aanmerking voor een extra subsidie van 10 procent voor een internationaal excellent uitvoeringsniveau.

Op basis van het advies van de Raad ken ik subsidie toe aan Het Balletorkest, Het Gelders Orkest, Koninklijk Concertgebouworkest, Metropole Orkest, Nederlands Philharmonisch Orkest – Nederlands Kamerorkest, Noord Nederlands Orkest, Orkest van het Oosten, philharmonie zuidnederland, Residentie Orkest en Rotterdams Philharmonisch Orkest. Het Koninklijk Concertgebouworkest ontvangt een extra bedrag voor zijn internationaal excellente uitvoeringsniveau.

Uw Kamer heeft aandacht gevraagd voor het Orkest van het Oosten en Het Gelders Orkest. Uw Kamer wil beide orkesten in staat stellen «om in samenwerking vorm te geven aan een nieuwe rol van een symfonische voorziening».9 Ook vroeg uw Kamer om een plan «dat op brede steun van alle betrokkenen kan rekenen».10 Ik heb met beide orkesten en de bestuurlijke partners gesproken. Ik vraag beide orkesten om mij voor 1 november 2016 een door mij goed te keuren, gezamenlijk opgesteld en gezamenlijk gedragen procesplan voor te leggen. Dit plan moet voorzien in één duurzame en kwalitatief hoogwaardige symfonische voorziening in de regio Oost, die start op 1 september 2019. Verder verplicht ik de orkesten om voor 1 juni 2018 het definitieve ontwerp van de symfonische voorziening in de regio oost aan te leveren. In afwijking van het advies van de Raad leg ik niet de verplichting op om de opstelling en begeleiding van dit plan in handen te geven van een externe deskundige. Het is belangrijk dat de orkesten zelf de verantwoordelijkheid nemen om in samenwerking een plan op te stellen dat op brede steun van alle betrokkenen kan rekenen.

Opera

De ministeriële regeling biedt ruimte aan een instelling voor grootschalig opera-aanbod en twee voor reizend opera-aanbod.

Op basis van het advies van de Raad ken ik subsidie toe aan Opera & Ballet, Nederlandse Reisopera en Opera Zuid.

Festivals in de podiumkunsten

De ministeriële regeling biedt ruimte aan vier festivals, elk met een eigen signatuur.

Op basis van het advies van de Raad ken ik subsidie toe aan Holland Festival, Terschellings Oerol Festival, Nederlandse Dansdagen en Organisatie Oude Muziek.

Musea

De ministeriële regeling biedt ruimte voor de subsidiering van de publieksactiviteiten van musea.

Op basis van het advies van de Raad ken ik subsidie toe aan het Joods Historisch Museum, Keramiekmuseum Het Princessehof, Kröller-Müller Museum, Letterkundig Museum, Mauritshuis, Rijksmuseum Muiderslot, Museum Boerhaave, Museum Catharijneconvent, Nationaal Glasmuseum Leerdam, Nationaal Museum van Wereldculturen, Naturalis, Nederlands Fotomuseum, Het Nederlands Openluchtmuseum, Paleis Het Loo, Rijksmuseum, Rijksmuseum van Oudheden, Rijksmuseum Twenthe, Teylers Museum, Van Gogh Museum, Zuiderzeemuseum, Huis Doorn, Slot Loevestein en Museum Meermanno, Gevangenpoort, Het Nederlands Persmuseum en het Nederlands Scheepvaartmuseum.

Uw Kamer heeft om aandacht gevraagd voor het Letterkundig Museum.11 Het museum ontving de afgelopen jaren minder subsidie dan daarvoor, waardoor het beheer van de collectie en de aankoop van manuscripten onder druk is komen te staan. Huis Doorn, Slot Loevestein en Museum Meermanno behoren tot dezelfde categorie musea die in 2013–2016 met meer dan 11% zijn gekort. Ik wil al deze musea in staat stellen de periode 2017–2020 met een gelijkwaardige uitgangspositie ten opzichte van andere musea in de basisinfrastructuur te beginnen. Daarvoor verhoog ik de subsidie van deze vier musea met in totaal € 675.000. Het bedrag hiervoor maakt onderdeel uit van de extra € 10 miljoen.

Ondersteunende instelling erfgoed

De ministeriële regeling biedt ruimte aan een ondersteunende instelling erfgoed.

