Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vergaderjaar 2016-2017

Nr. 1

Aangeboden 17 mei 2017

Gerealiseerde uitgaven naar beleidsterrein voor 2016 (€ 5.237,6 mln.)
Gerealiseerde ontvangsten naar beleidsterrein voor 2016 (€ 5.788,4 mln.)

A. ALGEMEEN

1. AANBIEDING EN DECHARGEVERLENING

Aan de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, het jaarverslag met betrekking tot de begroting van het Infrastructuurfonds (A) over het jaar 2016 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Infrastructuur en Milieu decharge te verlenen over het in het jaar 2016 gevoerde financiële beheer.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Rekenkamer met betrekking tot:

  • a.  het gevoerde financieel beheer en materieelbeheer;
  • b.  de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;
  • c.  de financiële informatie in het jaarverslag;
  • d.  de betrokken saldibalans;
  • e.  de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;
  • f.  de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

  • a.  het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2016;
  • b.  het voorstel van de slotwetten over het jaar 2016 die met het onderhavige jaarverslag samenhangen;
  • c.  het rapport van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2016 met betrekking tot het onderzoek van de centrale administratie van ’s Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;
  • d.  de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2016 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2016, alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2016 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Infrastructuur en Milieu,
M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van ....

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van ...

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. LEESWIJZER JAARVERSLAG INFRASTRUCTUURFONDS

Algemeen

Voor u ligt het jaarverslag van het Infrastructuurfonds, Hoofdstuk (A) van de Rijksbegroting. Naast het Infrastructuurfonds kent IenM ook de Beleidsbegroting Infrastructuur en Milieu (Hoofdstuk XII) en het Deltafonds (Hoofdstuk J). Van deze begrotingen zijn separate jaarverslagen opgesteld.

De verantwoordingen van IenM zijn ook digitaal beschikbaar op www.rijksbegroting.nl.

Door een apart fonds voor infrastructuur kan beter invulling worden gegeven aan de doelstellingen zoals genoemd in de wet op het Infrastructuurfonds (Staatsblad 1993, nr 319), te weten het bevorderen van een integrale afweging van prioriteiten en het bevorderen van continuïteit van middelen voor infrastructuur. Zo mag het fonds jaarlijkse saldi (meer of minder uitgaven in enig jaar) overhevelen – in tegenstelling tot de beleidsbegroting van IenM – waardoor (kasmatige) vertragingen en versnellingen van projecten niet hoeven te leiden tot budgettaire knelpunten.

Het Infrastructuurfonds wordt voor het grootste deel gevoed door een bijdrage uit de beleidsbegroting van IenM (artikelonderdeel 26.01). Daarnaast worden voor een aantal projecten uitgaven doorberekend aan derden, zoals andere departementen, lagere overheden, buitenlandse overheidsinstanties en de Europese Unie.

Opbouw

Het Jaarverslag van het Infrastructuurfonds bestaat uit de volgende onderdelen:

  • A.  Een algemeen deel: hierin is naast deze leeswijzer de officiële aanbieding van het Jaarverslag aan de Staten-Generaal en het verzoek tot dechargeverlening opgenomen.
  • B.  Het beleidsverslag 2016 van het Infrastructuurfonds, deze bestaat uit
    • ○  het Infrastructuurfondsverslag 2016, waarin een korte terugblik is opgenomen met betrekking tot de realisatie van de belangrijkste uitvoeringsprioriteiten over het verslagjaar 2016.
    • ○  de productartikelen van het Infrastructuurfonds
    • ○  de bedrijfsvoeringparagraaf
  • C.  De Jaarrekening 2016 van het Infrastructuurfonds, deze bestaat uit de verantwoordingstaat en saldibalans van het Infrastructuurfonds.
  • D.  De volgende twee bijlagen:
    • ○  de toelichting op artikel 13 Spoorwegen
    • ○  de afkortingenlijst

De producten van het infrastructuurfonds dragen bij aan het realiseren van de doelstellingen van de begroting van IenM (Hoofdstuk XII van de Rijksbegroting). Evenals in de begroting van het Infrastructuurfonds is in het Jaarverslag van het Infrastructuurfonds aan het begin van de artikelen aangegeven aan welk(e) beleidsartikel(en) het betreffende IF artikel is gerelateerd.

De opzet van de productartikelen op de fondsen wijken af van de beleidsartikelen op Hoofdstuk XII van IenM. De productartikelen bevatten operationele doelstellingen en geen financiële instrumenten.

In de kabinetsreactie op het rapport van de Tijdelijke Commissie Onderhoud en Innovatie Spoor (Kamerstukken II, 2011–2012, 32 707, nr. 16) is een pakket maatregelen aangekondigd om de informatievoorziening naar de Tweede Kamer beter en transparanter te maken. Als onderdeel hiervan is met betrekking tot het productartikel 13 Spoorwegen vanaf 2014 een aparte bijlage aan het Jaarverslag toegevoegd. Zowel voor spoor als de overige onderdelen uit het Infrastructuurfonds zijn in dit kader reeds speciale overzichten bij de suppletoire begrotingen gepresenteerd.

Normering Jaarverslag

De financiële informatie in het beleidsverslag (onderdeel B) wordt gepresenteerd door middel van de tabellen «Budgettaire gevolgen van uitvoering». Hierin worden opmerkelijke verschillen tussen de budgettaire raming en de realisatie in het verslagjaar toegelicht. De opzet en structuur van de onderliggende begroting voor het Infrastructuurfonds is gebaseerd op de Rijksbegrotingvoorschriften van het Ministerie van Financiën.

In aanvulling daarop is naar aanleiding van de motie van de leden Van Helvert en Van Veldhoven (Kamerstukken II 2015–2016 34 475 XII, nr. 12) de normering aangescherpt. Bij alle begrotingsartikelen op het Infrastructuurfonds en Deltafonds groter dan € 1 miljard, worden de begrotingsmutaties boven de € 5 miljoen toegelicht. Dit heeft als praktische uitwerking dat bij de artikelen tussen de € 200 miljoen en € 1 miljard de ondergrens voor technische mutaties ook neerwaarts is bijgesteld. Voor beleidsmatige mutaties was er bij de artikelen van deze omvang reeds sprake van een ondergrens van € 5 miljoen. De norm voor het toelichten van de begrotingsmutaties op het niveau van artikelonderdeel is als volgt:

Omvang begrotingsartikel

(stand ontwerpbegroting)

in € miljoen

Beleidsmatige mutaties

(ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties

(ondergrens in

€ miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1.000

5

5

=> 1.000

5

5

Voor wat betreft de indicatoren moet worden vermeld dat IenM bij het verkrijgen van deze indicatoren voor een deel afhankelijk is van verzameling door externe partijen zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De praktijk is zodanig dat deze gegevens in een aantal gevallen later beschikbaar komen. Dit leidt ertoe dat niet in alle gevallen de gegevens over het verslagjaar 2016 ten tijde van het opstellen van het jaarverslag beschikbaar waren.

Groeiparagraaf

Kwaliteit informatievoorziening via de begrotingcyclus

Zoals besproken in het wetgevingsoverleg van 30 juni 2016 vind ik het belangrijk dat de Tweede Kamer en regering met elkaar discussiëren op welk niveau er informatie met elkaar wordt uitgewisseld. Het moet praktisch zijn voor de Kamer om haar controlerende rol waar te maken en ook praktisch voor ministeries om te zorgen dat we dingen efficiënt en effectief doen. In 2015 heeft de vaste Kamercommissie de leden mw. Visser en dhr. Hoogland als rapporteurs aangewezen voor de begrotingscyclus. De rapporteurs hebben met de medewerking van het ministerie een traject ingezet om de kwaliteit van de informatievoorziening richting het Jaarverslag 2016 en de Ontwerpbegroting 2018 te verbeteren. In de begroting 2017 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de wijzigingen in de informatievoorziening die uit dit traject voortvloeien. Voor een deel van deze wijzigingen is aangekondigd dat deze volgen bij jaarverslag 2016 en/of Ontwerpbegroting 2018. Om aan deze aankondiging gevolg te geven treft uw Kamer in het jaarverslag 2016 van het Infrastructuurfonds bij artikelonderdeel 12.04 (Hoofdwegennet) en artikelonderdeel 15.04 (Hoofdvaarwegennet) aanvullende informatie over DBFM.

Uitgesteld en achterstallig onderhoud

In dit jaarverslag wordt op de IF artikelen 12 Hoofdwegen en 15 Hoofdvaarwegen inzicht geboden in het volume aan uitgesteld en eventueel achterstallig onderhoud aan het einde van 2016. Deze informatie zal met ingang van dit jaarverslag 2016, jaarlijks in de desbetreffende jaarverslagen worden vermeld.

B. BELEIDSVERSLAG

3. INFRASTRUCTUURFONDSVERSLAG 2016

In dit hoofdstuk wordt inzichtelijk gemaakt welke activiteiten in het kader van beheer, onderhoud en vervanging zijn uitgevoerd, welke projecten in 2016 zijn opengesteld en bij welke projecten de uitvoering in 2016 is gestart.

Beheer, onderhoud en vervanging

In 2016 heeft het Ministerie van IenM onder meer de volgende activiteiten in het kader van beheer, onderhoud en vervanging uitgevoerd:

Beheer, onderhoud en vervanging

Mijlpaal

Project

Hoofdwegen

– Verkeersmanagement waaronder inzet weginspecteurs bij incidenten, het op alle bemeten wegvakken inwinnen van betrouwbare reis en route-informatie. Deze informatie tijdig aan de NDW te leveren, het realiseren van benuttingsmaatregelen en connecting mobility.

 

– Beheer en onderhoud waaronder verhardingsonderhoud, onderhoud aan kunstwerken en onderhoud aan Dynamisch Verkeersmanagement (DVM) systemen.

 

– Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties waaronder het programma Stalen Bruggen.

Hoofdvaarwegen

– Verkeersmanagement waaronder activiteiten in het kader van verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering.

 

– Beheer en onderhoud maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven en maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen blijvend te laten functioneren.

 

– Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties waaronder NoMo achterstallig onderhoud vaarwegen programma «NoMo AOV»

Voor een nadere toelichting op de stand van zaken van beheer, onderhoud en vervanging wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIRT projectenoverzicht.

Aanleg

Hieronder volgen de mijlpalen die het Ministerie van IenM in 2016 heeft behaald binnen de verschillende netwerken.

Hoofdwegennet

Mijlpaal

Project

Start realisatie

– N 18 Varsseveld–Enschede

 

– A1 Apeldoorn Zuid–Beekbergen

 

– Zuidelijke Ringweg Groningen

Openstelling

– A2 Passage Maastricht

 

– N50 Ens–Emmeloord

 

– A12 Ede–Grijsoord

 

– A59 Brug Drongelens Kanaal

Spoorwegennet

Mijlpaal

Project

Start realisatie

– Fietsparkeren bij Stations: Diverse deelprojecten

 

– Programma Toegankelijkheid Stations: Diverse projecten binnen de deelprogramma’s Bereikbaarheid perron, Aanpassen perronhoogte en Kleine maatregelen)

 

– Programma Kleine functiewijzingen: Diverse projecten binnen de verschillende deelprogramma’s

 

– LVO: Aanpassen overweg Telgterweg

 

– Programma Be- en Bijsturing Toekomst

 

– Programma Verbeteraanpak Trein corridor Amsterdam–Eindhoven

 

– Programma Verbeteraanpak stations

 

– PHS Meteren–Boxtel (voorinv)

 

– PHS Spooromgeving Geldermalsen

 

– PHS Ede

 

– LVO: Landelijke uitrol Afteller

 

– LVO: Diemen

 

– Schiphol: maatregelen KT

 

– Sporendriehoek NN Sporen in Assen

 

– Externe veiligheid Drechtsteden (ontsporingsgeleiding)

 

– Goederenroute Elst–Deventer–Twente (NaNOV): Borne

Openstelling

– OV SAAL korte termijn Cluster C en A

 

– OV Terminal stationsgebied Utrecht (VINEX/NSP)

 

– NSP Breda OVT

 

– PHS Doorstroomstaion Utrecht (DSSU)

 

– Traject oost Bunnik: onderdoorgang voor langzaamverkeer

 

– Eindhoven nieuwe stationspassage (onderdeel programma punctualiteits- en capaciteitsknelpunten)

 

– Zwolle Spoort (onderdeel programma punctualiteits- en capaciteitsknelpunten)

 

– Fietsenstalling Amsterdam CS (deel Noord West)

 

– Fietsparkeren bij Stations: Diverse deelprojecten op 30 locaties (waarvan 3 nieuwe en 27 zogenoemde bijplaatsingen).

 

– Programma Toegankelijkheid Stations: Diverse projecten binnen de deelprogramma’s Bereikbaarheid perron, Aanpassen perronhoogte en Kleine maatregelen)

 

– Programma Kleine functiewijzingen: Diverse projecten binnen de verschillende deelprogramma’s

 

– LVO: Aanpassen overweg Telgterweg

 

– Sporendriehoek Noord Nederland: Onderdoorgang Wolvega om den Noort en Optimalisatie brugbediening Van Harinxmakanaal

 

– BOR Regionet: Maatregelen Beverwijk

 

– Uitvoeringsprogramma geluid emplacementen locatie Almelo (geluidschermen) en locatie Zwolle (gevelisolatie)

 

– Robuustheidsvergrotende maatregelen Valleilijn (onderdeel Regionale lijnen)

 

– Snelheidsverhoging Zutphen–Vorden

 

– Zevenaar: opheffen systeemeiland (realisatie ERTMS, 25 kV en robuust spoor)

 

– Utrecht CS–Utrecht Lunetten Houten (onderdeel Vleuten–Geldermalsen)

 

– Station Utrecht Vaartsche Rijn (onderdeel Vleuten–Geldermalsen)

Hoofdvaarwegennet

Mijlpaal

Project

Start realisatie

– Lekkanaal: 3e kolk Beatrixsluis

 

– Verruiming vaarweg Eemshaven–Noordzee

Openstelling

– Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Rijn–Scheldeverbinding

 

– Projecten in het kader van Quick-wins regeling Binnenhavens

 

– Breeddiep (onderdeel Project Mainportontwikkeling Rotterdam)

 

– Ligplaatsen Amsterdam–Rijnkanaal Zuid

4. DE PRODUCTARTIKELEN

Artikel 12 Hoofdwegennet

Omschrijving van de samenhang met het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Rijkswegen verantwoord. Dit betreft de onderdelen verkeersmanagement, beheer, onderhoud en vervanging, aanleg, geïntegreerde contractvormen/PPS en netwerkgebonden kosten. Deze producten zijn gerelateerd aan de beleidsdoelen en -instrumenten zoals beschreven in het jaarverslag van Infrastructuur en Milieu (Hoofdstuk XII) bij beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid.

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (bedragen x € 1.000)

12. Hoofdwegennet

Realisatie

Begroting

Verschil

 
 

2012

2013

2014

2015

2016

2016

2016

 

Verplichtingen

4.219.392

1.698.213

3.407.686

2.108.154

2.998.493

2.917.637

80.856

1)

Uitgaven

2.659.773

2.481.851

2.568.873

2.393.669

2.089.020

2.011.120

77.900

 

12.01 Verkeersmanagement

30.768

21.794

21.589

14.510

10.502

9.691

811

 

12.02 Beheer, onderhoud en vervanging

567.308

544.354

665.071

662.460

636.513

678.756

– 42.243

 

12.02.01 Beheer en onderhoud

474.922

456.913

533.514

433.574

512.618

498.217

14.401

2)

12.02.02 Servicepakket B&O

56.993

0

0

0

0

0

0

 

12.02.04 Vervanging

35.393

87.441

131.557

228.886

123.895

180.539

– 56.644

3)

12.03 Aanleg

1.254.029

1.065.903

873.067

618.288

528.355

443.676

84.679

 

12.03.01 Realisatie

1.254.021

1.060.444

863.803

600.289

475.612

351.349

124.263

4)

12.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen

8

5.459

9.264

17.999

52.743

92.327

– 39.584

5)

12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

335.772

412.956

601.189

655.822

333.509

371.932

– 38.423

6)

12.06 Netwerkgebonden kosten HWN

438.842

436.844

407.957

442.589

580.141

567.712

12.429

 

12.06.01 Apparaatskosten RWS

383.570

381.576

355.573

345.456

459.269

446.542

12.727

7)

12.06.02 Overige netwerkgebonden kosten

55.272

55.268

52.384

97.133

120.872

121.170

– 298

 

12.07 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

– 60.647

60.647

8)

12.09 Ontvangsten

165.700

150.887

132.430

592.926

71.523

55.525

15.998

9)

Financiële toelichting

  • Ad 1)  Per saldo is meer verplicht. De hogere verplichtingen zijn het gevolg van onder andere de contract close op de DBFM-projecten A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere (deeltraject A6 Almere) (€ 142,5 miljoen), A27/A1 Utrecht Noord–knooppunt Eemnes–Aansluiting Bunschoten (€ 110,4 miljoen) en N18 Varsseveld–Enschede (€ 71,5 miljoen). Het project A7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 2 is gegund (€ 391,5 miljoen). De verplichtingen zijn hiermee in lijn gebracht. Daar tegenover staan lagere verplichtingen voornamelijk veroorzaakt door het aansluiten van de verplichtingen bij de actuele planning van het project A12/A15 Ressen–Oudbroeken (excl. tolopgave) (€ – 455,2 miljoen). De planning voor openstelling in het najaar 2015 is bij het Ontwerp Tracébesluit bijgesteld naar 2021–2023 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 A nr. 17). Daarnaast vallen de verplichtingen lager uit op het project het project ZSM Spoedwet Wegverbreding (€ – 37,7 miljoen) en het project A15 Maasvlakte–Vaanplein (€ – 72,7 miljoen) vanwege het doorschuiven van verplichtingenruimte voor nadeelcompensatie, resterende werkzaamheden na de voltooiing en risicoreservering. Op de Aflossing tunnels (€ – 38,2 miljoen) is de aangegane verplichting met betrekking tot tunnel de Noord en de Wijkertunnel bijgesteld als gevolg van tariefswijziging voertuigpassages. Tot slot zijn er diverse kleinere afwijkingen optellend tot € – 31,2 miljoen.
  • Ad 2)  De hogere realisatie is voornamelijk het gevolg van hogere kosten voor het herstel van schade (€ 16,0 miljoen). De bedragen die RWS ontvangt van automobilisten en hun verzekeringsmaatschappijen voor schades die zij veroorzaken aan wegen, zijn niet toereikend om de kosten van deze schades te dekken. Daar tegenover staat een overboeking naar begrotingshoofdstuk XII van € 2,5 miljoen in het kader van een opdracht aan de ILT voor uitvoering van het toezicht op overbelading.
  • Ad 3)  In 2015 zijn meeruitgaven gemaakt (€ 23,0 miljoen) hoofdzakelijk bij het project Galecopperbrug, vanwege het opvullen van het wegdek met hogesterktebeton, is de eerste termijn van de vaststellingsovereenkomst Ewijk al in 2015 betaald (€ 8,0 miljoen) en vanwege de langere sluiting Velsertunnel (€ 32,6 miljoen). Deze hogere uitgaven zijn opgevangen binnen het beschikbare budget van 2016.
  • Ad 4 + 5)  Door de overgang van projecten van planuitwerking naar realisatiefase neemt het budget op het planuitwerkingsartikel 12.03.02 af. Dit bedrag is overgeboekt naar 12.03.01 en zorgt daar voor een ophoging. Voor een specifieke toelichting per project wordt verwezen naar het projectenoverzicht behorende bij artikel 12.03.01. Ook wordt het verschil verklaard door overboekingen naar decentrale overheden (via gemeente- of provinciefonds) en de omzetting van DBFM-contracten. Ten slotte is een deel van de beschikbare middelen van Beter Benutten doorgeschoven naar 2017.
  • Ad 6)  De lagere realisatie wordt voornamelijk veroorzaakt door A15 Maasvlakte–Vaanplein, A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere, deeltraject A9 Gaasperdammerweg (deel 3) en A12 Ede–Grijsoord. Voor een specifieke toelichting per project wordt verwezen naar het projectenoverzicht behorende bij artikel 12.04.
  • Ad 7)  De hogere apparaatskosten worden veroorzaakt door de structurele verwerking van het loonruimteakkoord 2015 en de loon-/prijsbijstelling 2016.
  • Ad 8)  De minregel als gevolg van het niet (volledig) toekennen van de prijscompensatie 2013 en 2014 worden middels een kasschuif via het aanlegprogramma ingepast.
  • Ad 9)  De hogere ontvangsten hebben diverse oorzaken. Er zijn hogere ontvangsten op het project A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere (€ 24,8 miljoen) voornamelijk door eerdere ontvangsten van gemeenten, het project N35 Nijverdal–Wierden (€ 10,8 miljoen) doordat de uitvoering in 2016 is gestart in plaats van 2015 waardoor de bijdrage van de provincie Overijssel naar 2016 is verschoven. De vertraging is veroorzaakt doordat meer tijd nodig was voor het maken van afspraken met de regio over de uit te voeren maatregelen ter verhoging van de verkeersveiligheid en bereikbaarheid op dit tracé. De ontvangsten op het project A4 Delft–Schiedam (€ 7,9 miljoen) vallen hoger uit door de indexering van de bijdrage van de regio. Tegenover de hogere ontvangsten staan lagere ontvangsten op het project A9 Badhoevedorp (€ – 28,9 miljoen). Op verzoek van de Stadsregio en de provincie Noord-Holland vinden de regionale projectbijdragen niet in 2016 maar in 2017 plaats.

12.01 Verkeersmanagement

Motivering

Met verkeersmanagement streeft IenM naar een optimaal en veilig gebruik van de beschikbare weginfrastructuur en het bereiken van een voorspelbare en betrouwbare reistijd van deur tot deur. Dit draagt bij aan het realiseren van de beleidsdoelen voor bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid in Nederland.

Producten

De uitgaven voor verkeersmanagement betreffen onder andere de inzet van weginspecteurs bij incidenten, toeritdosering, gebruik van spitsstroken, maar ook verkeersinformatie op panelen boven de weg. De meeste van deze maatregelen zijn ingezet vanuit vijf regionale verkeerscentrales en een landelijke verkeerscentrale. Hierbij wordt het rijkswegennet in samenhang met het regionale wegennet beschouwd door toepassing van gebiedsgericht verkeersmanagement waarbij wordt ingezet op regionale samenwerking. Ook in 2016 zijn deze reguliere beheertaken uitgevoerd.

Sinds 1 januari 2014 werkt het uitvoeringsprogramma Connecting Mobility als katalysator aan de realisatie van de Routekaart Beter Geïnformeerd Op Weg (looptijd t/m 2023). Deze opdracht is destijds door DGB verstrekt aan RWS, en wordt in de praktijk uitgevoerd door Connecting Mobility. In eerste instantie is Connecting Mobility gestart met een driejarenplan dat eind 2016 is afgelopen. Medio 2016 is Connecting Mobility en het proces rond de Routekaart geëvalueerd middels een Gateway Review in opdracht van DGB. De twee belangrijkste conclusies over Connecting Mobility zijn dat:

  • –  Het programma Connecting Mobility een waardevolle bijdrage geleverd heeft aan het mobiliseren van stakeholders en het mogelijk maken van een publiek-private dialoog op basis van de Routekaart.
  • –  Het programma Connecting Mobility dient te evolueren van aanjager naar gezaghebbende coördinator. IenM en RWS dienen daarvoor de onafhankelijke positie van het programma Connecting Mobility te bewaken. Met speciale aandacht voor (1) Nadere concretisering van de Routekaart, (2) Verkenning inrichting/vereenvoudiging ecosysteem Smart Mobility, (3) Invulling van de onafhankelijke rol (onder andere wat betreft sturing en mogelijk ook huisvesting) en (4) Verder brengen van de transitie bij wegbeheerders door empowerment.

In 2016 is ook uitvoering gegeven aan de internationale ITS-corridor (Intelligent Transportation Systems) Rotterdam–Frankfurt–Wenen, met als doel coöperatieve diensten te ontwikkelen en te realiseren. Deze diensten zijn gebaseerd op draadloze communicatie tussen voertuigen en wegkantsystemen. Daarbij gaat het concreet om het waarschuwen bij wegwerkzaamheden en het verzamelen van data uit voertuigen ten behoeve van meer veiligheid voor weggebruikers en wegwerkers.

De uitgaven voor verkeersmanagement op artikel 12.01 en 12.02 hebben directe samenhang met uitgaven voor verkeersmanagement op het realisatieartikel (12.03) in het kader van programma’s zoals beter benutten.

Meetbare gegevens

Specificatie bedieningsareaal

Eenheid

Realisatie

2014

Realisatie

2015

Begroting

2016

Realisatie

2016

 

Verkeerssignalering op rijbanen

km rijbaan

2.637

2.675

2.674

2.716

1)

Verkeerscentrales

aantal

6

6

6

6

 

Spits- en plusstroken

km

336

338

347

324

2)

Bron: Rijkswaterstaat, 2016

Toelichting:

  • Ad 1)  De verkeerssignalering is met name toegenomen door de «A2 Passage Maastricht» en daarnaast door de versnelde oplevering van de parallelbanen op de A6 (A1/A6 Diemen–Almere Havendreef).
  • Ad 2)  De in de begroting 2016 genoemde netto toename van de lengte spits- en plusstroken is conform planning gerealiseerd. De afname van de lengte spits- en plusstroken komt doordat in 2016 een drietal spitsstroken is vervallen door de start van twee projecten: op de A9 (Holendrecht–Diemen Gaasperdammerweg) en op de A6 (A1/A6 Diemen–Almere Havendreef). Deze afname was niet in de begroting verwerkt.

Indicator verkeersmanagement

Eenheid

2014

2015

Streefwaarde 2016

Realisatie 2016

Op alle bemeten wegvakken wordt betrouwbare reis- en routeinformatie ingewonnen en tijdig geleverd aan de serviceproviders.

% van bemeten rij baanlengte

89%

94%

89%

96%

Bron: Rijkswaterstaat, 2016

Toelichting:

Deze indicator geeft aan in welke mate RWS intensiteit- en snelheidgegevens van de meetlocaties beschikbaar heeft en het tijdig doorgeeft aan de Nationale Databank Wegverkeersgegevens (NDW). In 2016 ligt de realisatie net als in 2015 ruim boven de streefwaarde. Daar waar in 2013 en 2014 nog software problemen voorkwamen, kent Rijkswaterstaat nu een vrij stabiele levering van de verkeersgegevens.

12.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Met het budget voor beheer, onderhoud en vervanging zijn in 2016 uitgaven gedaan die nodig zijn om het rijkswegennet en de onmiddellijke omgeving daarvan in de staat te houden die noodzakelijk is voor het vervullen van de primaire functie. Deze functie is het faciliteren van vlot, veilig en comfortabel vervoer van personen en goederen, onder de randvoorwaarde van een kwalitatief hoogwaardig milieu. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen regulier beheer en onderhoud enerzijds en vervangingen en renovaties anderzijds.

Producten

Het regulier beheer en onderhoud van rijkswegen omvat maatregelen aan verhardingen, kunstwerken (zoals bruggen, tunnels en viaducten), verkeersvoorzieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor verkeersmanagement (zoals signalering en verkeerscentrales). Binnen het beschikbare onderhoudsbudget worden daartoe de noodzakelijke maatregelen opgenomen in de onderhoudsprogrammering.

Vervanging en renovatie (VenR) betreft het tijdig programmeren en nemen van maatregelen aan kunstwerken en wegen, waarbij regulier beheer en onderhoud niet meer voldoende is. Voornamelijk in de eerste helft en vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw zijn veel kunstwerken gerealiseerd die, mede door het intensieve gebruik, nu of in de komende decennia het moment van einde levensduur naderen. Op basis van onderzoek wordt een analyse gemaakt voor welke kunstwerken wanneer vervanging of renovatie aan de orde is. Vervolgens worden deze opgenomen in het programma VenR.

12.02.01 Beheer en Onderhoud

De in de bijlage instandhouding bij de ontwerpbegroting 2017 van het Infrastructuurfonds (Kamerstukken II 2016–2017 34 550 A, nr. 2) geschetste aanpak voor het in stand houden van de infrastructuur leidt er toe dat de planning van onderhoudswerkzaamheden flexibel van aard is. Met uitstel en vervroegen van onderhoud wordt beoogd om efficiënter en met minder hinder te werken. Doordat er minder afsluitingen nodig zijn bij combineren van werkzaamheden wordt de hinder voor de gebruiker beperkt en is het in de meeste gevallen goedkoper doordat de kosten hiervan voor een deel worden vermeden.

