Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vergaderjaar 2017-2018

Nr. 303

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 maart 2018

Met deze brief sturen wij, mede namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

u het actieprogramma Werken in de Zorg1. Hiermee voldoen we tevens aan de toezegging in de arbeidsmarktbrief van 1 december 20172 en de motie De Lange c.s.3.

Het doel van dit actieprogramma is om te zorgen voor voldoende medewerkers, die goed zijn toegerust voor en tevreden zijn met het belangrijke werk dat zij doen. Deze opgave vraagt niet alleen om meer medewerkers. Het moet ook beter en anders.

We kiezen daarom voor een brede aanpak gericht op drie actielijnen:

  • 1.  Meer kiezen voor de zorg
  • 2.  Beter leren in de zorg
  • 3.  Anders werken in de zorg

Het zwaartepunt van de aanpak ligt in de regio. Daar wonen, werken en leren mensen. Er worden regionale actieplannen gemaakt, die bestaan uit een scherp beeld van de regionale opgave, duidelijke ambities en concrete afspraken.

Er komt in juni een imagocampagne gericht op werken in de zorg.

Met de vanaf eind 2017 extra beschikbaar gestelde scholingsmiddelen vanuit Sectorplanplus (€ 320 mln. over een periode van 4 jaar) ondersteunen we zorginstellingen extra om nieuwe medewerkers scholing te kunnen bieden. Dit onder de voorwaarde dat een zorginstelling zich verbindt en bijdraagt aan de uitvoering van de regionale actieplannen. Nu al worden extra 58.500 korter en langer lopende scholingstrajecten uit deze scholingsimpuls gefinancierd.

Tevens ondersteunen we loopbaanoriëntatie en -begeleiding van medewerkers via Sterk in je werk (€ 5 mln. per jaar).

Op een landelijke actietafel willen we afspraken met elkaar maken hoe knelpunten kunnen worden aangepakt en hoe goede initiatieven verder kunnen worden gebracht. Hiervoor is ook organisatiekracht nodig. Daarom willen we hieraan ook een actie-leer-netwerk koppelen.

Gedurende de looptijd van het programma willen we natuurlijk weten of we op koers liggen en waar we nog moeten bijsturen. Data-driven monitoring is daarom expliciet onderdeel van het programma.

Het actieprogramma staat niet op zichzelf. We gaan gebruik maken van de opbrengsten van de goede initiatieven die al lopen, zoals het Zorgpact en de Arbeidsmarktagenda 2023 Aan het werk voor ouderen.

Dat geldt ook voor economiebrede initiatieven. Zowel binnen de publieke sector als in de private sector is er sprake is van toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Daarom komt het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ook mede op verzoek van de Kamer nog voor de zomer met het «aanvalsplan tegen krapte» om de mismatch op de arbeidsmarkt structureel te verkleinen. In dit verband noemen we ook het bestuursakkoord 2018–2022 van het mbo (vertegenwoordigd in de MBO Raad) met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Hierin is afgesproken dat iedere mbo-instelling regionaal gedragen kwaliteitsafspraken maakt onder andere gericht op onderwijs dat voorbereidt op de toekomst. Daarnaast liggen er vanuit de doelstellingen van de Participatiewet en de Wet banenafspraak, uitstekende kansen om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ook kansen te bieden op de reguliere arbeidsmarkt, en zo bij te dragen aan de opgave in de zorg. Hiervoor zetten het UWV en gemeenten diverse instrumenten in, zoals, jobcoaching, werkplekaanpassing, loonkostensubsidie, of samen met werkgevers, de creatie van passende functies via jobcarving.

Uit de gevoerde gesprekken met de partijen uit zorg en onderwijs blijkt grote steun voor de ambities en de actielijnen in dit programma. Partijen zijn gemotiveerd om hier snel mee aan de slag te gaan. Wat betreft de governance (sturing, rollen en verantwoordelijkheden) is afgesproken om dit op korte termijn verder met elkaar uit te werken. Hoe kunnen we ieders bijdragen en ideeën om de ambities te realiseren optimaal benutten? Voldoende breedte van en draagvlak voor de plannen in de regio is belangrijk. Bij het maken en uitvoeren van deze plannen wordt iedereen uitgenodigd om mee te doen.

Een onafhankelijke adviescommissie adviseert en ondersteunt de regio’s en volgt de voortgang. De onafhankelijke adviescommissie beoordeelt of het regionale actieplan op voldoende draagvlak kan rekenen van werkgevers, werknemers, beroepsgroepen en het onderwijs.

Naast dit actieprogramma zullen voor de medisch-specialistische zorg in ieder geval nog afspraken gemaakt moeten worden over de brede financiële kaders – al dan niet als onderdeel van een hoofdlijnenakkoord – die een bijdrage zullen leveren aan het oplossen van de (sector-) specifieke knelpunten op de arbeidsmarkt. Over de totale set van afspraken met betrekking tot de arbeidsmarkt MSZ, zullen NVZ en NFU tot een finale bestuurlijke afweging komen.

Ook andere branches houden de ruimte om bijvoorbeeld via de hoofdlijnenakkoorden aanvullende sectorspecifieke afspraken te maken.

Het succes van het programma valt of staat met de gezamenlijke inzet van velen. Landelijk en regionaal. Samen met hen willen we daarom deze belangrijke opgave aanpakken.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
H.M. de Jonge

De Minister voor Medische Zorg,
B.J. Bruins

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
P. Blokhuis

Noot 1: Met «zorg» worden alle vormen van zorg en welzijn bedoeld die vallen onder de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet en de Wet Publieke Gezondheid, raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

Noot 2: Kamerstuk 29 282, nr. 292

Noot 3: Kamerstuk 29 282, nr. 298