Op basis van het advies van de Raad ken ik subsidie toe aan het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie.

Presentatie-instellingen

De ministeriële regeling biedt ruimte aan zes presentatie-instellingen.

Op basis van de adviezen van de Raad ken ik subsidie toe aan Witte de With, Mu Art Foundation, BAK, basis voor actuele kunst, Marres, West en Framer Framed.12

Framer Framed heeft € 25.000 minder aangevraagd dan het beschikbare bedrag van € 225.000. Het overgebleven bedrag stel ik beschikbaar aan het Mondriaan Fonds voor de ondersteuning van presentatie-instellingen.

Postacademische instellingen

De ministeriële regeling biedt ruimte aan postacademische instellingen, op basis van een bedrag per deelnemer.

Op basis van het advies van de Raad ken ik subsidie toe aan BAK, basis voor actuele kunst, Rijksakademie, Ateliers 63 en Van Eyck.

De aanvraag van het Europees Keramisch Werkcentrum (EKWC) voor de basisinfrastructuur wijs ik op formele gronden af. De Kamer heeft de motie van de leden Van Toorenburg en Monasch13 aangenomen over een oplossing voor het EKWC. Ik kan u mededelen dat ik via een projectsubsidie het EKWC zal subsidiëren met het door de Raad geadviseerde bedrag.
Met de subsidieverlening aan iedere postacademische instelling afzonderlijk, voer ik de motie van de leden Monasch en Pechtold uit.14

Filmfestivals

De ministeriële regeling biedt ruimte aan vier filmfestivals.

Op basis van het advies van de Raad ken ik subsidie toe aan het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA), Nederlands Film Festival (NFF), International Film Festival Rotterdam (IFFR) en Cinekid.

De Raad voor Cultuur heeft geadviseerd Cinekid een subsidie van € 635.000 per jaar te verlenen. Dit is € 275.000 minder dan het subsidieplafond waarin de ministeriële regeling voorziet. De Raad heeft geadviseerd dit bedrag toe te kennen aan IDFA. Spreiding van het aanbod van jeugdfilm en cultuureducatie op het gebied van film is voor mij, evenals voor uw Kamer, een belangrijk aandachtspunt. Ik kies er daarom voor de € 275.000,- evenredig te verdelen over de vier filmfestivals en deze middelen te oormerken voor educatieve activiteiten voor jeugd en jeugdfilm. Hiermee komen deze middelen ten goede aan kinderen in Amsterdam, maar ook aan kinderen in Utrecht, Rotterdam en de rest van Nederland.

Ondersteunende instelling film

De ministeriële regeling biedt ruimte aan een ondersteunende instelling film.

Op basis van het advies van de Raad ken ik subsidie toe aan Film Instituut Nederland (EYE).

EYE heeft in de aanvraag aandacht gevraagd voor een financieel knelpunt in het kader van digitalisering en beheer en behoud van filmerfgoed. Mede naar aanleiding hiervan heb ik onderzoek laten doen door de Boston Consultancy Group (BCG). BCG bevestigt in zijn rapport dat er een structureel financieel knelpunt van circa € 1 miljoen bestaat met betrekking tot digitalisering. BCG constateert dat EYE zijn activiteiten doelmatig uitvoert en er geen financiële ruimte is om het knelpunt te verkleinen. Het definitieve rapport van BCG doe ik uw Kamer zo snel mogelijk, maar in ieder geval voor de behandeling van de cultuurbegroting, toekomen.

Ik hecht grote waarde aan het houdbaar, bruikbaar en zichtbaar blijven van het filmerfgoed. Daarom heb ik besloten om extra middelen vrij te maken voor digitalisering van filmerfgoed en beheer en behoud van digitaal erfgoed bij EYE. Het gaat om structureel jaarlijks € 1 miljoen vanaf 2017. De ruimte voor extra middelen voor EYE is gevonden binnen de reguliere cultuurbegroting.

Letteren

De ministeriële regeling biedt ruimte aan een instelling voor leesbevordering, een instelling voor bemiddeling van schrijvers en (vooral) scholen en bibliotheken en een instelling voor journalistieke projecten.

Op basis van het advies van de Raad ken ik subsidie toe aan het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten, Schrijvers School en Samenleving en de Stichting Lezen.

Creatieve industrie

De ministeriële regeling biedt ruimte aan een ondersteunende instelling voor de creatieve industrie.

Op basis van het advies van de Raad ken ik subsidie toe aan Het Nieuwe Instituut.

Amateurkunst en cultuureducatie

De ministeriële regeling biedt ruimte aan een instelling met als kernactiviteit het verrichten van ondersteunende activiteiten op het terrein van amateurkunst en cultuureducatie.

Op basis van het advies van de Raad ken ik subsidie toe aan het Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA).

Internationaal

De ministeriële regeling biedt ruimte aan een instelling voor de coördinatie van de uitvoering van het internationaal cultuurbeleid.

Op basis van het advies van de Raad ken ik subsidie toe aan DutchCulture.

Op 4 mei 2016 hebben de Minister van Buitenlandse Zaken en ik, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, het beleidskader internationaal cultuurbeleid voor de periode 2017–2020 aangeboden aan de Tweede Kamer.15 Het beleidskader beschrijft de ambities en doelstellingen voor het internationaal cultuurbeleid in de periode 2017–2020. Voor het realiseren van deze doelstellingen zijn aanvullende middelen beschikbaar voor de cultuurfondsen, EYE, Het Nieuwe Instituut en DutchCulture. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft daarnaast middelen vrijgemaakt voor buitenlandse bezoekersprogramma’s voor genoemde instellingen.

Digitalisering

De ministeriële regeling biedt ruimte aan een ondersteunende instelling op het gebied van digitalisering.

Op basis van het advies van de Raad ken ik subsidie toe aan Digitaal Erfgoed Nederland (DEN).

Onderzoek en statistiek

De ministeriële regeling biedt ruimte aan een ondersteunende instelling op het gebied van onderzoek en statistiek.

Op basis van het advies van de Raad ken ik subsidie toe aan de Boekmanstichting.

Fonds Podiumkunsten

Het Fonds Podiumkunsten ondersteunt alle vormen van professionele podiumkunst. Podiumkunstinstellingen en kunstenaars op het gebied van dans, theater, festivals, muziek en muziektheater in Nederland kunnen bij dit fonds terecht. Het Fonds verstrekt subsidies namens het Rijk en speelt een belangrijke rol op het gebied van talentontwikkeling van jonge makers. Het ondersteunt de programmering van podia en festivals om de publieke belangstelling voor eigentijds aanbod te stimuleren en de aanwezigheid van ons land op internationale podia. Het fonds heeft in de periode 2017–2020 een budget van € 45,26 miljoen per jaar.

Op 2 augustus heeft het Fonds Podiumkunsten de meerjarige activiteitensubsidies bekendgemaakt. Het fonds ondersteunt in de periode 2017–2020 84 instellingen in de sectoren dans, theater, muziektheater, muziek en festivals. Zoals ik eerder heb geschreven, zijn festivals van groot belang voor talentontwikkeling, het bereik van een nieuw en divers publiek en spreiding. Ook de Tweede Kamer heeft om aandacht gevraagd voor de festivals. Daarom kies ik ervoor het budget voor festivals bij het Fonds Podiumkunsten te verhogen met ruim € 3 miljoen. Hiermee kan het fonds alle positief beoordeelde aanvragen subsidie toekennen.

Het Fonds Podiumkunsten heeft in de categorie muziektheater aanvragen van zeer hoge kwaliteit moeten afwijzen vanwege ontoereikend budget. Ik stel daarom € 700.000 beschikbaar om deze aanvragen alsnog te honoreren. Het gaat hierbij om de muziektheatergezelschappen Holland Opera, Opera2day en Orkater (muziektheater).

Fonds voor Cultuurparticipatie

Het fonds draagt bij aan kwalitatief hoogwaardig cultuuronderwijs, met name voor kinderen, aan het vinden en begeleiden van toekomstig toptalent in Nederland en aan een innovatief, aantrekkelijk en duurzaam aanbod voor actieve cultuurparticipatie in Nederland. In de komende periode bundelt het fonds zijn activiteiten in drie programma’s:

  • 1.  Cultuureducatie met Kwaliteit, Jong Geleerd. Met dit programma draagt het fonds bij aan het toegankelijk maken van goed cultuuronderwijs voor leerlingen in het primair onderwijs en het vmbo. Instrumenten binnen dit programma zijn onder andere Cultuureducatie met Kwaliteit, de impuls muziekonderwijs en de regeling cultuureducatie voor het vmbo.
  • 2.  Innovatie in Cultuur, Maak het mee. Het fonds draagt met dit programma bij aan een samenleving waarin mensen op allerlei manieren en niveaus hun creativiteit kunnen ontwikkelen. Instrumenten binnen dit programma zijn onder andere de meerjarige regeling amateurkunstfestivals en erfgoedmanifestaties, de regeling meerjarige subsidies voor culturele instellingen, de pilot ouderenparticipatie en de bijdrage aan het Jeugdcultuurfonds.
  • 3.  Cultuur maakt iedereen zichtbaar. Het doel van dit programma is het zichtbaar maken en delen van bijzondere initiatieven en verhalen. Instrumenten binnen dit programma zijn onder andere de verhalenplatforms en programmatische campagnes en de regeling netwerkvorming en projecten. Daarnaast worden nieuwe samenwerkingen tussen instellingen en partners van de verschillende landen van het Koninkrijk geïnitieerd.

Het fonds heeft in de periode 2017–2020 een budget van € 22,6 miljoen per jaar, waarvan € 10,2 miljoen per jaar voor het programma Cultuureducatie met Kwaliteit.

Cultuureducatie is een belangrijke bouwsteen voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren: voor nu en in de toekomst. Door cultuuronderwijs op school maken kinderen en jongeren kennis met de rijkdom van cultuur en kunnen zij hun talenten verder ontwikkelen. Ook uw Kamer ziet cultuuronderwijs als een belangrijk onderdeel van de brede vormende opdracht van het onderwijs.

Door een extra bedrag van € 1,2 miljoen stel ik het Fonds voor Cultuurparticipatie in staat met de regeling cultuureducatie in het vmbo meer leerlingen te bereiken. Hier pleit ook Kunsten ’92 voor in zijn cultuuragenda Cultuur werkt voor Nederland. Het kabinet wil dat zoveel mogelijk leerlingen in aanraking komen met kunst en cultuur. Met deze investering is het mogelijk jaarlijks maximaal 48 extra projecten te realiseren. Daarnaast stel ik € 1,2 miljoen extra beschikbaar voor de impuls muziekonderwijs, die gericht is op muziekonderwijs op basisscholen in samenwerking met partijen uit het muziekveld, zoals muziekscholen, harmonieën, fanfares, orkesten en poppodia. Deze regeling is succesvol en nu al overtekend. Ik verzoek het fonds om hierbij, in het kader van gelijke kansen in het onderwijs, voorrang te verlenen aan aanvragen van zogenaamde gewichtenscholen en van scholen in impulsgebieden. Daarnaast is het belangrijk dat het fonds goed aandacht blijft besteden aan aanvragen uit de regio. Samen gaat het om een investering van € 2,4 miljoen voor cultuureducatie die mogelijk wordt door de extra € 10 miljoen.

In oktober ontvangt uw Kamer de brief van de Staatssecretaris en mij over cultuureducatie.

Het Fonds voor Cultuurparticipatie kent een regeling voor festivals. Het fonds ondersteunt in de periode 2017–2020 27 festivals. Hiervan zijn er 17 gevestigd in de vier grote steden. Met een extra bedrag van € 350.000 stel ik het fonds in staat meer festivals in de regio te ondersteunen. Dit bedrag maakt ook deel uit van de extra € 10 miljoen.

Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie

Het fonds richt zich op het vergroten van de maatschappelijke en economische meerwaarde van de creatieve industrie, zowel in Nederland als internationaal. Het gaat om de disciplines architectuur, vormgeving en nieuwe media waarbij de onderlinge samenwerking tussen die verschillende disciplines wordt bevorderd.

Ik heb het fonds verzocht samen te werken met private partijen, particulieren en overheden om goed opdrachtgeverschap te bevorderen. Het fonds heeft in de periode 2017–2020 een budget van € 11,63 miljoen per jaar.

Net als de Raad voor Cultuur vind ik dat culturele instellingen vanuit hun eigen kwaliteit en hun profiel kunnen bijdragen aan een sterk profiel van stedelijke regio’s. Een duidelijk voorbeeld hiervan is het profiel van Eindhoven als designstad. De Tweede Kamer heeft om aandacht gevraagd voor een toonaangevend festival op het gebied van de creatieve industrie in de grootste stad van Brabant.

