Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vergaderjaar 2016-2017

Nr. 301

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 september 2016

Inleiding

Goede loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) kan verkeerde studiekeuzes voorkomen. LOB helpt jongeren loopbaancompetenties te ontwikkelen die ze nodig hebben in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Daarnaast helpt LOB jongeren bij het ontdekken van hun talenten en passies.

Een realistisch beeld van het vervolgonderwijs en het beroepsperspectief verkleint bovendien de kans op verkeerde keuzes. Tot slot kan LOB helpen om de toenemende ongelijkheid in onderwijskansen te bestrijden. De Inspectie van het Onderwijs ziet namelijk dat jongeren met laagopgeleide ouders – los van hun talenten – minder onderwijskansen hebben dan jongeren met een hogere sociaaleconomische status.1
In deze brief presenteren wij onze plannen voor de vervolgaanpak van LOB. Er zijn meerdere redenen voor onze maatregelen. Allereerst zijn leerlingen- en studentenorganisaties ontevreden over de kwaliteit van LOB, ondanks de toenemende aandacht ervoor. Ook de Onderwijsraad adviseert om meer aandacht te besteden aan LOB, omdat er nog steeds veel leerlingen en studenten uitvallen of van opleiding veranderen na een verkeerde studiekeuze.2 De Onderwijsraad pleit voor een doorgaande leerlijn LOB waarbij de activiteiten moeten aansluiten bij de belevingswereld van leerlingen en studenten.
Het LAKS en het ISO hebben onlangs, samen met de decanenvereniging NVS-NVL, de VVD, de PvdA en het CDA, een studiekeuzechecklist met een tiental punten gepresenteerd om uitval tegen te gaan in de overgang van het voortgezet naar het hoger onderwijs.3 Wij zijn blij met hun betrokkenheid op dit thema en willen samen optrekken in de gezamenlijke ambities. In deze brief gaan we, op verzoek van de vaste Kamercommissie voor OCW, in op de punten voor het voortgezet onderwijs.4 Een reactie op de punten voor het hoger onderwijs volgt aan het eind van dit jaar met de aanbieding van het onderzoek naar de effectiviteit van de studiekeuzecheck.

Voor de sectoroverstijgende aanpak in deze brief overlegden we met leerlingen, studenten, decanenorganisaties, aansluitcoördinatoren, onderwijsraden, bedrijfsleven en andere experts. Onze aanpak is ook eerder aangekondigd in debatten over de invoering van de Wet studievoorschot en in de brief over de Aanpak Jeugdwerkloosheid.

1. Het belang van LOB

Het is een taak van het onderwijs om leerlingen en studenten te helpen zich optimaal te ontwikkelen en hen goed voor te bereiden op het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt.

Ontdekken interesses en talenten. LOB helpt jongeren te ontdekken wie ze zijn, waar hun talenten en motivatie liggen, ondersteunt bij het oriënteren op een toekomstig beroep en werkveld en helpt jongeren de stappen te zetten die nodig zijn voor een passende studie- en beroepskeuze. Ze verkennen hun persoonlijke drijfveren, ambities en talenten en staan stil bij vragen als: «Wie ben ik?», «Wat wil ik worden?» en «Wat vind ik belangrijk? Docenten en ouders kunnen leerlingen stimuleren na te denken over hun ervaringen en hen helpen bewuste en gemotiveerde keuzes te maken om zelf richting te kunnen geven aan hun toekomst.

Dat begint al op jonge leeftijd op de basisschool en krijgt steeds meer vorm richting beroepskeuze in de laatste jaren van het voortgezet onderwijs (vo), het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en het hoger onderwijs (ho). In de voorbereiding op de arbeidsmarkt wordt de wereld van buiten naar binnen gehaald met oriëntatie op beroepen, snuffelstages en gesprekken met mensen uit het werkveld. Het zelf sturing kunnen geven aan je loopbaan en permanent leren is steeds meer nodig in het licht van voortdurende veranderingen in de maatschappij en op de arbeidsmarkt.

Gelijke kansen bevorderen. Goede LOB kan in zekere mate tegenwicht bieden tegen de verschillen in de achtergrond van jongeren. Kinderen uit hoge sociale milieus maken ambitieuzere onderwijsbeslissingen dan kinderen uit lage sociale milieus.5 Kinderen uit lagere milieus hebben ook vaak minder rolmodellen in hun directe omgeving om zich aan op te trekken. Bovendien zijn deze leerlingen en hun ouders niet altijd goed geïnformeerd over opleidingen en de arbeidsmarktperspectieven.
De SER signaleert daarnaast dat jongeren met een niet-westerse achtergrond vaker kiezen voor studierichtingen met minder kans op werk en een grotere kans op uitval hebben. De steun door hun ouders is vaak minder toereikend en ze hebben een beperkt netwerk of weten dit onvoldoende te benutten.6 Daarnaast zijn jongeren geneigd stereotype keuzes te maken.7 Onderzoeken wijzen uit dat bijvoorbeeld vrouwelijk talent daardoor verloren gaat bij exacte studies.
Uitval en studieswitch verminderen. Meer aandacht voor LOB kan jongeren teleurstelling en tegenslag besparen. Nederland is weliswaar koploper in het terugdringen van voortijdig schoolverlaten (vsv), maar elk jaar gaan nog steeds 25.000 jongeren zonder startkwalificatie van school. En hoewel het aantal uitvallers en switchers in het hoger onderwijs lager is dan de afgelopen jaren, valt 47 procent van de niet-westerse allochtone mannen uit of switcht van opleiding. Uit onderzoek blijkt dat LOB-activiteiten in het vo de uitval in het eerste studiejaar van het vervolgonderwijs met iets meer dan 30 procent vermindert.8 Het gaat dan om het aantal activiteiten, maar vanzelfsprekend ook om het soort activiteiten en de kwaliteit ervan. We weten dat een brede en gepersonaliseerde oriëntatie op de studiekeuze de beste garanties biedt voor studiesucces.
Verbeteren arbeidsmarktperspectief. LOB kan verder voorkomen dat leerlingen en studenten opleidingen kiezen die onvoldoende arbeidsmarktperspectieven bieden.9 Nu vindt slechts 43 procent van de mbo’ers dat zijn of haar opleiding een goede start mogelijk maakt op de arbeidsmarkt.10 Ook in het ho is ruimte voor verbetering: in het hbo geven studenten de aansluiting op de arbeidsmarkt een 3,7 (op een schaal van 1 tot 5). In het wo is dat een 3,2.11

2. LOB ontwikkelt zich positief

De ontwikkeling van LOB is hoopgevend, al valt er ook nog veel te winnen. In dit hoofdstuk schetsen we kort de stand van zaken per sector. Daarnaast geven we per sector aan wat scholen, instellingen en het Ministerie van OCW in de ontwikkeling van LOB hebben gedaan.

Primair onderwijs

Op de basisschool gaat het voornamelijk om persoonsvorming en brede talentontwikkeling: spelenderwijs je eigen talenten en passies ontdekken. Leerlingen leren over hun persoonlijke drijfveren en ambities. Ouders kunnen de studieloopbaan goed ondersteunen. Zij zijn op deze leeftijd de belangrijkste sleutelfiguren.

Het primair onderwijs besteedde de afgelopen jaren meer aandacht aan brede talentontwikkeling. Wanneer leerlingen zich bewust zijn van hun eigen talenten en weten hoe ze dit verder kunnen ontwikkelen en inzetten, kunnen zij bewuster kiezen voor een vo-school. Daarnaast kunnen zij gerichter werken aan hun talenten of juist de dingen waar ze nog niet zo goed in zijn. Als leerlingen op een school extra aanbod hebben gekregen of bijzondere prestaties hebben geleverd, is het voor hen belangrijk dat daarmee rekening wordt gehouden in het vervolgonderwijs. Om basisscholen en vo-scholen te helpen bij de samenwerking en het delen van goede voorbeelden waren in 2015 17 kwartiermakers actief. Zij stimuleren kennisuitwisseling in de regio door samenwerking in regionale talentnetwerken.

Daarnaast organiseert het Platform Bèta Techniek, in opdracht van het ministerie, het project Talentenkijker. Doel is het doorbreken van stereotypen over technische beroepen. In groepen 7 en 8 gaan jongens en meisjes op zoek naar hun talenten, maken zij kennis met mensen die werken in de wereld van wetenschap en techniek, en ontdekken zij welke talenten daarvoor nodig zijn.

Voortgezet onderwijs

Volgens de inspectie staat LOB redelijk goed op de vo-agenda.12 Uit de recente LAKS-monitor blijkt dat ruim de helft van de scholieren tevreden en 15 procent ontevreden is over de begeleiding en voorbereiding op een vervolgstudie. Ook over de begeleiding bij het maken van keuze voor een sector (vmbo) of een profiel (havo, vwo) is een meerderheid van de scholieren tevreden.13 Het LAKS geeft aan dat veel scholen op een goede manier invulling geven aan LOB, maar dat er ook nog steeds scholen zijn waar LOB minder goed op de agenda staat.

Zo’n 150 scholen kregen 5 jaar steun via het stimuleringsproject LOB. Bijna 75 procent van de vo-scholen heeft nu hun visie op LOB vastgelegd in een beleidsdocument. Wel pleit de inspectie voor meer samenhang bij de overgangen tussen onderwijssectoren. De inspectie vindt ook dat scholen nog niet vaak een kwalitatieve analyse en evaluatie van hun LOB-beleid uitvoeren.

Daarnaast ondersteunen wij de VO-raad bij het uitwerken en het invoeren van het plusdocument in het hele vo. Steeds meer vo-scholen werken met het document, waarin alle extracurriculaire activiteiten die leerlingen ondernemen, worden vastgelegd. Het document is een hulpmiddel voor de leerling bij het maken van een bewuste keuze voor het vervolgonderwijs.

Middelbaar beroepsonderwijs

In het mbo is 48 procent van de mbo-studenten tevreden over de (studie)loopbaanbegeleiding en 19 procent ontevreden.14 Vooral studenten op niveau 3 en 4 in het derde leerjaar zijn ontevreden.15 Daarnaast switcht nog ongeveer één op de acht mbo-studenten van domein. Veel verbetering is nodig en ook mogelijk.
De afgelopen vijf jaar kregen 37 mbo’s extra aandacht en ondersteuning bij het vormgeven van LOB. Er zijn in dit project handreikingen gemaakt en goede voorbeelden worden gedeeld.16 Ook is een inventarisatie gemaakt van praktijkvoorbeelden van mentoring, coaching en rolmodellen in het onderwijs.17 Hiermee wordt invulling gegeven aan het verzoek van het Kamerlid Jadnanansing om in het LOB-programma in het mbo aandacht te besteden aan coaches en rolmodellen. Het Servicepunt LOB Mbo werd opgericht om alle beschikbare materialen te delen en mbo-instellingen te ondersteunen en adviseren, bijvoorbeeld over het professionaliseren van het studiekeuzeadvies bij de intake.

Van 2014 tot 2017 is er € 100 miljoen beschikbaar gesteld voor het Regionaal investeringsfonds mbo. In januari en juni 2017 kunnen nog plannen met een looptijd van vier jaar worden ingediend. Met dit fonds komen initiatieven tot stand voor een betere regionale samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Een mooi voorbeeld is de Food & Proces Tech Campus van Regio College Zaanstreek Waterland. De campus ontwikkelt loopbaanactiviteiten voor vmbo’ers en mbo’ers in de food sector. Het gaat om trainingen voor (v)mbo-docenten en praktijkbegeleiders en om loopbaanoriëntatieprojecten.

Het wetsvoorstel Vroegtijdige aanmelddatum voor en toelatingsrecht tot het beroepsonderwijs, dat onlangs voor de eerste keer in uw Kamer is besproken vraagt van vmbo-leerlingen om zich vroegtijdig met hun studiekeuze bezig te houden, natuurlijk met goede LOB. De vroegtijdige aanmelding betekent ook het recht op studiekeuzeadvies dat gezien moet worden als sluitstuk op de LOB-activiteiten die op het vo zijn begonnen.

Hoger onderwijs

In het hoger onderwijs nemen de uitval en het overstappen naar een andere studie af sinds studiejaar 2013–2014. Van de studenten die begonnen in 2014 viel 32 procent uit of switchte binnen een jaar, in eerdere jaren was dat ruim 35 procent.18 In 2015 hebben eerstejaars zich weer beter op hun studiekeuze voorbereid, meer bronnen gebruikt en vaker open dagen bezocht. Ook geven ze vaker aan een bewuste keuze te hebben gemaakt en een goede binding met de opleiding van hun keuze te ervaren. Verder kregen studenten in het vo vaker voorlichting over de stap naar het ho. Studenten hebben bij een positief advies na de studiekeuzecheck ook echt het gevoel dat de studie bij hen past.19 Ze waarderen de begeleiding met een 3,5 (op een schaal van 1 tot 5).20

De aanmelddatum voor het hoger onderwijs is vervroegd naar 1 mei, de studiebijsluiters zijn ingevoerd, de website startstuderen.nl is ontwikkeld en de studiekeuzecheck is geïntroduceerd. De studiekeuzecheck zal de komende jaren verder worden doorontwikkeld.

Toch valt ook hier nog veel te winnen. Het uitval- en switchpercentage is met gemiddeld 32 procent in het ho nog steeds aanzienlijk. In het hbo bij de sectoren Onderwijs en Economie is dit zelfs 40 procent. En binnen de sector Economie switcht of valt 56 procent van de niet-westerse allochtone mannen uit. Verkeerde keuzes kunnen voor veel frustratie zorgen bij studenten. Veel studenten vinden dan ook dat de aansluiting op het ho beter kan, vooral vanuit havo en mbo. Circa 40 procent van de mbo-studenten, 50 procent van de havoleerlingen en 70 procent van de vwo-leerlingen is tevreden of zeer tevreden over de aansluiting.21

3. Wat gaan we doen?

In het bovenstaande hoofdstuk gaven we aan dat LOB zich positief ontwikkelt. Toch denken we dat er nog winst te behalen valt. Leerlingen- en jongerenorganisaties geven aan behoefte te hebben aan kwaliteitsverbetering van LOB in het vo en mbo en het verbeteren van de studiekeuzecheck in het ho.22 De instellingen geven aan van elkaar te willen leren in kenniskringen. Daarnaast willen ze ondersteuning bij de implementatie van LOB in het curriculum.23 Ook is er behoefte aan verbinding met de arbeidsmarkt zodat jongeren vroeg in hun opleiding weten hoe hun toekomstig beroep eruit ziet.

We voorzien in die behoefte met de volgende actielijnen:

  • •  Actielijn 1. Deskundige LOB
  • •  Actielijn 2. Betere samenwerking bij de onderwijsovergangen
  • •  Actielijn 3. Betere informatie over beroepenveld en vervolgonderwijs

Actielijn 1. Deskundige LOB

Leerlingen- en jongerenorganisaties geven aan dat de kwaliteit van de LOB niet overal goed is. Zij pleiten onder andere in de studiekeuzechecklist voor alleen gekwalificeerde loopbaanbegeleiders voor de klas.

Visie op deskundige LOB in het onderwijs. Jongeren kiezen vooral intuïtief, zonder een duidelijk beeld te hebben van zichzelf en van opleiding, beroep of werkveld. Belangrijk is dat jongeren een eigen identiteit ontwikkelen, ervaringen kunnen opdoen in de praktijk, hierop leren te reflecteren en een scherper inzicht krijgen in hun kwaliteiten en beperkingen. Ook is het nodig dat ze een realistisch beeld krijgen van de wereld om hen heen, van opleidingen, beroepen en het werkveld. Daarnaast moeten ze zich goed voorbereiden op een vervolgopleiding, stage of baan door open dagen bij te wonen, mee te lopen met alumni, een betrouwbare werkhouding te ontwikkelen, leren te solliciteren en te netwerken. Al deze elementen maken deel uit van de vijf loopbaancompetenties die nodig zijn om keuzes te maken voor de toekomst: kwaliteitenreflectie (ontdek je talent), motievenreflectie (ontdek je passie), werkexploratie (ontdek je werkplek), loopbaansturing (zelf aan zet) en netwerken (in gesprek met).24

In het onderwijs kunnen we jongeren helpen deze loopbaancompetenties te ontwikkelen zodat ze zelf richting kunnen geven aan hun toekomst en bewuster kiezen. Dit ontwikkelingsproces – ook wel loopbaanleren genoemd – vergt meer dan een voorlichtings- of studiekeuzegesprek. Dit moet deel uitmaken van het curriculum in alle leerjaren. Daarbij is persoonlijke en deskundige begeleiding door de docent, mentor, decaan, praktijkbegeleider of studieloopbaanbegeleider nodig, gericht op een brede ontwikkeling van de leerling of student. We willen dat deskundige LOB de rode draad is in de doorlopende leerlijn van de basisschool tot en met het hoger onderwijs, met maatwerk dat aansluit bij de behoeften en leefwereld van de leerling of student.

Duidelijker maken welke deskundigheid nodig is. Met sectorraden, beroepsverenigingen, onderwijsinstellingen, experts, het bovensectoraal expertisepunt LOB, de onderwijscoöperatie, SBB, decanenverenigingen, de inspectie, Euroguidance, UWV en Leerwerkloketten zullen we breed gedragen competentieprofielen formuleren voor deskundige loopbaanbegeleiding. Het gaat dan vooral om welke deskundigheid er in de «eerstelijns» en «tweedelijns» LOB-taken wordt verwacht. Dat biedt duidelijkheid over wat loopbaanprofessionals in de praktijk moeten kennen en kunnen.

In het onderwijs is de «eerstelijns» LOB het contact dat iedere (vak)docent of mentor heeft met de leerlingen en studenten. Wij zijn het eens met verbeterpunt 3 van de studiekeuzechecklist dat het van belang is dat in elk vak het verband wordt gelegd met vervolgopleiding en de latere loopbaan. Daarnaast moet iedere (vak)docent in een goede pedagogische relatie een reflectief gesprek kunnen voeren met de leerling of student, kunnen signaleren en doorverwijzen bij LOB- vraagstukken. Van de vakdocent kan niet worden verlangd dat hij over de specialistische loopbaandeskundigheid beschikt. Dat zijn meer «tweedelijns» LOB-activiteiten waarvoor naast pedagogisch-didactische kennis en kennis van ontwikkelingspsychologie, ook kennis van loopbaanontwikkeling, het onderwijsstelsel, beroepenkunde en inzicht in arbeidsmarktontwikkelingen nodig is.25 Dit wordt ook aangegeven door de leerlingenorganisaties in verbeterpunt 5 van de studiekeuzechecklist.

We verkennen met de werkgevers- en beroepsorganisaties of het meerwaarde heeft om voor de «tweedelijns» LOB-taken af te spreken dat alle professionals die deze taken uitvoeren een bepaalde basisopleiding hebben gevolgd (naar analogie van Basis Kwalificatie Onderwijs in het hoger onderwijs). Dit sluit aan bij verbeterpunt 1 uit de studiekeuzechecklist. Over de uitkomsten van deze verkenning informeren wij uw Kamer in 2017.

LOB als onderdeel van het curriculum. Met de invoering van profielen in het vmbo wordt LOB steviger verankerd in het curriculum. Alle leerlingen stellen een loopbaandossier samen vanuit hun LOB-ervaringen. Leerlingen en docenten leggen dit samen vast, zo ontstaat inzicht in de ontwikkeling van de loopbaanvaardigheden van de leerling. Met name de beroepsgerichte keuzevakken bieden volop mogelijkheden om praktische LOB-ervaringen op te doen. Door beroepsgerichte keuzevakken te volgen van uiteenlopende richtingen en daarin bijvoorbeeld ook stages te volgen, kunnen leerlingen zich breder oriënteren. Ook in de theoretische leerweg van het vmbo is per 1 augustus 2016 het loopbaandossier een verplicht onderdeel en zullen TL-leerlingen meer gericht LOB-ervaringen opdoen. Het landelijk platform vmbo-TL begeleidt deze scholen in het komende schooljaar extra bij de invoering van het loopbaandossier. De VO-raad heeft hier ook leernetwerken voor ingericht. De inzichten over en de ervaringen met deze verankering worden betrokken bij de verdere verbetering van LOB in havo en vwo.

Op dit moment vindt de verdiepingsfase van Onderwijs2032 plaats. Deze fase bestaat uit twee onderdelen. Ten eerste wordt onder regie van de Onderwijscoöperatie een dialoog onder leraren over Onderwijs2032 gevoerd. Die dialoog gaat over het advies van het Platform Onderwijs2032 en de wijze waarop de betrokkenheid van leraren bij de herijking van het curriculum op basis daarvan kan worden vergroot. Het platform adviseerde dat er meer aandacht moet komen voor persoonsvorming, waaronder LOB-vaardigheden, in het nieuwe curriculum. Ten tweede wordt parallel daaraan door een breed samengestelde regiegroep samen met het onderwijsveld een inhoudelijke verdieping van het advies gestart. Centraal staat de vraag wat het advies concreet betekent voor de onderwijspraktijk. In november zullen de rapportages van de Onderwijscoöperatie en de regiegroep samen met een beleidsreactie aan uw Kamer worden aangeboden. Op basis van de opgedane inzichten in de verdiepingsfase willen wij samen met uw Kamer besluiten hoe het ontwerpproces vervolgens wordt vormgegeven.

LOB is in het mbo onderdeel van de kwalificatie en diplomering. Bovendien worden in schooljaar 2016–2017 keuzedelen ingevoerd, die voor veel mbo-instellingen en hogescholen aanleiding zijn om de regionale samenwerking aan te halen: ook op het vlak van LOB.

Van scholen en instellingen wordt dus beleid gevraagd waarin LOB herkenbaar in het onderwijscurriculum een plaats heeft. Ons bereiken echter ook signalen dat LOB als vrijblijvende activiteit wordt gezien en minder als wettelijke taak. Wij vinden het van belang dat scholen en instellingen zelf LOB op maat vormgeven, samen met leerlingen en studenten. Als echter blijkt dat dat onvoldoende gebeurt, zullen we de kaders voor LOB nadrukkelijker vastleggen in wet- en regelgeving, zoals ook wordt gevraagd in verbeterpunt 2 van de studiekeuzechecklist.

Scholen en instellingen moeten sturen op kwaliteit. Besturen van onderwijsinstellingen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de LOB-activiteiten en de professionals. Het onderwijspersoneel moet goed zijn toegerust om zijn taak uit te oefenen. Als helder is wat er wordt verwacht voor welke LOB-taak, kunnen scholen daar doelgericht naartoe werken. Wij roepen scholen op om hier aandacht aan te besteden in hun verbeterplannen en de mbo-instellingen in hun kwaliteitsafspraken.

We gaan in gesprek met de onderwijssectoren over de vraag of er voldoende mogelijkheden zijn voor professionalisering via initiële opleidingen en via nascholing. Daarbij nemen we de verkenning naar een aantal Europese voorbeelden zoals in Ierland, Denemarken en Finland mee. Met Hogeschool Windesheim zijn we momenteel in gesprek over de ontwikkeling van een minor LOB en burgerschap.

Ook stimuleren we met het Regionaal investeringsfonds mbo de ontwikkeling van praktijkgerichte lectoren binnen publiek-private samenwerkingsverbanden. Deze lectoren spelen een belangrijke rol bij de externe oriëntatie richting het werkveld en bij de curriculumvernieuwing. Verder helpen ze docenten te professionaliseren en stimuleren ze de kenniscirculatie en kennisontwikkelingen binnen de instellingen en met het omliggend veld.

Toezicht door de inspectie. Vanaf 1 augustus 2017 wordt LOB voor po, vo en mbo onderdeel van het onderzoekskader. Dit is in lijn met de motie van Kamerleden Jadnanansing en Straus.26 Daarmee is het onderdeel van de basiskwaliteit die scholen moeten realiseren. De inspectie kijkt daarbij naar het LOB-beleid en naar de praktische vormgeving. Daarnaast kan de inspectie in het bestuurlijk gesprek de schoolvisie over LOB aan de orde stellen als onderdeel van het stimulerend toezicht. Hiermee wordt de bestuurlijke aandacht en het benodigde draagvlak voor LOB verder vergroot. Over LOB als onderdeel van het toezicht wordt jaarlijks gerapporteerd in het Onderwijsverslag.

In het Onderwijsverslag 2016 heeft de inspectie gerapporteerd over LOB in het vo (themaonderzoek). In het Onderwijsverslag 2017 is ook aandacht voor LOB in het mbo. De inspectie beoordeelt bij een selectie van opleidingen van een nader te bepalen aantal bekostigde mbo-instellingen of LOB voldoende terugkomt in het onderwijsprogramma en wat de inhoudelijke kwaliteit daarvan is. Daartoe voert de inspectie per opleiding gesprekken met studenten en docenten over hun ervaringen en tevredenheid.

Onderzoek. Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) onderzoekt momenteel in opdracht van het ministerie de invulling van burgerschapsonderwijs, LOB en de kwaliteit hiervan in het mbo.27 Eind 2016 zullen wij uw Kamer het onderzoeksrapport sturen. Daarnaast doet een promovenda van de Open Universiteit in opdracht van het Ministerie van OCW een meerjarig promotieonderzoek naar de effecten van het stimuleringsproject LOB in het mbo. In het najaar van 2017 worden die resultaten bekend.

Actielijn 2. Betere samenwerking bij onderwijsovergangen

In de verschillende onderwijssectoren zien we steeds meer aandacht voor LOB. Door meer samenwerking tussen de onderwijssectoren sluiten de LOB-activiteiten beter op elkaar aan, leren scholen en instellingen van elkaar en worden onderwijssectoren meer samen verantwoordelijk voor de onderwijsovergangen.

Bovensectoraal expertisepunt. Begin 2017 start een nieuw bovensectoraal expertisepunt voor LOB. Het expertisepunt wordt vormgegeven door de VO-raad en MBO Raad en krijgt een centrale landelijke functie.

Taak van het expertisepunt is om regionale successen en voorbeelden van samenwerkingsconstructies in kaart te brengen. Scholen kunnen veel van elkaars ervaringen leren. Het expertisepunt helpt scholen zoeken naar inspirerende voorbeelden. Samen met de leerlingen- en studentenorganisaties verspreidt het expertisepunt bijvoorbeeld succesvolle voorbeelden van de inzet van alumni. Ook is het expertisepunt een helpdesk voor scholen en instellingen met vragen rond LOB. Bijvoorbeeld over ondersteunende materialen, instrumenten en trainingen waarmee docenten gemakkelijk binnen hun lessen aandacht kunnen besteden aan LOB en aan individuele vragen van leerlingen over de mogelijkheden van het vak.

Daarnaast stimuleert het expertisepunt de ontwikkeling en verdieping van LOB.28 Zo zal het bovensectoraal expertisepunt bijdragen aan de totstandkoming van een doorlopende LOB-leerlijn van de basisschool tot en met het mbo en ho. Leerlingen vinden nu dat er soms onderdelen ontbreken in het programma of elkaar juist overlappen. Dat komt doordat bij LOB-activiteiten weinig samenwerking is, waardoor een gedeelde visie en didactiek ontbreekt. De opbouw van loopbaancompetenties in een doorlopende leerlijn vergt gemeenschappelijke visie en afstemming tussen scholen in de regio. Het expertisepunt zal scholen in staat stellen te leren van goede voorbeelden van scholen die samenwerken, hun LOB-activiteiten inhoudelijk op elkaar afstemmen en zich gezamenlijk professionaliseren.

Regionale samenwerking tussen onderwijssectoren verbeteren. Om ervoor te zorgen dat studenten met een mbo-vooropleiding minder uitvallen in het eerste jaar op het hbo, stellen wij € 7,5 miljoen beschikbaar voor het verbeteren van de overgang tussen het mbo en het hbo. Studenten weten vaak zelf het beste wat ze nodig hebben om de overstap naar het hbo goed te kunnen maken. Dit kan bijvoorbeeld persoonlijke begeleiding zijn, het gevoel «welkom» te zijn of ondersteuning bij specifieke studievaardigheden. De helft van het budget is daarom beschikbaar voor plannen die zijn ontwikkeld door mbo- en hbo-studenten samen. Zij worden hierin begeleid door studenten die de overstap eerder hebben gemaakt. De andere helft van het budget stellen wij beschikbaar voor plannen die zijn ontwikkeld door mbo- en hbo-instellingen samen.

Ook breder willen we de komende jaren de regionale samenwerking verbeteren. Dit is in lijn met de motie van Kamerleden Mohandis en Jadnanansing, die oproept om regionale samenwerkingsverbanden te stimuleren.29 De samenwerkingsverbanden moeten de samenwerking, de doorstroom en de aansluiting tussen het vo en mbo met het ho verbeteren. We zullen voor deze samenwerking aandacht vragen in de afspraken die we met de universiteiten, hogescholen en mbo-instellingen maken. Vanaf 2018 is voor het verbeteren van de doorstroom in het onderwijs en de aansluiting op de arbeidsmarkt voor de samenwerking in de regio voor het ho geld beschikbaar uit het studievoorschot, oplopend naar € 30 miljoen. Het toekomstige sectoroverstijgende expertisepunt LOB kan deze samenwerking verder stimuleren en ondersteunen.

Naast de netwerken met het ho, houden we ook aandacht voor de samenwerking tussen vmbo en mbo. We experimenteren met doorlopende leerlijnen in vmbo en mbo en het Platform Bèta en Techniek ondersteunt regio’s binnen het programma Toptechniek in bedrijf.

Gebruik van doorstroominformatie stimuleren. Scholen kunnen meer gebruik maken van doorstroominformatie om systematisch te evalueren wat het effect is van LOB in de verdere (studie)loopbaan van de studenten. Zo wordt inzichtelijk hoe alumni het doen in het vervolgonderwijs. Dit sluit aan bij verbeterpunt 4 van de studiekeuzechecklist. Om dit te realiseren subsidiëren we ook de komende periode de VO-raad voor de pilot «samenwerken met doorstroominformatie» (vo-mbo en vo-ho). In het mbo en ho starten we een vergelijkbare pilot. Hierbij werken we samen met de MBO Raad en de Vereniging Hogescholen.

Actielijn 3. Betere informatie over beroepenveld en vervolgonderwijs

Bedrijfsbezoeken, korte stages bij werkgevers of het uitvoeren van bedrijfsopdrachten – ook wel werkexploratie genoemd – kan jongeren enorm helpen bij het vormen van een beeld van de arbeidsmarkt.30 Zo kan ook interesse worden «aangewakkerd» voor opleidingen met goede arbeidsmarktkansen, waar jongeren nog niet eerder aan hadden gedacht.31 Abstracte informatie gaat voor hen leven en ze krijgen een realistisch en breder beeld van beroepen.

We ondernemen actie om ervoor te zorgen dat de informatie over opleidingen, de kwaliteit ervan, de beroepen waar ze toe opleiden en het arbeidsmarktperspectief realistisch en overzichtelijk is.

Nu is dat niet altijd zo.32 In de studiekeuzechecklist wordt ook gevraagd om het doorontwikkelen van de studiekeuzecheck voor het hoger onderwijs. Over studiekeuze-informatie in het hoger onderwijs en Studiekeuze123 hebben wij uw Kamer separaat geïnformeerd.33
Gerichte kennismaking met bèta en techniek. In het po en vo zijn binnen Jet-Net (po-vmbo-havo/vwo) en Technet (vmbo) bedrijven actief om leerlingen reële beroepsbeelden te geven bij de vakken en lessen die worden gegeven in de bèta-technische profielen. Denk hierbij ook aan initiatieven als Girlsday van VHTO.34 Gerichte inzet van LOB, ook voor doelgroepen waarvan de keuze voor een bèta-technisch profiel traditioneel laag is, zoals allochtone jongeren en meisjes, moet ertoe leiden dat meer jongeren kiezen voor bèta-technische profielen.

Meer oog voor werkexploratie. We willen dat elke jongere in het mbo vroegtijdig in hun opleiding kennismaakt met het beroepenveld en de arbeidsmarkt via oriënterende bedrijfsbezoeken. Werkexploratie is nog belangrijker voor (migranten)jongeren die wonen in eenzijdig samengestelde buurten in de grotere steden. Door de sociale omgeving waarin zij opgroeien, hebben zij vaak een beperkter, eenzijdiger en minder realistisch beeld van beroepen. Daarom starten we met het voor 500 mbo-studenten mogelijk maken van oriënterende bedrijfsbezoeken in het kader van de City Deal Aanpak Jeugdwerkloosheid.

In de City Deal Aanpak Jeugdwerkloosheid in Almere, Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Leeuwarden, Utrecht en Zaanstad werkt een coalitie van gemeenten, onderwijsinstellingen, SBB, de MBO Raad en werkgevers samen aan oplossingen voor de problemen waar migrantenjongeren vaker mee te maken hebben.

  • •  In het vmbo gaat het voornamelijk om werkexploratie als vast onderdeel van het onderwijsprogramma en het versterken van de rol van ouders. Met de pilot ouderbetrokkenheid wordt een open gesprek tussen ouder en kind aan de keukentafel gestimuleerd over interesses (wat vind ik leuk), motieven (wat vind ik belangrijk) en de kwaliteiten (waar ben ik goed in) en hoe deze een rol spelen bij de studiekeuze.
  • •  In het mbo verbeteren we werkexploratie door het mogelijk maken van oriënterende bedrijfsbezoeken en investeren we in een loopbaangerichte intake. Wij zijn het eens met het JOB dat kennismaking met de arbeidsmarkt al in het eerste jaar van het mbo moet gebeuren. Daarnaast hebben werkgevers soms vooroordelen ten opzichte van bepaalde groepen jongeren, waardoor het bijvoorbeeld voor (migranten)jongeren moeilijker is om een stageplek te verwerven. Daarom maken we oriënterende bedrijfsbezoeken mogelijk voor 500 mbo studenten. Doelen zijn wederzijdse kennismaking, het verminderen van eventuele vooroordelen bij werkgevers en oriëntatie van de jongere op de werkvloer. De Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) werft en registreert leerbedrijven voor deze bedrijfsbezoeken en het Servicepunt LOB Mbo ondersteunt mbo-instellingen voorafgaand aan de organisatie van de bedrijfsbezoeken. Wij vinden dit een waardevolle manier om jongeren vroegtijdig kennis te laten maken met de arbeidsmarkt en volgen met interesse wat hiervan de betekenis kan zijn voor het vo en het mbo.
  • •  In het ho richten we ons met bestaande initiatieven als de taskforce The Future is Diversity op objectieve informatie, het verbeteren van het zoekgedrag via een digitaal netwerkplatform en het doorbreken van discriminatie en negatieve beeldvorming.

Overkoepelend digitaal platform voor onderwijs en bedrijfsleven. Samen met het onderwijsveld en het bedrijfsleven zorgen we voor een digitaal platform waar het onderwijs en het bedrijfsleven elkaar kunnen vinden. Doel is dat onderwijsinstellingen er terecht kunnen om te kijken welke bedrijven (regionaal of landelijk) beschikbaar zijn voor het geven van gastlessen, het bieden van (oriënterende) stages of het faciliteren van bedrijfsbezoeken.

Gebruik maken van private initiatieven. Ook zijn er steeds meer private initiatieven zoals Jinc, VMBO On Stage en Champs on Stage, die jongeren ondersteunen bij het maken van keuzes en het oriënteren op de arbeidsmarkt. Deze initiatieven richten zich vooral op jongeren die opgroeien in een omgeving met minder rolmodellen om zich aan op te trekken. Ook is bijvoorbeeld het programma EigenBaas beschikbaar voor scholen. Dit is een programma waarin jongeren kennis kunnen maken met het ondernemerschap. Deze initiatieven zijn een waardevolle aanvulling op het aanbod van scholen en instellingen. We roepen scholen en instellingen op om hiervan nog beter gebruik te maken om de verbinding met de regionale arbeidsmarkt te verbeteren.

Gebruik maken van Leerwerkloketten. Leerwerkloketten beschikken over loopbaan- en arbeidsmarktexpertise. Deze deskundigheid wordt ingezet in de regionale samenwerking tussen gemeenten, UWV, scholen en bedrijfsleven om jongeren en volwassenen (waaronder scholieren die de overstap maken naar vervolgonderwijs of arbeidsmarkt, vsv’ers en potentiële uitvallers) terug te leiden naar onderwijs of werk en te helpen bij de keuze van opleiding of leerwerkplek. Leerwerkloketten kunnen objectieve voorlichting geven over werkvelden, beroepen en arbeidsmarktkansen of helpen met een onafhankelijk studie- en beroepskeuze-advies, met gebruikmaking van competentietesten.

(Her)oriëntatietrajecten. Wij roepen instellingen op om te blijven investeren in (her)oriëntatietrajecten. Jongeren kunnen immers baat hebben bij (her)oriëntatietrajecten (eerder schakelklas genoemd) om hen opnieuw te helpen bij het maken van een keuze voor een opleiding of beroep.35 Uit een ronde langs een aantal mbo-instellingen blijkt dat er voldoende mogelijkheden zijn om dit soort trajecten vorm te geven. Het eerdere voornemen om het geld voor schoolmaatschappelijk werk hiervoor te oormerken, komt daarmee te vervallen.

Verbeteren kwaliteit en duidelijkheid van informatie.

  • •  De campagne «studeer met een plan» wordt voortgezet. De campagne is gericht op mbo-studenten die willen doorstuderen en studenten waarvoor doorstuderen in het ho niet vanzelfsprekend is.
  • •  Naar aanleiding van de motie van Kamerlid Rog doet ResearchNed aanvullend onderzoek naar de effectiviteit van de verschillende invullingen van de studiekeuzecheck in het hoger onderwijs.36 ResearchNed verwacht het onderzoek eind 2016 af te ronden.
  • •  In studiejaar 2016–2017 voert het ministerie een pilot uit om effectiever te communiceren naar aankomend ho-studenten (laatstejaars niveau-4 mbo, havo en vwo). We variëren in communicatiemiddelen (brief en mail), momenten (alle informatie in één keer, of op meerdere strategische momenten) en we laten het taalgebruik zo goed mogelijk aansluiten op de doelgroep. We kijken welke combinatie leidt tot meer aanmeldingen, minder uitval en studieswitch en bewuster leengedrag.
  • •  De mbo-instellingen die de studiebijsluiter «studie in cijfers» nog onvoldoende benutten in de voorlichting, helpen we via SBB om dat wel te doen. SBB doet een inventarisatie naar het gebruik van de studiebijsluiter door mbo-instellingen. Daarbij betrekt SBB het recente onderzoek van JOB en CNV Jongeren over het gebruik van de studiebijsluiter in het mbo en de objectiviteit van de voorlichting.37 SBB zal voor alle mbo-opleidingen van bekostigde instellingen studiebijsluiters online toegankelijk maken, zodat jongeren deze informatie kunnen vergelijken. In dit najaar wordt gestart met de evaluatie van de studiebijsluiter in het mbo. In 2017 wordt een onafhankelijke LOB-portal mbo gemaakt met alle informatie die nodig is voor een goede keuze.
  • •  Voor de bacheloropleidingen van universiteiten en hogescholen heeft Studiekeuze123 alle studiebijsluiters geactualiseerd. De komende periode blijft Studiekeuze123 met de studentenorganisaties en het ho de informatie over de arbeidsmarkt verbeteren.
  • •  De website Startstuderen is in het afgelopen jaar uitgebreid voor (aspirant-)mbo’ers. Daarmee hebben we nu ook voor hen een handige site over studiekeuze, geldzaken, stages en examens. Daarnaast is de website uitgebreid met de tool «Mijn Studieplan». Dit is een persoonlijke omgeving op de site waar aspirant-studenten (zowel voor het mbo als voor het ho) hun eigen voorbereidingstraject zelf in kaart kunnen brengen en doorlopen.
In de komende jaren willen we met onderwijsinstellingen, studenten, leerlingen, bedrijfsleven, inspectie en beleidsmakers verder werken aan goede LOB. We richten daarvoor een landelijke LOB-tafel in, waar we met de partners jaarlijks de stand van LOB in het onderwijs willen bespreken.38

Tot slot

We willen dat alle kinderen en jongeren tijdens hun (school)loopbaan ontdekken wat hun kwaliteiten, drijfveren en mogelijkheden zijn, zodat ze zich optimaal kunnen ontwikkelen. Vanaf de basisschool tot en met het mbo en ho moet er aandacht zijn voor goede doorlopende LOB, zodat kinderen en jongeren gemotiveerd onderwijs volgen en passende school- en loopbaankeuzes kunnen maken.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M. Bussemaker

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
S. Dekker

Noot 1: Inspectie van het Onderwijs (2016). De Staat van het onderwijs – Onderwijsverslag 2014/2015. Utrecht: Inspectie van het Onderwijs.

