Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vergaderjaar 2016-2017

Nr. 253

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 oktober 2016

1. Inleiding

Met deze brief informeer ik uw Kamer over recente ontwikkelingen op het beleidsterrein Emancipatie, zowel gendergelijkheid als de emancipatie van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenderpersonen en mensen met een intersekse conditie (LHBTI’s).

Emancipatie kenmerkt zich door stellingname en discussie. Neem de verschillende standpunten over het al dan niet verbieden van de boerkini. Sommigen zien in de boerkini de absolute afwezigheid van een emancipatieproces. Anderen stellen de vraag: geeft de boerkini moslima’s niet juist méér in plaats van minder vrijheid? En: wie anders dan de vrouw zélf mag bepalen hoe zij zich kleedt? Ik vind dat het overheden past om stelling te nemen en duidelijk, in discussies en in beleid, positie te kiezen voor emancipatie en gelijke behandeling. In mijn beleid bevorder ik emancipatie en gelijke behandeling in alle groepen in de samenleving, zonder uitzondering.

Emancipatievraagstukken worden echter steeds vaker gepresenteerd als test om te bepalen «aan welke kant» iemand staat. Het lijkt bijna te worden ingezet als kanarie in een kolenmijn. «Ben je niet overtuigd van de gelijkheid tussen man en vrouw? Wat doe je hier dan nog?» en «Geloof je niet in LHBTI-rechten? Dan pas je niet bij onze cultuur.» Dat geeft een vertekende weergave van de waarde van emancipatie. Emancipatie is geen stok om mee te slaan. Het is een middel om universele mensenrechten te omarmen en meer mensen in de gelegenheid te stellen hiervan de vruchten te plukken. Emancipatie dient niet om scheidslijnen aan te brengen, maar juist om die weg te nemen. Door centraal te stellen dat de positie van vrouwen en van LHBTI’s verbeterd moet worden over de hele breedte van de samenleving. Het is mijn inzet de vrijheid van vrouwen, mannen en lhbti’s te vergroten en daarvoor een zo groot mogelijk draagvlak te vinden. Daarbij wil ik ruimte geven aan minderheden, maar tegelijkertijd aangeven dat groepsnormen nooit de individuele vrijheid mogen begrenzen. Anders gezegd: individuele rechten gaan altijd boven groepsdwang. Daarom richt ik mijn activiteiten op het ondersteunen van vrouwen en lhbti’s die zich los willen maken van (religieuze) groepsnormen.

Emancipatie kenmerkt zich ook door verschillende verschijningsvormen en opvattingen over hoe het eruit behoort te zien. De Gay Pride is bijvoorbeeld voor velen onmiskenbaar een teken van trots en vrijheid, ook voor mij. Maar niet alle LHBTI’s herkennen zich hierin. Dat zien we ook terug in de wijze waarop sommige religieuze LHBTI’s hun geloof en hun seksualiteit met elkaar verenigen. Ook dat ziet er niet altijd uit als een emancipatieproces waarin buitenstaanders zich herkennen. Emancipatie gaat niet alleen over vrijheid van persoonlijke ontplooiing, ook over tolerantie ten opzichte van minderheden, zolang dit past binnen de rechtstaat. De begrenzing van tolerantie wordt bepaald door de Grondwet. In ons land zijn mannen en vrouwen gelijk voor de wet en maken we geen onderscheid naar ras, geloof of seksuele geaardheid. Iedereen die in ons land wil wonen, moet deze waarden respecteren en naleven. Van niemand wordt gevraagd de eigen herkomst of cultuur te verloochenen, maar aan grondwettelijk vastgelegde normen kan niet worden getornd en tegen intimidatie en geweld wordt hard opgetreden.

In een tijd waarin vrijheden onder druk staan door krachten van buiten, moeten we ervoor waken dat angst voor «de ander» of «anders zijn» gaat domineren en we accepteren dat de vrijheden van iedereen worden beperkt. Emancipatie is geen eenduidige blauwdruk die we desnoods met dwang van bovenaf kunnen opleggen. Emancipatie is per definitie een proces van binnenuit, van individuen of van minderheden die zich los maken van de meerderheid en geldende normen en rolpatronen. De overheid heeft de plicht minderheden te beschermen tegen de veranderlijke sentimenten van de meerderheid. «Geen enkele democratie kan lang bestaan als zij niet, als fundament voor haar bestaan, de erkenning van de rechten van minderheden accepteert.» Deze uitspraak van Franklin D. Roosevelt dient nog altijd als oproep aan democratische samenlevingen waarin in principe de meerderheid aan zet is. Wanneer burgers ongelijk behandeld worden, zelfs als de meerderheid dat ondersteunt, mag beleid niet volgend zijn. Dan moet de overheid stelling nemen en de rechten van minderheden actief beschermen.