Met een extra bedrag van € 400.000 stel ik het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie in staat de Dutch Design Week in Eindhoven in de periode 2017–2020 te financieren. Met een extra bedrag van € 400.000 stel ik het fonds in staat meer festivals in de regio te ondersteunen. Deze twee bedragen maken onderdeel uit van de extra € 10 miljoen.

Mondriaan Fonds

Het Mondriaan Fonds is het publieke stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed. Het fonds heeft als doel de productie en de presentatie van relevante beeldende kunst uit Nederland in binnen- en buitenland te stimuleren, op die plekken waar de markt dit niet doet. Daartoe bevordert het fonds bijzondere en vernieuwende projecten en activiteiten van beeldend kunstenaars, curatoren en critici, presentatie-instellingen, opdrachtgevers en kunstkopers door onder andere beurzen, werkbudgetten, project- en programmasubsidies en ondersteuning bij aankopen. In de museumsector speelt het fonds een belangrijke rol door het bevorderen van samenwerking, collectiemobiliteit, veiligheid en voor het aankopen van bijzondere objecten voor de collectie Nederland. Het fonds heeft in de periode 2017–2020 een budget van € 24,39 miljoen per jaar.

Presentatie-instellingen zijn een belangrijk podium voor talentvolle beeldend kunstenaars. Hier tonen zij hun werk. Daarnaast bouwen zij hier een netwerk op en een relatie met publiek. In de basisinfrastructuur zijn, overeenkomstig het advies van de Raad voor Cultuur, instellingen in Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Maastricht, Rotterdam en Utrecht opgenomen. Ook het Mondriaan Fonds ondersteunt presentatie-instellingen met meerjarige activiteitensubsidies.

Ik stel € 700.000 beschikbaar voor presentatie-instellingen in de regio en vraag het Mondriaan Fonds dit bedrag te verdelen. Op deze manier kunnen talentvolle kunstenaars door heel Nederland hun werk tonen. Dit bedrag maakt onderdeel uit van de extra € 10 miljoen.

Nederlands Filmfonds

Het Filmfonds steunt filmmakers bij de ontwikkeling, realisatie en distributie van producties. Het fonds richt zich op het stimuleren van de filmproductie in Nederland, met de nadruk op kwaliteit en diversiteit, en op het bevorderen van een goed klimaat voor de Nederlandse film. Het fonds heeft in de periode 2017–2020 een budget van € 50,18 miljoen per jaar.

Ik heb het fonds gevraagd bijzondere aandacht te schenken aan de ontwikkeling en productie van de artistieke film en daarvoor een groter deel van de beschikbare middelen in te zetten. Daarnaast wordt de meerjarige subsidieregeling voor filmfestivals uitgebreid naar 4 jaar.

Nederlands Letterenfonds

Het fonds ondersteunt schrijvers, vertalers, uitgevers, festivals en literair educatieve instellingen bij het maken van literaire producties met als doel het bevorderen van een hoogwaardig, pluriform aanbod, het vergroten van het publieksbereik en de verspreiding en promotie van Nederlandstalige literatuur in het buitenland. Het fonds heeft in de periode 2017–2020 een budget van € 10,15 miljoen per jaar.

Voor 2017 zijn de belangrijkste veranderingen de vervanging van de tweejarige door een vierjarige subsidieregeling voor festivals en literair educatieve instellingen, de verruiming van de ondersteuning van literaire tijdschriften en bij de internationale promotie een sterkere focus op de grote Europese taalgebieden.

Het gastlandschap van Vlaanderen en Nederland op de Frankfurter Buchmesse van 2016 en het vervolg hierop is daarbij van groot belang voor de Nederlandstalige literatuur.

Literatuurfestivals dragen bij aan een levendig literair klimaat en de ontwikkeling van literair talent. Zij bereiken vaak een jong publiek en stimuleren het lezen.

Met het extra bedrag van € 350.000 stel ik het Nederlands Letterenfonds in staat meer festivals in de regio te ondersteunen. Hiervoor komen onder meer de festivals SLAG in Groningen en TILT in Tilburg in aanmerking. Het extra bedrag voor festivals is afkomstig uit de extra € 10 miljoen.

Arbeidsmarkt

De arbeidsmarktpositie van kunstenaars is voor mij een belangrijk aandachtspunt.

Ik vind het belangrijk dat mensen in de cultuursector een fatsoenlijk inkomen kunnen verdienen en werken onder fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden. Passie voor het vak en het verlenen van voorrang aan produceren mogen er niet toe leiden dat medewerkers te sterk belast worden of slecht betaald krijgen. Ook vind het ik van belang dat de cultuursector voor nieuw talent een aantrekkelijke sector blijft om in te werken.

Om de arbeidsmarktpositie te verbeteren heb ik reeds € 2 miljoen extra beschikbaar gesteld. Dit bedrag is bestemd voor concrete maatregelen met een duurzame werking. De inzet van dit bedrag is opgenomen in mijn brief van 31 mei jl.16 Het gaat hierbij om een gezamenlijke arbeidsmarktagenda, een experimenteerregeling bij het Mondriaan Fonds en de ontwikkeling van verdienmodellen middels regelingen bij de fondsen. Voor een eventueel vervolg van deze activiteiten reserveer ik een bedrag van € 500.000. Een keuze over de besteding van dit bedrag maak ik mede op grond van de eerste resultaten en ervaringen. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan een mogelijke continuering van de experimenteerregeling bij het Mondriaan Fonds die zich richt op betere honoraria voor kunstenaars.

Financiën

In de bijlage van deze brief vindt uw Kamer de verdeling van de € 379,91 miljoen per jaar die het rijk beschikbaar stelt voor de basisinfrastructuur 2017–202017. U vindt in dit overzicht de instellingen die in deze periode subsidie van het rijk ontvangen (inclusief de cultuurfondsen), de hoogte van de subsidie en de verdeling van de extra € 10 miljoen.

Overige moties

Naast specifieke moties over (groepen) instellingen heeft uw Kamer een algemene motie ingediend over de basisinfrastructuur 2017–2020. In alle beschikkingen met subsidieverlening voor de basisinfrastructuur 2017–2020 heb ik naar aanleiding van de motie van de leden Van Veen en Monasch18 de volgende passage opgenomen:

«De Tweede Kamer heeft opgeroepen tot het afleggen van verantwoording door de instellingen in de culturele basisinfrastructuur over de invulling van de ambities in hun plannen op het vlak van:

  • •  nieuw en divers samengesteld publiek;
  • •  nieuwe makers en talentontwikkeling en aan ondernemerschap;
  • •  regionale spreiding bij productie en opvoering;
  • •  goed werkgeverschap voor artiesten en kunstenaars.

Ik sluit mij daarbij aan. In het licht van de motie verwacht ik van u, dat u jaarlijks nadrukkelijk in uw bestuursverslag toelicht in hoeverre de ambities die u met betrekking tot bovenstaande onderwerpen in uw aanvraag hebt geformuleerd zijn omgezet in concrete resultaten.»

Naar aanleiding van de motie van de leden Monasch en Hoogland over een cultureel instituut op Rotterdam Zuid19, heb ik afgelopen zomer overleg gevoerd met de burgemeester van Rotterdam. Ik zal Rotterdam ondersteuning bieden bij het uitvoeren van een verkenning voor dit culturele instituut. Mijn ministerie denkt mee over de invulling hiervan én stelt hier maximaal € 25.000 voor beschikbaar.

Tot slot

Het is de verantwoordelijkheid van het rijk te zorgen voor een kwalitatief hoogstaand cultuuraanbod, gespreid over het land. Met de basisinfrastructuur geeft het kabinet invulling aan die verantwoordelijkheid. In totaal besteedt het rijk in de periode 2017–2020 jaarlijks € 379,91 miljoen aan 88 instellingen20 en 6 publieke cultuurfondsen. Daarbij kiest het kabinet ervoor om jaarlijks € 10 miljoen extra te investeren. Dit komt vooral ten goede aan talentontwikkeling, cultuureducatie en publieksbereik, met name in de regio. Ik ben ervan overtuigd dat met deze investering op een goede manier uitvoering is gegeven aan het verzoek van de Tweede Kamer mij in te spannen voor het cultuuraanbod in de regio.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M. Bussemaker

Noot 1: In totaal worden 92 subsidies verleend; vier instellingen ontvangen subsidie voor twee functies.

Noot 2: Kamerstuk 32 820, nr. 1145, motie van de leden Monasch en Hoogland over een haalbaarheidsstudie voor een cultureel instituut op Rotterdam Zuid; Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 32 820, nr. 1149, motie van de leden Van Veen en Monasch over het verbinden van voorwaarden aan de motie toekenning van subsidies in de BIS.

Noot 3: Raad voor Cultuur. Agenda Cultuur. 2017–2020 en verder. 2015, p. 174–175.

Noot 4: Ruimte voor cultuur. Uitgangspunten cultuurbeleid 2017–2020. Kamerstuk 32 820, nr. 134.

Noot 5: Kamerstuk 34 400 VIII, nr. 118, ingediend door de leden Van Veen, Monasch, Van Dijk, Pechtold en Grashoff.

Noot 6: Kamerstuk 32 820, nr. 200, motie van de leden Dik-Faber en Van Toorenburg die de regering verzoekt «bij besluitvorming over de culturele basisinfrastructuur aantoonbaar in te zetten op een betere verdeling van de culturele budgetten over de Randstad en regio’s.»

Noot 7: In totaal worden 92 subsidies verleend; vier instellingen ontvangen subsidie voor twee functies.

Noot 8: Kamerstuk 32 820, nr. 202, motie van de leden Pechtold en Monasch.

Noot 9: Kamerstuk 32 820, nr. 193, motie van de Leden Van Toorenburg en Dik-Faber, «De Tweede Kamer verzoekt de regering het Orkest van het Oosten en Het Gelders Orkest in staat te stellen om in samenwerking vorm te geven aan een nieuwe rol van symfonische voorzieningen in de regio, met name in verband met muziekeducatie.»

Noot 10: Kamerstuk 32 820, nr. 196,motie van de leden Monasch en Pechtold, «De Tweede Kamer constaterende dat de raad voor Cultuur in zijn advies conludeert dat Het Gelders Orkest en Het Orkest van het Oosten geen financieel duurzaam toekomstperspectief hebben en daarom hun krachten zouden moeten bundelen; overwegende dat ervaringen elders hebben geleerd dat fusies van orkesten complex zijn; verzoekt de regering om bij het publiceren van de subsidiebeschikkingen een plan te presenteren dat op brede steun van alle betrokkenen kan rekenen.»

Noot 11: Kamerstuk 32 820, nr. 203, motie van de leden Pechtold en Monasch over de financiele positie van het Letterkundig Museum.

Noot 12: Over Framer Framed heeft de Raad positief geadviseerd, nadat ik het advies van de Raad heb opgevolgd om de zesde, eerst overgebleven plek in de basisinfrastructuur opnieuw open te stellen.

Noot 13: Kamerstuk 32 820, nr. 190, motie van de leden Van Toorenburg en Monasch over een oplossing voor het Europees Keramisch Werkcentrum.

Noot 14: Kamerstuk 32 820, nr. 195, motie van de leden Monasch en Pechtold over het zelfstandig voortbestaan van de postacademische instellingen.

Noot 15: Beleidskader internationaal cultuurbeleid 2017–2020. Kamerstuk 31 482, nr. 97.

Noot 16: Brief verkenning arbeidsmarkt cultuur en advies versterking arbeidsmarkt cultuursector, Kamerstukken 29 544 en 32 820, nr. 721.

Noot 17: Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

Noot 18: Kamerstuk 32 820, nr. 1149, motie van de leden Van Veen en Monasch, «De Tweede Kamer verzoekt de regering om aan de toekenning van alle subsidies in de BIS de voorwaarde te verbinden dat in de verdere uitwerking van de plannen aangegeven wordt hoe de prioriteiten ingevuld worden en dat bij de verantwoording bij jaarverslagen en aan de subsidievestrekker verantwoord wordt wat er op deze punten is bereikt.»

Noot 19: Kamerstuk 32 820, nr. 1145, motie van de leden Monasch/Hoogland, «De Tweede Kamer verzoekt de regering om te onderzoeken op welke wijze de rijksoverheid kan bijdragen aan een haalbaarheidsstudie voor een nieuw ambitieus cultureel instituut op Rotterdam Zuid.»

Noot 20: In totaal worden 92 subsidies verleend; vier instellingen ontvangen subsidie voor twee functies.