Noot 2: Onderwijsraad (2014). Overgangen in het onderwijs. Den Haag: Onderwijsraad.

Noot 3: LAKS, ISO, NVS-NVL, PvdA, VVD, CDA (2016), Studiekeuzechecklist – Een aanval op uitval.

Noot 4: Brief vaste Kamercommissie OCW d.d. 7 juli 2016.

Noot 5: Tieben, N. (2010). Transitions, tracks and transformations. Social inequality in transitions into, through and out of secondary education in the Netherlands for cohorts born between 1914 and 1985. Nijmegen: dissertatie Radboud Universiteit.

Noot 6: SER (2015). Signalering Studiebegeleiding en loopbaanoriëntatie voor een kleurrijke generatie. Den Haag: Sociaal Economische Raad.

Noot 7: SCP/CBS (2014). Emancipatie monitor 2014. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) / Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Noot 8: ResearchNed (2013). LOB en studiesucces, LOB en studiesucces Onderzoek naar de opbrengst van LOB op basis van de Startmonitor 2012–2013. Nijmegen: ResearchNed.

Noot 9: ROA (2015). Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2014. Maastricht: Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) en ResearchNed (2016). Monitor beleidsmaatregelen 2015–2016. Den Haag: ResearchNed.

Noot 10: ROA (2015).

Noot 11: GfK (2016). Nationale Studenten Enquête. Hilversum: GfK in opdracht van Stichting Studiekeuze123

Noot 12: Kamerstuk 30 079, nr. 45. Op basis van een themaonderzoek naar aanleiding van de motie van Kamerleden Jadnanansing en Straus.

Noot 13: LAKS (2016). LAKS-monitor 2016, hét landelijke tevredenheidsonderzoek onder scholieren in het voortgezet onderwijs. Nijmegen: ResearchNed in opdracht van LAKS. Vanwege de nieuwe opzet van de LAKS monitor zijn vergelijkingen met eerdere jaren niet mogelijk.

Noot 14: JOB (2016). JOB-monitor 2016. Het grootste studententevredenheidsonderzoek in Nederland! Nijmegen: ResearchNed in opdracht van Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB).

Noot 15: JOB (2014). JOB-monitor 2014. Het grootste studententevredenheidsonderzoek in Nederland! Nijmegen: ResearchNed in opdracht van Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB).

Noot 16: Deze zijn beschikbaar via www.lob4mbo.nl. Zie bijlages voor de eindrapportage van het project in het mbo als rapport en in de vorm van een Z-card. Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Noot 17: De inventarisatie in de vorm van een Z-card is als bijlage bijgevoegd. Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Noot 18: ResearchNed (2016).

Noot 19: ResearchNed (2016).

Noot 20: GfK (2016).

Noot 21: ResearchNed (2016).

Noot 22: LAKS, ISO, NVS-NVL, PvdA, VVD, CDA (2016).

Noot 23: VO-raad (2014). Eindadvies «Toekom(st)room – Een stroompunt loopbaangericht onderwijs. Utrecht: VO-raad Utrecht – project Stimulering LOB. & MBO Diensten (2015) Woerden. Behoeftepeiling onder het werkveld over de toekomst van LOB in het mbo. Woerden: Motivaction Internationaal BV in opdracht van MBO Diensten.

Noot 24: Meijers, F. Kuijpers, M. en Bakker J. (2006). Over leerloopbanen en loopbaanleren in het (v)mbo. Kuijpers, M. (2005). Breng beweging in je loopbaan – Vijf loopbaancompetenties voor waardevol werk.

Noot 25: Meijers, F. Kuijpers, M. (2015) Loopbaanleren in school en praktijk: de trialoog. Woerden: Loopbaan Oriëntatie Begeleiding. & Kuijpers, M. Schut, K. (2015). LOB in de beroepsgerichte examenprogramma’s. In opdracht van: Stichting Platforms VMBO en Platform Bèta Techniek. & MBO Diensten (2015). Eindrapportage Stimuleringsproject LOB in het mbo. Woerden: MBO Diensten.

Noot 26: Kamerstuk 34 300 VII, nr. 41.

Noot 27: Kamerstuk 34 300 VIII, nr. 13.

Noot 28: Dit blijkt uit inventarisaties die zijn gedaan in het onderwijsveld na vijf jaar stimuleringsbeleid in het vo en het mbo. VO-raad (2014). Eindadvies «Toekom(st)room – Een stroompunt loopbaangericht onderwijs. Utrecht: VO-raad Utrecht – project Stimulering LOB. & MBO Diensten (2015). Eindrapportage Stimuleringsproject LOB in het mbo. Woerden: MBO Diensten.

Noot 29: Kamerstuk 31 288, nr. 520.

Noot 30: Taouanza, I. & Keuzenkamp, S. (2016), Werkt praktijkervaring tegen jeugdwerkloosheid? Onderzoek naar de effectiviteit van praktijkervaringen op arbeidsmarktkansen van jongeren. Kennisplatform Integratie en Samenleving (KIS), Utrecht.

Noot 31: Bron: ROA (2015), School-Ex 2.0: De implementatie van ombuiggesprekken, een case studie bij drie mbo-bol niveau 2 opleidingen.

Noot 32: Stichting Alexander (2009). Kiezen moet je (stimu)leren. Amsterdam: Stichting Alexander in opdracht van Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB) en Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS).

Noot 33: Kamerstuk 31 288, nr. 348.

Noot 34: VHTO, Landelijk expertisebureau meisjes/vrouwen en bèta/techniek, zet zich in om de participatie van meisjes en vrouwen in bèta, techniek en ICT te vergroten.

Noot 35: Kamerstukken 30 079 en 31 497, nr. 53.

Noot 36: Kamerstuk 31 288, nr. 517.

Noot 37: JOB, CNV Jongeren (2016). Mbo-instellingen slordig met voorlichten, www.jobmbo.nl/mbo-instellingen-slordig-met-voorlichten.

Noot 38: Onder andere de sectorraden, experts, LAKS, ISO, JOB, LSVb, decanen, bedrijfsleven en het Lica.