Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vergaderjaar 2016-2017

Nr. 529

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 september 2016

In eerdere debatten en brieven hebben mijn collega van Veiligheid en Justitie en ik uw Kamer reeds geïnformeerd over de toekomst van het instrument alcoholslotprogramma (ASP) binnen het straf- en bestuursrecht. Met deze brief informeer ik u specifiek over de afbouw van het huidig lopend ASP en over de veranderde doorberekening van de kosten voor vorderingenonderzoeken naar de rijvaardigheid en de medische geschiktheid.

Alcoholslotprogramma

Als gevolg van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 4 maart 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:622) legt het CBR geen nieuwe alcoholslotprogramma’s meer op, maar in plaats daarvan een educatieve maatregel alcohol en verkeer, dan wel een geschiktheidsonderzoek. Het aantal deelnemers aan het alcoholslotprogramma is hierdoor flink afgenomen, van circa 4.000 personen in de periode voor de uitspraak naar minder dan 900 begin deze maand. Dit aantal neemt nog snel verder af, omdat nog nauwelijks personen starten met het ASP en er wel personen het ASP succesvol afronden.

Het lager aantal deelnemers veroorzaakt problemen in de uitvoering. Een van de knelpunten is dat het voor de huidige leverancier van de alcoholsloten verliesgevend is geworden om het netwerk van stations waar sloten ingebouwd, uitgelezen en uitgebouwd kunnen worden in stand te houden. De leverancier heeft om deze reden aangegeven te stoppen met haar werkzaamheden en zal overeenkomstig artikel 132i, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 verzoeken om intrekking van de erkenning als producent alcoholslot. Hierbij is rekening gehouden met een termijn voor de afbouw van het ASP. Op grond van voornoemd artikellid is de Dienst Wegverkeer (RDW) gehouden aan het intrekkingverzoek gevolg te geven. De leverancier kan dus niet eenzijdig worden verplicht door te gaan. Als dit juridisch al mogelijk was geweest, zou dit niet redelijk zijn, aangezien het een verliesgevende activiteit betreft. De volledige uitvoering van het alcoholslotprogramma, totdat er geen enkele deelnemer meer zal zijn, is daardoor onmogelijk geworden.

Het is dus onvermijdelijk dat het huidige alcoholslotprogramma wordt beëindigd. Dit betekent nadrukkelijk niet dat de reeds opgelegde ASP-besluiten (en daarmee de ongeldigheid van het oorspronkelijke rijbewijs) door het CBR worden ingetrokken. Deze besluiten behouden hun rechtskracht, zoals de Afdeling bestuursrechtspraak in bovengenoemde uitspraak heeft overwogen. Personen met een ASP-besluit kunnen nu echter eerder de reguliere procedure starten bij het CBR om een nieuw rijbewijs aan te vragen. Het is niet vanzelfsprekend dat al deze personen weer de beschikking krijgen over een regulier rijbewijs. Vanuit het belang van de verkeersveiligheid moet worden gewaarborgd dat deze personen het onderscheid tussen verkeer en alcohol kunnen maken. Daarom wordt bij de beoordeling van de aanvraag voor het rijbewijs door het CBR de volgende lijn gehanteerd:

  • •  Ten aanzien van diegenen die niet deelnemen aan het alcoholslotprogramma (ruim 4.000 personen) en diegenen die in de verlenging van het programma zitten als gevolg van te veel foutieve blaastesten (circa 65 personen), is er reden tot twijfel over de geschiktheid; zij zullen in het kader van de Eigen-verklaringsprocedure de verplichting opgelegd krijgen zich te laten keuren. Alleen als zij geschikt uit die keuring komen, registreert het CBR een Verklaring van Geschiktheid (VvG) en kunnen ze een rijbewijs aanvragen. Indien zij niet geschikt blijken te zijn, krijgen zij geen VvG en dus ook geen rijbewijs.
  • •  De huidige deelnemers die momenteel nog actief deelnemen aan het alcoholslotprogramma en die zich niet in een verlenging bevinden, kunnen wel zonder de nadere keuring een rijbewijs zonder de ASP-codering verkrijgen, tenzij sprake is van andere (medische) contra-indicaties. Zij hebben laten zien zonder alcohol deel te kunnen nemen aan het verkeer en gemotiveerd te zijn om hun gedrag te verbeteren. Deze deelnemers kunnen daarom een regulier rijbewijs aanvragen en, zodra zij dit hebben ontvangen hun alcoholslot laten uitbouwen. Het laten uitbouwen kan tot uiterlijk eind 2016.