De grens aan vrijheid wordt pas bereikt wanneer die uitmondt in discriminatie, gewelddadig gedrag of het beperken van de vrijheid van de ander. Diversiteit moet altijd gehonoreerd en erkend worden, zolang mensen elkaars basisrechten niet met voeten treden.

In deze brief ga ik in op de uitvoering van de moties die zijn aangenomen in het debat over de Stichting Hart van Homo’s op 8 juli jongstleden en de toezeggingen die ik heb gedaan in het AO Emancipatie op 10 februari 2016.

2. Moties naar aanleiding van AO Hart van Homo’s

Via de motie Van Miltenburg c.s. heeft uw Kamer mij verzocht de subsidie aan Weerbaar in Seksualiteit (de uitvoerende organisatie van het project Hart van Homo’s, hierna WiS) per direct stop te zetten.1 U heeft op maandag 18 juli een brief ontvangen waarin ik aankondig de motie ten uitvoer te brengen door LCC+ uit te nodigen een aangepaste subsidieaanvraag in te dienen en met WiS in gesprek te gaan over de verdere afhandeling.

Vervolgens heb ik met de subsidieontvanger LKP (penvoerder van LCC+) een vaststellingsovereenkomst afgesloten waarin is vastgelegd dat onderaannemer WiS een tegemoetkoming krijgt in de gemaakte kosten en aangegane verplichtingen, alsmede een vergoeding voor gederfde inkomsten. Het bedrag van de tegemoetkoming bedraagt € 62.834,–. Dit bedrag valt lager uit dan het bedrag dat de organisatie nog aan subsidie zou ontvangen. De vaststellingsovereenkomst is inmiddels door alle partijen ondertekend en de tegemoetkoming is overgemaakt. Ook heeft LCC+ aangegeven inderdaad met een aangepast subsidievoorstel te komen. Hiermee is het proces van stopzetting van de subsidie aan WiS afgerond en heb ik gehoor gegeven aan het verzoek van uw Kamer.

Ik betreur het, zoals ik reeds met u heb gewisseld tijdens het AO op 8 juli, dat er op dit moment geen andere organisatie bij mijn departement bekend is die binnen orthodox-gereformeerde kring voldoende vertrouwen geniet om te werken aan acceptatie en emancipatie van LHBTI’s. Dit terwijl er nog een wereld te winnen is: uit SCP-onderzoek blijkt dat een meerderheid van de orthodox-gereformeerden en gelovigen uit de evangelische stroming aangeeft homoseksualiteit verkeerd te vinden. Met name homoseksueel gedrag kan op veel afkeuring rekenen. Bijna vier vijfde van de frequent kerkgaanden geeft aan seks tussen twee homoseksuele mannen walgelijk te vinden en meer dan twee derde vindt het aanstootgevend als twee mannen in het openbaar zoenen.2
Uit onderzoek van de Roosevelt Academy naar opvattingen in orthodox-christelijke kring blijkt dat daar waar mensen van mening veranderen, dat vooral komt door gesprekken met mensen om hen heen, de christelijke kranten en discussie in kerkelijke kring. Uit de onderzoeksgegevens spreekt een grote zorg onder de respondenten over de «intolerantie van de toleranten»: inmenging van buitenaf leidt eerder tot een einde aan de broze bespreekbaarheid van het onderwerp dan tot verdere acceptatie.3 Laat helder zijn waar ik sta: ik herken me op geen enkele manier in de opvattingen over lhbt van orthodoxe christenen. Maar tegelijkertijd wil ik mijn normen niet verplicht opleggen en is voor mij de vraag leidend hoe we individuele lhbti’s het best kunnen ondersteunen om op eigen wijze invulling te geven aan hun seksuele oriëntatie en hoe we groepsnormen doorbreken.
Uw Kamer heeft via de motie Dijkstra ook verzocht om een overzicht van alle organisaties die op dit moment subsidie ontvangen voor acceptatie en emancipatie.4 Naar aanleiding van het Verantwoordingsdebat 2013 zijn de subsidieoverzichten opengesteld als open data. Over elk begrotingsjaar is per artikel van de departementale begrotingen online een overzicht te vinden van de subsidieregelingen en subsidieontvangers en de daarbij behorende bedragen.5 Hieronder vindt u een overzicht van organisaties die op 31-07-2016 projectsubsidie ontvingen:
  • –  LHBTI-emancipatie: Anbo, AoB, COC NL, LKP, NOC/NSF, Maruf, Movisie, Radar, Transgender Netwerk Nederland (TNN), IGLYO, ILGA.
  • –  Gendergelijkheid: Emancipator, Stichting Federatie Opvang, Finance for Women, Stichting Lezen en Schrijven, Movisie, Rutgers, Single SuperMom, Stichting Topvrouwen, Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann, Verwey Jonker Instituut, VHTO, WOMEN Inc.6
In de brief die uw Kamer heeft ontvangen over het inspectierapport «Omgaan met seksualiteit en seksuele diversiteit, een beschrijving van het onderwijsaanbod op scholen» vindt u bovendien een overzicht van alle projecten en organisaties die zich met steun van OCW in het onderwijs inzetten voor acceptatie van seksuele diversiteit en sociale veiligheid van LHBTI’s en emancipatie.7 Hiermee wordt invulling gegeven aan een toezegging in het AO over Hart van Homo’s van 8 juli jongstleden.

3. Veiligheid vrouwen en LHBTI’s

Tijdens het AO van 10 februari jongstleden heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over de initiatieven die ik, in afstemming met de Staatssecretaris van V&J en de Minister van SZW, onderneem ter bevordering van de veiligheid van LHBTI’s in de asielopvang en ter bestrijding van geweld tegen vrouwen.

Veiligheid LHBTI’s in de asielopvang

Ik heb de afgelopen maanden op verschillende momenten uitgebreid gesproken met LHBTI-asielzoekers, zowel binnen als buiten de reguliere opvang. Dat waren aangrijpende gesprekken die mij inzicht hebben geboden in de behoeften van deze mensen.

Allereerst is er een grote behoefte aan het verbeteren van de veiligheid zoals die wordt ervaren in de leefomgeving. Hiertoe zijn en worden door het COA al diverse maatregelen genomen. Ik ben nauw betrokken geweest bij de inzet van het COA op dit punt. Op 1 maart jongstleden organiseerde het COA een seminar over voorlichting aan bewoners waar – naast mijn departement en het departement van Veiligheid en Justitie – veel maatschappelijke organisaties bij aanwezig waren, zoals bijvoorbeeld COC Nederland en LGBT Asylum Support. Na deze bijeenkomst is besloten om de Werkgroep Informatievoorziening Grondrechten op te richten. Dit is een werkgroep van maatschappelijke organisaties die een adviserende en monitorende rol hebben ten aanzien van de informatievoorziening van het COA richting haar bewoners over grondrechten, discriminatie en religie.

In navolging van de brief die u op 31 maart heeft ontvangen over de aangescherpte aanpak van overlast gevende asielzoekers8, is uw Kamer op 24 juni door de Staatssecretaris van VenJ geïnformeerd over de uitvoering van overige maatregelen voor LHBTI-asielzoekers en andere kwetsbare asielzoekers.9 In deze brief is verslag gedaan van gesprekken die in mei en juni hebben plaatsgevonden met COC Nederland, LGBT-Asylum Support en Secret Garden over de zorgen over de veiligheid van LHBTI-asielzoekers en met het bestuur van het COA over het belang van het waarborgen van die veiligheid. Ook is in deze brief aangekondigd dat er vanaf 1 augustus op iedere locatie een medewerker is die de rol van coördinerend vertrouwenspersoon vervult. Wat betreft het proces van aangiftes zijn de betrokken organisaties van de vreemdelingenketen in gesprek met de politie en het OM om verdere verbeteringen door te voeren. Bovendien wordt de pilot van het programma Wonen en Leven op een COA-locatie na deze zomer verder uitgerold. Dit betekent dat er op verschillende momenten met bewoners wordt gesproken over normen en waarden, grondrechten, en non-discriminatie. Zo is er in het rechten en plichten gesprek meer aandacht voor artikel 1 van de Grondwet en zijn er diverse voorlichtingsproducten in ontwikkeling, zoals een voorlichtingsfilmpje en een bewonersapp, naast de al bestaande presentatie over grondrechten en veiligheid.

Ten tweede, zo bleek uit de gesprekken die ik heb gevoerd, is er grote behoefte aan (het op een veilige wijze aangaan van) sociale contacten met andere LHBTI’s (zowel binnen als buiten de opvang). Hierbij is het van belang dat het sociale netwerk van lokale LHBTI-organisaties, de gemeente en de COA-locaties op de hoogte zijn van de problematiek en samenwerken om de sociale netwerken te versterken. Om dit contact te bevorderen is op mijn verzoek op 1 april tijdens het landelijk congres van Movisie voor Regenboogsteden uitgebreid stilgestaan bij de mogelijkheden die de steden hebben om dergelijke netwerken op te zetten. In gesprekken met burgemeesters en wethouders van Regenboogsteden wordt dit vraagstuk ook geagendeerd. Daarnaast onderzoek ik of en hoe een app voor LHBTI-vluchtelingen bij kan dragen aan het versterken van de sociale veiligheid. Ik verwacht hier nog voor het einde van het jaar concrete invulling aan te geven.

Geweld tegen vrouwen

Begin dit jaar stond seksuele intimidatie en seksueel geweld tegen vrouwen volop in de schijnwerpers. De focus van het debat lag toen op de vraag of geweld tegen vrouwen cultureel bepaald is. Cijfers van onder andere de Fundamental Rights Agency10 laten echter zien dat geweld tegen vrouwen een wijdverbreid probleem is dat voorkomt in alle culturen en alle lagen van de bevolking.

Op 9 maart heb ik een bijeenkomst georganiseerd die inging op de volle breedte van de problematiek van geweld tegen vrouwen. Onder de aanwezigen waren zowel vrouwenorganisaties als vluchtelingenorganisaties, maar ook vertegenwoordigers van overheidsinstanties en vrouwen die zich op basis van persoonlijke ervaringen inzetten om geweld tegen vrouwen bespreekbaar te maken. De onderwerpen die ter sprake kwamen waren onder meer: a) de rol van mannen in het tegengaan van geweld tegen vrouwen, b) veiligheid van vrouwen in de (asiel)opvang en c) geweld tegen vrouwen in de openbare ruimte.

a) De rol van mannen in het tegengaan van geweld

Eén van de belangrijkste uitkomsten van de bijeenkomst op 9 maart was dat er meer aandacht moet komen voor de rol van mannen in het tegengaan van geweld tegen vrouwen. Verreweg het meeste geweld in de samenleving wordt gepleegd door mannen. Niet alleen tegen vrouwen, maar ook tegen kinderen en tegen andere mannen. Geweld en (opvattingen over) mannelijkheid zijn met elkaar verbonden. Toch wordt geweld tegen vrouwen vaak nog beschouwd als een «vrouwenkwestie». Door alleen te focussen op vrouwen, lossen we het probleem echter niet op. Daarom is het belangrijk dat mannen onderdeel worden van de oplossing.

Emancipator – een organisatie voor mannen en emancipatie op de thema’s geweld, arbeid & zorg, seksualiteit en seksuele diversiteit – heeft na de bijeenkomst op 9 maart een voorstel ingediend om een campagne tegen geweld tegen vrouwen te ontwikkelen die zich richt op de rol van mannen in het stoppen van dit geweld. Ik ben voornemens dit te ondersteunen. Het voorstel wordt momenteel verder uitgewerkt. De campagne zal dit jaar van start gaan. Naar aanleiding van de bijeenkomst op 9 maart, heeft Atria daarnaast het initiatief genomen tot de oprichting van de Alliantie Gender & Geweld. Ik blijf de ontwikkeling hiervan volgen.