Het bepalen van de omvang van het uitgesteld onderhoud is geoperationaliseerd door te kijken welke onderhoudsmaatregelen per 1 januari 2017 een geadviseerd onderhoudsmoment hadden in 2016 of eerder. De omvang van het uitgesteld onderhoud beloopt voor het hoofdwegennet: € 226 miljoen per 1 januari 2017. Er is sprake van uitgesteld onderhoud, omdat er in veel gevallen mogelijkheden zijn om werkzaamheden te combineren met andere onderhouds- en aanlegmaatregelen, waardoor een deel later wordt uitgevoerd. De keuze tot uitstel van onderhoud wordt gebaseerd op informatie uit risicogestuurde inspecties waarmee de werkelijke staat van objecten wordt bijgehouden. Uitgangpunt is dat de assets blijven voldoen aan geldende veiligheidsnormen en/of prestatieafspraken.

De komende jaren wordt de omvang van het uitgesteld onderhoud jaarlijks gemonitord. Na een aantal jaren kan dan worden bezien of er een norm uit af te leiden valt hoeveel uitgesteld onderhoud acceptabel is. Dit past in de lijn die is uitgedragen in de bestuurlijke reactie op het rapport van de Algemene Rekenkamer over de Instandhouding van het Hoofdwatersysteem dat eerst ervaring wordt opgedaan en dat inzichtelijke informatie werkende weg zal worden aangescherpt.

Voor het bepalen van de omvang van het achterstallig onderhoud is van de uitgestelde onderhoudsmaatregelen beoordeeld of de assets niet meer voldoen aan de geldende veiligheidsnormen en/of prestatieafspraken. De omvang van het achterstallig onderhoud beloopt per 1 januari 2017 voor het hoofdwegennet: € 15 miljoen. Achterstallig onderhoud wordt direct aangepakt indien dit noodzakelijk is voor het veilig functioneren van de netwerken.

Het uitgestelde en achterstallige onderhoud loopt mee in de programmering van de noodzakelijke werkzaamheden in de opeenvolgende service level agreements.

De in 2016 gerealiseerde uitgaven voor het beheer en onderhoud bestaan vooral uit uitgaven voor het:

  • –  onderhoud van verhardingen
  • –  herstel van schade en het zoveel mogelijk voorkomen daarvan
  • –  onderhoud van kunstwerken
  • –  onderhoud aan dynamisch verkeersmanagementsystemen zoals matrixborden
  • –  vast/klein variabel onderhoud (zoals onderhoud aan bermen, geleiderail, bewegwijzering, geluidsschermen en verlichting)

De uitgaven betreffen zowel preventief als correctief onderhoud.

Meetbare gegevens

Areaal rijkswegen
   

Eenheid

Realisatie

2014

Realisatie

2015

Begroting 2016

Realisatie 2016

 

Rijbaanlengte

Hoofdrijbaan

km

5.801

5.800

5.805

5.803

1)

Rijbaanlengte

Verbindingswegen en op- en afritten

km

1.587

1.616

1.605

1.650

2)

Areaal asfalt

Hoofdrijbaan

km2

76

76

76

76

1)

Areaal asfalt

Verbindingswegen en op- en afritten

km2

13

13

13

14

2)

Groen areaal

 

km2

201

199

201

182

3)

Bron: Rijkswaterstaat, 2016

Toelichting:

  • Ad 1) 

    De rijbaanlengte (hoofdrijbaan) is met name toegenomen door de tunnel in «A2 Passage Maastricht». De rijbaanlengte is minder toegenomen dan bij begroting 2016 was voorzien door de versnelde verlegging van de A1 bij A1/A6 Diemen–Almere Havendreef. Dit tracé is iets korter dan het oude.

    Het areaal asfalt (hoofdrijbaan) is enigszins toegenomen, met name door de verbredingen van de A12 Ede–Grijsoord, A1/A6 Diemen–Almere Havendreef, en de gedeeltelijke openstelling van A9 Omlegging Badhoevedorp. Dit valt echter binnen de afronding.

  • Ad 2)  De grootste toename in 2016 is ten gevolge van de nieuwe parallelbanen op de A6 in het kader van A1/A6 Diemen–Almere Havendreef. Deze versnelde deelopenstelling was bij het opstellen van de begroting nog niet meegenomen, evenals de versnelde deelopenstelling van A9 Omlegging Badhoevedorp. Daarnaast hebben met name de projecten A59 Brug Drongelens Kanaal en de A12/A20 Parallelstructuur Gouweknoop bijgedragen aan de toename.
  • Ad 3)  De oppervlakte groen is feitelijk nauwelijks gewijzigd, het is nu alleen beter administratief geïnventariseerd. Van een aantal groenoppervlakken was in het bronbestand niet goed ingevuld wie de beheerder was. Daardoor kwam de optelling van alle groenoppervlakken in beheer van Rijkswaterstaat te hoog uit. Afgelopen jaar is een verbeterslag uitgevoerd waarbij de beheerder beter is ingevuld, conform uniforme definities. Hierdoor is het door RWS beheerde groenoppervlak administratief afgenomen van 201 km2 (jan-2016) naar 182 km2 (jan-2017). Het nieuwe getal geeft nauwkeuriger de fysieke oppervlakte weer.
Omvang Areaal
 

Areaal

Eenheid

Begroting 2016

Omvang 2016

Budget

x € 1.000

2016

Realisatie

x € 1.000

2016

Beheer, onderhoud en ontwikkeling

Oppervlakte wegdek1

km2

89

90

497.155

512.618

Noot 1: exclusief verzorgingsbanen

Bron: Rijkswaterstaat, 2016

Toelichting:

Het oppervlakte wegdek is meer toegenomen dan bij begroting 2016 was voorzien. Dit komt met name doordat voor een tweetal projecten onderdelen versneld zijn opengesteld, te weten A1/A6 Diemen–Almere Havendreef, en A9 Omlegging Badhoevedorp. De exacte fasering was bij het opstellen van de begroting 2016 nog niet bekend.

Indicatoren Beheer en Onderhoud
 

2014

2015

streefwaarde 2016

Realisatie 2016

De verhouding verstoringen door aanleg, beheer en onderhoud t.o.v. totale verstoringen (1)

4%

4%

10%

3%

Tijdsduur (%) van het jaar dat de weg veilig beschikbaar is, zonder dat rijstroken zijn afgesloten of een snelheidsbeperking is ingesteld door aanlegwerkzaamheden, onderhoudswerkzaamheden, door falen infra of falen verkeersmanagement (2)

99%

98%

90%

99%

Voldoen aan norm voor verhardingen (stroefheid en spoorvorming) en gladheidbestrijding en neemt tijdig, na constatering, maatregelen bij het (tijdelijk) niet voldoen van de norm bij wegen, viaducten, aquaducten, bruggen en tunnels (eenheid: % van de gevallen) (3)

96%

99%

98%

99%

Bron: Rijkswaterstaat, 2016

Toelichting:

  • Ad 1)  De verstoringen door aanleg, beheer en onderhoud worden als percentage van de totale filezwaarte uitgedrukt. Een toename van de totale filezwaarte, bij een ongeveer gelijkblijvende absolute omvang van files door werk in uitvoering, drukt het percentage omlaag. Het hinderpercentage blijft dan ook fors onder de 10%.
  • Ad 2)  De technische beschikbaarheid van de weg is met 99% ruim boven de gestelde norm. Dit komt doordat de berekeningen en het referentiejaar (2012), die aan de basis hebben gestaan voor de gekozen streefwaarde, relatief laag waren.
  • Ad 3)  De gerealiseerde waarde (99%) is iets hoger dan de streefwaarde. Hiermee wordt voldaan aan de norm voor verhardingen (stroefheid en spoorvorming) en gladheidbestrijding. De gerealiseerde waarde (99%) is iets hoger dan de streefwaarde, dit komt met name door de prestatie op het tijdig preventief gladheid bestrijden. Hiermee wordt voldaan aan de norm voor verhardingen (stroefheid en spoorvorming) en gladheidbestrijding.

12.02.04 Vervanging

Onder de categorie Vervanging vallen uitgaven voor werkzaamheden die betrekking hebben op renovatie- en vervangingsinvesteringen. Door de veroudering van de infrastructuur en het veel intensievere gebruik dan bij ontwerp was voorzien, zal geïnvesteerd moeten worden in de vervanging dan wel renovatie hiervan. Het MIRT-projectenoverzicht bevat een uitgebreid overzicht van de projecten binnen dit programma. Onderstaande tabel geeft een geactualiseerd overzicht van de in de begroting 2016 opgenomen tabel.

Weg. nr.

Object

Begroting

Huidig

 

A50

Brug tussen de knooppunten Valburg en Ewijk

2016

2016

 

div.

Tunneltechnische Installatie tunnels in Zuid- en Noord-Holland

2016

2018

1)

A27

Renovatie A27 Stichtse brug-Knooppunt Almere

2016

2016

 

N3

Wantijbrug tussen Papendrecht en Dordrecht

2017

2020

2)

N15

Suurhoffbrug tussen Europoort en Oostvoorne

2017

2020

2)

A59

Brug Drongelens kanaal en Viaduct Hoogeinde / Drunen

2017

2016

 

A22

Velsertunnel

2017

2017

 

N200

Rijnlandse Boezemwaterbruggen

2018

2018

 

A44

Kunstwerken A44 / zuidelijke en noordelijke Kaagbruggen / Hoofdvaart / Lisserweg

2018

2018

 

N3

Dordrecht Zuid–Papendrecht, vervanging wegfundering

2019

2019

 

A6

Lelystad Noord-Ketelbrug, vervanging wegfundering

2020

2020

 

A16

Brienenoordbrug tussen de knooppunten Ridderkerk en Terbregseplein

2020

2020

 

A76

Zuidelijk viaduct Daelderweg/Nuth

2020

2020

 

Bron: Rijkswaterstaat

Toelichting:

  • Ad 1)  De vervanging van tunneltechnische installaties wordt gefaseerd uitgevoerd. Fase 1 is inmiddels afgerond. Inmiddels is de scope van de tweede fase van het project uitgebreid en vastgesteld en in uitvoering genomen. De uitvoeringsperiode loopt tot en met 2018.
  • Ad 2)  De wijzigingen in de planning zijn het gevolg van een langere voorbereidingstijd, alsmede door wijzigingen in de scope van deze projecten. Bij onderzoeken naar de technische staat van deze bruggen is gebleken dat een andere/grootschaliger aanpak nodig was dan voorzien.

12.03 Aanleg

Motivering

Door middel van voorbereiding en uitvoering van infrastructuurprojecten wordt bereikt dat de noodzakelijke capaciteit beschikbaar is en komt, met als doel de verwachte verkeersgroei te faciliteren en een betrouwbaar netwerk te realiseren met voorspelbare reistijden. Daarbij wordt rekening gehouden met de kaders van veiligheid en leefbaarheid.

Producten

12.03.01 Realisatie

Mijlpalen Realisatieprojecten

In 2016 zijn de volgende mijlpalen gerealiseerd, die betrekking hebben op de realisatie van projecten:

Hoofdwegennet

Mijlpaal

Project

 

Start realisatie

– N 18 Varsseveld–Enschede

 
 

– A1 Apeldoorn Zuid–Beekbergen

 
 

– Zuidelijke Ringweg Groningen

1)

Openstelling

– A2 Passage Maastricht

 
 

– N50 Ens–Emmeloord

 
 

– A12 Ede–Grijsoord

 
 

– A59 Brug Drongelens Kanaal

 

Toelichting:

  • Ad 1)  Nieuw ten opzichte van de begroting. Voorbereidende werkzaamheden zijn gestart en het project is gegund aan de aannemer. Na besluitvorming tussen Rijk en regio over aanvullende werkzaamheden wordt begin 2017 gestart met de realisatie van het hoofdbouwcontract wordt begin 2017 gestart.

Overige maatregelen

Meer veilig

In 2015 is gestart met de realisatie van het programma Meer Veilig 3 met een uitvoeringsperiode van 2015–2018. Het programma bevat naast kosteneffectieve maatregelen voor het oplossen van verkeersonveilige locaties ook maatregelen voor het oplossen van onveilige situaties op routes. In 2014 is een eerste tranche maatregelen vastgesteld en is gestart met de voorbereiding van de uitvoering van deze maatregelen. In 2016 was een groot aantal van deze maatregelen in uitvoering. Op 31 december 2016 zijn van deze tranche 13 maatregelen gerealiseerd.

In 2015 is de tweede tranche maatregelen vastgesteld. In 2016 is vooral gewerkt aan de voorbereiding van de uitvoering van deze maatregelen. Het totaal aantal maatregelen in Meer Veilig 3 is momenteel 75.

Maatregelpakket Verzorgingsplaatsen

Dit pakket is gericht op het oplossen van de meest acute kwantitatieve en kwalitatieve knelpunten op verzorgingsplaatsen langs (inter-)nationale vrachtcorridors. Binnen dit pakket worden landelijk ruim 300 extra parkeerplaatsen voor vrachtwagens gecreëerd en nog eens ruim 400 parkeerplaatsen meerjarig gehuurd. Daarnaast wordt ingezet op een structurele kwaliteitsverbetering van naar verwachting 35 tot 40 verzorgingsplaatsen. Het totaal hiervoor beschikbare budget bedraagt € 25 miljoen. Het pakket is thans in uitvoering. In 2016 zijn op een groot aantal locaties de geplande capaciteitsuitbreidingen reeds gerealiseerd en is gestart met de uitvoering van de maatregelen gericht op kwaliteitsverbetering.

Meer Kwaliteit Leefomgeving

Dit pakket betreft het deel van het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO) dat betrekking heeft op het hoofdwegennet. In 2016 zijn in het kader van het MJPO 9 knelpunten geheel opgelost. Zoals een kleine faunatunnel onder de A27 bij Dorst, zodat amfibieën en dassen zich vrijer tussen de oostkant en westkant van de weg kunnen begeven. Onder het spoor en de A13 in Midden-Delfland zijn meerdere duikers met doorlopende oevers gerealiseerd. Hierdoor kunnen zoogdieren en amfibieën zich heen en weer bewegen tussen de Ackerdijkse Plassen en de Vlaardingse Vlietlanden. Ook hebben er meerdere aanbestedingen plaatsgevonden van een aantal MJPO-ecoducten, die in de komende jaren worden gerealiseerd. Het jaarverslag MJPO 2016, dat uitgebreide informatie bevat over de voortgang van het MJPO zal, halverwege 2017 aan de Tweede Kamer worden gezonden.

Projectoverzicht realisatieprogramma Hoofdwegennet (12.03.01) (bedragen x € 1 mln)
 

Kasbudget 2016

Projectbudget

Openstelling

Toelichting

Begroting

Realisatie

Verschil

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 

Projectomschrijving

2016

   

2016

 

2016

   

Projecten Nationaal

               

Kleine projecten / Afronding projecten

5

2

– 3

61

62

nvt

nvt

 

Programma 130 km

0

4

4

56

56

 

Programma aansluitingen

25

1

– 24

99

113

nvt

nvt

1)

Quick Wins Wegen

0

0

0

37

12

 

ZSM 1+2 (spoedwet wegverbreding)

8

9

1

1.752

1.543

2016

2016

 

Projecten Noordwest-Nederland

               

A10 Amsterdam praktijkproef FES

6

3

– 3

51

51

2015–2018

2018

 

A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere

11

61

50

1.673

1.587

2024

2024–2026

2)

A9 Badhoevedorp

39

70

31

340

340

2018

2018

3)

A2 Holendrecht–Oudenrijn

5

3

– 2

1.219

1.216

2012

2012

 

A28 Utrecht–Amersfoort

3

0

– 3

224

202

2013

2013

 

A28 Knooppunt Hoevelaken

7

24

17

741

743

2022–2024

2023–2025

4)

A1 Bunschoten–Knooppunt Hoevelaken

1

1

0

24

24

2015

2015

 

N50 Ens–Emmeloord

3

15

12

16

16

2016

2016

5)

A7/A8 Purmerend–Zaandam–Coenplein

3

7

4

21

21

2015–2018

2015

 

A27/A1 Utrecht.N.–knp. Eemnes–asl.Bunschoten

18

6

– 12

261

261

2018–2020

2018–2020

6)

A10 Knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel

 

3

3

 

297

 

2028

 

Projecten Zuidwest-Nederland

               

A24 Blankenburgtunnel (excl. tolopgave)

 

14

14

 

774

 

2022–2024

7)

A4 Burgerveen–Leiden

2

1

– 1

548

547

2015

2015

 

A4-A44 Rijnlandroute

36

30

– 6

551

552

Regio

Regio

8)

A4 Delft–Schiedam

38

54

16

658

658

2015

2015

9)

A4 Vlietland–N14

 

0

0

 

14

 

Regio

 

N57/N59 EuroRAP (verkeersveiligheid)

2

0

– 2

11

11

2020

2020

 

N61 Hoek-Schoondijke

2

2

0

118

119

2015

2015

 

Projecten Zuid-Nederland

               

A4 Dinteloord–Bergen op Zoom

8

1

– 7

275

258

2014

2014

10)

A67 Aanpak toerit Someren

1

0

– 1

6

6

2015

2015

 

A2 Maasbracht–Geleen, 1e fase

 

0

0

154

154

2013

2013

 

A2 Passage Maastricht

2

2

0

678

678

2016

2016

 

A76 Aansluiting Nuth

1

0

– 1

64

59

Regio

Regio

 

Projecten Oost-Nederland

               

A50 Ewijk–Valburg

3

0

– 3

270

270

2017

2017

 

N35 Combiplan Nijverdal

 

3

3

321

321

2015

2015

 

N18 Varsseveld–Enschede

55

20

– 35

337

337

2019–2021

2019–2021

11)

N35 Wijthmen–Nijverdal

 

0

0

15

15

2018

2018

 

A1 Apeldoorn Zuid–Beekbergen

14

6

– 8

31

31

2016–2018

2017

12)

N35 Zwolle–Wijthmen

 

4

4

 

48

 

2018

 

Projecten Noord-Nederland

               

N31 Leeuwarden (De Haak)

4

7

3

217

217

2014

2014

 

A7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 2

29

35

6

666

670

2019–2021

2019–2021

13)

Overige maatregelen

               

Meer kwaliteit leefomgeving

16

16

0

109

176

     

Meer veilig 3

10

10

0

37

37

     

Verzorgingsplaatsen

10

10

0

25

25

     

Reservering snelfietsroutes

19

0

– 19

19

19

     

Afrondingen

 

2

2

         

Totaal uitvoeringsprogramma

386

426

40

11.685

12.540

     

Realisatieuitgaven op IF 12.03.01 mbt planuitwerking

65

50

– 15

         

Programma Realisatie (IF 12.03.01)

451

476

25

         

Budget Realisatie (IF 12.03.01)

351

476

125

         

Overprogrammering (–)

– 100

0

100

       

14)

Toelichting:

  • Ad 1)  Met de provincie Zuid Holland en de Gemeente Dordrecht zijn aanvullende afspraken gemaakt over de verbetering van de aansluiting A16/N3 op het bedrijventerrein Dortse Kil. Dit heeft er toe geleid dat het project later start dan was gepland, met als gevolg dat in 2016 minder is uitgegeven.
  • Ad 2)  De gunning van deelproject A9 Gaasperdammerweg is in 2014 voorspoedig verlopen. Voor de voortgang van het project is budget uit latere jaren naar voren gehaald. Hierdoor is in 2016 meer gerealiseerd door vastgoedaankopen en andere centrale projectuitgaven.
  • Ad 3)  De hogere uitgaven worden veroorzaakt door een versnelling van de uitvoering door de aannemer, uitgaven voor het verwijderen van niet gesprongen explosieven en door hogere grondprijzen in enkele onteigeningszaken.
  • Ad 4)  De hogere uitgaven worden veroorzaakt doordat dit jaar al voorbereidende werkzaamheden worden uitgevoerd door de opdrachtnemer.
  • Ad 5)  Technische tegenvallers in de uitvoering en doorgeschoven budget uit 2015 leiden tot hogere uitgaven in 2016. Met de financiers van het project, vindt overleg plaats over de kostenstijgingen. De tegenvallers worden onder andere veroorzaakt door de (extra) kosten van verkeersmaatregelen, extra teerhoudend asfalt, niet actuele areaalgegevens en hogere uitgaven voor het verleggen van kabels en leidingen.
  • Ad 6)  De aanbesteding is later voorzien door de langere voorbereiding van het DBFM-contract. De uitgaven zijn daardoor in 2016 lager uitgevallen. Dit heeft geen effect op de openstelling.
  • Ad 7)  Dit project is overgeheveld van de planuitwerkingsfase artikel 12.03.02 naar de realisatiefase artikel 12.03.01.
  • Ad 8)  De onderuitputting in 2016 wordt veroorzaakt doordat de afdracht aan het BTW-compensatiefonds pas in 2017 zal plaatsvinden.
  • Ad 9)  Om de tunnel eind 2015 veilig te kunnen openstellen, is er meerwerk verricht en zijn er aanvullende beheersmaatregelen getroffen. Na de openstelling zijn de restpunten aan de tunneltechnische installatie en de aansluiting op de verkeerscentrale Rhoon opgepakt.
  • Ad 10)  Er heeft een meevaller plaatsgevonden, doordat er minder risico’s zijn opgetreden.
  • Ad 11)  De DBFM-conversie van de N18 Varsseveld–Enschede wordt pas in het voorjaar 2017 verwerkt, in plaats van het najaar 2016. Als gevolg hiervan schuift het aanlegbudget 2016 door naar 2017.
  • Ad 12)  Het project is in 2016 gegund. De planning is hier op aangepast.
  • Ad 13)  De hogere realisatie is het gevolg van sneller dan verwachte afwikkeling van grondverwerving en facturering van kabels en leidingen.
  • Ad 14)  De vooraf ingeschatte autonome vertraging heeft zich voorgedaan, waardoor de realisatie in lijn met het budget is uitgekomen.

12.03.02 Verkenningen en Planuitwerkingen

Hieronder is het Projectoverzicht behorende bij 12.03.02 Verkenningen en Planuitwerkingen opgenomen.

Projectoverzicht verkenningen en planuitwerkingen Hoofdwegennet (12.03.02) (bedragen x € 1 mln)
 

Projectbudget

Planning

       
     

TB

 

Openstelling

 

Toelichting

 

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 

Projectomschrijving

2016

 

2016

 

2016

   

Verplicht

             

Realisatieuitgaven op IF12.03.01 mbt planuitwerkingsprojecten

– 285

– 256

   

nvt

   

Projecten Nationaal

             

Beter Benutten

304

464

   

nvt

 

1)

Geluidsaneringprogramma – weg

260

260

   

nvt

   

Lucht – weg (NSL hoofdwegennet)

212

196

   

nvt

   

Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen

122

192

   

nvt

   

Projecten Noordwest-Nederland

             

A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere, deeltraject A9 Amstelveen (deel 4)

596

709

2018

2017

2024–2026

2024–2026

2)

A10 Knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel

297

 

2016

2016

2028

2028

 

A12/A27 Ring Utrecht

1.138

1.141

2017

2017

2024–2026

2024–2026

 

Rijksbijdrage aan de Noordelijke Randweg Utrecht

166

166

nvt

 

Regio

Regio

 

Stedelijke Bereikbaarheid Almere

26

26

nvt

 

nvt

   

Projecten Zuidwest-Nederland

             

A16 Rotterdam (excl. tolopbrengsten)

979

974

2016

2016

2021–2023

2021–2023

 

A4 Vlietland–N14

14

 

2014

2014

2020–2022

2020–2022

 

A24 Blankenburgtunnel (excl. tolopgave)

857

 

2016

2016

2022–2024

2022–2024

 

A58 Aansluiting Goes

9

0

nvt

 

nvt

   

A15 Papendrecht–Sliedrecht

 

6

 

2017

 

2018–2020

 

Rijksbijdrage aan kwaliteitsprogramma Blankenburgverbinding

 

26

         

Projecten Zuid-Nederland

             

A2 't Vonderen–Kerensheide

261

262

2017

2017

2025–2027

2025–2027

 

A27 Houten–Hooipolder

810

860

2017

2017

2023–2025

2023–2025

3)

N65 Vught–Haaren

46

46

         

Programma Bereikbaarheid Zuid-Nederland: InnovA58

 

401

         

Programma Bereikbaarheid Zuid-Nederland: ITS en Smart Mobility

 

30

         

Projecten Oost-Nederland

             

A12/A15 Ressen–Oudbroeken (excl. tolopbrengsten) (ViA15)

555

541

2016

2017

2019–2021

2021–2023

4)

Terugbetaling regiobijdrage ViA15 (maatregelen OWN)

 

35

         

N35 Zwolle–Wijthmen

48

 

2015

2015

2017–2018

2017–2018

 

N35 Nijverdal–Wierden

122

104

nnb

2018

nnb

2022–2024

5)

A1 Apeldoorn–Azelo

421

424

2017

2017

fase 1: 2019–2021

2020–2022

 
         

fase 2: 2026–2028

2026–2028

 

A1/A30 Barneveld

 

10

       

Projecten Noord-Nederland

             

N33 Zuidbroek–Appingedam

11

96

 

2018

 

2021–2023

6)

Gebonden

             

Projecten Nationaal

             

Reserveringen voor LCC

127

150

   

nvt

 

7)

Tolreservering Blankenburgverbinding en ViA15

108

108

   

nvt

   

Reservering Nalevingskosten SWUNG

 

79

         

Projecten Noordwest-Nederland

             

A7/A8 Corridor Amsterdam-Hoorn

300

300

         

Landzijdige Bereikbaarheid Lelystad Airport

51

49

         

Reservering BenO A6 aansluiting Lelystad

 

1

         

Projecten Zuidwest-Nederland

             

A4 Haaglanden (passage en poorten & inprikkers)

447

448

         

Reservering BenO A4 Vlietland–N14

2

     

nvt

   

Reservering BenO Rijnlandroute

15

     

nvt

   

Reservering BenO Blankenburgverbinding

79

0

   

nvt

   

Reservering BenO A15 Papendrecht–Sliedrecht

 

2

         

Projecten Zuid-Nederland

             

A58 Eindhoven–Tilburg

318

           

A58 Sint Annabosch–Galder

117

           

Reservering BenO A58 Sint Annabosch–Galder

 

11

         

A67/A73 Knooppunt Zaarderheiken

5

5

         

Landzijdige Bereikbaarheid Eindhoven Airport

25

25

         

Programma Bereikbaarheid Zuid-Nederland: A67 Leenderheide-Zaarderheiken

 

150

         

Projecten Oost-Nederland

             

Reservering BenO N35 Wijthem–Nijverdal

1

     

nvt

   

Reservering BenO A1 Apeldoorn–Azelo

19

19

   

nvt

   

Reservering BenO N35 Nijverdal–Wierden

1

1

   

nvt

   

Reservering Terugbetaling voorfinanciering A1 Apeldoorn–Azelo

29

29

   

nvt

   

Projecten Noord-Nederland

             

Reservering BenO N33 Zuidbroek–Appingedam

4

4

   

nvt

   

Bestemd

355

324

         

Projecten in voorbereiding

             

Projecten Nationaal

             

Studiebudget Verkenningen / MIRT onderzoeken

             

Projecten Zuidwest-Nederland

             

A20 Nieuwerkerk–Gouwe

             

Overige projecten in voorbereiding

             

Gesignaleerde Risico's

             

Afrondingsverschillen

 

1

         

Totaal programma planuitwerking en verkenning

8.972

8.418

         

Begroting (IF 12.03.02)

8.972

8.418

         

Toelichting:

  • Ad 1)   Op artikel 18 stonden budgetten voor Beter Benutten. IF Artikel 18 is zoveel mogelijk toebedeeld over de modaliteiten. Voor meer samenhang is het budget voor Beter Benutten overgeboekt van artikel 18.02 naar artikel 12.03 Verkenningen en Planuitwerkingen, omdat bij Wegen het zwaartepunt ligt.
  • Ad 2)  Een overschot binnen het programma A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere in realisatie wordt ingezet voor het deeltraject A9 Amstelveen. Daarnaast is er een scopewijzigingen verwerkt van € 23 miljoen (toevoeging budget).
  • Ad 3)  Het taakstelllend budget van de A27 Houten–Hooipolder is met € 48,3 miljoen opgehoogd. Bij uitwerking van het OTB bleek dat op delen van het traject de eerdere versobering teveel impact heeft gehad, en er aanvullend budget nodig is om een robuust ontwerp te kunnen realiseren voor een goede doorstroming en veiligheid.
  • Ad 4)  In het najaar 2015 zijn bij vaststelling van het ontwerp-tracébesluit nadere afspraken gemaakt voor het project A12/A15 Ressen-Oudbroeken (ViA15). Als onderdeel van de afspraken is de bijdrage van de provincie Gelderland aan het project met € 35 miljoen verlaagd om maatregelen te nemen op het onderliggend wegennet nabij het project ViA15. Daarnaast is de meevaller van € 20 miljoen bij het project A12 Ede–Grijsoord conform de bestuurlijke afspraken uit 2013 ingezet voor dit project.
  • Ad 5)  Het taakstellend budget van het project N35 Nijverdal–Wierden is gecorrigeerd (€ 18 miljoen) voor verschillende posten die geen onderdeel zijn van de aanleg van de N35 Nijverdal–Wierden. In de gemelde € 122 miljoen zitten verschillende posten die geen onderdeel zijn van het taakstellend budget, waaronder de kosten voor de verkenning en de bijdrage voor N35 Salland–Twentetunnel. Het taakstellend budget voor het project bedraagt € 104 miljoen.
  • Ad 6)  Het taakstellend budget voor het project N33 Zuidbroek–Appingedam is opgenomen inclusief de bijdrage van de regio. In de bestuurlijke afspraken is vastgelegd dat de provincie Groningen € 88 miljoen bijdraagt aan het project.
  • Ad 7)  De reservering voor LCC (kosten BenO door nieuwe aanlegprojecten) is opgehoogd vanwege de vrijval bij reserveringen voor Beheer en Onderhoud voor specifieke projecten (A24 Blankenburgverbinding).