Alle personen met een ASP-besluit met uitzondering van de personen die het ASP reeds succesvol hebben afgerond en de personen van wie het destijds nog niet onherroepelijke besluit is ingetrokken vanwege de onverbindendverklaring van artikel 17 van de regeling, krijgen binnen enkele dagen een brief van het CBR met informatie over de afbouw van het ASP en de gevolgen hiervan voor hen.

Hiermee komt een einde aan het alcoholslotprogramma in Nederland. Zoals de Minister van Veiligheid en Justitie en ik eerder hebben aangegeven, zullen we de ontwikkelingen in de gaten houden, en mocht daartoe aanleiding zijn, in de toekomst de mogelijkheden tot invoering van een alcoholslotprogramma weer onderzoeken. Wij blijven ons inzetten rijden onder invloed tegen te gaan en daarmee de verkeersveiligheid in Nederland te verbeteren.

Doorberekening kosten onderzoeken

Met ingang van 1 januari 2017 wijzigt de financiering van de vorderingenonderzoeken rijvaardigheid en medische geschiktheid. Tot nu toe komen de volledige kosten van deze onderzoeken voor rekening van de overheid. Het kabinet wil echter subsidies afbouwen. Daarnaast is het wenselijk om het principe van de eigen verantwoordelijkheid verder door te voeren. Daarom wordt de volledige betaling van deze onderzoeken door de overheid stopgezet. Het betreft jaarlijks ongeveer 3000 onderzoeken die worden opgelegd na staandehouding door de politie en mededeling aan het CBR van een vermoeden van ongeschiktheid of onvoldoende rijvaardigheid. In nagenoeg alle gevallen wordt het rijbewijs op grond van deze mededeling ongeldig verklaard of worden beperkende voorwaarden gesteld aan het rijden. Voor de groep beginnende bestuurders ten aanzien van wie een mededeling wordt uitgebracht na de tweede onherroepelijke veroordeling voor een zware verkeersovertreding en voor de groep die na twee eerder opgelegde Educatieve Maatregelen Gedrag en Verkeer (EMG) een onderzoek rijvaardigheid opgelegd krijgen, zal volledige eigen betaling gaan gelden, analoog aan de onderzoeken alcohol en drugs. Er resteert nog een groep gevallen waarin een mededeling aan het CBR wordt uitgebracht. Het gaat hier om mededelingen vanwege risicovol en afwijkend rijgedrag dat veelal wordt veroorzaakt door lichamelijke beperkingen en geestelijke achteruitgang. In deze gevallen zal een deel van de uitvoeringskosten van het onderzoek gecompenseerd blijven worden vanuit het departement. De reden hiervoor is dat in deze gevallen niet altijd sprake is van intentioneel gevaarlijk gedrag en bewust aangegaan risico voor de verkeersveiligheid. Desondanks is de eigen verantwoordelijkheid van de rijbewijshouder ook hier evident. Deze rijbewijshouders hadden er immers ook voor kunnen kiezen om zich niet in het verkeer te begeven, zich tijdig te melden bij het CBR voor een medische test (de Eigen-verklaringsprocedure, die veel goedkoper is dan een vorderingsprocedure; het tarief voor de EV bedraagt thans € 32,80 en het tarief voor dit vorderingenonderzoek moet ik nog vaststellen), herhalingsrijlessen te nemen of afstand te doen van het rijbewijs. De informatievoorziening door het CBR, die verder wordt verbeterd, ondersteunt deze eigen verantwoordelijkheid. Verder heeft ook de behandelend medicus een informatieplicht richting zijn patiënt over de effecten van zijn gezondheidstoestand op het autorijden. Met de (gedeeltelijke) eigen betaling van het vorderingenonderzoek, waarvan de kosten aanzienlijk meer zijn dan de vrijwillige melding, wordt het tijdig nemen van de eigen verantwoordelijkheid gestimuleerd.

Een groot percentage rijbewijshouders komt thans niet opdagen voor de onderzoeken en raakt het rijbewijs kwijt. Het CBR zal voortaan direct na ontvangst van de mededeling voor een onderzoek naar de rijvaardigheid (niet zijnde een beginnermededeling of een mededeling na twee keer eerder EMG) of medische geschiktheid (niet zijnde alcohol of drugs), de rijbewijshouder wijzen op het vervolgproces met mogelijke kosten en uitkomsten. Daarbij wijst het CBR tevens op de mogelijkheid om vrijwillig af te zien van het rijbewijs indien dat gewenst is en waarmee de kosten voor de betreffende burger vermeden kunnen worden.

De Minister van Infrastructuur en Milieu,
M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus