Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vergaderjaar 2016-2017

Nr. 225

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 september 2016

Met deze brief informeert het kabinet u over de financiële steun aan vrouwenorganisaties via het Funding Leadership and Opportunities for Women (FLOW) programma en regionale vrouwenfondsen. Daarnaast wordt ingegaan op structurele integratie van gendergelijkheid in de speerpunten van Ontwikkelingssamenwerking, onder meer via uitvoering van genderanalyses. Tijdens het Algemeen Overleg Inclusieve Ontwikkeling op 9 maart 2016 (Kamerstuk 33 625, nr. 211) is een toezegging gedaan voor een brief over deze onderwerpen. Deze brief bouwt voort op de beleidsreactie van het kabinet op de beleidsdoorlichting «Gender Sense and Sensitivity» (Kamerstuk 32 605, nr. 173) van de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB).

Nieuwe fase van FLOW van start

Met Funding Leadership and Opportunities for Women (FLOW 2016–2020), het grootste vrouwenfonds ter wereld, steunt Nederland programma’s gericht op politieke en economische participatie en zeggenschap van vrouwen en het tegengaan van geweld tegen vrouwen en meisjes. Voor de jaren 2016–2020 is 99 miljoen euro beschikbaar gesteld aan 10 coalities van maatschappelijke organisaties die zich voor deze doelen inzetten. Nederland bouwt met dit programma, dat een vervolg is op het MDG-3 fonds en FLOW-I fonds, voort op de investeringen van de afgelopen acht jaar. De 10 geselecteerde programma’s zijn begin 2016 gestart en bereiken honderden maatschappelijke organisaties en individuele vrouwen in 36 landen. Zo ondersteunt FLOW 2016–2020 onder andere vrouwelijke ondernemers in Kenia en Vietnam, vrouwen werkzaam in kleinschalige mijnbouw in Ghana en Tanzania, in de media in Niger en Ivoorkust en in de politiek en vredesprocessen in Guatemala, Democratische Republiek Congo (DRC) en Afghanistan.

FLOW verbetert de enabling environment voor gendergelijkheid

Het FLOW programma richt zich niet alleen op vrouwen en vrouwenorganisaties maar verandert ook de omgevingsfactoren (normen, wetten, instituties) voor vrouwen in positieve zin. Hierbij kan het gaan om veranderingen in wetgeving, arbeidsvoorwaarden, de rol van de media, productieketens en religieuze waarden en normen. Om deze maatschappelijke transformatie te bereiken werken FLOW partners samen met verschillende actoren die hierop invloed hebben, zoals nationale en lokale overheden, media, bedrijven, vakbonden en religieuze leiders. De manier waarop FLOW programma’s structurele verbetering van omgevingsfactoren en strategische samenwerking vormgeven wordt geïllustreerd in onderstaande voorbeelden.

  • •  In Kenia en Vietnam werkt SNV aan het creëren van grotere kansen voor door vrouwen geleide ondernemingen. Door versterking van bijvoorbeeld de Vietnam Women’s Union, het Women & Youth Enterprise Fund in Kenia en lokale autoriteiten verbetert SNV via de overheid de enabling environment voor vrouwelijke ondernemers. Tegelijkertijd wordt meer vrouwelijk leiderschap in ondernemersorganisaties bevorderd en is er specifieke steun voor vrouwelijke ondernemers.
  • •  Het programma Going for Gold van Simavi, Solidaridad en Healthy Entrepreneurs vergroot politieke en economische zeggenschap van vrouwen werkzaam in en rond kleinschalige goudmijnen in Tanzania en Ghana. Daarnaast beoogt het programma de gezondheid van vrouwen te verbeteren en geweld tegen vrouwen en meisjes te bestrijden. Deze organisaties werken samen met nationale en internationale goudhandelaren, overheden en mijnorganisaties om eerlijke goudwinning te stimuleren en arbeidsomstandigheden voor vrouwen te verbeteren. Ook worden specifiek zorgverleners, mannen en lokale leiders betrokken om de positie van vrouwen structureel te verbeteren.
  • •  Het consortium van Impunity Watch en IBIS werkt in drie post-conflictlanden, Liberia, Burundi en Guatemala, samen met vrouwenorganisaties aan het bestrijden van geweld tegen vrouwen en meisjes. Dit doen ze samen met invloedrijke vrouwen, overheden en andere actoren die geweld kunnen helpen voorkomen en maatschappelijke verandering ondersteunen. Net als bij andere FLOW programma’s wordt in toenemende mate samengewerkt met mannen en jongens om gelijke rechten en kansen voor iedereen te realiseren.

Versterking vrouwenorganisaties in lage- en lage-middeninkomenslanden

Verandering begint bij vrouwen zelf en vrouwenorganisaties spelen een belangrijke rol in het ter discussie stellen van ongelijke machtsverhoudingen tussen vrouwen en mannen en het verbeteren van kansen voor vrouwen en meisjes. Conform de motie Van Laar/Van Veldhoven van 5 april 2016 (Kamerstuk 33 625, nr. 208) stelt het kabinet in de periode 2017–2020 40 miljoen euro extra beschikbaar voor de versterking van vrouwenorganisaties en vrouwennetwerken in lage- en lage-middeninkomenslanden. De keuze is gemaakt om deze organisaties te bereiken via regionale vrouwenfondsen, omdat deze a) ervaring hebben in het bereiken en ondersteunen van vrouwenorganisaties en -netwerken in hun regio, b) een breed draagvlak genieten onder lokale vrouwenorganisaties en c) over voldoende bestuurlijke capaciteit beschikken.

Vier gerenommeerde vrouwenfondsen, het African Women’s Development Fund, het South Asia Women’s Fund, Fondo Mujeres del Sur en het International Indigenous Women’s Fund Ayni zijn geselecteerd. Drie daarvan zijn regionale fondsen actief in Afrika (inclusief Noord-Afrika en Midden-Oosten), Azië en Latijns-Amerika. Het (wereldwijde) fonds voor inheemse vrouwen AYNI richt zich specifiek op kleine organisaties van inheemse vrouwen die onevenredig vaak te maken hebben met discriminatie en geweld. De financiële steun sluit aan bij de beleidsprioriteiten van de vrouwenfondsen zelf en betreft onder meer capaciteitsversterking van vrouwenorganisaties, beïnvloeding van wet- en regelgeving en bevordering van landrechten voor vrouwen. Via deze vrouwenfondsen komen ook kleinere vrouwenorganisaties en -netwerken in aanmerking voor financiering.

Gender in de speerpunten van beleid voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking

Machtsongelijkheid tussen mannen en vrouwen beïnvloedt de resultaten van programma’s voor bijvoorbeeld water, voedselzekerheid en veiligheid en rechtsorde. Om deze reden zijn binnen alle speerpunten van het Nederlandse beleid voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking genderexperts actief. Een genderanalyse wordt in een vroeg stadium uitgevoerd zodat in de opzet, doelstellingen en monitoring van programma’s gendergelijkheid wordt geïntegreerd. Zo hebben de organisaties die deelnemen aan de uitvoering van het Addressing Root Causes (ARC) programma een duidelijke genderanalyse en -strategieën gepresenteerd in hun voorstellen. Daaruit bleek bijvoorbeeld dat het toekennen van landrechten aan vrouwen direct leidt tot grotere economische zelfstandigheid, omdat land als onderpand kan dienen en vrouwen daarmee betere toegang hebben tot kapitaal. Dit soort inzichten verkregen uit genderanalyses zijn belangrijk voor het verder verbeteren van programma’s, bij het vormen van bredere coalities en het behalen van resultaten binnen de speerpunten.

Gender diplomacy blijft een must

Machtsongelijkheid tussen mannen en vrouwen is wereldwijd nog altijd aanwezig. Vrouwen en meisjes hebben structureel minder kansen. Naast financiering van programma’s als FLOW en integratie van gendergelijkheid in de speerpunten van het beleid voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking, zet het kabinet in op gender diplomacy om:

  • •  internationale verdragen en afspraken over vrouwenrechten en gendergelijkheid en toezicht op de naleving daarvan hoog op de politieke agenda te houden;
  • •  deze afspraken te vertalen naar politieke dialoog, beleid en uitvoering van programma’s (bijvoorbeeld op het terrein van ontwikkelingssamenwerking, mensenrechten en conflictpreventie);
  • •  ervoor te zorgen dat Nederland een voortrekkersrol blijft spelen in het consequent inbrengen van het genderperspectief in alle dimensies van het buitenlandbeleid;
  • •  samenwerking tussen overheden, bedrijven en vrouwenorganisaties te faciliteren om gendergelijkheid te realiseren.

Het netwerk van buitenlandse vertegenwoordigingen speelt een belangrijke rol in gender diplomacy. Zowel op het departement als op de posten zetten steeds meer leidinggevenden en medewerkers zich in om resultaten te boeken op het gebied van gendergelijkheid, vaak in nauwe samenwerking met vrouwenorganisaties.

Het verbeteren van de positie van vrouwen is niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid. Vrouwen en meisjes leveren een enorme (potentiële) bijdrage aan duurzame ontwikkeling en economische groei. Het realiseren van gendergelijkheid vergt lange termijn investeringen waaraan Nederland graag substantieel blijft bijdragen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,
A.G. Koenders

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
E.M.J. Ploumen