12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

Bij infrastructuurprojecten boven het drempelbedrag van € 60 miljoen en huisvestingsprojecten boven de € 25 miljoen wordt middels een Publiek Private Comparator (PPC) getoetst of een DBFM-contract meerwaarde op kan leveren. Infrastructuurprojecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, onderhoud en financiering) aan een private opdrachtnemer. In plaats van een product wordt een dienst uitgevraagd, te weten de beschikbaarheid van de infrastructuur. De betaling voor deze dienst vindt plaats aan de hand van de overeengekomen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheid. De beschikbaarheidsvergoeding wordt pas uitgekeerd na oplevering van het project; tijdens de bouw dient de DBFM-opdrachtnemer daarom zelf de financiering te regelen. Omdat het project gefinancierd is door banken en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financiers op de opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren: op tijd en binnen de geraamde kosten. Een lager prestatieniveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zekerstellen. In de bouwfase is doorgaans wel sprake van een gedeeltelijke betaling (de partiële beschikbaarheidsvergoeding) als sprake is van de uitbreiding van een bestaande weg die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor het wegverkeer. Bij openstelling van de weg wordt overgegaan naar een volledige beschikbaarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbesteding resulteert in een meerjarige verplichting van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project. Op dit begrotingsartikel bestaat daarmee geen enkele budgetflexibiliteit. Slechts bij onderpresteren van de opdrachtnemer kunnen boetes en kortingen worden aangebracht.

De verplichting aan de DBFM-Opdrachtnemer vervalt aan het einde van de looptijd van het contract waarna het beheer en onderhoud van deze wegvakken terugkomen bij RWS en de bijbehorende budgetten gaan vallen onder het reguliere onderhoudsartikel (artikelonderdeel 15.02 Beheer, Onderhoud en Vervanging). Pas aan het einde van de looptijd kan de definitieve meerwaarde van de PPS-contractvorm worden bepaald en geconcludeerd of binnen het meerjarig budget is gebleven. Het eerste DBFM-contract loopt af in 2022: de N31 Leeuwarden–Drachten.

Inmiddels is wel duidelijk dat mijlpalen rond tijdige beschikbaarheid bij deze projecten gehaald zijn. Zo zijn in 2016 conform planning voltooiingscertificaten afgegeven voor de A12 Veenendaal–Ede–Grijsoord en de A15 Maasvlakte–Vaanplein. Ook de hoeveelheid meerwerk gedurende de bouwfase is beperkt gebleven. In de DBFM(O)-Voortgangsrapportage 2016–2017 zijn indicatoren opgenomen om de prestaties van (het contractmanagement van) DBFM te monitoren. Het gaat daarbij om prestatie indicatoren zoals tijdigheid (openstelling van het project), beschikbaarheid, wijzigingen en kortingen. Het kabinet heeft daarbij de ambitie geformuleerd om de KPI’s verder uit te breiden en te ontwikkelen, de komende jaren te monitoren en de trendontwikkeling te analyseren.

In de Voortgangsrapportage is ook aangegeven dat de risicoverdeling in het standaardcontract mogelijk op een aantal punten zal worden bijgesteld ten aanzien van enkele specifieke risico’s, zoals het management van stakeholders, waarmee marktpartijen in het verleden op moeilijkheden stuitten. Eerder was al besloten om niet langer gebruik te maken van lijstrisico’s. Op deze wijze wordt proactief gezocht naar een betere verdeling van de risico’s, waarbij alle betrokkenen hun mogelijkheden inbrengen om risico’s zo veel mogelijk te beperken.

Producten

Bij de projecten N31 Leeuwarden Drachten, A12 Lunetten–Veenendaal, 2e Coentunnel en N33 Assen–Zuidbroek, A15 Maasvlakte–Vaanplein en A12 Veenendaal–Ede–Grijsoord is sprake van volledige beschikbaarheidsvergoedingen. De looptijd van deze contracten varieert; in onderstaand projectenoverzicht is zichtbaar wanneer de contracten eindigen.

Het afgelopen jaar zijn de aanbestedingen van de A27/A1 Utrecht Noord–Eemnes–Bunschoten, de A6 Almere en de N18 Varsseveld–Enschede afgerond met de Financial Close mijlpaal. De projecten A1/A6 Diemen–Almere Havendreef en de A9 Holendrecht–Diemen (Gaasperdammerweg) verkeren in de bouwfase en kennen een partiële beschikbaarheidsvergoeding. De volledige beschikbaarheidsvergoeding wordt na openstelling betaald.

Het afgelopen jaar zijn verder de aanbestedingen gestart van de projecten A16 Rotterdam en de Blankenburgverbinding. De DBFM-conversie, overheveling van de begrotingsbedragen vanuit de budgetten voor aanleg (artikelonderdeel 12.03) en onderhoud (artikelonderdeel 12.02) naar dit begrotingsartikel, zal plaatsvinden na de «financial close» van deze contracten. Na afloop van het DBFM-contract zal het budget voor Beheer en Onderhoud weer worden toegevoegd aan artikelonderdeel 12.02. Beheer, Onderhoud en Vervanging. Bij verlenging van de periode van het Infrastructuurfonds worden deze budgetten gezien als een doorlopende verplichting.

Projectoverzicht Geïntegreerde contractvormen Hoofdwegennet (12.04) (bedragen x € 1 mln)
 

Kasbudget 2016

Projectbudget

Openstelling

Eind contract

Toelichting

Begroting

Realisatie

Verschil

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

   

Projectomschrijving

2016

   

2016

 

2016

     

Projecten Noordwest-Nederland

                 

Aflossing tunnels

54

46

– 8

1.237

1.239

 

1)

A10 Tweede Coentunnel

54

59

5

2.221

2.224

2013

2013

2037

2)

A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere (deeltraject A1/A6)

36

35

– 1

1.731

1.737

2019

2019

2042

 

A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere (deeltraject A9 Gaasperdammerweg)

30

22

– 8

1.066

1.068

2021

2021

nnb

3)

A12 Lunetten–Veenendaal

24

26

2

641

642

2012

2012

2033

 

Projecten Zuidwest-Nederland

                 

A15 Maasvlakte–Vaanplein

142

119

– 23

2.058

2.060

2015

2015

2035

4)

Projecten Zuid-Nederland

                 

A59 Rosmalen–Geffen, PPS

0

0

0

288

288

2005

2005

   

Projecten Oost-Nederland

                 

A12 Ede–Grijsoord

12

7

– 5

166

166

2016

2016

2032

5)

Projecten Noord-Nederland

                 

N31 Leeuwarden–Drachten

6

6

0

166

166

2007

2007

2022

 

N33 Assen–Zuidbroek

13

15

2

350

350

2014

2014

2034

 

Tolgefinancierde uitgaven (NCW)

                 

Tolgefinancierde uitgaven A24 Blankenburgtunnel

 

0

0

 

316

 

nvt

   

Tolgefinancierde uitgaven A12/A15 Ressen–Oudbroeken (ViA15)

 

0

0

 

286

 

nvt

   

Afrondingen

1

– 1

– 2

           

Totaal

372

334

– 38

9.924

10.542

       

Begroting (IF 12.04)

372

334

– 38

           

Toelichting

  • Ad 1)  De jaarlijks aflossing van de Wijkertunnel wordt bepaald op basis van het tarief en de passerende voertuigen. Als gevolg van minder voertuigpassages vallen de uitgaven voor de aflossing van de Tunnel de Noord en de Wijkertunnel lager uit dan geraamd. Daarnaast is de aflossing Wijkertunnel bijgesteld. De nieuwe (lagere) tarieven gelden voor de laatste 10 jaar van het contract.
  • Ad 2)  De hogere uitgaven voor A10 Tweede Coentunnel / Westrandweg hebben betrekking op vastgoeduitgaven, en meerwerk voornamelijk op het gebied van tunneltechnische installaties.
  • Ad 3)  In 2016 was minder budget nodig als gevolg van het opschuiven van watercompensatie Bijlmerweide en het later afrekenen van het verleggen van kabels en leidingen.
  • Ad 4)  De lagere realisatie is het gevolg van een opgelegde korting op de beschikbaarheidsvergoeding door mechanische storingen aan de omloopwielen van de Botlekbrug, alsmede niet gerealiseerde nadeelcompensatie, grondruil gemeente Rotterdam en het niet (tijdig) indienen van eindafrekeningen van kabels en keidingen van beheerders.
  • Ad 5)  Doordat geen overeenstemming is bereikt met derden, is in 2016 minder uitgegeven voor Nadeelcompensatie en Boscompensatie. Daarnaast zijn in 2016 minder onvoorziene kosten gemaakt. De post onvoorzien / risicoreservering is naar latere jaren verschoven.

12.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdwegennet

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaatskosten van RWS en de overige netwerkgebonden kosten verantwoord

12.07 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte verantwoord.

Zie toelichting bij Ad 8) onder Tabel Budgettaire gevolgen van uitvoering.

Artikel 13 Spoorwegen

Omschrijving van de samenhang met het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Spoorwegen verantwoord. Het productartikel Spoorwegen is gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in het jaarverslag Hoofdstuk XII over 2016 bij beleidsartikel 16 Spoor.

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (bedragen x € 1.000)

13. Spoorwegen

       

Realisatie

Begroting

Verschil

 
 

2012

2013

2014

2015

2016

2016

2016

 

Verplichtingen

2.050.436

2.727.691

1.635.883

2.727.356

1.842.244

2.244.286

– 402.042

1)

Uitgaven

2.185.220

2.384.292

2.241.221

1.999.985

2.074.004

2.447.262

– 373.258

 

13.02 Beheer, onderhoud en vervanging

1.463.595

1.346.811

1.304.521

1.225.522

1.214.109

1.291.436

– 77.327

2)

13.03 Aanleg

540.608

886.190

784.844

625.037

708.115

963.385

– 255.270

 

13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer

527.978

801.687

710.202

540.437

540.172

671.883

– 131.711

3)

13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer

12.630

64.829

51.621

57.291

21.073

52.643

– 31.570

4)

13.03.04 Verk. en planuitw. personenvervoer

0

18.360

17.307

22.441

29.841

115.134

– 85.293

5)

13.03.05 Verk. en planuitw. goederenvervoer

0

1.314

5.714

4.868

117.029

123.725

– 6.696

6)

13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

129.943

134.675

135.279

132.285

134.760

157.384

– 22.624

7)

13.07 Rente en aflossing

0

16.616

16.577

17.141

17.020

17.020

0

 

13.08 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

18.037

– 18.037

8)

13.09 Ontvangsten

72.526

202.042

117.966

240.852

348.132

299.796

48.336

9)

Financiële toelichting

Garanties

Op artikel 13 Spoorwegen zijn garanties verstrekt aan het Ministerie van Financiën en aan banken ten behoeve van de leningen en kredieten die aan ProRail zijn verstrekt. Ultimo 2016 bedroegen de uitstaande garanties respectievelijk € 331 miljoen en € 72,6 miljoen.

  • Ad 1) 

    Binnen artikel 13 Spoorwegen zijn veel mutaties die van invloed zijn op de uiteindelijke verplichtingenrealisatie op artikel 13 Spoorwegen. Deze mutaties worden veroorzaakt door saldo mutaties vanuit 2015, desalderingen in 2016, door bijstellingen als gevolg van (aanbestedings)meevallers en stortingen in Provinciefonds, Gemeentefonds en het BTW-compensatiefonds. Daarnaast zijn er verschuivingen als gevolg van herziene projectplanningen.

    De realisatie op de verplichtingen is per saldo € 402 miljoen lager dan begroot. De grootste verschuivingen betreffen de projecten Zwolle-Herfte (– € 157 miljoen), waarvan de uitwerking meer tijd kostte dan aangenomen waardoor de subsidiebeschikking is vertraagd naar begin 2017, en PHS (– € 155 miljoen) als gevolg van een langere planuitwerking voor de PHS-deelprojecten waardoor in 2016 minder subsidiebeschikkingen zijn afgegeven dan gepland. Binnen het project OV SAAL hebben diverse overboekingen plaatsgevonden naar zowel Provinciefonds, Gemeentefonds als het BTW-compensatiefonds en zijn tevens diverse aanbestedingsmeevallers gerealiseerd (– € 112 miljoen). Tot slot zijn diverse discrepanties opgetreden van per saldo € 22 miljoen.

  • Ad 2)  De realisatie voor beheer, onderhoud en vervanging is € 77 miljoen lager dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het doorschuiven van vervangingsinvesteringen. Voor verdere details wordt verwezen naar de toelichting bij artikelonderdeel 13.02.
  • Ad 3) en 4)  De realisatie op de realisatieprogramma’s personenvervoer en goederenvervoer is € 163 miljoen lager dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat werkzaamheden zijn verschoven naar latere jaren. De specifieke redenen verschillen per project. Voor een toelichting op deze verschillen (per project) wordt verwezen naar de specifieke toelichtingen bij deze artikelonderdelen.
  • Ad 5)  De realisatie op planuitwerkingsprogramma personenvervoer was in 2016 € 85 miljoen lager dan begroot. Voor 2016 was rekening gehouden met de toezegging voor het project Hengelo-Bielefeld. Pas in 2017 wordt duidelijk of aan de door IenM gestelde voorwaarden wordt voldaan (– € 9 miljoen). Op het programma Beter Benutten worden gereserveerdere middelen aan de medeoverheden beschikbaar gesteld op basis van getekende plannen van aanpak. In 2016 zijn minder plannen van aanpak getekend dan verwacht (– € 19 miljoen). Voorts zijn voor het programma LVO (– € 9 miljoen) zijn minder subsidieaanvragen ingediend dan verwacht. Daarnaast was de realisatie op het programma OV SAAL lager dan begroot vanwege onder meer overboekingen naar het Provinciefonds, Gemeentefonds en het BTW-compensatiefonds (– € 21 miljoen). Voorts zijn naar aanleiding van de uitgevoerde Herijking diverse lopende PHS planstudies vertraagd (– € 16 miljoen). Tot slot zijn diverse discrepanties opgetreden van per saldo – € 11 miljoen.
  • Ad 6)  De lagere uitgaven 2016 worden verklaard door lagere uitgaven op de planstudie externe veiligheid Drechtsteden (– € 2 miljoen), minder benodigd budget in 2016 voor kleine spoorgerelateerde uitgaven (– € 1 miljoen) en het verschuiven van een betaling aan NS van 2016 naar 2017 voor de ombouw van ICE3 materieel.
  • Ad 7)  De realisatie voor geïntegreerde contractvormen is € 23 miljoen lager dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door de lage rentestand. Voor verdere details wordt verwezen naar het betreffende artikelonderdeel.
  • Ad 8)  Per saldo is in 2016 € 5 miljoen vanuit de investeringsruimte aan diverse projecten en programma’s toegevoegd. Bij de Tweede suppletoire begroting 2016 werd geen nieuwe dekking vanuit de investeringsruimte voorzien en is de resterende € 13 miljoen via het voordelig saldo 2016 afgeboekt.
  • Ad 9)  De ontvangsten waren € 48 miljoen hoger dan begroot. Dit komt voornamelijk doordat terug ontvangen voorschotten met ingang van het boekjaar 2016 bruto worden geboekt (€ 65 miljoen). Daarnaast zijn de bijdragen van Noord-Brabant en Vught ten behoeve van het PHS-project (€ 127 miljoen) doorgeschoven naar het jaar 2018. Voorts heeft de subsidievaststelling ProRail 2015 voor kapitaallasten en onderhoud geleid tot extra ontvangsten (€ 114 miljoen). Zie artikelonderdeel 13.09 voor een nadere toelichting.

13.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Op grond van richtlijn nr. 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap van 29 juli 1991 wordt de taakorganisatie ProRail via de beheerconcessie belast met het beheer en onderhoud van de landelijke spoorweginfrastructuur.

De subsidie aan ProRail wordt jaarlijks vastgesteld met een beschikking overeenkomstig het bepaalde in de Wet en Besluit Infrastructuurfonds. De subsidie wordt door ProRail aangewend voor het in goede gebruikstoestand houden van de landelijke spoorweginfrastructuur. Per 1 januari 2008 wordt ProRail aangestuurd op output. Dat betekent dat de Minister van IenM afspraken maakt met ProRail over de te realiseren prestaties op basis van een resultaatsverplichting. Met ingang van de Beheerconcessie 2015–2025 worden voor de kernprestatie indicatoren (KPI’s) bodemwaarden afgesproken. Die prestaties worden jaarlijks opgenomen in het beheerplan van ProRail. De Minister van IenM moet instemmen met de prestaties waarvoor bodemwaarden gelden. Het beheerplan wordt aan de Tweede Kamer toegezonden.

De in de bijlage Instandhouding bij de ontwerpbegroting 2017 van het Infrastructuurfonds (Kamerstukken II, 2016–2017, 34 550 A, nr. 2) geschetste aanpak voor het in stand houden van de infrastructuur leidt er toe dat de planning van onderhoudswerkzaamheden flexibel van aard is. Met het uitstellen en vervroegen van onderhoud wordt beoogd efficiënter en met minder hinder te werken.

In de brief van 16 juni 2016 is aangegeven dat met de spoorsector een proces is gestart om de werkzaamheden aan het spoor op een andere wijze te gaan plannen en organiseren, teneinde te optimaliseren in de driehoek van (1) de hinder voor de gebruikers van het spoor, (2) de onderhouds- en vervangingsbehoefte om de kwaliteit van het spoorwegnetwerk op de lange termijn te waarborgen en (3) de beschikbare financiële middelen. In dat kader wordt ook gekeken op welke wijze zinvol binnen de toegepaste onderhoudsfilosofie gerapporteerd kan worden over het eventuele volume aan uitgesteld en achterstallig onderhoud. De stand van zaken ten aanzien van het beheer, onderhoud en de vervangingen is aan de Kamer gemeld in de brief van 19 december 2016.

Producten

Verleende subsidie aan ProRail

In 2016 is € 1.214 miljoen (inclusief BTW) aan subsidie aan ProRail betaald. Dit is € 77 miljoen minder dan oorspronkelijk was begroot. Hieronder wordt inzicht gegeven in de belangrijkste afwijkingen:

Verleende subsidie aan ProRail

Begrote subsidie (prijspeil 2013)

Indexatie naar prijspeil 2014–2016

Correcties BOV-audit PwC

Taakstelling verwerken op aanleg

Panden Utrecht in eigendom verkregen

Insourcing en overige beheerplanmutaties

Effect onderbesteding 2015

Verleende subsidie (prijspeil 2016)

Subsidie-verlening 2016

Subsidie-vaststelling 2015

Uitbesteed werk beheer en onderhoud

656

12

– 9

   

– 8

   

651

Gebruiksvergoeding vervoerders

– 335

– 6

     

2

   

– 339

Saldo beheer en onderhoud

321

6

– 9

0

0

– 6

0

0

312

Compensatie BTW

142

3

– 2

   

– 2

   

141

Subsidie beheer en onderhoud

463

9

– 11

0

0

– 8

0

0

453

                   

Vervangingsinvesteringen

428

8

– 14

 

109

– 9

– 157

– 27

338

Compensatie BTW

90

2

– 3

 

23

– 2

– 33

– 6

71

Subsidie vervanging

518

10

– 17

0

132

– 11

– 190

– 33

409

                   

Apparaatskosten

372

7

2

 

– 6

16

   

391

Doorbelast aan projecten

– 116

   

16

       

– 100

Saldo apparaatskosten

256

7

2

16

– 6

16

0

0

291

Compensatie BTW

54

2

 

3

– 1

3

   

61

Subsidie apparaat

310

9

2

19

– 7

19

0

0

352

                   

Totaal

1.291

28

– 26

19

125

0

– 190

– 33

1.214

                   

Toelichting nummer:

 

1

2

3

4

5

6

6

 

Bron: jaarrapportage ProRail 2016

Toelichting:

  • Ad 1)  De bedragen in de Ontwerpbegroting 2016 waren nog op prijspeil 2013. De prijscompensaties 2014 en 2015 waren gereserveerd in de investeringsruimte spoor, in afwachting van de uitkomsten van de audit door PwC op de reeksen van ProRail.
  • Ad 2)  Uit de audit door PwC (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 984, nr. 621) is gebleken dat een aantal mutaties op de reeksen van ProRail moesten plaatsvinden.
  • Ad 3)  De volledige apparaatstaakstelling voor ProRail is verwerkt op BOV. Een deel hiervan wordt ingevuld op aanleg.
  • Ad 4)  In 2016 liepen de huurovereenkomsten (tussen ProRail en het Spoorwegpensioenfonds) voor de panden in Utrecht af en heeft ProRail deze panden in eigendom verkregen. Hiervoor is eenmalig € 132 miljoen (inclusief BTW) betaald. Dit leidt bij ProRail tot structureel lagere apparaatskosten en daarmee ook tot een lagere subsidie van IenM, circa € 150 miljoen in de periode tot en met 2030.
  • Ad 5)  De overige beheerplanmutaties 2016 zijn per saldo nihil. Het betreft met name verschuivingen tussen uitbesteed werk en apparaat (insourcing Keyrail, Nedtrail/NCBG) en verschuivingen tussen vervanging en grootschalig onderhoud.
  • Ad 6)  Als gevolg van de onderbesteding in 2015 (met name het doorschuiven van vervangingsinvesteringen) heeft ProRail de subsidieaanvraag voor 2016 naar beneden bijgesteld. Zie ook de Kamerbrieven van 26 november 2015 en van 16 juni 2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 984, nr. 637 en nr. 669). Op basis van de subsidieaanvraag 2016 bedroeg dit € 190 miljoen (inclusief BTW). Op basis van de verantwoording en subsidievaststelling 2015 is bij de wijzigingsbeschikking 2016 € 33 miljoen minder beschikt aan ProRail.

Besteding door ProRail

ProRail heeft in 2016 € 27 miljoen (exclusief BTW) meer besteed dan aan subsidie voor 2016 is verleend. Hiervan heeft € 23 miljoen betrekking op naar voren gehaalde vervangingsinvesteringen (tijdmutatie) en € 4 miljoen op mee- en tegenvallers zoals vertraging invoering PGO (€ 19 miljoen +), niet geplande ICT projecten (€ 5 miljoen +), hogere advies- en automatiseringskosten (€ 9 miljoen +), vrijval voorzieningen (€ 12 miljoen –), hogere gebruiksvergoeding (€ 9 miljoen –), hogere overige opbrengsten (€ 6 miljoen –) en overige meevallers (€ 2 miljoen –). Voor nadere informatie over de bestedingen van ProRail in 2016 wordt verwezen naar de spoorbijlage bij dit jaarverslag (bijlage 1).

Bedragen x € mln

BOV, 13.02

Rente, 13.07

Totaal

Betaalde subsidie 2016, inclusief BTW

1.214

17

1.231

       

BTW subsidie

198

3

201

BTW gebruiksvergoeding

75

0

75

BTW totaal

273

3

276

       

Verleende subsidie 2016, excl. BTW

941

14

955

       

Overlopende subsidie uit 2015

54

0

54

Overlopende subsidie naar 2017

– 37

0

– 37

Mutatie overlopende subsidie 2016, excl. BTW

17

0

17

       

Totaal beschikbaar voor ProRail in 2016, excl. BTW

958

14

972

       

Besteding ProRail in 2016, excl. BTW

986

13

999

       

Overbesteding ProRail in 2016, excl. BTW

28

– 1

27

Bron: jaarrapportage ProRail 2016

13.03 Aanleg spoor

Motivering

IenM is verantwoordelijk voor de uitbreiding van de hoofdspoorweginfrastructuur. Deze wordt in belangrijke mate gefinancierd met middelen uit de Rijksbegroting. Op dit artikelonderdeel worden alle uitgaven verantwoord die noodzakelijk zijn voor:

  • •  uitvoering van nieuwbouwprojecten spoor
  • •  voorbereiding van de uitvoering van deze projecten
  • •  door ProRail uit te voeren planuitwerkingen en verkenningen
  • •  door IenM uit te voeren planuitwerkingen en verkenningen.

Producten

13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer spoor

Projectoverzicht realisatieprogramma Personenvervoer (13.03.01) (bedragen x € 1 mln)
 

Kasbudget 2016

Projectbudget

Indienststelling

Toelichting

Begroting

Realisatie

Verschil

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 

Projectomschrijving

2016

   

2016

 

2016

   

Projecten nationaal

               

Benutten, betrouwbaarheid en capaciteit

               

ERTMS-pilot Amsterdam–Utrecht en expertisecentrum

1

0

– 1

9

9

2012–2015

2012–2015

 

Geluidsanering Spoorwegen

12

6

– 6

628

629

divers

divers

1)

Uitvoeringsprogramma geluid emplacementen (UPGE)

8

0

– 8

29

29

divers

divers

2)

Be- en bijsturing toekomst

 

5

5

 

15

 

2019

3)

Verbeteraanpak trein

 

10

10

 

54

 

2019

4)

Verbeteraanpak stations

 

2

2

 

13

 

2019

5)

Opstellen Reizigerstreinen Korte termijn

 

0

0

 

45

 

2020

6)

Vervolgfase Beter en Meer / Opstelcapaciteit

 

0

0

 

32

 

divers

7)

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

               

PHS Meteren–Boxtel

 

2

2

 

10

 

2017

8)

PHS DSSU (incl. voorinvestering)

90

59

– 31

316

314

2016

2017

9)

PHS Overweg Klompersteeg Veenendaal

 

0

0

 

9

 

2019

10)

PHS Rijswijk–Rotterdam

 

2

2

 

9

 

2023

11)

PHS Spooromgeving Geldermalsen

 

0

0

 

56

 

2021

12)

PHS Diezebrug

 

0

0

 

2

 

2013

13)

Stations en stationsaanpassingen

               

Cameratoezicht op stations

9

4

– 5

13

13

2017

2017

14)

Kleine stations

4

0

– 4

78

17

divers

divers

15)

Toegankelijkheid stations

35

28

– 7

504

488

divers

divers

16)

Overige projecten/programma's /lijndelen etc.

               

AKI-plan en veiligheidsknelpunten

16

5

– 11

392

392

divers

divers

17)

Niet Actief Beveiligde Overwegen (NaBo's)

 

0

0

 

10

 

divers

18)

Fietsparkeren bij stations

14

18

4

222

222

divers

divers

 

Nazorg gereedgekomen lijnen/halten

6

3

– 3

38

36

divers

divers

19)

Ontsnippering

12

4

– 8

82

79

divers

divers

20)

Programma Kleine Functiewijzigingen

46

31

– 15

506

374

divers

divers

21)

Punctualiteits-/capaciteitsknelpunten

28

12

– 16

252

179

divers

divers

22)

Aanleg ATBvv op A2 corridor en Brabantroute

6

4

– 2

19

20

2017

2017

 

Kleine projecten personenvervoer

4

3

– 1

18

24

divers

divers

 

Projecten Noordwest-Nederland

               

Amsterdam–Almere–Lelystad

               

OV SAAL korte termijn

145

113

– 32

777

742

2016

2016

23)

OV SAAL Naarden Bussum

 

1

1

 

24

 

2019

24)

Stations en stationsaanpassingen

               

Amsterdam CS, Cuypershal

6

2

– 4

26

26

2014–2016

2014–2018

25)

Amsterdam CS, Fietsenstalling

29

2

– 27

35

11

2016–2019

2016–2019

26)

OV-terminal stationsgebied Utrecht (VINEX/NSP)

65

27

– 38

412

411

2016

2016

27)

Overige projecten/lijndelen etc.

               

Regionet (inclusief verkeersmaatregelen Schiphol)

8

8

0

189

189

divers

divers

 

Spoorwegovergang Soestdijkseweg te Bilthoven

1

0

– 1

31

30

2013–2015

2013–2015

 

Vleuten–Geldermalsen 4/6 sporen (incl. RSS)

66

39

– 27

933

925

2005 e.v.

2005 e.v.

28)

Projecten Zuidwest-Nederland

               

Stations en stationsaanpassingen

               

Den Haag CS perronsporen 11 en 12

1

2

1

38

38

2020–2021

2020–2022

 

Overige projecten/lijndelen etc.

               

Rijswijk–Schiedam incl. spoorcorridor Delft

0

30

30

553

606

2015–2017

2015–2017

29)

Projecten Zuid-Nederland

               

Stations en stationsaanpassingen

               

Breda Centraal (t.b.v. NSP)

0

5

5

75

88

2016–2017

2016–2017

30)

Projecten Oost Nederland

               

Utrecht–Arnhem–Zevenaar

               

Arnhem Centraal (t.b.v. NSP)

4

2

– 2

108

108

2011–2015

2011–2015

 

Traject Oost uitv. convenant DMB

26

15

– 11

233

234

divers

divers

31)

Overige projecten/lijndelen etc.

               

Regionale lijnen Gelderland

6

3

– 3

18

17

divers

divers

 

Projecten Noord Nederland

               

Partiële spooruitbreiding Groningen–Leeuwarden

0

6

6

11

49

divers

divers

32)

Sporendriehoek Noord-Nederland

17

5

– 12

135

135

divers

divers

33)

Afrondingen

1

1

0

         

Totaal ProRail projecten

666

459

– 207

6.680

6.713

     

Overige (niet ProRail) projecten

   

0

         

Intensivering Spoor in steden (I)

15

4

– 11

244

244

   

34)

Spoorzone Ede

24

24

0

42

42

     

Totaal overige (niet ProRail) projecten

39

28

– 11

286

286

     

Totaal uitvoeringsprogramma

705

487

– 218

6.966

6.999

     

Realisatieuitgaven op IF 13.03.01 mbt planuitwerking

3

3

0

         

Afrekening voorschotten

 

50

50

         

Programma Realisatie (IF 13.03.01)

708

540

– 168

         

Budget Realisatie (IF 13.03.01)

672

540

– 132

         

Overprogrammering (–)

– 36

0

36

         

Toelichting:

  • Ad 1) 

    Geluidsanering Spoorwegen

    Om beter aan te sluiten bij de mogelijke prioritering binnen het programma is besloten om de engineering in twee fasen uit te voeren. Hierdoor verschuift een deel van de geplande uitgaven naar 2019 en verder. Daarnaast is er, als gevolg van wijzigingen in de regelgeving, sprake van een vertraging in de werkzaamheden van het akoestisch onderzoek waardoor werkzaamheden en uitgaven verschuiven van 2016 naar 2017.

  • Ad 2) 

    Uitvoeringsprogramma geluid emplacementen

    Als gevolg van vertragingen bij het verkrijgen van onherroepelijke milieuvergunningen in Maastricht en Dordrecht en een hoger beroep bij het verkrijgen van de vergunning voor Heerlen zijn de voor 2016 geplande (bouw)kosten van deze locaties verschoven naar 2017 en verder.

  • Ad 3) 

    Be- en Bijsturing Toekomst

    Programma is in 2016 nieuw opgenomen in het realisatieprogramma.

  • Ad 4) 

    Verbeteraanpak Trein

    Programma is in 2016 nieuw opgenomen in het realisatieprogramma.

  • Ad 5) 

    Verbeteraanpak Stations

    Programma is in 2016 nieuw opgenomen in het realisatieprogramma.

  • Ad 6) 

    Opstellen Reizigerstreinen Korte Termijn

    Programma is in 2016 nieuw opgenomen in het realisatieprogramma.

  • Ad 7) 

    Vervolgfase Beter en Meer / Opstelcapaciteit

    Programma is in 2016 nieuw opgenomen in het realisatieprogramma.

  • Ad 8) 

    PHS Meteren–Boxtel

    Programma is in 2016 nieuw opgenomen in het realisatieprogramma in verband met een faseovergang.

  • Ad 9) 

    PHS DSSU

    In de uitgavenraming 2016 was rekening gehouden met een aantal risico’s in de uitvoering vanwege de krappe planning en het grote aantal buitendienststellingen. Deze risicoreservering is slechts deels nodig geweest. Daarnaast bleek de (uitgaven)planning van de ondergrondse trillingsconstructie voor de Seringstraat te optimistisch ingeschat en is tevens sprake geweest van (aanbestedings)meevallers.

  • Ad 10) 

    PHS Overweg Klompersteeg Veenendaal

    Programma is in 2016 nieuw opgenomen in het realisatieprogramma in verband met een faseovergang.

  • Ad 11) 

    PHS Rijswijk–Rotterdam

    Programma is in 2016 nieuw opgenomen in het realisatieprogramma in verband met een faseovergang.

  • Ad 12) 

    PHS Spooromgeving Geldermalsen

    Programma is in 2016 nieuw opgenomen in het realisatieprogramma in verband met een faseovergang.

  • Ad 13) 

    PHS Diezebrug

    Dit project is in 2013 opgeleverd. Het budget was voorheen onderdeel van PHS DSSU.

  • Ad 14) 

    Cameratoezicht op stations

    Als gevolg van een vertraagde aanbesteding en een capaciteitstekort bij de uiteindelijke opdrachtnemer is een deel van de uitgaven verschoven van 2016 naar 2017 en 2018.

  • Ad 15) 

    Kleine Stations

    In het kader van de Herijking (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 A nr. 17, bijlage 6) zijn de voor dit programma gereserveerde gelden deels anders ingezet en zijn de resterende middelen verschoven in de tijd.

  • Ad 16) 

    Toegankelijkheid Stations

    Diverse bestemmingsplannen moesten worden aangepast en daarnaast worden op meerdere locaties de werkzaamheden gecombineerd met andere activiteiten op deze locaties waardoor de geplande uitgaven deels verschuiven naar latere jaren. De verlaging van het projectbudget betreft het saldo van een verwachte meevaller van € 31 miljoen en goedgekeurde scopeaanpassingen van € 14 miljoen. Zie voor verdere toelichting de Ontwerpbegroting 2017.

  • Ad 17) 

    AKI plan en veiligheidsknelpunten

    Als gevolg van het niet tijdig verkrijgen van Trein Vrije Perioden (TVP’s) benodigd voor de uitvoering van de projecten Diemen, Haren en Alkmaar en een moeizame grondverwerving bij de projecten Velsen en Sittard–Geleen (waarbij mogelijk onteigend gaat worden) zijn de uitgaven deels verschoven van 2016 naar 2017 en verder.

  • Ad 18) 

    Niet actief beveiligde overwegen

    Programma is nieuw opgenomen in het realisatieprogramma.

  • Ad 19) 

    Nazorg gereed gekomen lijnen en halten

    Uitgaven op de post Nazorg zijn in hun aard onzeker en hierdoor lastig te prognosticeren in een specifiek kasjaar. Het betreft een reservering voor met name afwikkeling van claims, geschillen, grond juridische zaken en geluidsanering.

  • Ad 20) 

    Ontsnippering

    Zowel planologische- als aanbestedingsprocedures en de hiermee samenhangende bestuurlijke besluitvorming duren langer dan eerder aangenomen waardoor de geplande uitgaven deels verschuiven naar latere jaren.

  • Ad 21) 

    Programma Kleine Functiewijzigingen

    Dit programma bestaat uit meerdere deelprogramma’s. De start van het deelprogramma «Emplacementen op orde» is verschoven van 2015 naar 2016 in verband met het niet verkrijgen van een geplande Trein Vrije Periode waardoor ook de geplande uitgaven verschuiven. Het deelproject «Watergraafsmeer» is on hold gezet in verband met enerzijds te dure en anderzijds te beperkt bruikbare uitvoeringsvarianten. Daarnaast is sprake geweest van gunstige aanbestedingsresultaten op diverse deelprojecten binnen dit programma.

  • Ad 22) 

    Punctualiteits- en capaciteitsknelpunten

    Dit programma bestaat uit meerdere deelprojecten. Naar aanleiding van het besluit de geografische afbakening van het OTB (Ontwerp Tracébesluit) voor het deelproject «Vrijleggen MerwedeLingelijn Geldermalsen» te verruimen verschoof de publicatie van het OTB en hiermee ook de grondverwerving en komt het project later in de realisatiefase. Daarnaast was in de uitgavenplanning rekening gehouden met uitgaven voor de deelprojecten Spooruitbreiding Amersfoort en Sporen in Den Bosch. Deze projecten zijn inclusief de voor nazorg benodigde budgetten (per 1 januari 2016) ondergebracht binnen de post Nazorg. De uitgaven voor deze projecten worden verantwoord op deze post.

  • Ad 23) 

    OV SAAL KT

    Het project is in zijn geheel in december 2016 in dienst gesteld. Nu alle grote werkzaamheden zijn afgerond, is het op basis van het resterende risicoprofiel mogelijk gebleken de uiteindelijk te verwachten kosten naar beneden bij te stellen. Binnen het projectdeel OV SAAL KT Cluster A loopt daarnaast het plaatsen van de geluidschermen in Almere vertraging op, waardoor uitgaven verschuiven naar 2017.

  • Ad 24) 

    OV SAAL Naarden–Bussum

    In 2016 is dit project overgegaan van de planuitwerkingsfase naar de realisatiefase.

  • Ad 25) 

    Amsterdam CS Cuypershal

    De business case voor de renovatie van het Cuypersgebouw (hal) en de Oostvleugel plus voor het aanbrengen van rijtuigkappen aan de voorgevel van station Amsterdam Centraal was niet sluitend. Om de scope van het Masterplan Stationseiland te kunnen realiseren is de business case sluitend gemaakt door versoberingen en aanvullende bijdragen vanuit ProRail (onder andere via beheer en instandhouding voor de renovatie). De aanbesteding is daarbij verschoven naar 2017.

  • Ad 26) 

    Amsterdam CS Fietsenstalling

    In 2015 is met Prorail, stadsregio en gemeente Amsterdam overeengekomen dat Prorail twee kleinere stallingen (ver)bouwt op spoorgrond en de gemeente één grote stalling op gemeentegrond. Er is daarom een bestuursovereenkomst gesloten met de stadsregio en de gemeente om overheveling van het voor deze stalling gereserveerde budget (€ 23,6 miljoen, inclusief BTW, prijspeil 2016) vanuit het Infrastructuurfonds naar de BDU mogelijk te maken. De overeenkomst is in december 2015 afgerond. Het was daarom niet meer mogelijk de procedure geheel af te handelen in 2015. In 2016 is de BDU-beschikking verleend en het toegekende budget wordt in 2017 uitgekeerd. Prorail heeft inmiddels een stalling gerealiseerd en de andere stalling wordt momenteel verbouwd; deze stalling zal in 2017 gerealiseerd zijn.

  • Ad 27) 

    OV Terminal stationsgebied Utrecht

    Onderdeel van de geplande uitgaven betreffen de gelden die door ProRail worden overgemaakt aan de gemeente Utrecht (zoals opgenomen in het addendum behorende bij de Uitvoeringsovereenkomst). Deze uitgaven zijn gekoppeld aan de voortgang/planning van het deel van het project dat door de gemeente wordt uitgevoerd. Bij dit gemeentelijke deel is vertraging ontstaan waardoor de gemeente minder geld bij ProRail heeft opgevraagd dan eerder aangenomen.

  • Ad 28) 

    Vleuten–Geldermalsen

    Dit project bestaat uit meerdere deelprojecten welke door ProRail worden uitgevoerd alsmede een reservering voor aanvragen vanuit de Regio. De aannemer heeft het termijnschema van het deelproject Utrecht–Amsterdam Rijnkanaal geactualiseerd waardoor geplande uitgaven zijn verschoven. Daarnaast is sprake van gunstig verlopen werkzaamheden op een aantal deelprojecten waardoor het ingeplande onvoorzien niet nodig bleek. In 2016 zijn minder aanvragen vanuit de regio gekomen dan gepland.

  • Ad 29) 

    Rijswijk–Schiedam

    In 2016 is een aanvullende beschikking verleend als gevolg van extra kosten voor het oplossen van de luchtdrukproblematiek, het uitblijven van afdoende rente-inkomsten uit het treasurybeleid van gemeente Delft, het sneller stijgen van de prijzen in de markt ten opzichte van de gebruikelijke prijsindexatie (IBOI) die het ministerie jaarlijks ontvangt en verstrekt aan ProRail en een aanvullende reservering voor onvoorziene risico’s tot einde werk. Een deel van deze aanvulling is gerealiseerd in 2016. Zie voor meer informatie de brief die is verstuurd aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2015–2016 34 300 A nr. 71).

  • Ad 30) 

    NSP Breda

    In 2016 is een aanvullende beschikking verleend in verband met het afhandelen van een claim van de aannemerscombinatie voor meerwerk en vertragingskosten, extra bouwkosten en het aanvullen van de post onvoorzien voor risico’s tot het einde van het project. Zie voor meer informatie de brief die is verstuurd aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 984 A, nr. 624).

  • Ad 31) 

    Traject Oost

    Dit project bestaat uit meerdere deelprojecten. De lagere realisatie wordt voornamelijk verklaard doordat er sprake was van het al in 2016 kunnen starten met de uitvoering van het deelproject Driebergen–Zeist. Uiteindelijk bleek dit niet mogelijk omdat niet kon worden voldaan aan de startvoorwaarden voor de aanbesteding (goede kwaliteit aanbestedingsdossier, conditionering tijdig gereed, gronden tijdig verworven en voldoende voorbereidingstijd voor de aannemer), waardoor moest worden teruggevallen op de oorspronkelijke indienststellingsdatum en de uitgavenplanning hierop moest worden aangepast.

  • Ad 32) 

    Partiële spooruitbreiding Groningen–Leeuwarden

    In de Ontwerpbegroting 2016 was voor het realisatieproject nog geen budget opgenomen. Het budget voor het realisatieproject was geraamd onder artikel 14.03.01 als onderdeel van het RSP programma. In verband met het afgeven van de eerste realisatiebeschikking is bij Eerste suppletoire begroting 2016 in totaal € 37,4 miljoen overgeboekt naar IF 13.03.01 waar de uitgaven voor dit project worden verantwoord.

  • Ad 33) 

    Sporendriehoek Noord Nederland

    Dit programma bestaat uit meerdere deelprojecten. De lagere realisatie 2016 wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de uitvoeringsbeslissing voor de overweg Heerenveen Rotstergaatseweg later is genomen dan eerder aangenomen en de in 2016 geprognosticeerde uitgaven voor het deelproject Sporen in Assen voornamelijk ten laste van de Provincie zijn gebracht (via het Provinciefonds).

  • Ad 34) 

    Intensivering Spoor in Steden

    IenM is voor de uitputting van het budget volledig afhankelijk van gemeenten die, om voor een uitkering in aanmerking te komen, eerst een startverklaring moeten indienen. In 2016 is een uitkering tijdig aangevraagd en zijn drie aanvragen te laat in december binnengekomen om nog in 2016 financieel afgehandeld te kunnen worden waardoor de betaling verschuift naar begin 2017.

13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer spoor

Projectoverzicht realisatieprogramma Goederenvervoer (13.03.02) (bedragen x € 1 mln)
 

Kasbudget 2016

Projectbudget

Indienststelling

Toelichting

Begroting

Realisatie

Verschil

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 

Projectomschrijving

2016

   

2016

 

2016

   

ProRail Projecten

               

Projecten nationaal

               

PAGE risico reductie

3

0

– 3

18

19

divers

divers

1)

Optimalisering Goederencorridor Rotterdam–Genua

34

9

– 25

173

175

2014 e.v.

2014 e.v.

2)

Programma Emplacementen op orde

 

0

0

 

58

 

2020

3)

Kleine projecten goederenvervoer

 

1

1

 

4

 

divers

4)

Projecten Zuidwest-Nederland

               

Geluidmaatregelen Zeeuwselijn

7

1

– 6

27

27

2014–2017

2014–2017

5)

Spooraansluiting 2e Maasvlakte achterlandverbinding

6

1

– 5

217

218

2014 e.v.

2014 e.v.

6)

Projecten Zuid-Nederland

               

Venlo Logistiek multimodaal knooppunt

 

0

0

 

30

 

2019

7)

Projecten Oost Nederland

               

Uitv.progr Goederenroute Elst–Deventer–Twente (NaNov)

11

3

– 8

138

138

divers

2020

8)

Overige projecten

               

Nazorg gereedgekomen projecten

0

0

0

2

1

divers

divers

 

Afrondingen

 

1

1

         

Totaal ProRail Projecten

61

16

– 45

575

670

     

Overige (niet ProRail) Projecten

0

0

0

         

Programma Realisatie (IF 13.03.02)

61

16

– 45

         

Planuitwerkingskosten realisatieprogramma t.l.v. IF 13.03.02

– 8

– 4

4

         

Afrekening voorschotten

 

9

9

         

Programma Realisatie (IF 13.03.02)

53

21

– 32

         

Budget Realisatie (IF 13.03.02)

53

21

– 32

         

Overprogrammering (–)

 

0

0

         

Toelichting:

  • Ad 1) 

    Page risico reductie

    Dit programma bestaat uit meerdere deelprojecten. In de planning voor 2016 was rekening gehouden met uitgaven voor het deelproject Sittard Chemelot. De provincie Limburg heeft echter geen subsidieaanvraag ingediend, omdat het in 2016 duidelijk werd dat de gemeenten en de provincie het nut en de noodzaak van dit project (en hun financiële bijdrage hieraan) willen heroverwegen.

  • Ad 2) 

    Corridor Rotterdam–Genua

    Dit programma bestaat uit meerdere deelprojecten. De lagere realisatie wordt voornamelijk verklaard door vertraging op het deelproject Zevenaar–Grens derde spoor. Met de aanleg van het derde spoor is later begonnen in verband met de latere oplevering dan gepland van de 25 kV. Ook de zetting van het bed kost meer tijd dan aangenomen. De oplevering van het derde spoor vertraagt hierdoor van 2017 naar 2018.

  • Ad 3) 

    Programma Emplacementen op orde

    Programma is in 2016 nieuw opgenomen in het realisatieprogramma.

  • Ad 4) 

    Kleine Projecten Goederenvervoer

    In verband met het afgeven van de realisatiebeschikking ontsporingsgeleiding Zwijndrecht–Dordrecht is het project overgeboekt vanuit planstudieprogramma naar het realisatieprogramma en gelet op de omvang ondergebracht onder de post Kleine Projecten.

  • Ad 5) 

    Geluidmaatregelen Zeeuwse lijn

    De lagere realisatie in 2016 wordt veroorzaakt door vertraging in de aanleg van de geluidschermen. Voor het plaatsen van de geluidschermen bleek meer grondverwerving nodig dan eerder aangenomen. Daarnaast was er sprake van aanvullende welstandeisen tijdens de behandeling van de omgevingsvergunningen waardoor de omgevingsvergunningen later zijn verkregen dan gepland.

  • Ad 6) 

    Spooraansluiting Maasvlakte

    Dit programma bestaat uit meerdere deelprojecten. Het deelproject Emplacement Maasvlakte West is afgerond en het in 2016 geplande onvoorzien bleek niet meer nodig. Daarnaast heeft nog geen besluitvorming plaatsgevonden over de definitieve scope voor het deelproject Spooraansluiting Tweede Maasvlakte achterlandverbinding waardoor de geplande uitgaven verschuiven. Zo kost de uitwerking van de herinrichting emplacement Waalhaven Zuid vanwege de complexe problematiek meer tijd.

  • Ad 7) 

    Venlo Logistiek Multimodaal Knooppunt

    Programma is in 2016 nieuw opgenomen in het realisatieprogramma.

  • Ad 8) 

    Uitvoeringsprogramma Goederenroute–Elst–Deventer–Twente (NaNOV)

    Dit programma bestaat uit meerdere deelprojecten. Binnen het deelproject Nanov tweede fase bleek het mogelijk nog in 2015 meerwerk af te wikkelen en is voor het onderdeel Zutphen nog een buitendienststelling in november 2016 nodig gebleken waardoor de financiële afhandeling verschuift naar 2017. Met betrekking tot het deelproject Deventer Oostriklaan bleken een aantal zaken, welke nog voor de aanbesteding geregeld dienden te zijn, niet op orde (nog niet alle gronden waren in bezit, het fiat voor de onttrekking van de overwegen aan de openbaarheid ontbrak en de definitieve overeenkomst tussen ProRail en de gemeente nam meer tijd in beslag) waardoor de geplande uitgaven naar achteren zijn verschoven in de tijd.

13.03.04 Planuitwerkingsprogramma personenvervoer

Projectoverzicht planuitwerkingsprogramma Personenvervoer (13.03.04) (bedragen x € 1 mln)
 

Projectbudget

Planning

 
     

PB of TB

Indienststelling

Toelichting

 

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 

Projectomschrijving

2016

 

2016

 

2016

   

Verplicht

             

Realisatieuitgaven op IF 13.03.01 mbt planuitwerkingsprojecten

– 33

– 14

         

Projecten Nationaal

             

Kleine projecten Personenvervoer

5

8

   

divers

divers

1)

Reservering opbouw compensatie NS

158

159

   

divers

divers

 

Reizigersfonds

 

1

     

nvt

2)

Projecten Oost-Nederland

             

Quick scan decentraal spoor Gelderland

15

18

   

2011–2017

2011–2018

3)

Zwolle–Herfte

190

197

   

2017–2021

2017–2021

4)

Gebonden

             

Projecten Nationaal

             

Grensoverschrijdend Spoorvervoer

61

61

   

divers

divers

 

Beter Benutten Decentraal Spoor (Decentraal Spoor, fase 2 (NMCA))

85

64

   

divers

divers

5)

Programma Hoogfrequent Spoor (PHS)

2.437

2.440

   

divers

divers

6)

Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO)

203

193

   

divers

divers

7)

Projecten Noordwest-Nederland

             

OV Schiphol–Amsterdam–Almere–Lelystad

404

341

     

divers

8)

Bestemd

10

23

         

Projecten in voorbereiding

             

Overige projecten in voorbereiding

             

Gesignaleerde risico's

             

Totaal planuitwerkingsprogramma

3.535

3.491

         

Begroting (IF 13.03.04)

3.535

3.491

         

Toelichting:

  • Ad 1) 

    Kleine projecten personenvervoer

    In het Notaoverleg MIRT van 23 november 2015 is besloten om € 2,6 miljoen vrij te maken voor een aantal specifiek benoemde studies en is het budget opgehoogd met € 3,8 miljoen ter dekking van overige spoorgerelateerde studieopdrachten voor de komende jaren (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 A, nr. 58).

  • Ad 2) 

    Reizigersfonds

    Dit project is in 2016 nieuw opgenomen in het realisatieprogramma.

  • Ad 3) 

    Quick scan decentraal spoor oost Nederland

    Het planstudiebudget is verhoogd met € 2 miljoen in verband met de bijdrage van de Provincie Gelderland voor de Valleilijn. Daarnaast is € 1 miljoen toegevoegd vanuit het realisatieprogramma in verband met meevallende kosten.

  • Ad 4) 

    Zwolle–Herfte

    Het projectbudget is verhoogd in verband met de bijdragen vanuit Beter Benutten (€ 3,7 miljoen) en de provincie Overijssel (€ 3,7 miljoen) voor de aanleg van een extra perronspoor.

  • Ad 5) 

    Beter Benutten Decentraal Spoorvervoer

    Vanuit dit projectbudget is € 15,2 miljoen uitgekeerd via het Provincie- en BTW compensatiefonds. Daarnaast is € 3,7 miljoen overgeboekt naar project Zwolle-Herfte ten behoeve van de aanleg van een extra perronspoor en is conform de toezegging in het AO spoor van 19 november 2015 € 3 miljoen overgeboekt ten behoeve van de financiering van het Informatiesysteem Gevaarlijke Stoffen (IGS).

  • Ad 6) 

    Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

    Op het projectbudget PHS hebben meerdere mutaties plaatsgevonden; het projectbudget is verhoogd met € 22 miljoen vanuit het programma Kleine functiewijzigingen gelet op de opgave om PHS op de corridor Den Haag-Rotterdam te realiseren (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 A nr. 17, bijlage 6). Daarnaast is het budget verhoogd met € 3,5 miljoen zijnde de bijdrage van de gemeente Geldermalsen (naar aanleiding van de op 17 februari 2016 gesloten Bestuursovereenkomst Spooromgeving Geldermalsen) en met € 4 miljoen als gevolg van de prijsindexatie. Bovendien is € 42 miljoen overgeboekt naar het realisatieprogramma in verband met het afgeven van de realisatiebeschikking PHS Ede, € 9,4 miljoen in verband met het afgeven van de realisatiebeschikking Rijswijk Delft Zuid, € 8,7 miljoen voor de realisatiebeschikking PHS Overweg Veenendaal de Klomp en € 9,9 miljoen voor de realisatiebeschikking PHS Meteren-Boxtel. Zie voor meer informatie de brief aan de Tweede Kamer met de Twaalfde Voortgangsrapportage PHS (Kamerstukken II 2016–2017, 32 404, nr. 79).

  • Ad 7) 

    Programma Landelijk Verbeterprogramma Overwegen

    Op het programmabudget is € 10 miljoen overgeboekt naar het realisatieprogramma ter financiering van de aanpak van Niet Actief Beveiligde Overwegen (programma NABO).

  • Ad 8) 

    OV SAAL MLT

    De binnen dit projectbudget gereserveerde gelden voor beheer, onderhoud en vervanging OV SAAL KT van € 29 miljoen zijn overgeboekt naar artikelonderdeel 13.02 Beheer, onderhoud en vervanging. Daarnaast is € 7,5 miljoen via de BDU overgemaakt aan de (per 1 januari 2017) Vervoerregio Amsterdam voor de overweg Ouddiemerlaan in Diemen, € 9 miljoen aan de Provincie Noord Holland, waarmee de regio zelf kan bepalen hoe de gelden zo efficiënt en kosteneffectief mogelijk worden ingezet voor maatregelen op de SAAL corridor ten behoeve van de hoogfrequente dienstregeling, € 0,3 miljoen via het Gemeentefonds aan de gemeente Weesp om vooruitlopend op de uitvoering van OV SAAL maatregelen, maatregelen te realiseren in het stationsgebied voor de hoogfrequente SAAL dienstregeling. Tot slot is naar aanleiding van genoemde mutaties € 3,5 miljoen gestort in het BTW-compensatiefonds.

13.03.05 Planuitwerkingsprogramma goederenvervoer

Projectoverzicht planuitwerkingsprogramma Goederenvervoer (13.03.05) (bedragen x € 1 mln)
 

Projectbudget

Planning

 
     

PB of TB

Indienststelling

Toelichting

 

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 

Projectomschrijving

2016

 

2016

 

2016

   

Verplicht

             

Planuitwerkingskosten van realisatieprogramma IF 13.03.02

13

9

         

Projecten Nationaal

             

Kleine projecten Goederenvervoer

17

12

   

divers

divers

1)

Gebonden

             

Projecten Zuidwest-Nederland

             

Calandbrug

158

159

   

2020

2020

 

Bestemd

             

Projecten in voorbereiding

             

Overige projecten in voorbereiding

             

Gesignaleerde Risico's

             

Totaal planuitwerkingsprogramma

188

180

         

Begroting (IF 13.03.05)

188

180

         

Toelichting:

  • Ad 1) 

    Kleine projecten Goederenvervoer

    In verband met het afgeven van de realisatiebeschikking Ontsporingsgeleiding Zwijndrecht–Dordrecht is € 4,4 miljoen overgeboekt vanuit het planstudiebudget Externe Veiligheid Drechtsteden (onderdeel van de post Kleine Projecten) naar het realisatieprogramma.

13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

De Staat betaalt voor de beschikbaarheid van de HSL-infrastructuur, zoals deze door het consortium Infraspeed is ontworpen, gebouwd (enkel de bovenbouw) en wordt onderhouden (onder- en bovenbouw), conform de contractuele overeenkomst tussen beide partijen. Het contractbeheer wordt uitgevoerd door ProRail, onder regie van IenM.

Producten

Projectoverzicht Geïntegreerde contractvormen Spoorwegen (13.04) (bedragen x € 1 mln)
 

Kasbudget 2016

Projectbudget

 

Begroting

Realisatie

Verschil

Huidig

Vorig

Beschikbaarheidsvergoeding

150

150

0

3.626

3.626

Belastingaanpassingen

3

0

– 3

62

62

Renteaanpassingen

0

– 19

– 19

– 118

– 118

Wijzigingsopdrachten en diverse afrekeningen

4

4

0

66

66

Totaal

157

135

– 22

3.636

3.636

Als gevolg van de lage rentestand zijn de uitgaven in 2016 € 19 miljoen lager uitgevallen dan begroot. De afwikkeling van de belastingaanpassingen tussen IenM, Infraspeed en de Belastingdienst is doorgeschoven naar 2017.

13.07 Rente en Aflossing

Motivering

Onder deze categorie uitgaven vallen de rente en aflossing van de bij ProRail uitstaande leningen, waarmee in het verleden spoorinfrastructuur gefinancierd is.

Producten

Rente en aflossing (13.07) (bedragen x € 1 mln)
 

Kasbudget 2016

 

Begroting

Realisatie

Verschil

Rente

17

17

0

Aflossing

0

0

0

Totaal

17

17

0

13.08 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte verantwoord. Per saldo is in 2016 € 5 miljoen vanuit de investeringsruimte aan diverse projecten en programma’s toegevoegd. Bij de Tweede suppletoire begroting 2016 werd geen nieuwe dekking vanuit de investeringsruimte voorzien en is de resterende € 13 miljoen via het voordelig saldo 2016 afgeboekt.

13.09 Ontvangsten

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derdepartijen voor spooruitgaven verantwoord. De gebruiksvergoeding die vervoerders betalen wordt door ProRail vastgesteld en geïnd (zie artikelonderdeel 13.02) en wordt daarom gesaldeerd met de uitgaven opgenomen in de begroting.

Producten

Ontvangsten Spoorwegen (13.09) (bedragen x € 1 mln)
 

Kasbudget 2016

 

Begroting

Realisatie

Verschil

Concessievergoedingen NS (incl. prestatieboete)

173

170

– 3

Afrekeningen ProRail

0

178

178

Projectbijdragen decentrale overheden

127

0

– 127

Totaal

300

348

48

De subsidievaststelling ProRail 2015 voor kapitaallasten en onderhoud heeft geleid tot een afrekening van € 114 miljoen. Daarnaast is er voor € 64 miljoen met ProRail afgerekend met betrekking tot MIRT-projecten. Van deze € 178 miljoen is € 136 miljoen toegevoegd aan de betreffende budgetten (nog uit te voeren werkzaamheden BOV en MIRT-projecten) en is € 42 miljoen toegevoegd aan de investeringsruimte spoorwegen (vervallen werkzaamheden en meevallers).

De bijdragen van Noord-Brabant en Vught ten behoeve van het PHS-project (€ 127 miljoen) zijn doorgeschoven naar het jaar 2018.

Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur

Omschrijving van de samenhang met het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van regionale/lokale infrastructuur, de impulsen inzake de Regionale Mobiliteitsfondsen en het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP-ZZL) toegelicht. De producten van dit artikel zijn gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de Begroting Hoofdstuk XII 2016 bij beleidsartikel 15 OV-keten.

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (bedragen x € 1.000)

14. Regionaal, lokale infrastructuur

Realisatie

Begroting

Verschil

 
 

2012

2013

2014

2015

2016

2016

2016

 

Verplichtingen

65.062

602.679

240.876

2.994

113.677

182.873

– 69.196

1)

Uitgaven

238.852

215.678

163.374

134.964

141.544

278.714

– 137.170

 

14.01 Grote regionaal/lokale projecten

142.033

58.664

149.178

128.685

100.603

133.159

– 32.556

 

14.01.02 Planuitw.progr. Reg/lok

0

0

11.159

25

0

22.868

– 22.868

2)

14.01.03 Realisatieprogr. Reg/lok

142.033

58.664

138.019

128.633

100.603

113.210

– 12.607

3)

14.01.04 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

– 2.919

2.919

 

14.02 Regionale Mob. Fondsen

41.580

45.185

9.334

0

0

0

0

 

14.03 RSP – ZZL: Pakket Bereikbaarheid

55.239

111.829

4.862

6.306

40.941

145.555

– 104.614

 

14.03.01 RSP – ZZL: RB projecten

2.539

3.432

4.862

6.306

4.891

93.298

– 88.407

4)

14.03.02 RSP – ZZL: RB mob.fondsen

52.700

108.397

0

0

36.050

36.050

0

 

14.03.03 RSP – ZZL: REP

0

0

0

0

0

16.207

– 16.207

5)

14.09 Ontvangsten

0

0

1.210

844

175

0

175

 

Financiële toelichting

  • Ad 1)  In 2016 is gelet op de voortgang van het RSP-programma het verplichtingenbudget met € 80 miljoen verhoogd. Daarnaast heeft op het RSP-programma in 2016 budgetoverheveling plaatsgevonden naar het Provinciefonds, Gemeentefonds en BTW-compensatiefonds waardoor zowel de kas als de verplichting in 2016 is verlaagd (– € 148 miljoen). Tot slot zijn diverse discrepanties opgetreden van per saldo – € 1 miljoen.
  • Ad 2)  Op dit artikelonderdeel is in 2016 sprake van een onderprogrammering van € 18 miljoen. Daarnaast zijn in verband met de fase overgang van de Amstelveenlijn de voor dit project geraamde uitgaven (€ 5 miljoen) overgeboekt van het planstudieartikel (artikelonderdeel 14.01.02) naar het realisatieartikel (artikelonderdeel 14.01.03).
  • Ad 3)  In verband met de fase overgang van de Amstelveenlijn zijn de voor dit project geraamde uitgaven (€ 5 miljoen) overgeboekt van het planstudieartikel (artikelonderdeel 14.01.02) naar het realisatieartikel (artikelonderdeel 14.01.03). Door de voorspoedige realisatie van het project A12/A20 Parallelstructuur Gouwe zijn in 2016 meer mijlpaalbetalingen gerealiseerd dan geprognosticeerd (€ 12 miljoen). Tot slot is het project HOV NET vertraagd waardoor de voor 2016 geplande mijlpaal niet gerealiseerd (€ 29 miljoen).
  • Ad 4)  In 2016 is gelet op de voortgang van het RSP-programma € 80 miljoen aan uitgaven verschoven van 2017 naar 2016. Daarnaast heeft in 2016 budgetoverheveling plaatsgevonden naar het Provinciefonds (€ 102 miljoen), Gemeentefonds (€ 23 miljoen) en BTW-compensatiefonds (€ 6 miljoen). Voorts is in verband met het afgeven van de realisatiebeschikking voor Groningen–Leeuwarden in 2016 € 26 miljoen overgeboekt naar artikel 13 Spoorwegen. Tot slot is er sprake van lagere uitgaven bij de projecten Sporen in Assen (€ 8 miljoen) en Leeuwarden Werpsterhoek (€ 5 miljoen).
  • Ad 5)  Voor een toelichting op deze verschillen wordt verwezen naar de specifieke toelichtingen (per project) bij deze artikelonderdelen.

14.01 Grote regionale/lokale projecten

Motivering

Binnen dit artikel zijn de budgetten opgenomen voor de aanlegprojecten waarvoor een aparte projectsubsidie wordt of is verleend. Om in aanmerking te komen voor een aparte projectsubsidie moeten de kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger zijn dan de grenswaarden voor de ontvangers buiten de G3 (de drie grote steden) en voor de G3 (respectievelijk € 112,5 miljoen en € 225 miljoen) en moet het project passen binnen de beleidsdoelstellingen voor regionale bereikbaarheid zoals verwoord in het jaarverslag Hoofdstuk XII 2016 bij beleidsartikelen 14 Wegen en verkeersveiligheid en 15 OV-keten.

Producten

Algemeen

Regionale/lokale projecten worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de regionale overheid. IenM levert een bijdrage in de aanlegkosten van die projecten. Dit betekent ook dat de uitvoeringsperiode van een project niet gelijk hoeft te lopen met de periode waarin de rijksbijdrage beschikbaar komt in het MIRT.

Verkenningen

Voor regionale/lokale infrastructuurprojecten is geen apart verkenningenprogramma opgenomen in het MIRT. In de begroting zijn dan ook geen middelen voor dit product opgenomen. De verkenningen worden onder verantwoordelijkheid van de regionale overheid uitgevoerd en pas na toetsing al dan niet opgenomen in het planuitwerkingsprogramma.

14.01.02 Planuitwerkingsprogramma regionaal/lokaal

Projectoverzicht planuitwerkingsprogramma Regionaal, lokale infrastructuur (14.01.02) (bedragen x € 1 mln)
 

Projectbudget

Planning

 
     

PB of TB

Openstelling

Toelichting

 

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 

Projectomschrijving

2016

 

2016

 

2016

   

Verplicht

             

Gebonden

             

Projecten Noordwest-Nederland

             

Ombouw Amstelveenlijn

77

     

2020

 

1)

Projecten Zuid-Nederland

             

Verkeersruit Eindhoven (Noordoostcorridor)

272

         

2)

Bestemd

51

48

         

Projecten in voorbereiding

             

Overige projecten in voorbereiding

             

Gesignaleerde risico's

             

Afronding

             

Programma

400

48

         

Begroting (IF 14.01.02)

400

48

         

Toelichting:

  • Ad 1) 

    Ombouw Amstelveenlijn

    Het project Ombouw Amstelveenlijn is in 2016 overgegaan van planuitwerkingsprogramma (14.01.02) naar realisatieprogramma (14.01.03).

  • Ad 2) 

    Verkeersruit Eindhoven (Noordoostcorridor)

    Zoals gemeld in de begroting 2017 is het project Verkeersruit Eindhoven niet voortgezet (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 A, nr. 16).

14.01.03 Realisatieprogramma regionaal/lokaal

Hieronder vallen de uitgaven (subsidies) voor de realisatie van grote infrastructuurprojecten die door derden worden aangelegd.

Projectoverzicht realisatieprogramma Regionaal, lokale infrastructuur (14.01.03) (bedragen x € 1 mln)
 

Kasbudget 2016

Projectbudget

Openstelling

Toelichting

Begroting

Realisatie

Verschil

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 

Projectomschrijving

2016

   

2016

 

2016

   

Projecten Noordwest-Nederland

               

Noord/Zuidlijn Noord-WTC

44

43

– 1

1.186

1.186

2017

2017

 

Utrecht Tram naar De Uithof

4

4

0

110

110

2018

2018

 

Ombouw Amstelveenlijn

 

5

5

 

77

 

2020

1)

Projecten Zuidwest-Nederland

               

A12/A20 Parallelstructuur Gouwe

27

39

12

112

101

Regio

Regio

2)

HOV netwerk Zuid-Holland Noord (voorheen Rijn-Gouwelijn)

29

 

– 29

203

203

2018

2020

3)

Rotterdamsebaan

0

 

0

305

306

Regio

Regio

 

Randstadrail (incl. voorbereidingskosten en aanlanding RR op Den Haag HSE)

9

9

0

894

894

2006–2016

2016

 

Afronding

0

1

1

         

Programma Realisatie (IF 14.01.03)

113

101

– 12

2.810

2.877

     

Budget Realisatie (IF 14.01.03)

113

101

– 12

         

Overprogrammering (–)

0

0

0

         

Toelichting:

  • Ad 1) 

    Ombouw Amstelveenlijn

    Het project Ombouw Amstelveenlijn is in 2016 overgegaan van planuitwerkingsprogramma (14.01.02) naar realisatieprogramma (14.01.03).

  • Ad 2) 

    A12/A20 Parallelstructuur Gouwe

    Door de voorspoedige realisatie van het project A12/A20 Parallelstructuur Gouwe zijn in 2016 meer mijlpaalbetalingen gerealiseerd dan geprognosticeerd. Daarnaast is in verband met de (met de realisatie samenhangende) storting in het BTW compensatiefonds het projectbudget verlaagd.

  • Ad 3) 

    HOV Net Zuid Holland Noord

    Dit project bestaat uit drie onderdelen (Leiden–Katwijk, Leiden–Utrecht en Gouda–Alphen aan den Rijn). Het project heeft vertraging opgelopen in de uitvoering waardoor geen mijlpalen in 2016 zijn gedeclareerd. De realisatie van Leiden–Katwijk hangt samen met het project Rijnlandroute waarvoor onlangs de aannemer is geselecteerd. De Provincie, NS en Prorail voeren nog overleg over de bedieningsgarantie op Leiden–Utrecht en de daarmee gepaarde exploitatiekosten, die nu hoger worden geraamd dan aanvankelijk was geprognosticeerd. Daarmee loopt het project vertraging op. De realisatie van Leiden–Utrecht is vertraagd vanwege onduidelijkheid over de bedieningsgarantie. Hierover vindt afstemming plaats tussen de provincie Zuid-Holland, Prorail en NS. De realisatie van Gouda–Alphen aan den Rijn is vertraagd, maar is inmiddels gestart.

14.01.04 Investeringsruimte

Motivering

In 2016 is besloten om de resterende Investeringsruimte Regionaal/Lokaal over te hevelen naar de Investeringsruimte Spoorwegen en de Investeringsruimte Hoofdwegennet zodat men beter in staat is een integrale afweging te maken. Indien een regio aanspraak wil maken op een subsidie voor een groot regionaal/lokaal project zal dit worden afgewogen tegenover andere investeringen vanuit artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 13 Spoorwegen. Zie ook Ontwerpbegroting 2017 voor een nadere toelichting.

14.02 Regionale mobiliteitsfondsen

Motivering

In 2016 zijn conform de begroting geen uitgaven gedaan op dit artikelonderdeel.

14.03 RSP Zuiderzeelijn, pakket Regionale Bereikbaarheid

Motivering

Betreft het RSP-convenant Rijk-regio (Kamerstukken II 2007–2008 27 658, nr. 43)2. Het pakket omvat projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid (concrete bereikbaarheidsprojecten en regionaal mobiliteitsfonds) en een Ruimtelijk Economisch Programma (REP).

Producten

Projectoverzicht Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (14.03) (bedragen x € 1 mln)
 

Kasbudget 2016

Projectbudget

Openstelling

Toelichting

Begroting

Realisatie

Verschil

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 

Projectomschrijving

2016

   

2016

 

2016

   

Projecten Noord-Nederland

               
14.03.01 Concrete bereikbaarheidsprojecten12

93

5

– 88

417

249

   

1)

14.03.02 Regionaal Mobiliteitsfonds

36

36

0

534

535

     

14.03.03 Ruimtelijk economisch programma

16

0

– 16

82

65

   

2)

Afronding

1

 

– 1

 

– 1

     

Begroting (IF 14.03)

146

41

– 105

1.033

848

     
LMCA Spoor: spoordriehoek3

17

5

– 12

135

135

   

3)

Totale rijksbijdrage Noord-Nederland

162

46

– 117

1.168

983

     

Noot 1: Het betreft de volgende projecten: A7 Zuidelijke Ringweg Groningen (ZRG) fase 2; Bereikbaarheid Leeuwarden; Bereikbaarheid Assen; N50 Ramspol-Ens en Openbaar vervoer/spoor. De totale rijksbijdrage is inclusief € 200 miljoen uit het MIRT ten behoeve van de A7 ZRG fase 2.

Noot 2: Uit het regionaal mobiliteitsfonds wordt een bijdrage van € 100 miljoen (prijspeil 2007) geleverd aan de concrete projecten. Deze bijdrage vervalt, indien na realisatie van de concrete projecten is gebleken dat deze bijdrage niet nodig is.

Noot 3: Betreft Pakket Noorden, hetgeen op artikel 13 is opgenomen.

Toelichting:

  • Ad 1) 

    Concrete bereikbaarheidsprojecten

    De lagere realisatie 2016 wordt veroorzaakt doordat het binnen het RSP geraamde project Assen wordt gefinancierd via de gemeente Assen. Daarnaast hebben uitkeringen plaatsgevonden in 2016 via zowel Provincie-, Gemeente- en het BTW compensatiefonds waarvoor uitgaven weliswaar geraamd worden op dit artikelonderdeel maar de verantwoording plaatsvindt via de genoemde fondsen.

  • Ad 2) 

    Ruimtelijk economisch programma

    De REP-middelen worden via het Provinciefonds uitgekeerd.

  • Ad 3) 

    LMCA Spoor: spoordriehoek

    Zie toelichting bij artikelonderdeel 13.03.

Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

Omschrijving van de samenhang met het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Rijksvaarwegen verantwoord. Dit betreffen de onderdelen verkeersmanagement, beheer en onderhoud, aanleg, netwerkgebonden kosten en de investeringsruimte. De realisatie van de doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in het jaarverslag van Hoofdstuk XII 2016 en vinden hun oorsprong in de SVIR en de Nota Mobiliteit (NoMo) (Kamerstukken II 2004–2005 29 644, nr. 6). Het artikel Hoofdvaarwegennet op het Infrastructuurfonds is gerelateerd aan beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens op de begroting van Hoofdstuk XII.

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (bedragen x € 1.000)

15. Hoofdvaarwegennet

Realisatie

Begroting

Verschil

 
 

2012

2013

2014

2015

2016

2016

2016

 

Verplichtingen

679.932

818.272

468.336

1.660.126

1.392.685

1.131.208

261.477

1)

Uitgaven

823.026

864.431

894.465

871.615

861.930

854.411

7.519

 

15.01 Verkeersmanagement

19.525

13.722

13.986

7.545

8.428

8.412

16

 

15.02 Beheer, onderhoud en vervanging

308.851

304.567

363.939

401.328

410.159

411.347

– 1.188

 

15.02.01 Beheer en onderhoud

136.650

183.968

202.742

208.340

310.851

288.426

22.425

2)

15.02.02 Servicepakket B&O

110.847

0

0

0

0

0

0

 

15.02.04 Vervanging

61.354

120.599

161.197

192.988

99.308

122.921

– 23.613

3)

15.03 Aanleg

226.954

290.785

269.264

210.556

124.309

141.226

– 16.917

 

15.03.01 Realisatie

226.954

287.424

264.018

196.320

119.948

122.646

– 2.698

 

15.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen

0

3.361

5.246

14.236

4.361

18.580

– 14.219

4)

15.04 Geïntegreerde Contractvormen/PPS

0

0

0

679

11.565

6.184

5.381

5)

15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN

256.760

255.357

247.276

251.507

307.469

301.578

5.891

 

15.06.01 Apparaatskosten RWS

244.421

242.391

233.811

225.493

278.244

271.463

6.781

6)

15.06.02 Overige netwerkgebonden kosten

12.339

12.966

13.465

26.014

29.225

30.115

– 890

 

15.07 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

– 14.336

14.336

7)

15.09 Ontvangsten

51.704

10.853

48.344

213.179

94.081

32.620

61.461

8)

Financiële toelichting

  • Ad 1) 

    De hogere verplichtingen worden voornamelijk veroorzaakt door:

    • –  Contract close op de projecten Lekkanaal: 3e kolk Beatrixsluis en verbreding kanaalzijde/uitbreiding ligplaatsen (€ 197,5 miljoen) en Capaciteitsuitbreiding sluis Eefde (€ 144,6 miljoen)
    • –  Beheer en Onderhoud Hoofdvaarwegennet (€ 23,6 miljoen) voornamelijk als gevolg van schadevaren waarvan de kosten niet volledig door verzekeraars worden gedekt.
    • –  Nieuwe Sluis Terneuzen (€ 21,1 miljoen) voornamelijk als gevolg van een administratieve correctie.
    • –  Zeetoegang IJmond (€ 19,7 miljoen) door onder meer extra aangetroffen kabels, leidingen en andere obstakels in de grond zitten dan voorzien.
    • –  Wilhelminakanaal Tilburg (€ 18,6 miljoen) onder meer als gevolg van de geohydrologische problemen.

    Hier staan lagere verplichtingen tegenover op Vervanging en renovatie (€ – 123,4 miljoen) onder meer als gevolg van verschuiving van groot onderhoud van stuwen binnen het project RINK Limburg en de Toekomstvisie Waal (€ – 63,2 miljoen) door het aansluiten van de verplichtingen op de (geactualiseerde) planningen van de projecten.

  • Ad 2)  De hogere realisatie is voornamelijk het gevolg van hogere kosten voor schadevaren (€ 30 miljoen). De bedragen die RWS ontvangt van schippers en hun verzekeringsmaatschappijen voor schades die zij veroorzaken aan (objecten in) de vaarweg zijn niet toereikend om de kosten van deze schades te dekken. Hier staan lagere realisaties tegenover met betrekking tot het project 3e Kolk Beatrixsluis (€ – 2,3 miljoen). Dit project is budgettair overgeheveld naar het geïntegreerde contracten artikel voor DBFM-conversie. Daarnaast is een bijdrage overgeboekt aan het Ministerie van Defensie voor Kustwacht Noodsleephulp (€ – 3,4 miljoen). Tenslotte neemt het budget af door enkele kasschuiven (€ – 1,9 miljoen).
  • Ad 3)  De lagere uitgaven worden grotendeel verklaard door temporisering op het project Risico Inventarisatie Natte Kunstwerken (RINK) Limburg (€ 14,4 miljoen) doordat de maatregelen voor Krabbersgat en Nijkerkerkersluis in 2017 worden opgestart en door vertraging binnen het project Modernisering Objecten Bediening Zeeland (MOBZ) (€ 3,1 miljoen).
  • Ad 4)  De lagere realisatie wordt met name veroorzaakt door vertraging bij het project Lichteren IJmuiden en het feit dat de projecten Twentekanalen fase 2, ligplaatsen Beneden-Lek en Toekomstvisie Waal/deelproject Tuindorp in 2016 naar realisatie zijn gegaan, waarbij de uitgaven op artikel 15.03.01 plaatsvinden. Ten slotte is is € 2,5 miljoen naar het Gemeentefonds overgeboekt voor een bijdrage aan de gemeente Nieuwegein voor de landschappelijke inpassing van de Nieuwe Hollandse Waterlinie op het bedrijvenpark «Het Klooster» in Nieuwegein. Hierin begrepen is de bijdrage vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed.
  • Ad 5)  De hogere realisatie wordt voornamelijk veroorzaakt door de afgeronde DBFM-aanbesteding Zeetoegang IJmond en 3e Kolk Beatrixsluis waarvoor middelen aan geïntegreerde contractvormen zijn toegevoegd (€ 9,7 miljoen). Hiertegenover staat een lagere realisatie bij sluis Limmel door een kasschuif om de budgetten aan te laten sluiten bij de geactualiseerde planning (€ – 4,3 miljoen).
  • Ad 6)  De hogere apparaatskosten worden veroorzaakt door de structurele verwerking van het loonruimteakkoord 2015, de loon-/prijsbijstelling 2016 en de compensatie van herstelopslag werkgeverslasten ABP.
  • Ad 7)  De minregel als gevolg van het niet (volledig) toekennen van de prijscompensatie 2013 en 2014 is vanuit de Investeringsruime in 2016 bij Miljoenennota ingevuld.
  • Ad 8)  De hogere ontvangsten hebben voornamelijk betrekking op het project Nieuwe Sluis Terneuzen waarvoor een bijdrage van € 59,5 miljoen is ontvangen van Vlaanderen.

15.01 Verkeersmanagement

Motivering

De activiteiten binnen verkeersmanagement worden uitgevoerd om een vlotter en veiliger scheepvaartverkeer op het hoofdvaarwegennet te realiseren.

Voor de periode 2013–2016 zijn met RWS ten behoeve van het verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud prestatieafspraken gemaakt en zijn indicatoren opgesteld om beter aan te sluiten op de beleidsdoelen.

Producten

Bij verkeersmanagement gaat het voornamelijk om de volgende activiteiten:

  • –  Verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering;
  • –  Monitoring en informatieverstrekking;
  • –  Vergunningverlening en handhaving;
  • –  Crisisbeheersing en preventie.

Voor de bediening van sluizen en beweegbare bruggen wordt gewerkt aan de invulling van de rijkstaakstelling op het apparaat (vanuit Rutte 1) van 17,5% zoals deze voor alle uitvoerende taken van RWS wordt ingevuld. In bestuurlijk overleg zijn afspraken gemaakt die in 2014 zijn uitgewerkt en, waar nodig, in overleg met de sector aangepast. Doelstelling van het nieuwe bedienregime is voor alle vaarwegen tot een optimale invulling van de taakstelling te komen. In het «vergezicht bediening sluizen en bruggen» (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300, nr. A56) is opgenomen hoe er op de midden en lange termijn met bediening wordt omgegaan. Samenwerking met andere vaarwegbeheerders is hierin opgenomen. Uitgangspunt is dat de belangrijkste verbindingen op het internationaal kernnet goederenvervoer en de hoofdvaarwegen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarover de grootste volumes worden vervoerd, prioriteit blijven houden.

Meetbare gegevens

Specificatie bedieningsareaal

Eenheid

2014

2015

Begroot2016

Realisatie 2016

Begeleide vaarweg (1)

km

594

594

594

592

Bediende objecten (2)

aantal

251

245

248

244

Bron: Rijkswaterstaat, 2016

Toelichting:

  • Ad 1) 

    Alleen de vaarwegen die vanuit vaste verkeersposten worden begeleid, zijn in het hierboven opgenomen areaal meegeteld. De vaarwegen in beheer bij RWS die met patrouillevaartuigen worden bestreken zijn niet meegerekend.

    Door met name kleine fysieke wijzigingen bij de Waddenzee en de Westerschelde is de lengte voor deze vaarwegen iets afgenomen.

  • Ad 2) 

    In 2016 is de beweegbare brug bij de Volkeraksluizen overgegaan van nat beheer naar droog beheer. Daarmee is het aantal bediende objecten in 2016 met één afgenomen. De voorziene overdracht van de schutsluis op het Wilhelminakanaal Tilburg is uitgesteld tot 2017.

    Het aantal bediende objecten is meer afgenomen dan in de begroting 2016 was voorzien. Dit is met name door een grotere omvang van de overdracht van de bediening van de traverse van de Zuid-Willemsvaart aan ’s-Hertogenbosch, zoals vermeld in het jaarverslag 2015.

    De indicator passeertijden sluizen is opgenomen in beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens in de begroting van Hoofdstuk XII.

15.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Beheer en onderhoud wordt uitgevoerd om het hoofdvaarwegennet in een staat te houden, die noodzakelijk is voor het faciliteren van vlot, veilig, duurzaam en efficiënt vervoer van goederen. Wat betreft de vervanging voert RWS nader onderzoek uit, waarmee steeds concreter wordt, wanneer kunstwerken in aanmerking komen voor vervanging of renovatie en wat de precieze omvang van de problematiek is.

Producten

Met het budget voor beheer en onderhoud is het hoofdvaarwegennet en de directe omgeving daarvan, in 2016 op een niveau gehouden om de bedrijfszekerheid voldoende te waarborgen.

Dit heeft plaatsgevonden via preventief beheer en onderhoud. Daarnaast heeft correctief onderhoud plaatsgevonden, wanneer de beheerder geconfronteerd werd met onverwacht functieverlies en aan de gebruiker ongewild minder service kon worden geboden (stremmingen, beperkingen). Zowel het preventief als het correctief onderhoud valt onder Beheer en Onderhoud.

De activiteiten waren erop gericht, om de scheepvaart (beroeps- en recreatievaart) zo goed mogelijk te faciliteren. Het betrof maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven. Daarnaast betrof het maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen te laten functioneren. Om verkeersoverlast tot een minimum te beperken, worden de werkzaamheden goed afgestemd; zowel onderling als met werkzaamheden die voortkomen uit het aanlegprogramma en/of het hoofdwatersysteem.

15.02.01 Beheer en Onderhoud

De in de bijlage instandhouding bij de ontwerpbegroting 2017 van het Infrastructuurfonds (Kamerstukken II 2016–2017 34 550 A, nr. 2) geschetste aanpak voor het in stand houden van de infrastructuur leidt er toe dat de planning van onderhoudswerkzaamheden flexibel van aard is. Met uitstel en vervroegen van onderhoud wordt beoogd om efficiënter en met minder hinder te werken. Doordat er minder afsluitingen nodig zijn bij combineren van werkzaamheden wordt de hinder voor de gebruiker beperkt en is het in de meeste gevallen goedkoper doordat de kosten hiervan voor een deel worden vermeden.

Het bepalen van de omvang van het uitgesteld onderhoud is geoperationaliseerd door te kijken welke onderhoudsmaatregelen per 1 januari 2017 een geadviseerd onderhoudsmoment hadden in 2016 of eerder. De omvang van het uitgesteld onderhoud beloopt voor het hoofdvaarwegennet: € 244 miljoen per 1 januari 2017. Er is sprake van uitgesteld onderhoud, omdat:

  • •  er in veel gevallen mogelijkheden zijn om werkzaamheden te combineren met andere onderhouds- en aanlegmaatregelen, waardoor een deel later wordt uitgevoerd.
  • •  er als gevolg van de hoge gemiddelde leeftijd van het vaarwegenareaal na inspecties aanpassingen en optimalisaties aan de orde kunnen zijn en deze inspectieresultaten vervolgens moeten worden meegenomen in de planning van het onderhoud.

De keuze tot uitstel van onderhoud wordt gebaseerd op informatie uit risicogestuurde inspecties waarmee de werkelijke staat van objecten wordt bijgehouden. Uitgangpunt is dat de assets blijven voldoen aan geldende veiligheidsnormen en/of prestatieafspraken. De komende jaren wordt de omvang van het uitgesteld onderhoud jaarlijks gemonitord. Na een aantal jaren kan dan worden bezien of er een norm uit af te leiden valt hoeveel uitgesteld onderhoud acceptabel is. Dit past in de lijn die is uitgedragen in de bestuurlijke reactie op het rapport van de Algemene Rekenkamer over de Instandhouding van het Hoofdwatersysteem dat eerst ervaring wordt opgedaan en dat inzichtelijke informatie werkende weg zal worden aangescherpt.

Voor het bepalen van de omvang van het achterstallig onderhoud is van de uitgestelde onderhoudsmaatregelen beoordeeld of de assets niet meer voldoen aan de geldende veiligheidsnormen en/of prestatieafspraken. De omvang van het achterstallig onderhoud beloopt per 1 januari 2017 voor het hoofdvaarwegennet: € 24 miljoen.

Achterstallig onderhoud wordt direct aangepakt indien dit noodzakelijk is voor het veilig functioneren van de netwerken.

Het uitgestelde en achterstallige onderhoud loopt mee in de programmering van de noodzakelijke werkzaamheden in de opeenvolgende service level agreements.

Kustwacht

De Kustwacht Nederland is een organisatie met eigen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De directeur Kustwacht maakt jaarlijks een Activiteitenplan en Begroting (APB) en legt dit voor aan de raad voor de kustwacht. De ministerraad stelt het APB vervolgens vast.

De directeur Kustwacht heeft onvoorwaardelijke zeggenschap over vier schepen, die (vrijwel) full time kustwachttaken uitvoeren. Daarnaast heeft de directeur trekkingsrechten voor een aantal dagen per jaar op schepen van de Rijksrederij en schepen, vliegtuigen en helikopters van het Ministerie van Defensie.

De Minister van IenM is als coördinerend Minister voor Noordzee-aangelegenheden verantwoordelijk voor het proces van totstandkoming van geïntegreerd beleid en het activiteitenplan en de begroting voor de Noordzee.

Overdracht Brokx-Nat

De nog over te dragen vaarwegen in het kader van Brokx-nat zijn in beeld gebracht in een eindbalans, op basis waarvan de Tweede Kamer in 2002 is geïnformeerd (Kamerstukken II, 2002–2003, 28 600 XII, nr. 17). Nog slechts enkele kleinschalige verplichtingen resteren, die op dit artikel worden geboekt.

Meetbare gegevens

Beheer en onderhoud kent het volgende areaal:

Areaal

Eenheid

2014

2015

Begroot2016

Realisatie 2016

Vaarwegen

km

6.975

7.004

6.972

7.004

Bron: Rijkswaterstaat, 2016

Toelichting:

Het areaal bestaat enerzijds uit de hoofdtransportassen (HTA), hoofdvaarwegen (HVW) en overige vaarwegen (OVW), die voor de binnenvaart in beheer zijn bij RWS en die in totaal 3.460 kilometer meten en anderzijds het aantal kilometer zeecorridors en zeetoegangsgeulen van in totaal 3.544 kilometer.

De lengte van vaarwegen is in 2016 toegenomen. Dit is met name het gevolg van de in 2015 doorgevoerde wijzigingen in de zeecorridors rond de Waddeneilanden.

Indicatoren Beheer en Onderhoud

Indicator

2014

2015

streefwaarde 2016

Realisatie 2016 (%)

Gerealiseerd 2016 uren gestremd

Technische Beschikbaarheid (1) (gehele areaal)

99,3%

98,9%

99,0%

99,6%

n.v.t.

Geplande stremmingen (2) (gehele areaal)

0,2%

0,9%

0,8%

0,2%

1.271

Ongeplande stremmingen (3) (gehele areaal)

0,5%

0,2%

0,2%

0,1%

762

Bron: Rijkswaterstaat, 2016

Toelichting:

  • Ad 1)  De technische beschikbaarheid geeft aan in welke mate het vaarwegennet beschikbaar is voor veilig gebruik. In 2016 wordt met 99,6% beschikbaarheid een gunstige score behaald, die boven de streefwaarde van 99% ligt.
  • Ad 2) 

    De geplande en ongeplande stremmingen geven een beeld van de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de sluizen en bruggen op deze vaarwegen. De percentages zijn berekend door de stremmingen af te zetten tegen de totale bedientijd van deze objecten.

    Voor de geplande stremmingen ligt de gerealiseerde score voor het gehele areaal onder, en daarmee gunstiger dan, de streefwaarde.

  • Ad 3)  De ongeplande stremmingen voor het gehele areaal liggen met 0,1% onder de streefwaarde.

15.02.04 Vervanging

De veiligheid en de beschikbaarheid van het hoofdvaarwegennet moeten in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien.

Vervangingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vervanging en Renovatie. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid van het hoofdvaarwegennet. De projecten in het Programma verlengen de levensduur van de kunstwerken zodat de veiligheid en de beschikbaarheid van de bestaande infrastructuur in stand wordt gehouden. Het resterende deel van het Plan van Aanpak Beheer en Onderhoud (Impuls) en het programma NoMo achterstallig onderhoud vaarwegen (NoMo AOV), is in het programma vervangingen en renovaties opgenomen en onderdeel van onderstaande tabel met een overzicht van objecten die worden aangepakt.

Meetbare gegevens

Vaarweg

Objecten/maatregel

Uitvoeringsperiode Begroting 2016

Uitvoeringsperiode Ultimo 2016

Rotterdam-België/ Zeeland (MOBZ)

Modernisering Object Bediening Zeeland (MOBZ): Rotterdam–België/ Zeeland: renovatie o.a. Volkeraksluizen en baggeren (impuls)

2019

2017 (1)

Utrecht

IMPULS/NoMo AOV: Renovatie stalen boogbruggen Amsterdam–Rijnkanaal (KARGO)

2016

Gereed

Zeeland

NoMo AOV: Onderhoud damwanden en vaarwegen Zeeland

2017

2017

Amsterdam-Rijnkanaal

NoMo AOV: Oevers Amsterdam–Rijnkanaal (damwanden en meerplaatsen)

2016

Gereed

Diverse

NoMo AOV: Achterstallig basisonderhoud diverse regio’s

2016

Gereed (2)

Brabantse kanalen

NoMo AOV: Onderhoud oevers en bodems Brabantse kanalen

2016

Gereed

Zuid-Holland

NoMo AOV: Onderhoud Oevers en bodems vaarwegen Zuid Holland

2016

Gereed

Maasroute

NoMo AOV: Onderhoud Oevers en bodems Maasroute

2016

Gereed (3)

Noord-Holland

NoMo AOV: Aanpassing bodembescherming, sluizen en bruggen en overige kunstwerken i.v.m. hogere belasting Noord-Holland

2016

2017 (4)

Oost-Nederland

NoMo AOV: Onderhoud vaargeulen NederRijn, IJssel, Twentekanalen/Meppelerdiep en Zwarte Water

2018/2020

2018/2020

IJsselmeergebied

Nijkerkerbrug

2017

2018 (5)

IJsselmeergebied

Rink-maatregelen IJsselmeergebied

2018

2018

Utrecht

RINK-maatregelen Utrecht

2016

2017 (6)

Limburg

RINK-maatregelen Limburg

2018

2018

Zeeland

RINK-maatregelen Zeeland

2016

2017 (7)

Bron: Rijkswaterstaat

  • Ad 1)  Zoals gemeld bij begroting 2017 (MIRT overzicht) bestaat Modernisering Objectbediening Zeeland (MOBZ) uit verschillende aspecten en is financieel ondergebracht bij Vervanging & Renovatie, het beheer en onderhoud en NoMo AOV. Het eerste deel wordt opgeleverd in 2017.
  • Ad 2)  Scopeonderdelen zijn nog niet allemaal afgerond. De Voorsluis Eefde en de Sluizen Delden en Hengelo schuiven door naar programmaonderdeel Oost-Nederland.
  • Ad 3)  Zoals gemeld bij begroting 2017 worden op verzoek van onder andere de gemeente Stein onderhoudswerkzaamheden aan de brug Berg eerder uitgevoerd. De maatregelen aan de brug Urmond in het pakket van Limburgse maatregelen worden hiervoor getemporiseerd.
  • Ad 4)  Zoals gemeld bij begroting 2017 leidt het verwerken van de nieuwe inzichten op het besturingssysteem van objecten in het Noordzeekanaal tot extra werkzaamheden. In combinatie met meerdere werkzaamheden rond de sluizen bij IJmuiden en een beperkt seizoen waarin werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd, schuift de oplevering van de Noord-Hollandse maatregelen van 2016 naar 2017.
  • Ad 5)  Vertraging door meer tijd benodigd voor de uitvoering en een andere marktbenadering, conform kamervraagbeantwoording (zie vraagnummer 2016Z08844).
  • Ad 6)  De Muntbrug is gereed (2016), de Koninginnesluis is vertraagd door extra herstelwerkzaamheden conform begroting 2017 (MIRT overzicht).
  • Ad 7)  Een deel van de RINK maatregelen in Zeeland is vanuit efficiency ondergebracht in contract Variabele Maatregelen Sluizencomplex Terneuzen dat een latere oplevering kent.

15.03 Aanleg

Motivering

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor de aanleg- en planuitwerking activiteiten bij het hoofdvaarwegen netwerk.

15.03.01 Realisatie

Producten

Mijlpalen Realisatieprojecten

In 2016 zijn de volgende mijlpalen gerealiseerd:

Hoofdvaarwegennet

Mijlpaal

Project

Start realisatie

– Lekkanaal: 3e kolk Beatrixsluis

– Verruiming vaarweg Eemshaven-Noordzee

Openstelling

– Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Rijn-Scheldeverbinding

– Projecten in het kader van Quick-wins regeling Binnenhavens

 

– Breeddiep (onderdeel Project Mainportontwikkeling Rotterdam)

 

– Ligplaatsen Amsterdam-Rijnkanaal Zuid (nieuw)

Toelichting:

Ten opzichte van de begroting is op de volgende projecten vertraging opgetreden in de start realisatie/openstelling:

  • •  De start realisatie Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden-Lek is een half jaar vertraagd tot 2017 door latere grondaankoop en doordat de gemeente nog geen besluit heeft genomen over het verplaatsen van de veerstoep.
  • •  Openstelling De Zaan (Wilhelminasluis) is nog niet bereikt, door een geschil met de aannemer over onvoorziene zaken.
  • •  Openstelling Wilhelminakanaal Tilburg is vertraagd. De oorspronkelijke scope wordt aangepast als gevolg van geohydrologische problemen. De hiermee samenhangende afbouw van het project wordt in 2017 gerealiseerd en kan de nieuwe sluis III in gebruik worden genomen.

Projectoverzicht realisatieprogramma Hoofdvaarwegennet (15.03.01) (bedragen x € 1 mln.)

Projectoverzicht realisatieprogramma Hoofdvaarwegennet (15.03.01) (bedragen x € 1 mln)
 

Kasbudget 2016

Projectbudget

Openstelling

Toelichting

Begroting

Realisatie

Verschil

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 

Projectomschrijving

2016

   

2016

 

2016

   

Projecten Nationaal

               

Quick Wins Binnenhavens

2

1

– 1

63

61

2009–2016

2009–2016

 

Impuls Dynamisch Verkeersmanagement Vaarwegen

6

7

1

99

97

2015

2015

 

Subsidieprogr. Zeehaveninnovatieproj. voor Duurzaamheid (ZIP)

 

0

0

5

4

2015

2016

 

Walradarsystemen

 

1

1

24

25

divers

2018

 

Beter Benutten

1

0

– 1

20

20

     

Projecten Noordwest-Nederland

               

Amsterdam-Rijnkanaal, verwijderen keersluis Zeeburg

     

14

 

2015

   

De Zaan (Wilhelminasluis)

 

0

0

13

13

2016–2017

2017

 

Lekkanaal: 3e kolk Beatrixsluis en verbreding kanaalzijde/uitbreiding ligplaatsen

15

   

234

 

2020

 

1)

Projecten Zuidwest-Nederland

               

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Rijn Scheldeverbinding

 

1

1

2

2

2016

2016

2)

Nieuwe Sluis Terneuzen

 

20

20

 

999

 

2022

3)

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden-Lek

 

0

0

 

12

 

2019

 

Quick wins Volkeraksluizen

 

0

0

3

3

2016–2017

2017

 

Projecten Zuid-Nederland

               

Wilhelminakanaal Tilburg

5

17

12

81

82

2016

ntb

4)

Zuid-Willemsvaart; aanleg Maximakanaal en opwaardering tot Veghel

3

11

8

454

430

2015

2015

5)

Maasroute, modernisering fase 2

34

24

– 10

636

628

2018

2018

6)

Bouw 4e sluiskolk Ternaaien

     

10

 

2015

   

Projecten Oost Nederland

               

Vaarweg Meppel–Ramspol (keersluis Zwartsluis)

Vaarweg Meppel–Ramspol

(keersluis Zwartsluis)

10

11

1

64

64

2017

2017

 

Capaciteitsuitbreiding sluis Eefde

 

5

5

 

83

 

2020

7)

Verruiming Twentekanalen fase 2

 

1

1

 

37

 

2019

8)

Projecten Noord-Nederland

               

Vaarweg Lemmer–Delfzijl fase 1; verbetering tot klasse Va

 

2

2

284

284

2017

2017

 

Verruiming vaarweg Eemshaven-Noordzee

21

5

– 16

30

30

2017

2017

9)

Overige projecten

 

0

0

         

Amendement ligplaatsen (Lemmer–Delfzijl en ARK)

     

6

 

divers

   

Kleine projecten / Afronding projecten

1

1

0

3

4

     

Afronding

 

1

1

         

Totaal uitvoeringsprogramma

98

108

10

2.045

2.878

     

Realisatieuitgaven op IF 15.03.01 mbt planuitwerking

25

2

– 23

         

Realisatieuitgaven op IF 15.03.01 mbt geintegreerde contractvormen

 

10

10

         

Programma Realisatie (IF 15.03.01)

123

120

– 3

         

Begroting Realisatie (IF 15.03.01)

123

120

– 3

         

Overprogrammering (–)

0

0

0

         
  • Ad 1)  Dit project is in 2016 overgegaan naar de geïntegreerde contractvormen.
  • Ad 2)  Door eerdere vertraging zijn betalingen uit 2015 doorgeschoven en betaald in 2016.
  • Ad 3)  In 2016 is dit project overgegaan van de planuitwerkingsfase naar de realisatiefase.
  • Ad 4)  De scope is gewijzigd waardoor het werk tussentijds wordt afgebouwd op kanaalpeil –0,30m. De tussentijdse afbouw leidt tot hogere kosten. De nieuwe sluis wordt medio 2017 in gebruik genomen.
  • Ad 5)  De hogere dan voorziene uitgaven zijn het gevolg van de afhandeling van de kosten die samenhangen met de afronding van het project.
  • Ad 6)  Als gevolg van een aangepaste planning en bijbehorend betalingsritme zijn er middelen naar latere jaren geschoven.
  • Ad 7)  Het budget is ter voorbereiding van een geïntegreerde contractvorm vanuit Maasroute modernisering fase 2 overgeboekt.
  • Ad 8)  In 2016 is een partieel uitvoeringsbesluit genomen waardoor dit projecttgedeelte van de planuitwerkingsfase naar de realisatiefase is overgegaan.
  • Ad 9)  In het voorjaar van 2016 is het project gegund. Op basis van een geactualiseerde planning is vervolgens het budget via een kasschuif in de goede jaren gezet.

15.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen

Projectoverzicht Verkenningen en planuitwerkingen Hoofdvaarwegennet (15.03.02) (bedragen x € 1 mln)
 

Projectbudget

Planning

 
     

TB

Openstelling

Toelichting

 

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 

Projectomschrijving

2016

 

2016

 

2016

   

Verplicht

             

Realisatieuitgaven op IF 15.03.01 mbt planuitwerkingsprojecten

– 75

– 23

   

nvt

nvt

1)

Projecten Noordwest-Nederland

             

Zeetoegang IJmond

660

 

2015

 

2019

 

2)

Projecten Zuidwest-Nederland

             

Nieuwe sluis Terneuzen

294

 

2016

 

2021

 

3)

Max. bijdr. Aan Vlaanderen kanaalaanp. tbv zeesluis

165

 

nvt

 

nnb

   

Projecten Noord-Nederland

             

Vaarweg Lemmer–Delfzijl fase 2

102

102

2015

 

2023

2023–2025

4)

Gebonden

             

Projecten Nationaal

             

Bijdrage aan agentschap tbv planuitwerkingen

19

14

         

Projecten Noordwest-Nederland

             

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Amsterdam–Lemmer

6

6

   

2025–2027

2025–2027

 

Lichteren buitenhaven IJmuiden

65

65

2016

2017

2018

2019

5)

Vaarweg IJsselmeer–Meppel

36

36

   

2023

2023

 

Projecten Zuidwest-Nederland

             

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden-Lek

12

 

2015

2016

2017

 

6)

Capaciteitsuitbreiding overnachtingplaatsen Merwedes

20

20

2016

2019

na 2017

2021

7)

Verkeerssituatie splitsing Hollandsch Diep–Dordtsche Kil

10

10

2010

 

2025–2027

2025–2027

 

Capaciteit Volkeraksluizen

152

152

   

2024–2026

2024–2026

 

Projecten Oost-Nederland

             

Bovenloop IJssel (IJsselkop tot Zutphen)

36

36

   

2026–2028

2026–2028

 

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen IJssel

28

28

2018

2018

2019–2020

2019–2020

 

Toekomstvisie Waal

131

131

2016

2016

2019–2020

2019–2021

8)

Capaciteitsuitbreiding sluis Eefde

75

 

2015

 

2019–2020

 

9)

Verruiming Twentekanalen fase 2

27

 

2015

 

2018–2020

 

10)

Bestemd

499

492

         

Projecten in voorbereiding

             

Projecten Nationaal

             

Reservering consequenties areaaluitbreiding op beheer en onderhoud

             

Projecten Noordwest-Nederland

           

2)

Reservering BTW Zeetoegang IJmond

       

2025–2028 (Rijksd.)

   

Projecten Zuidwest-Nederland

             

Kreekraksluizen

       

2026–2028

2026–2028

 

Projecten Oost-Nederland

             

Verkenning IJssel fase 2

       

2028

2028

 

Reservering garantstelling Twentekanalen

       

2018–2020

2018–2020

 

Overige projecten in voorbereiding

             

Gesignaleerde risico's

             

Totaal programma planuitwerking en verkenning

2.262

1.069

         

Begroting (IF 15.03.02)

2.262

1.069

         
  • Ad 1)  Het verschil wordt verklaard doordat enkele projecten zijn overgegaan naar de realisatiefase.
  • Ad 2)  Het project Zeetoegang IJmond is in 2016 van de planuitwerking- naar de realisatiefase gegaan.
  • Ad 3)  Het project Nieuwe sluis Terneuzen is in 2016 van de planuitwerking- naar de realisatiefase gegaan. De maximale bijdrage aan Vlaanderen t.b.v. zeesluis is geïntegreerd in het project Nieuwe sluis Terneuzen en is tegelijkertijd naar de realisatiefase gegaan.
  • Ad 4)  Vanwege een bijdrage aan rijksbrede taakstellingen en het beheersbaar houden van de kasproblematiek was aanpassing van de kasreeks voor het project Lemmer–Delfzijl, fase 2, nodig, waardoor de openstelling is vertraagd.
  • Ad 5)  Bij het project Lichteren IJmuiden is vertraging in de planning opgetreden omdat het combineren van de lichterlocatie met nieuwe havenontwikkeling wordt vertraagd door veranderende marktomstandigheden in met name het kolentransport en de staalindustrie.
  • Ad 6)  Het project Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden-Lek is in 2016 van de planuitwerking- naar de realisatiefase gegaan.
  • Ad 7)  Bij het project Overnachtingshavens Merwedes is vertraging ontstaan door gebrek aan bestuurlijk draagvlak in de regio voor extra overnachtingsplaatsen.
  • Ad 8)  Bij het project Toekomstvisie Waal zijn de projectbeslissingen voor de deelprojecten overnachtingshavens Haaften, Tuindorp en Beijenwaard genomen. De verwerking hiervan vindt plaats in de komende begroting.
  • Ad 9)  Het project Sluis Eefde is in 2016 van de planuitwerking- naar de realisatiefase gegaan.
  • Ad 10)  Het project Twentekanalen fase 2 is in 2016 van de planuitwerking- naar de realisatiefase gegaan.

15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

Bij infrastructuurprojecten boven het drempelbedrag van € 60 miljoen en huisvestingsprojecten boven de € 25 miljoen wordt middels een Publiek Private Comparator (PPC) getoetst of een DBFM-contract meerwaarde op kan leveren. Infrastructuurprojecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, onderhoud en financiering) aan een private Opdrachtnemer. In plaats van een product wordt een dienst uitgevraagd, te weten de beschikbaarheid van de infrastructuur. De betaling voor deze dienst vindt plaats aan de hand van de overeengekomen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheid. De beschikbaarheidsvergoeding wordt pas uitgekeerd na oplevering van het project; tijdens de bouw dient de DBFM-Opdrachtnemer daarom zelf de financiering te regelen. Omdat het project gefinancierd is door banken en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financiers op de private Opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren: op tijd en binnen de geraamde kosten. Een lager prestatieniveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zekerstellen. In de bouwfase is doorgaans wel sprake van een gedeeltelijke betaling (de partiële beschikbaarheidsvergoeding) als sprake is van de uitbreiding van een bestaande weg die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor het wegverkeer. Bij openstelling van de vaarweg wordt overgegaan naar een volledige beschikbaarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbesteding resulteert in een meerjarige verplichting van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project. Op dit begrotingsartikel bestaat daarmee geen enkele budgetflexibiliteit. Slechts bij onderpresteren van de opdrachtnemer kunnen boetes en kortingen worden aangebracht.

De verplichting aan de DBFM-Opdrachtnemer vervalt aan het einde van de looptijd van het contract waarna het beheer en onderhoud van deze wegvakken terugkomen bij RWS en de bijbehorende budgetten gaan vallen onder het reguliere onderhoudsartikel (artikelonderdeel 15.02 Beheer, Onderhoud en Vervanging). Pas aan het einde van de looptijd kan de definitieve meerwaarde van de PPS-contractvorm worden bepaald en geconcludeerd of binnen het meerjarig budget is gebleven. Het eerste DBFM-contract loopt af in 2022: de N31 Leeuwarden–Drachten.

Inmiddels is wel duidelijk dat mijlpalen rond tijdige beschikbaarheid bij deze projecten gehaald zijn. Zo zijn in 2016 conform planning voltooiingscertificaten afgegeven voor de A12 Veenendaal–Ede–Grijsoord en de A15 Maasvlakte–Vaanplein. Ook de hoeveelheid meerwerk gedurende de bouwfase is beperkt gebleven. In de DBFM(O)-Voortgangsrapportage 2016–2017 zijn indicatoren opgenomen om de prestaties van (het contractmanagement van) DBFM te monitoren. Het gaat daarbij om prestatie indicatoren zoals tijdigheid (openstelling van het project), beschikbaarheid, wijzigingen en kortingen. Het kabinet heeft daarbij de ambitie geformuleerd om de KPI’s verder uit te breiden en te ontwikkelen, de komende jaren te monitoren en de trendontwikkeling te analyseren.

In de Voortgangsrapportage is ook aangegeven dat de risicoverdeling in het standaardcontract mogelijk op een aantal punten zal worden bijgesteld ten aanzien van enkele specifieke risico’s, zoals het management van stakeholders, waarmee marktpartijen in het verleden op moeilijkheden stuitten. Eerder was al besloten om niet langer gebruik te maken van lijstrisico’s. Op deze wijze wordt proactief gezocht naar een betere verdeling van de risico’s, waarbij alle betrokkenen hun mogelijkheden inbrengen om risico’s zo veel mogelijk te beperken.

De Brief Prioritering Investeringen Mobiliteit en Water (Kamerstukken II 2010–2011 32 500 A, nr. 83) bevat een lijst van in totaal tien potentiële DBFM-projecten op het hoofdvaarwegennet. Al deze projecten worden getoetst aan kwalitatieve criteria en op mogelijke financiële meerwaarde. In de Voortgangsrapportage DBFM(O) wordt periodiek gerapporteerd over de DBFM-dealflow op langere termijn (meest recente voortgangsrapportage DBFM(O): Kamerstukken II 2016–2017 28 753, nr. 43).

Producten

Op dit moment zijn er nog geen DBFM-projecten op het hoofdvaarwegennet gerealiseerd. In 2013 is het DBFM Sluizenprogramma in werking gesteld, waar de volgende projecten in ondergebracht zijn: Sluis Limmel, 3e Kolk Beatrixsluis, Sluis bij Eefde en Zeetoegang IJmond. Het contract voor de Sluis Limmel is het eerste project uit het DBFM Sluizenprogramma en is in 2014 afgesloten.

Het DBFM-contract voor de Zeetoegang IJmond is in september 2015 getekend, en dat voor de 3e Kolk Beatrixsluis begin 2016. Deze projecten verkeren in de bouwfase en kennen een partiële beschikbaarheidsvergoeding. De volledige beschikbaarheidsvergoeding wordt na openstelling betaald. De looptijd van deze contracten varieert; in onderstaand projectenoverzicht is zichtbaar wanneer de contracten eindigen.

De aanbesteding van de Sluis bij Eefde is in volle gang. De DBFM-conversie, overheveling van de begrotingsbedragen vanuit de budgetten voor aanleg (artikelonderdeel 12.03) en onderhoud (artikelonderdeel 12.02) naar dit begrotingsartikel, zal pas plaatsvinden na «Financial close» van dit project.

Projectoverzicht Geïntegreerde contractvormen Hoofdvaarwegennet (15.04) (bedragen x € 1 mln)
 

Kasbudget 2016

Projectbudget

Openstelling

Eind contract

Toelichting

Begroting

Realisatie

Verschil

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

   

Projectomschrijving

2016

   

2016

 

2016

     

Projecten Noordwest-Nederland

                 

Lekkanaal: 3e kolk Beatrixsluis en verbreding kanaalzijde/uitbreiding ligplaatsen

 

6

6

 

405

 

2019

2046

1)

Zeetoegang Ijmond

 

14

14

 

917

 

2019

2045

2)

Projecten Zuid-Nederland

                 

Sluis Limmel

6

2

– 4

80

89

2018

2018

2048

 

Totaal

6

22

16

80

1.411

       

Realisatieuitgaven op IF 15.03.01 mbt geintegreerde contractvormen

 

– 10

– 10

           

Begroting (IF 15.04)

6

12

6

           

Toelichting

  • Ad 1)  Het project en het bijbehorende budget is samengevoegd met het project 3e kolk Beatrixsluis. De budgettaire reeksen zijn omgezet om de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.
  • Ad 2)  In 2016 is de DBFM-aanbesteding afgerond. De budgettaire reeksen zijn omgezet om de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.

15.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdvaarwegennet

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaatskosten van RWS en de overige netwerkgebonden kosten verantwoord. Dit artikelonderdeel is in de Voorjaarsnota 2011 ingesteld als gevolg van de herstructurering van de bekostiging van RWS per 1 januari 2011. De Tweede Kamer is op 10 januari 2011 en 3 maart 2011 over de herstructurering van de bekostiging nader geïnformeerd (Kamerstukken II 2010–2011 30 119, nrs. 4 en 5).

15.07 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte verantwoord.

Zie toelichting bij Ad 7) onder Tabel Budgettaire gevolgen van uitvoering.

Artikel 17 Megaprojecten verkeer en Vervoer

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Onder dit artikel vallen de megaprojecten Verkeer en Vervoer:

  • •  Westerscheldetunnel;
  • •  Betuweroute;
  • •  Hogesnelheidslijn-Zuid;
  • •  Project Mainport Rotterdam;
  • •  ERTMS Landelijke invoer;
  • •  Zuidasdok.

Megaprojecten betreffen projecten die door de Tweede Kamer zijn aangewezen als Groot Project.

Dit productartikel is gerelateerd aan de beleidsartikelen 16 Spoor en 18 Scheepvaart en havens in het jaarverslag van Hoofdstuk XII.

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (bedragen x € 1.000)

17. Megaprojecten verkeer en vervoer

Realisatie

Begroting

Verschil

 
 

2012

2013

2014

2015

2016

2016

2016

 

Verplichtingen

22.247

14.159

5.505

168.273

73.174

185.987

– 112.813

1)

Uitgaven

463.739

14.761

8.473

82.329

69.430

98.963

– 29.533

 

17.01 Westerscheldetunnel

290

183

182

0

0

0

0

 

17.02 Betuweroute

9.147

6.044

1.709

778

1.689

4.555

– 2.866

2)

17.03 Hogesnelheidslijn-Zuid

16.329

4.345

751

383

416

20.183

– 19.767

3)

17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam

437.973

4.189

2.993

4.650

6.687

4.604

2.083

4)

17.07 ERTMS

0

0

2.838

18.921

26.755

41.338

– 14.583

5)

17.08 Zuidasdok

0

0

0

57.597

33.883

28.283

5.600

6)

17.09 Ontvangsten

1.901

2.346

0

32.932

40.124

40.441

– 317

 

Financiële toelichting

  • Ad 1)  De lagere verplichtingenrealisatie heeft met name met de volgende oorzaken te maken. Op HSL-zuid is € 70 miljoen minder verplichtingen gerealiseerd dan geraamd. Dit komt met name doordat de planuitwerking van de voorgenomen geluidsmaatregelen op de HSL-Zuid meer tijd vergt dan verwacht. Met betrekking tot Zuidasdok vallen de verplichtingen lager uit (€ 46 miljoen) voornamelijk doordat de verplichting voor de tunnel en de A10 later wordt aangegaan.
  • Ad 2t/m 6)  Voor een toelichting op deze verschillen wordt verwezen naar de specifieke toelichtingen (per project) bij deze artikelonderdelen.

17.02 Betuweroute

Motivering

De Betuweroute is een 160 kilometer lange, tweesporige spoorlijn die exclusief bestemd is voor het goederenvervoer. De spoorlijn is aangelegd tussen de Rotterdamse haven en de Duitse grens bij Zevenaar-Emmerich en is in gebruik sinds juni 2007. De status van Groot Project is formeel beëindigd op 28 april 2011.

Producten

Projectoverzicht Betuweroute (17.02) (bedragen x € 1 mln)
 

Kasbudget 2016

Projectbudget

Oplevering

Toelichting

Begroting

Realisatie

Verschil

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 
 

2016

   

2016

 

2016

   

Betuweroute

         

2007

2007

 

– Reguliere SVV middelen (incl. FES BOR)

5

1

– 4

933

932

   

1)

– Fes regulier

   

0

2.826

2.826

     

– Privaat

   

0

843

843

     

– Financiering ProRail

   

0

97

97

     

– Bijdrage Gelderland

   

0

8

8

     

– Bijdrage VROM

   

0

14

14

     

– EU ontvangsten

   

0

175

175

     

Totaal

5

1

– 4

4.896

4.895

     

Afrekening voorschotten

 

1

1

         

Begroting (IF 17.02)

5

2

– 3

         

Toelichting:

  • Ad 1)  De planning van met name de brandveiligheidmaatregelen is opgeschoven naar de jaren 2017–2018. Hierdoor vallen de uitgaven in 2016 € 4 miljoen lager uit dan begroot.

17.03 Hogesnelheidslijn-Zuid

Motivering

Met het vaststellen van de Planologische Kernbeslissing (PKB) HSL-Zuid is besloten tot aansluiting van Nederland op het Europese net van hogesnelheidslijnen. De HSL-Zuid bewerkstelligt een milieuvriendelijke verbinding tussen de Europese mainports en vormt daarmee een belangrijke schakel in het internationale en nationale lange afstandsverkeer.

Producten

In de Voortgangsrapportage HSL-Zuid wordt de Tweede Kamer separaat en uitgebreid geïnformeerd over het gehele HSL-Zuid vervoersysteem. In het najaar van 2016 is de 39e Voortgangsrapportage (Kamerstukken II, 2016–2017, 22 026, nr. 489) aan de Tweede Kamer verstuurd. De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu van de Tweede Kamer heeft op 13 februari 2017 besloten de grootprojectstatus voor het HSL-Zuid project te handhaven, maar de informatieafspraken te wijzigen door voortaan één voortgangsrapportage per jaar te willen ontvangen in plaats van twee en bij iedere voortgangsrapportage een controle van de Auditdienst Rijk te willen ontvangen die zich beperkt tot de restpunten (betonkwaliteit, zettingen, geluidsreductie en de afhandeling van schades en grondzaken).

Projectoverzicht HSL-Zuid (17.03) (bedragen x € 1 mln)
 

Kasbudget 2016

Projectbudget

Oplevering

Toelichting

Begroting

Realisatie

Verschil

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 
 

2016

   

2016

 

2016

   

HSL-Zuid (17.03.01)

20

 

– 20

6.225

6.225

2009

2009

1)

– Reguliere SVV middelen (incl. FES BOR)

13

 

– 13

2.679

2.679

     

– Fes regulier

     

1.710

1.710

     

– Privaat

     

940

940

     

– EU-ontvangsten

     

193

193

     

– Ontvangsten derden

1

 

– 1

145

145

     

– Risicoreservering

6

 

– 6

558

558

     

HSL-Zuid spoorwegen (17.03.02)

     

115

115

     

HSL-Zuid hoofdwegen (17.03.03)

     

1.012

1.012

     

Totaal (excl. reeks Infraprovider)

20

0

– 20

7.352

7.352

     

Begroting (IF 17.03)

20

0

– 20

         

Toelichting:

  • Ad 1)  De planning van met name de geluidsmaatregelen (€ 16 miljoen), de zettingsmaatregelen (€ 2 miljoen) en de afwikkeling van onteigeningsprocedures (€ 2 miljoen) is opgeschoven naar de jaren 2017 en verder. Hierdoor vallen de uitgaven in 2016 lager uit dan begroot.

17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam

De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu van de Tweede Kamer heeft op voorstel van de Minister (Kamerstukken II 2015–2016 24 691 nr. 125), vanwege de fase waarin PMR zich bevindt, ingestemd met een eenvoudiger governance structuur en ermee ingestemd dat de voortgangsrapportage voortaan bestaat uit toezending van de jaarlijkse monitorinformatie van de Tafel van Borging. De laatste Voortgangsrapportage van de Minister van Infrastructuur en Milieu betreft de veertiende Voortgangsrapportage (Kamerstukken II, 2015–2016, 24 691 nr. 123/124). De voortgangsrapportages op grond van de Regeling Grote Projecten zijn daarmee vervallen, waaronder de accountantsrapportage.

Producten

Projectoverzicht Project Mainportontwikkeling Rotterdam (17.06) (bedragen x € 1 mln)
 

Kasbudget 2016

Projectbudget

Oplevering

Toelichting

Begroting

Realisatie

Verschil

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 
 

2016

   

2016

 

2016

   

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

             

Uitvoeringsorganisatie

1

0

– 1

25

24

pm

pm

1)

750 ha

     

30

30

pm

pm

 

Groene verbinding

     

31

31

2011

2011

 

Bestaand Rotterdams Gebied (BRG)

         

2021

2021

 

Landaanwinning

               

Voorfinanciering FES monitoringsprogramma

     

2

2

2007

2007

 

Voorfinanciering FES natuurcompensatie

3

3

0

114

114

pm

pm

 

Landaanwinning

     

742

742

2013

2013

 

BTW Buitencontour

     

138

138

2013

2013

 

Onvoorzien

1

4

3

73

76

pm

pm

2)

Afrondingsverschillen

   

0

         

Programma

5

7

2

1.155

1.157

     

Begroting (IF 17.06)

5

7

2

         

Toelichting:

  • Ad 1)  Door lagere uitgaven voor de uitvoeringsorganisatie is niet het volledig beschikbare budget besteed. Het onbestede begrotingsbedrag schuift door naar 2017.
  • Ad 2)  De uitgave van de post onvoorzien betreft een deel van verbreding van het Breeddiep, waarvoor 1 juli 2015 de overeenkomst is gesloten en financiering is begroot. Ten tijde van het opstellen van de begroting was evenwel niet voorzien dat de verbreding al in 2016 tot uitgaven zou leiden.

17.07 ERTMS

Motivering

Het hoofddoel van het Rijk in de Lange Termijn Spooragenda (LTSa) voor het spoorsysteem is de kwaliteit van het spoor als vervoersproduct te verbeteren zodat de reizigers en verladers de trein in toenemende mate als een aantrekkelijke vervoersoptie zien en gaan/blijven gebruiken. Om in Nederland een stap voorwaarts te kunnen zetten in de prestaties van het spoorsysteem, zal ERTMS ingezet worden als (onderdeel van) het verkeersmanagement systeem. ERTMS is in de eerste plaats bedoeld ter vervanging van het beveiligingssysteem, de verhoging van de spoorwegveiligheid en de interoperabiliteit. In de tweede plaats moet voldaan worden aan de Europese eisen ten aanzien van de invoering van ERTMS voor de EU-TEN corridors.

De doelstellingen van (de invoering van) ERTMS zijn:

  • •  Verhogen van de veiligheid van het spoorsysteem;
  • •  Verhogen van de interoperabiliteit van het spoorsysteem;
  • •  Vergroten van de capaciteit van het spoorsysteem;
  • •  Verhogen van de snelheid van de treinen;
  • •  Verhogen van de betrouwbaarheid van het spoorsysteem.

Producten

Op 11 april 2014 heeft de Kamer ingestemd met de Voorkeursbeslissing ERTMS (Kamerstukken II 2013–2014 33 652, nr. 14). Deze Voorkeursbeslissing vormt de start van de Planuitwerkingsfase. De voorkeursbeslissing houdt in dat ERTMS met beproefde technologie van Level 2 in de periode tot en met 2030 wordt ingevoerd op het spoor in grote delen van de brede Randstad.

Het programma bevindt zich in de Planuitwerkingsfase. Het Programma heeft een Groot Projectstatus op grond waarvan aan de Tweede Kamer twee keer per jaar een voortgangsrapportage wordt gestuurd. In 2016 zijn de vierde (Kamerstukken II 2016–2017 33 652, nr. 42) en de vijfde (Kamerstukken II 2016–2017 33 652, nr. 47) voortgangsrapportages naar de Kamer gestuurd.

Het afgelopen jaar heeft het programma naast inhoudelijke werkzaamheden ten behoeve van de Programmabeslissing (voorheen de Projectbeslissing Materieel en Projectbeslissing Infra) met name aandacht gehad voor de beheersing. Het programma ERTMS heeft een transitieplan opgesteld om de in eind 2015 aangekondigde kanteling van de organisatie vorm te geven. Zo is er onder andere een nieuwe organisatiestructuur ingevoerd, in lijn met het zogenaamde integrale projectmanagement model; de Regiegroep ERTMS is omgevormd tot een Stuurgroep ERTMS met een hoog ambtelijke bezetting van het Ministerie, NS en ProRail; de risicobeheersing is versterkt en zijn de inkoopprocedures aangepast. Halverwege 2016 is de voortgang door een onafhankelijke partij getoetst en geconstateerd dat het programma goed op weg is om in control te raken (Kamerstukken II 2016–2017 33 652, nr. 47). In de tweede helft van het jaar is het zogenaamde Programma Kwaliteitsplan verder uitgewerkt en is de aandacht uitgegaan naar de werking van de beheersing. Begin 2017 zal opnieuw de voortgang door een onafhankelijke partij bekeken worden. Ook zal de ADR in het kader van haar jaarlijkse controle over de stand van zaken een beeld vormen.

Naar aanleiding van de aankondiging van de Europese Commissie over de bijgestelde Europese planning is ook de uitrolstrategie voor de uitrol van ERTMS in Nederland geactualiseerd en aan de Kamer gepresenteerd (Kamerstukken II 2016–2017 33 652, nr. 47). Ook is in deze periode de stand van zaken van de aanbesteding- en contracteringstrategie gepresenteerd (Kamerstukken II 2016–2017 33 652, nr. 46).

Projectoverzicht ERTMS (17.07) (bedragen x € 1 mln)
 

Kasbudget 2016

Projectbudget

Oplevering

Toelichting

Begroting

Realisatie

Verschil

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 
 

2016

   

2016

 

2016

   

ERTMS

               

Realisatiefase (17.07.01)

0

 

0

0

0

     

Planuitwerkingsfase (17.07.02)

41

22

– 19

2.566

2.567

     

Studiekosten

41

22

– 19

91

86

   

1)

Pilotkosten

               

Overige planuitwerking OV-SAAL

     

226

226

     

Overige planuitwerking (excl. OV-SAAL)

     

2.249

2.254

     

Afrondingsverschillen

       

1

     

Programma

41

22

– 19

2.566

2.567

     

Afrekening voorschotten

 

5

5

         

Begroting (IF 17.07)

41

27

– 14

         

Toelichting:

  • Ad 1)  De Programmabeslissing ERTMS zal later gereed zijn dan verwacht. De reden hiervoor is dat een aantal activiteiten meer tijd kosten. Dit heeft tot gevolg dat een aantal activiteiten later gaan plaatsvinden waardoor de geplande uitgaven verschuiven naar latere jaren, zie voor verdere toelichting de Kamerbrief van 23 september 2016 (Kamerstukken II, 2016–2017 33 652, nr. 47). De daling van het projectbudget wordt veroorzaakt doordat het apparaatbudget is overgeboekt naar de HXII begroting.

17.08 ZuidasDok

Motivering

De ruimtelijke ontwikkelingen in de corridor Haarlemmermeer-Almere en op de Zuidas versterken de toename van reizigers en verkeer. Door opening van de Noord-Zuidlijn, Hanzelijn en OV-SAAL neemt het aantal reizigers op station Amsterdam Zuid toe. De vergroting en kwalitatieve opwaardering van de stationscapaciteit is nodig om de groeiende reizigerstrein te accommoderen en te voldoen aan de NSP kwaliteitsnorm. Om ruimte te bieden aan de uitbreiding van de OV-terminal en de wegcapaciteit te vergroten, wordt de A10 ondergronds gebracht en verbreed. De investering in de ruimtelijke kwaliteit van de Zuidas draagt verder bij aan de versterking van een internationale toplocatie.

Producten

In 2012 is de voorkeursbeslissing genomen voor het project Zuidasdok. In deze begroting zijn de uitgaven van het project volledig begroot op dit artikel van het Infrastructuurfonds. Hiertoe zijn de Rijksbudgetten overgeheveld vanuit artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 13 Spoorwegen.

Het integrale project Zuidasdok is te onderscheiden in verschillende projectonderdelen.

Overzicht van de bijdragen (bedragen x € 1 mln)

Realisatie 2016

Begroting 2016

Afwijking

Bijdrage IenM1

– 6

– 11

– 5

Bijdrage Provincie Noord-Holland

0

0

0

Bijdrage Stadsregio Amsterdam

3

3

0

Bijdrage gemeente Amsterdam

5

4

– 1

Derden

33

32

– 1

EU-ontvangsten

0

0

0

Totaal

34

28

– 6

Noot 1: Doordat de bijdrage van derden en decentrale overheden groter is dan de uitgaven in 2016, is de bijdrage van het Rijk eenmalig negatief. Dit zal in latere jaren weer worden gecompenseerd met een hogere bijdrage vanuit het Rijk. De totale Rijksbijdrage is onveranderd.

De afwijkingen ten opzichte van begroting worden in onderstaande tabel toegelicht.

Projectoverzicht ZuidasDok (17.08) (bedragen x € 1 mln)
 

Kasbudget 2016

Projectbudget

Oplevering

Toelichting

Begroting

Realisatie

Verschil

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 
 

2016

   

2016

 

2016

   

ZuidasDok

         

2028

2028

 

Projectorganisatie en voorbereiding

16

18

2

250

257

   

1)

OVT incl. keerspoor

10

10

0

330

343

   

2)

Tunnel en A10

0

0

0

772

774

   

3)

Generiek en ruimtelijke inrichting

2

6

4

215

211

   

4)

Afrondingsverschillen

 

0

0

2

– 1

     

Programma

28

34

6

1.569

1.584

     

Begroting (IF 17.08)

28

34

6

         

Toelichting:

  • Ad 1)  In 2016 zijn extra uitgaven verricht voor projectgerelateerde organisatie- en voorbereidingskosten van de gemeente Amsterdam die waren doorgeschoven uit 2015.
  • Ad 2)  De gerealiseerde uitgaven in 2016 zijn gelijk aan de begroting.
  • Ad 3)  De werkzaamheden aan de A10 en Tunnel zullen pas in 2017 beginnen. In 2016 zijn hiervoor geen uitgaven gedaan.
  • Ad 4)  In 2016 zijn extra uitgaven verricht voor generieke en ruimtelijke inrichtingskosten die waren doorgeschoven uit 2015.

17.09 Ontvangsten

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derde-partijen voor de realisatie van de Megaprojecten verkeer en vervoer, die rechtstreeks aan IenM worden betaald, verantwoord.

Producten

Ontvangsten Megaprojecten verkeer en vervoer (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie 2016

Begroting 2016

Verschil

Project Mainport Rotterdam

0

0

0

ERTMS

5.820

0

5.820

ZuidasDok

32.849

39.651

– 6.802

Overig

1.455

790

– 298

Totaal

40.124

40.441

– 317

Toelichting:

De ontvangsten voor ERTMS zijn voornamelijk te verklaren doordat terug ontvangen voorschotten met ingang van het boekjaar 2016 bruto worden geboekt (€ 4,8 miljoen). Daarnaast heeft het programma ERTMS enkele EU-subsidies toegekend waarvoor voorschotten zijn ontvangen (€ 1 miljoen). De lagere ontvangsten in 2016 voor Zuidasdok komt doordat de bijdrage van de stadsregio Amsterdam niet in 2016 maar in 2017 wordt ontvangen.

Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten

Omschrijving van de samenhang met het beleid

Dit artikel bevat een aantal uiteenlopende onderwerpen.

Het projectartikel is gerelateerd aan de beleidsartikelen 18 Scheepvaart en havens (Intermodaal vervoer) en 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s (Externe veiligheid) van het jaarverslag hoofdstuk XII.

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (bedragen x € 1.000)

18. Overige uitgaven en ontvangsten

Realisatie

Begroting

Verschil

 
 

2012

2013

2014

2015

2016

2016

2016

 

Verplichtingen

291.863

279.524

219.465

227.281

833

132.798

– 131.965

1)

Uitgaven

292.612

287.566

231.754

235.889

1.677

93.481

– 91.804

 

18.01 Saldo van de afgesloten rekeningen

0

0

0

0

0

0

0

 

18.02 Beter Benutten

0

0

0

0

0

128.431

– 128.431

2)

18.03 Intermodaal vervoer

2.312

795

1.437

1.272

192

3.045

– 2.853

3)

18.04 Gebiedsgerichte aanpak (UPR)

3.162

843

118

1

0

0

0

 

18.06 Externe veiligheid

1.058

104

186

1.085

1.485

2.005

– 520

 

18.07 Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise

0

0

0

0

0

0

0

 

18.07.01 Nationale basisinform.voorz. en ov.uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

 

18.07.02 Subsidies algemeen

0

0

0

0

0

0

0

 

18.08 Netwerkoverstijgende kosten

286.080

285.824

230.013

233.531

0

0

0

 

18.08.01 Apparaatskosten RWS

225.938

218.425

205.329

212.266

0

0

0

 

18.08.02 Overige netwerkoverstijgende kosten

60.142

67.399

24.684

21.265

0

0

0

 

18.11 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

 

18.11.01 Programmaruimte

0

0

0

0

0

0

0

 

18.11.02 Beleidsruimte

0

0

0

0

0

0

0

 

18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

0

0

0

0

0

0

0

 

18.12.01 Beheer en onderhoud

0

0

0

0

0

0

0

 

18.12.02 Vervanging

0

0

0

0

0

0

0

 

18.13 Tol gefinancierde uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

 

18.14 Minregel: rentevrijval

0

0

0

0

0

0

0

 

18.15 Ramingsbijstelling en kasschuif

0

0

0

0

0

– 40.000

40.000

 

18.15.01 Ramingsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

 

18.15.02 Kasschuif

0

0

0

0

0

– 40.000

40.000

4)

18.16 Reservering Omgevingswet

0

0

0

0

0

0

0

 

18.09 Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

 

18.09.01 Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

 

18.09.02 Tolopgave

0

0

0

0

0

0

0

 

18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen

103.188

147.319

– 12.260

24.166

207.606

0

207.606

5)

Financiële toelichting

  • Ad 1)  Voor een toelichting wordt verwezen naar Ad 2 (Beter Benutten 18.02).
  • Ad 2)  IF Artikel 18 is zoveel mogelijk toebedeeld over de modaliteiten. Voor meer samenhang is het budget voor Beter Benutten overgeboekt van artikel 18.02 naar artikel 12.03 Verkenningen en Planuitwerkingen, omdat bij Wegen het zwaartepunt ligt.
  • Ad 3)  De subsidieregeling Bundeling van Goederenstromen voor vervoer over het Spoor (BGS) is niet verlengd. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar artikelonderdeel 18.03.
  • Ad 4)  Het verschil wordt veroorzaakt door het inpassen van de minregel van € 40 miljoen. Deze minregel is het gevolg van de in de begroting 2016 verwerkte kasschuif van 2016 naar 2017 van € 40 miljoen ten behoeve van het rijksbrede financiële beeld. De meerjarige programmering is hierop toen niet aangepast, met een minregel in 2016 als gevolg.
  • Ad 5)  De begroting van het Infrastructuurfonds vertoont over het jaar 2015 een voordelig saldo van circa € 207,6 miljoen. Dit saldo wordt gevormd door de saldering van de in dat jaar gerealiseerde uitgaven en ontvangsten op het fonds. Het voordelig saldo is ten gunste van ontvangstenartikel 18.10 (Saldo van de afgesloten rekeningen) gebracht.

18.03 Intermodaal vervoer

Motivering

Realisatie van de doelen is in belangrijke mate afhankelijk van andere factoren, zoals het gedrag van verladers, vervoerders en consumenten en bestuurlijke afspraken over het ruimtelijk beleid. Het effect van deze beleidsdoelstelling is dat de bereikbaarheid van economisch belangrijke gebieden verbetert.

Producten

RSC Maasvlakte (Rail Service Center Rotterdam)

Uit het BCI-onderzoek Goederenvervoer per spoor, marktontwikkelingen en beleid (2009) is naar voren gekomen dat spoorgoederenknooppunten in het achterland een belangrijke rol kunnen spelen voor het havennetwerk en voor binnenlandse verladers in het achterland. Als vervolg hierop is in 2010 een beleidskader spoorgoederenknooppunten ontwikkeld. Op basis van dit beleidskader is in 2012–2013 een stimuleringsprogramma tot uitvoering gekomen, de subsidieregeling Bundeling van Goederenstromen voor vervoer over het Spoor (BGS).

Projectoverzicht Intermodaal Vervoer (18.03) (bedragen x € 1 mln)
 

Kasbudget 2016

Projectbudget

Oplevering

Toelichting

Begroting

Realisatie

Verschil

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 
 

2016

   

2016

 

2016

   

Multi- en modaalvervoer

               

Container Transferium Alblasserdam

     

3

 

2015

2015

1)

RSC Maasvlakte

3

 

– 3

8

8

2014

2016

2)

Afronding

   

0

         

Programma

3

0

– 3

11

8

     

Begroting (IF 18.03)

3

0

– 3

         

Toelichting:

  • Ad 1)  Het Container Transferium Alblasserdam is eind 2015 gerealiseerd en afgewikkeld.
  • Ad 2)  De eerste tranche van de subsidieregeling Bundeling van Goederenstromen voor vervoer over het Spoor is in 2016 afgerond. De subsidieregeling is niet verlengd in afwachting van de uitkomsten van de tussentijdse evaluatie. Hierdoor vallen de uitgaven in 2016 € 3 miljoen lager uit dan begroot. Over de tussentijdse evaluatie wordt de Tweede Kamer medio 2017 geïnformeerd.

Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk

Omschrijving van de samenhang met het beleid

Op dit artikel worden de ontvangen bijdragen verantwoord die ten laste van de begroting Hoofdstuk XII komen. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in het jaarverslag Hoofdstuk XII 2016.

Het productartikel is gerelateerd aan artikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen van het jaarverslag van Hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (bedragen x € 1.000)

19. Bijdragen andere begrotingen Rijk

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2012

2013

2014

2015

2016

2016

2016

Ontvangsten

7.163.030

5.722.871

5.834.916

4.821.159

5.026.766

5.355.569

– 328.803

19.09 Ten laste van begroting IenM

7.163.030

5.722.871

5.834.916

4.821.159

5.026.766

5.355.569

– 328.803

Financiële toelichting

  • Ad 1)  Het verschil tussen de begroting en de realisatie is het gevolg van een groot aantal mutaties die in het verslagjaar op de in de oorspronkelijke begroting opgenomen raming zijn aangebracht. De belangrijkste oorzaken hebben betrekking op de hieronder vermelde oorzaken. Een volledig inzicht is verstrekt in de verschillende suppletoire begrotingen over 2016.
    • –  Overboekingen naar het Provinciefonds, het Gemeentefonds en het BTW-compensatiefonds in het kader van het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP) (€ 147,8 miljoen), het programma Beter Benutten (€ 71,8 miljoen), OV-SAAL middellange termijn (€ 11,3 miljoen), Aansluiting Lelystad Airport (€ 6,7 miljoen), A12/A20 Parallelstructuur Gouwe (€ 6,6 miljoen), Vleuten-Geldermalsen (€ 5,0 miljoen), A58 Aansluiting Goes (€ 4,5 miljoen) en Actieplan Groei op het Spoor: P+R locaties (€ 4,0 miljoen).
    • –  Omzetting van de budgettaire reeksen van de DBFM-projecten Zeetoegang IJmond (€ 40,0 miljoen) en Derde Kolk Beatrixsluis (€ 3,7 miljoen) om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.
    • –  Overboekingen naar de BDU in het kader van het programma Beter Benutten (€ 24,1 miljoen) en voor de uitvoering van het vervoersknooppunt BleiZo (€ 5,2 miljoen).

5. BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

Scope

In de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van het begrotingshoofdstuk Infrastructuur en Milieu wordt gerapporteerd over het financieel en materieel beheer en overige aspecten van de bedrijfsvoering, over de rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen en belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering. Hieronder wordt gerapporteerd over de uitzonderingsrapportage rechtmatigheid en totstandkoming niet financiële verantwoordingsinformatie van het Infrastructuurfonds.

Rechtmatigheid

Bij de financiële verantwoording van het Infrastructuurfonds over 2016 is geen sprake van overschrijdingen van door de Rijksbegrotingsvoorschriften voorgeschreven rapportagetoleranties vastgesteld.

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

De niet financiële verantwoordingsinformatie betreft de indicatoren en kengetallen die beogen inzicht te bieden in de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de beleidsuitvoering en de doelmatigheid van de bedrijfsvoering. Deze niet-financiële verantwoordingsinformatie dient op een deugdelijke wijze (d.w.z. ordelijk en controleerbaar) tot stand te komen. Dat wil zeggen dat: de verantwoordelijkheden en bevoegdheden goed in het totstandkomingsproces zijn belegd en het proces achteraf reconstrueerbaar is. Ordelijk en controleerbaar betekenen voorts dat de informatie die als uitkomst van het proces wordt opgeleverd op volledige en juiste wijze wordt opgenomen en dat in het jaarverslag duidelijk de informatiebron wordt aangegeven. Indien de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie tekortkomingen vertoont, worden deze tekortkomingen hieronder expliciet vermeld.

Voor veel indicatoren en kengetallen uit het jaarverslag van IenM over 2015 was de betrouwbaarheid niet aantoonbaar geborgd. Dit is ook geconstateerd door de Auditdienst Rijk.

Naar aanleiding hiervan is in 2016 de opzet van het systeem om de betrouwbaarheid aantoonbaar te borgen aangepast en is dit systeem ook in werking gesteld. Zo is de aanschrijving aangepast, zijn er voorlichtingsessies gehouden en zijn checklists ontwikkeld en in gebruik genomen.

Dit heeft ertoe geleid dat het aantal dossiers die actueel en volledig zijn is toegenomen. De decentrale controllers van IenM en de agentschappen hebben op alle dossiers een controle uitgevoerd. Bevindingen en verbeterpunten zijn teruggekoppeld aan de betrokken diensten en er wordt gemonitord dat de verbeterpunten daadwerkelijk worden gerealiseerd. Ondanks deze verbeteringen blijft de dossiervorming een aandachtspunt waar verder op zal worden gestuurd.

C. JAARREKENING

6. VERANTWOORDINGSSTAAT 2016 VAN HET INFRASTRUCTUURFONDS (BEDRAGEN X € 1.000)

   

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

Art.

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie1

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

   

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

12

Hoofdwegennet

2.917.637

2.011.120

55.525

2.998.493

2.089.020

71.523

80.856

77.900

15.998

13

Spoorwegen

2.244.286

2.447.262

299.796

1.842.244

2.074.004

348.132

– 402.042

– 373.258

48.336

14

Regionaal, lokale infrastructuur

182.873

278.714

0

113.677

141.544

175

– 69.196

– 137.170

175

15

Hoofdvaarwegennet

1.131.208

854.411

32.620

1.392.685

861.930

94.081

261.477

7.519

61.461

17

Megaprojecten Verkeer en Vervoer

185.987

98.963

40.441

73.174

69.430

40.124

– 112.813

– 29.533

– 317

182

Overige uitgaven en ontvangsten

132.798

93.481

0

833

1.677

0

– 131.965

– 91.804

0

19

Bijdragen andere begrotingen Rijk

   

5.355.569

   

5.026.766

   

– 328.803

                     
 

Subtotaal

6.794.789

5.783.951

5.783.951

6.421.106

5.237.605

5.580.801

– 373.683

– 546.346

– 203.150

18.10

Voordelig eindsaldo (cumulatief) vorig jaar

         

207.606

   

207.606

 

Subtotaal

6.794.789

5.783.951

5.783.951

6.421.106

5.237.605

5.788.407

– 373.683

– 546.346

4.456

 

Voordelig eindsaldo (cumulatief) huidig jaar

         

– 550.802

   

– 550.802

 

Totaal

6.794.789

5.783.951

5.783.951

6.421.106

5.237.605

5.237.605

– 373.683

– 546.346

– 546.346

Noot 1: De gerealiseerde bedragen zijn steeds naar boven afgerond (EUR 1.000)

Noot 2: Exclusief artikelonderdeel 18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen.

7. SALDIBALANS

Saldibalans per 31 december 2016 van het Infrastructuurfonds

Saldibalans per 31 december 2016 van het Infrastructuurfonds (IF) (bedragen x € 1.000)

Activa:

 

Passiva:

     

31-12-2016

 

31-12-2015

       

31-12-2016

 

31-12-2015

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

5.237.602

5.718.449

 

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

5.788.405

5.926.055

3)

Liquide middelen

0

0

             

4)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

0

0

 

4a)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

0

0

5)

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

0

0

 

5a)

Begrotingsreserves

0

0

6)

Vorderingen buiten begrotingsverband

0

0

 

7)

Schulden buiten begrotingsverband

0

0

8)

Kas-transverschillen

0

 

0

             
 

Subtotaal

5.237.602

5.718.449

   

Subtotaal

5.788.405

5.926.055

9)

Openstaande rechten

0

 

0

 

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

0

0

10)

Vorderingen

271.631

302.887

 

10a)

Tegenrekening vorderingen

271.631

302.887

11a)

Tegenrekening schulden

0

0

 

11)

Schulden

0

0

12)

Voorschotten

1.261.987

1.645.493

 

12a)

Tegenrekening voorschotten

1.261.987

1.645.493

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

403.605

403.605

 

13)

Garantieverplichtingen

403.605

403.605

14a)

Tegenrekening andere verplichtingen

16.651.316

15.467.814

 

14)

Andere verplichtingen

16.651.316

15.467.814

15

Deelnemingen

1.714.477

1.714.477

 

15a)

Tegenrekening deelnemingen

1.714.477

1.714.477

 

Sluitrekening IenM

550.804

207.606

   

Sluitrekening IenM

0

0

 

Afrondingsverschil

0

0

   

Afrondingsverschil

1

0

 

Totaal

26.091.422

25.460.331

   

Totaal

26.091.422

25.460.331

Toelichting samenstelling saldibalans

Als een Minister meer dan één begroting beheert, in dit geval Infrastructuur en Milieu (XII), het Infrastructuurfonds en het Deltafonds, wordt per begroting een saldibalans opgesteld. Voor de begroting van Hoofdstuk XII, het Infrastructuurfonds en het Deltafonds worden geen gescheiden administraties gevoerd waardoor posten die niet zonder meer toewijsbaar zijn aan een bepaalde begroting, zijn opgenomen in de saldibalans van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (XII).

Wat betreft de toelichtingen zijn de volgende uitgangspunten toegepast. Een post, welke in verhouding tot de totale omvang van de balansregel een grote omvang heeft of de grens van € 25 miljoen overschrijdt, is tekstueel toegelicht.

10 en 10a) Vorderingen en Tegenrekening vorderingen

Extra-comptabele vorderingen zijn vorderingen die zijn voortgevloeid uit uitgaven ten laste van de begroting.

Opeisbaarheid (bedragen x € 1.000)

Direct opeisbaar

23.045

Op termijn opeisbaar

248.586

Geconditioneerd

0

Totaal

271.631

Specificatie (bedragen x € 1.000)

Artikel 12 Hoofdwegennet

25.661

Artikel 13 Spoorwegen

245.865

Overig

105

Totaal

271.631

Toelichtingen

Artikel 12 Hoofdwegennet

Op dit artikel staat onder andere een vordering open op de provincie Noord-Holland van ruim € 13 miljoen met betrekking tot het verbeteren van de bereikbaarheid, leefbaarheid en de ruimtelijke economische ontwikkeling van de A9 bij Badhoevendorp.

Artikel 13 Spoorwegen

Op NS stond ultimo 2015 een vordering open van circa € 278,6 miljoen met betrekking tot HSA. In 2016 is op deze vordering € 32,8 miljoen afgelost, waardoor ultimo 2016 de openstaande vordering circa € 245,8 miljoen bedraagt. Daarnaast heeft NS een rentebedrag betaald van € 8,4 miljoen over de openstaande vordering.

12 en 12a) Voorschotten en Tegenrekening voorschotten

Voorschotten zijn bedragen die aan derden zijn betaald vooruitlopend op later definitief vast te stellen of af te rekenen bedragen.

Openstaand naar jaar van betaling (bedragen x € 1.000)

Tot en met 2014

674.084

2015

40.850

2016

547.053

Totaal

1.261.987

Specificatie (bedragen x € 1.000)

Artikel 12 Hoofdwegennet

39.057

Artikel 13 Spoorwegen

701.580

Artikel 14 Regionale, lokale infrastructuur

407.039

Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

76.461

Artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

37.658

Overig

192

Totaal

1.261.987

Toelichtingen

Artikel 12 Hoofdwegennet

Op het gebied van de droge infrastructuur zijn voorschotten verstrekt aan ProRail waarvan circa € 30 miljoen openstaat voor de spoortraverse Nijverdal. Ook staat bij de provincie Zuid-Holland, voor de ongelijksvloerse kruisingen N57–N218 te Brielle, € 9 miljoen aan voorschotten open, welke vermoedelijk in 2017 worden afgewikkeld.

Artikel 13 Spoorwegen

Bij ProRail en een aantal gemeenten zijn diverse aanlegprojecten voor personen- en goederenvervoer, zoals opgenomen in het MIRT-projectenboek, gefinancierd. In dit kader staat eind 2016 nog voor een gezamenlijk bedrag van circa € 702 miljoen aan voorschotten open waarvan de afwikkeling in de jaren 2017/2022 plaatsvindt.

Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur

Er zijn voorschotten verstrekt ten behoeve van regionaal, lokale infrastructuur waarvan circa € 407 miljoen nog open staat.

Zo zijn voor het uitvoeren van decentrale projecten voor regiospecifieke oplossingen ter verbetering van de bereikbaarheid conform het RSP-convenant Rijk-Regio aan het samenwerkingsverband Noord Nederland gelden verstrekt, waarvan eind 2016 circa € 334 miljoen aan voorschotten openstaat. De afwikkeling wordt verwacht in 2021.

Daarnaast is in het kader van onder andere het Bereikbaarheidsoffensief Randstad (BOR) een pakket van maatregelen getroffen welke is gericht op de verbetering van de bereikbaarheid in het algemeen en de Randstad in het bijzonder. Daartoe zijn aan kaderwetgebieden subsidies verstrekt. Eind 2016 staat nog voor een gezamenlijk bedrag van circa € 61 miljoen aan voorschotten open.

Deze subsidies worden aan verkeer- en vervoerprojecten besteed en moeten voldoen aan de door de regionale partijen vastgestelde criteria die worden gebruikt bij de prioriteitenstelling. Afwikkeling wordt verwacht in de jaren 2017/2021.

Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

Op de provincie Groningen staat circa € 39 miljoen aan voorschotten open voor de vervanging van de Noordzeebrug, een nieuwe hoge wegbrug bij Zuidhorn en brug Dorkwerd. De provincie Friesland heeft een subsidie ontvangen voor het project realisatie brug Burgum/bochtafsnijding PMK. Ultimo 2016 staat nog € 26 miljoen open. De afwikkeling zal vermoedelijk in 2017 plaatsvinden.

Een verstrekt voorschot aan de provincie Noord Holland van circa € 11 miljoen staat open voor het project «Vaart in de Zaan» betreffende de verbreding van de Wilhelminasluis, de Wilhelminabrug, de Beatrixbrug en de Zaanbrug voor het beter bevaarbaar maken van de Zaan. Afwikkeling wordt verwacht in 2017.

Artikel 17 Mega projecten Infrastructuur en Milieu

Ultimo 2016 staat op dit artikel voor circa € 38 miljoen aan voorschotten open.

Zo zijn ten behoeve van de stimuleringsregeling Voordelta aan de provincies Zeeland en Zuid-Holland voorschotten verstrekt van € 12 miljoen ter stimulering en versterking van de sector recreatie en toerisme. Deze worden vermoedelijk in de jaren 2017/2018 afgewikkeld.

Aan ProRail zijn voor het verrichten van planstudies European Rail Traffic Management System (ERTMS) voorschotten verstrekt waarvan circa € 19 miljoen openstaat. Afwikkeling wordt verwacht in 2017.

Verloopoverzicht (bedragen x € 1.000)

Stand per 1 januari 2016

 

1.645.493

In 2016 vastgelegde voorschotten

 

1.912.755

In 2016 afgerekende voorschotten

 

– 2.296.261

Verdeeld naar jaar van betaling:

   

2014 en eerder

– 22.168

 

2015

– 908.423

 

2016

– 1.365.670

 

Openstaand per 31 december 2016

 

1.261.987

13 en 13a) Garantieverplichtingen en Tegenrekening garantieverplichtingen

Dit zijn verplichtingen waarvan betaling op een later moment afhankelijk is van een bepaalde omstandigheid (een bepaald risico of een bepaalde onzekere gebeurtenis) bij de partij die de garantie ontvangt. Dit zijn dus voorwaardelijke financiële verplichtingen.

Verloopoverzicht (bedragen x € 1.000)

Stand per 1 januari 2016

403.605

Verstrekt in 2016

0

Afname risico 2016

– 0

Openstaand per 31 december 2016

403.605

14 en 14a) Andere verplichtingen en Tegenrekening andere verplichtingen

De post Andere verplichtingen vormt een saldo van de verplichtingen per 1 januari van het begrotingsjaar, de aangegane verplichtingen, hierop verrichte betalingen en negatieve bijstellingen van in eerdere begrotingsjaren aangegane verplichtingen.

Verloopoverzicht (bedragen x € 1.000)

Stand per 1 januari 2016

15.467.814

Aangegaan in 2016

6.421.104

Tot betaling gekomen in 2016

– 5.237.602

Openstaand per 31 december 2016

16.651.316

Toelichtingen

Conform deze toelichting worden de negatieve bijstellingen niet separaat in de toelichting op de saldibalans weergegeven. Overigens worden omvangrijke negatieve bijstellingen op de verplichtingen wel toegelicht bij de financiële toelichting van het beleidsartikel waar de negatieve bijstelling betrekking op heeft.

Niet uit de saldibalans blijkende bestuurlijke verplichtingen

In het kader van infrastructurele werken op het terrein van regionale en lokale infrastructuur, maar ook op het terrein van het waterbeheer, het hoofdwegen- en spoorwegennet worden bestuurlijke afspraken gemaakt. Deze afspraken staan in het MIRT Projectenboek, welke jaarlijks als bijlage bij de begroting Infrastructuurfonds wordt uitgebracht. In het kader van de NUBBBV zijn de bestuurlijke afspraken geïnventariseerd voor zover al niet deel uitmakend van de juridische verplichtingen, zoals opgenomen in de financiële administratie. Deze bestuurlijke afspraken zijn zeer divers in aard en omvang. Soms zijn bestuurlijke afspraken enkel samenwerkingsafspraken, soms in meer of mindere mate concrete afspraken over te realiseren projecten of beleidsdoelstellingen, waarvoor het financieel belang nog niet is gekwantificeerd, ofwel sprake is van een raming, dan wel een maximum of van een zeker bedrag. Gezien de bestuurlijke toezeggingen in financiële termen in hardheid verschillen zijn deze niet optelbaar. Hierdoor is geen totaalbedrag aan bestuurlijke toezeggingen te geven. Indien sprake is van een zekere hardheid – en bovendien juridisch gebonden – worden deze toezeggingen als aangegane verplichting in de financiële administratie opgenomen.

15 en 15a) Deelnemingen en Tegenrekening deelnemingen

Deze balansregel geeft de deelnemingen in besloten en naamloze vennootschappen en internationale instellingen weer.

Specificatie (bedragen x € 1.000)

Railinfratrust B.V.

1.714.477

Openstaand per 31 december 2016

1.714.477

Toelichtingen

Het aandelenbezit in Railinfratrust B.V. bestaat uit 44 aandelen met een nominale waarde van elk € 450,00.

Sluitrekening IenM (XII)

Deze balansregel dient als sluitrekening met de saldibalans, behorend tot de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (XII), omdat géén gescheiden administratie wordt gevoerd voor deze begroting.

D. BIJLAGEN

Bijlage 1: Artikel 13 Spoorwegen

In deze bijlage worden aanvullende gegevens opgenomen die betrekking hebben op de betaling van subsidies aan ProRail en de besteding ervan door ProRail. Deze spoorbijlage is onderdeel van de kabinetsreactie op het rapport van de Tijdelijke Commissie Onderhoud en Innovatie Spoor (Kamerstukken II, 2011/12, 32 707, nr. 16) waarin een pakket maatregelen is genoemd om de informatievoorziening naar de Tweede Kamer beter en transparanter te maken. Specifiek voor de verantwoording voor artikel 13 Spoorwegen gaat het om de volgende aanvullende gegevens:

  • A.  Een overzichtstabel waarin per begrotingsnota de mutaties tussen ontwerpbegroting en de realisatie worden gespecificeerd en toegelicht (kabinetsreactie op aanbeveling 15, laatste bullet).
  • B.  Aansluiting tussen de uitgaven op artikel 13 van het Infrastructuurfonds (de betalingen door IenM aan ProRail) en de totale ontvangsten en bestedingen van ProRail (kabinetsreactie op aanbeveling 14, zevende bullet).
  • C.  Een specificatie van de financiële gegevens inzake de bestedingen door ProRail (kabinetsreactie op aanbeveling 14, zesde bullet).
  • D.  Daarnaast wordt onderdeel D, apparaat ProRail, toegevoegd ter invulling van het monitoren van de apparaattaakstelling uit het Regeerakkoord.
Onderdeel A – overzichtstabel begrotingsmutaties
 

Beheer, onderhoud en vervanging

Aanlegprojecten

Geïntegreerde contractvormen

Rente en aflossing

Investeringsruimte

Ontvangsten

Spoorwegen

Totaaloverzicht begrotingsmutaties 2016

IF 13.02

IF 13.03

IF 13.04

IF 13.07

IF 13.08

IF 13.09

IF 13

               

Ontwerpbegroting 2016

1.291.436

963.385

157.384

17.020

18.037

– 299.796

2.147.466

               

Desalderingen en overboekingen binnen het artikel

79.831

100.829

– 121

0

11.243

– 191.782

0

Kasschuiven en saldoboekingen

– 160.533

– 348.176

– 22.503

0

– 24.856

143.446

– 412.622

Overboekingen van/naar andere artikelen IF en HXII

3.375

– 7.923

0

0

– 4.424

0

– 8.972

Totaal begrotingsmutaties

– 77.327

– 255.270

– 22.624

0

– 18.037

– 48.336

– 421.594

               

Realisatie 2016

1.214.109

708.115

134.760

17.020

0

– 348.132

1.725.872

In 2016 is er op artikel 13 per saldo € 422 miljoen minder uitgegeven dan oorspronkelijk was begroot. Hiervan heeft € 413 miljoen betrekking op doorgeschoven uitgaven en € 9 miljoen op overboekingen van en naar andere begrotingsartikelen.

Van de doorgeschoven uitgaven heeft € 161 miljoen betrekking op BOV (effect van de onderbesteding ProRail 2015 op de aanvraag voor 2016), € 23 miljoen op PPS (als gevolg van de lage rentestand) en per saldo € 9 miljoen op de investeringsruimte en ontvangsten (diverse oorzaken). De overige € 221 miljoen hangt samen met aanlegprojecten en bijbehorende ontvangsten, waarvan de toelichtingen zijn opgenomen in de betreffende projectoverzichten.

De overboekingen van en naar andere begrotingsartikelen hebben betrekking op overheveling uit budget regionaal/lokaal (€ 26 miljoen, RSP-projecten), overheveling uit budget HSL-Zuid (€ 1 miljoen, onderzoek beton), toevoeging prijsbijstelling (€ 5 miljoen), overheveling naar begroting VenJ (€ 2 miljoen) en overheveling naar Provinciefonds en BDU (€ 39 miljoen, met name beter benutten).

 

Beheer, onderhoud en vervanging

Aanlegprojecten

Geïntegreerde contractvormen

Rente en aflossing

Investeringsruimte

Ontvangsten

Spoorwegen

Mutaties per begrotingsnota 2016

IF 13.02

IF 13.03

IF 13.04

IF 13.07

IF 13.08

IF 13.09

IF 13 Totaal

               

Desalderingen en overboekingen binnen het artikel

2.566

7.004

– 121

0

6.104

– 15.553

0

Kasschuiven en saldoboekingen

3.263

172.899

35.838

31.766

54.034

– 5

297.795

Overboekingen van/naar andere artikelen IF en HXII

1.815

9.092

0

0

– 6.420

0

4.487

Mutaties Voorjaarsnota 2016

7.644

188.995

35.717

31.766

53.718

– 15.558

302.282

               

Desalderingen en overboekingen binnen het artikel

80.842

32.899

0

0

1.873

– 115.614

0

Kasschuiven en saldoboekingen

– 160.400

– 341.210

– 23.589

– 31.765

– 65.621

129.428

– 493.157

Overboekingen van/naar andere artikelen IF en HXII

1.560

– 740

0

0

1.996

0

2.816

Mutaties Miljoenennota 2017

– 77.998

– 309.051

– 23.589

– 31.765

– 61.752

13.814

– 490.341

               

Desalderingen en overboekingen binnen het artikel

– 3.577

1.433

0

0

3.266

– 1.122

0

Kasschuiven en saldoboekingen

1.260

– 169.966

– 9.335

– 1

– 13.269

13.961

– 177.350

Overboekingen van/naar andere artikelen IF en HXII

0

– 16.275

0

0

0

0

– 16.275

Mutaties Najaarsnota 2016

– 2.317

– 184.808

– 9.335

– 1

– 10.003

12.839

– 193.625

               

Desalderingen en overboekingen binnen het artikel

0

59.493

0

0

0

– 59.493

0

Kasschuiven en saldoboekingen

– 4.656

– 9.899

– 25.417

0

0

62

– 39.910

Overboekingen van/naar andere artikelen IF en HXII

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties Slotwet 2016

– 4.656

49.594

– 25.417

0

0

– 59.431

– 39.910

Onderdeel B – aansluiting tussen Infrastructuurfonds en ProRail

De liquide middelen van ProRail zijn met € 180 miljoen afgenomen t.o.v. vorig jaar. Dit wordt met name veroorzaakt door de terugbetaling van de onderbesteding 2015 aan IenM (€ 94 miljoen BOV en € 50 miljoen MIRT) en de overbesteding op BOV in 2016 (€ 27 miljoen).

Onderdeel C – specificatie bestedingen ProRail

Onderstaand zijn de specificaties opgenomen van de bestedingen door ProRail zoals opgenomen in het overzicht bij onderdeel A. Deze gegevens zijn ontleend aan de voorlopige jaarcijfers ten behoeve van de concept jaarrekening 2016 van ProRail. De concept jaarrekening is nog niet vastgesteld door de aandeelhouder. De vastgestelde jaarrekening van ProRail wordt nagezonden aan de Tweede Kamer.

Bestedingen ProRail (excl. BTW)

Realisatie 2016

Realisatie 2015

Uitbesteed werk nieuwbouwprojecten

635

694

Uitbesteed werk beheer, onderhoud en vervangingen

1.050

893

Apparaatskosten

426

399

Financiële baten en lasten

13

12

Bestedingen door ProRail

2.124

1.998

Verrekende en te verrekenen bedragen

– 180

76

Ontvangen door ProRail

1.944

2.074

Uitbesteed werk nieuwbouwprojecten

Realisatie 2016

Realisatie 2015

MIRT-projecten

454

482

Omgevingswerken en FENS

278

304

Doorbelaste apparaatskosten

– 97

– 92

Totaal

635

694

Uitbesteed werk beheer, onderhoud en vervangingen

Realisatie 2016

Realisatie 2015

Grootschalig onderhoud

124

137

Kleinschalig onderhoud

320

284

Onderhoud transfer

73

69

Beheer en calamiteiten

181

152

Verkenning en innovatie

3

9

Beheer en onderhoud

701

651

     

Bovenbouwvernieuwingen

102

112

Vervanging overige systemen (incl. aankoop panden)

281

165

Doorbelaste apparaatskosten

– 34

– 35

Vervangingen

349

242

     

Totaal

1.050

893

Apparaatskosten

Realisatie 2016

Realisatie 2015

Lonen, sociale lasten en overige personeelskosten

327

304

Externe dienstverlening (incl. inhuur)

45

43

Huisvestingskosten

54

52

Totaal

426

399

     

Financiële baten en lasten

Realisatie 2016

Realisatie 2015

Rentebaten- en lasten

13

12

Aflossing leningen

0

0

Totaal

13

12

     

Nog te besteden, te verrekenen en te egaliseren

Realisatie 2016

Realisatie 2015

Nog af te rekenen bijdragen rijksoverheid

– 55

144

Vooruitontvangen bijdragen rijksoverheid

37

54

Vooruitontvangen bijdragen omgevingswerken

173

176

Nog te egaliseren bedragen

228

213

Voorzieningen en reserves

23

27

Werkkapitaal (saldo schulden/vorderingen)

103

75

Liquide middelen

509

689

Onderdeel D – apparaat ProRail

In het Regeerakkoord (Rutte I en II) is een taakstelling op de apparaatskosten afgesproken. Voor ProRail gaat het om € 57,975 miljoen (incl. BTW) structureel vanaf 2018. ProRail vult deze taakstelling in door te besparen op externe dienstverlening, huisvestingskosten en een FTE-reductie van ca. 500 FTE in de periode 2013–2018.

FTE's per ultimo jaar ProRail

2014

2015

2016

2017

2018

FTE's ProRail per ultimo 2011

4.421

4.421

4.421

4.421

4.421

Overdracht reisinformatie NS

– 236

– 236

– 236

– 236

– 236

Insourcing en uitbreiding

93

219

326

357

434

ERTMS

 

54

84

84

84

Baseline-formatie

4.278

4.458

4.595

4.626

4.703

Invulling taakstelling

– 225

– 339

– 395

– 465

– 473

Doelstelling formatie

4.053

4.119

4.200

4.161

4.230

           

Bezetting

3.983

4.025

4.311

   

Vacatures

52

134

44

   

Formatie

4.035

4.159

4.355

   
           

Afwijking van doelstelling

– 18

40

155

   

De afwijking van de doelstelling op FTE’s wordt onder andere veroorzaakt door extra inzet voor realisatie bovenbouwvernieuwingen, PGO-contracten, Beter & Meer, LEAN, extra IT-beheerlast, eisen rondom risk & compliancy en cursisten ten behoeve van een robuuste bezetting verkeersleiding. Een aantal oorspronkelijke maatregelen voor de invulling taakstelling is vervallen maar wordt gecompenseerd door verlaging van de «out of pocket»-kosten.

De aan ProRail opgelegde apparaattaakstelling is een financiële taakstelling. Uit onderstaande tabel blijkt dat deze taakstelling per 2018 structureel is ingevuld. Vanaf het Jaarverslag 2017 zal hierover niet meer afzonderlijk worden gerapporteerd.

Financiële invulling apparaatstaakstelling (bedragen x € mln)

2014

2015

2016

2017

2018

Apparaatstaakstelling Rutte I, incl. BTW, pp 2012

23

32

34

35

38

Apparaatstaakstelling Rutte II, incl. BTW, pp 2012

0

0

7

14

20

Apparaatstaakstelling totaal, incl. BTW, pp 2012

23

32

41

49

58

Apparaatstaakstelling totaal, excl. BTW, pp 2012

19

26

33

41

48

Bron: begroting Infrastructuurfonds

         
           

Lonen, salarissen en overige personeelskosten 2012

300

300

300

300

300

Gemiddelde bezetting 2012 in FTE's

4.121

4.121

4.121

4.121

4.121

Gemiddelde personeelskosten per FTE

0,073

0,073

0,073

0,073

0,073

FTE-reductie

225

339

395

465

473

Besparing op FTE's

16

25

29

34

34

Bron: jaarverslag 2012 ProRail en Infrastructuurfonds

         
           

Overige apparaatskosten 2013–2018

111

95

99

99

99

Overige apparaatskosten 2013–2018 pp 2012

108

92

96

96

96

Overige apparaatskosten 2012

115

115

115

115

115

Besparing op overige apparaatskosten

7

23

19

19

19

Exclusief effect aankoop panden

7

23

14

14

14

Bron: jaarverslagen 2013–2016 ProRail en Infrastructuurfonds

         
           

Totaal besparing op apparaatskosten, excl. BTW, pp 2012

23

48

43

48

48

Lijst van afkortingen

AKI

Automatische Knipperlichtinstallaties

AKOE

Aanpak Kritische Ontwerp Elementen

AOV

Achterstallig Onderhoud Vaarwegen

BCF

BTW Compensatiefonds

BDU

Brede Doeluitkering

BenO

Beheer en Onderhoud

BZK

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

CBS

Centraal Bureau voor de Statistiek

DBFM

Design, build, finance and maintain

DRIPs

Dynamische Route-Informatie Panelen

DSSU

Doorstroommaatregelen station Utrecht

DVM

Dynamisch Verkeersmanagement

EMC

Electromagnetic Compatibility

ERMTS

European Rail Traffic Management System

FES

Fonds Economische Structuurversterking

GIV

Geïntegreerde contractvormen

GSMR

Global System for Mobile Communications – Railway

HOV

Hoogwaardig Openbaar Vervoer

HSA

High Speed Alliance

HSL

Hogesnelheidslijn

HTA

Hoofdtransportassen

HVWN

Hoofdvaarwegennet

HWN

Hoofdwegennet

IBOI

Index bruto overheidsinvesteringen

IDVV

Impuls Dynamisch Verkeersmanagement Vaarwegen

IenM

Ministerie van Infrastructuur en Milieu

IF

Infrastructuurfonds

IMPULS

Plan van aanpak Beheer en Onderhoud

IV

Informatievoorziening

KPI

Kernprestatie indicator

LVO

Landelijk Verbeterprogramma Overwegen

MER

Milieu Effect Rapportage

MJPO

Meerjarenprogramma Ontsnippering

MIRT

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport

MOBZ

Modernisering Object Bediening Zeeland

NDW

Nationale Databank Wegverkeersgegevens

NOMO

Nota Mobiliteit

NS

Nederlandse Spoorwegen

NSP

Nieuwe Sleutelprojecten

NUBBV

Niet uit balans blijkende bestuurlijke verplichtingen

OTB

Ontwerp Tracébesluit

OV

Openbaar Vervoer

OV SAAL

Openbaar Vervoer Schiphol-Amsterdam–Almere–Lelystad

OVW

Overige vaarwegen

PHS

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

PIP

Provinciaal Inpassing Plan

PMR

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

PPS

Publiek-private samenwerking

REP

Ruimtelijk Economisch Programma

RINK

Risico inventarisatie natte kunstwerken

RMf

Regionale Mobiliteitsfondsen

RSP

Regiospecifiek Pakket

RSS

RandStadSpoor

RWS

Rijkswaterstaat

SAA

Schiphol-Amsterdam-Almere

SVIR

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

SWUNG

Samen Werken in de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid

TB

Tracébesluit

UPGE

Uitvoeringsprogramma geluid emplacementen

VOS

Verkeersmanagement Ondersteuning DataServices

V&R

Vervanging en renovatie

VRI

Verkeersregelinstallatie

VTW

Verzoeken tot wijziging

ZIP

Zeehaven Innovatie Project voor duurzaamheid

ZSM

Zichtbaar, Slim en Meetbaar

ZZL

Zuiderzeelijn

Noot 2: Bijdrage regio zijn prijspeil 2007.