b) Veiligheid van vluchtelingenvrouwen

Een ander thema dat uitgebreid is besproken op de bijeenkomst van 9 maart is het geweld tegen vluchtelingvrouwen en hun veiligheid in de (asiel)opvang. Vrouwen die op de vlucht zijn voor geweld en oorlog in hun land van herkomst, worden vaak opnieuw geconfronteerd met seksueel geweld tijdens hun vlucht, maar ook in opvanglocaties. Dit gebeurt zowel in huiselijke kring als daarbuiten. Seksueel misbruik en geweld is een taboe in bepaalde gemeenschappen, waardoor vluchtelingenvrouwen hun ervaringen vaak voor zichzelf houden. Vrouwelijke geweldsslachtoffers blijven daardoor onzichtbaar en krijgen niet de juiste hulp.

Een aantal aanwezige organisaties (Movisie, Rutgers, Pharos) heeft op mijn verzoek het initiatief genomen om te inventariseren welke methodieken en instrumenten er op dit terrein beschikbaar zijn. Dit heeft geresulteerd in een zeer uitgebreid overzicht, dat onder andere met het COA is gedeeld en professionals en vrijwilligers in de vreemdelingenketen kan ondersteunen bij hun werk.

Daarnaast is de Minister van SZW bezig met het ontwikkelen van een «doorlopende leerlijn» voor nieuwkomers. Hierin staan de waarden en normen van de Nederlandse samenleving centraal. Aandacht voor de gelijke rechten en gelijkwaardige positie van mannen en vrouwen in Nederland zal daarin natuurlijk niet ontbreken.

Tijdens de Commission on the Status of Women (CSW) van de VN in New York (maart 2016) heb ik de rol van Nederland als EU-Voorzitter benut om onderwerpen als geweld tegen vrouwen en de genderdimensie van de vluchtelingencrisis te agenderen. De bescherming van kwetsbare groepen (vrouwen, meisjes, (alleenstaande) minderjarigen, LGBTI en mensen met een handicap) is ook een prioritair thema in de Nederlandse inzet voor de VN-top over grootschalige vluchtelingen- en migratiestromen op 19 september.11 Tevens zal Nederland zich inzetten voor preventie van seksueel en gender gerelateerd geweld tegen vrouwen en meisjes in de context van migratie.

c) Overige acties ter bestrijding van geweld tegen vrouwen

Er lopen verschillende projecten die zijn gericht op het bestrijden van geweld tegen vrouwen, met name geweld in afhankelijkheidsrelaties (GIA). Voor het volledige overzicht van de interdepartementale aanpak van GIA verwijs ik u naar de brief van mijn collega’s van VWS en V&J die u binnenkort ontvangt.12

4. Afsluitend

Emancipatie kenmerkt zich zoals gezegd door stellingname en discussie. Als verantwoordelijk Minister voor Emancipatie heb ik mij de afgelopen jaren via stellingname én beleid gemengd in die discussie. Net na mijn aantreden heb ik in de Hoofdlijnenbrief Emancipatiebeleid 2013–2016 mijn speerpunten en ambities uiteengezet. Voor het einde van dit jaar kom ik in een brief aan uw Kamer terug op de opbrengsten van het emancipatiebeleid van de afgelopen jaren.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M. Bussemaker

Noot 1: Kamerstuk 30 420, nr. 249

Noot 2: SCP (2014), De acceptatie van homoseksualiteit door etnische en religieuze groepen in Nederland

Noot 3: Oomen, B. (2009), Recht op Verschil? Percepties en effecten van de implementatie van gelijkebehandelingswetgeving onder orthodox-protestanten in Nederland

Noot 4: Kamerstuk 30 420, nr. 250

Noot 5: Zie subsidiebijlage in Rijksbegroting: http://opendata.rijksbegroting.nl/#dataset_2

Noot 6: Voor de bekostiging van de kennisinfrastructuur verwijs ik u naar de begroting van OCW.

Noot 7: Kamerstuk 27 017, nr. 102

Noot 8: Kamerstukken 19 637 en 33 042, nr. 2179

Noot 9: Kamerstukken 33 042 en 19 637, nr. 25

Noot 10: European Union Agency for Fundamental Rights (2014), Violence against women: an EU-wide survey

Noot 11: Kamerstuk 26 150, nr. 155

Noot 12: Bij verzending van deze brief was de brief over de aanpak GIA nog niet verzonden.