Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vergaderjaar 2017-2018

Nr. 127

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 juli 2018

In juli 2017 is de operatie BRP gestopt. De operatie beoogde een vernieuwing van het technische systeem voor de bevolkingsadministratie van Nederland, de Basisregistratie Personen (BRP). Stopzetting betekent dat het huidige technische systeem langer in gebruik zal blijven dan voorzien. Overheidsorganisaties en veel organisaties met een semipublieke taak baseren hun processen op de gegevens uit de BRP. Het is een cruciale basisregistratie voor de publieke dienstverlening en voor de toekenning en vaststelling van rechten en plichten van personen die een relatie hebben met de Nederlandse Overheid. Continuïteit van het BRP-stelsel is daarom de eerste zorg. Ik heb u in mijn brief van 18 mei jl. (Kamerstuk 27 859, nr. 124) de uitkomsten van de health check gemeld. Uit de health check blijkt dat de bedrijfszekerheid van het technische systeem in ieder geval voor de komende vijf tot zeven jaren is gewaarborgd. De continuïteit van het BRP-stelsel is niet in gevaar. Dat biedt mij gelegenheid om over de fundamenten van onze bevolkingsadministratie na te denken, voordat ik besluiten neem over technische vernieuwingen.

Daarbij zullen ook belangrijke vragen aan de orde moeten komen. Is het huidige BRP-stelsel in de toekomst ook nog steeds het stelsel dat we nodig hebben voor de registratie en gebruik van persoonsgegevens? Voldoet het nog aan de eisen en wensen van de informatiesamenleving? Zijn publieke waarden voldoende geborgd? Ik sluit niet uit dat er in de toekomst fundamentele wijzigingen nodig zullen zijn in het identiteitsstelsel. Ik ga dan ook kijken naar het BRP-stelsel in zijn geheel en zijn plek in het identiteitsstelsel, en dus niet alleen naar de te ontwikkelen techniek voor het registreren en verstrekken van persoonsgegevens. Ik pas hiermee de eerste les toe die de Commissie BRP in haar rapport «Niet te stoppen» heeft opgenomen (bijlage bij Kamerstuk 27 859, nr. 124), namelijk dat voordat een technische opgave gerealiseerd kan worden, er eerst politiek-bestuurlijke en beleidsmatige duidelijkheid moet zijn.

Daarom neem ik de tijd om, voor het ontwikkelen van een beleidsvisie op de toekomst van de BRP, in overleg te gaan met gemeenten en gebruikers. De eerste gesprekken met de partners verlopen in een open en constructieve sfeer.

Samenwerking tussen gemeenten en BZK is voor mij een uitgangspunt. De gesprekken met gemeenten via de VNG hebben mij ervan overtuigd dat dit uitgangspunt wordt gedeeld. Gemeenten en rijk hebben immers ieder eigen verantwoordelijkheden ten aanzien van persoonsregistraties en het BRP stelsel. Met de VNG heb ik daarom afgesproken om gezamenlijk en met de gebruikers tot een visie te komen op het BRP-stelsel en zijn plek in het identiteitsstelsel in de toekomst. De visie hangt samen met de visie op de digitale overheid en overheidsdienstverlening die in de agenda Digitale Overheid (NL DIGIbeter) wordt neergelegd.

Eerste beelden

De inventariserende gesprekken met de partners zien zowel op de korte-en de middellange termijn (komende vijf tot zeven jaar) als op de lange termijn, na 2025. Er zijn eerste beelden opgehaald over de vraag wat er binnen de verschillende overheidsdiensten van een toekomstige registratie van personen wordt verwacht en met welke ontwikkelingen bij de gemeenten en gebruikers rekening moet worden gehouden.

Eerste beelden korte en middellange termijn (5–7 jaar)

Aandachtspunten voor de korte en middellange termijn die in gesprekken met gemeenten en gebruikers aan de orde kwamen waren onder andere mogelijkheden voor de registratie van het verblijfsadres van arbeidsmigranten en verbeteringen in de registratie van verblijfstitels en gegevens van niet-ingezetenen. Over deze, en vele andere thema’s die in de gesprekken aan de orde komen, ga ik komende maanden verder in gesprek met gemeenten en gebruikers.

In het regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34) staat een aantal beleidsvoornemens van het Kabinet dat ook van invloed is op de vormgeving van de BRP. Ook deze punten zijn meegenomen in de inventarisatie. Het gaat om het beperken van onnodige geslachtsregistratie, de versleutelde opslag van persoonsgegevens in basisadministraties, het registreren van e-mailadressen en het vergroten van de dienstverlening aan de burger door meer regie op eigen persoonsgegevens. Een voorbeeld van dit laatste is de regie op verstrekking van persoonsgegevens aan de Stichting Interkerkelijke Ledenadministratie (Sila). Ik onderzoek op dit moment of en hoe deze voornemens leiden tot aanpassingen in het BRP-stelsel. Eind dit jaar zal ik de Kamer informeren over de uitkomsten daarvan.

De kwaliteit van de gegevens in de BRP is los van alle ontwikkelingen ook de komende jaren voortdurend een punt van aandacht. Hieraan wordt onder meer gewerkt in het programma Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA). De activiteiten van LAA worden, om de aanpak te borgen, overgebracht van het tijdelijke programma naar de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens.

Eerste beelden lange termijn (vanaf 2023–2025)

In de gesprekken met gemeenten en gebruikers over de lange termijn zijn enkele rode draden te herkennen. Een eerste thema is de omvang van de «gegevensset»: de gegevens die in de registratie zijn opgenomen. Welke gegevens zijn nodig om de dienstverlening van overheidsorganisaties in de digitale samenleving goed en efficiënt te laten plaatsvinden? Is de BRP er voor de grootste gemene deler met een smalle set persoonsgegevens, of moet er sprake zijn van een uitgebreid en flexibel systeem waarbij maatwerk mogelijk is? Een tweede centraal thema is de verantwoordelijkheidsverdeling in het stelsel. Is het vanuit een oogpunt van complexiteitsreductie en kwaliteitsverbetering zinvol om de huidige verdeling van verantwoordelijkheden tussen Rijk, gemeenten en afnemers te wijzigen?

Er kwamen voor de lange termijn ook suggesties voor aanpassingen van het stelsel aan de orde, zoals integratie van de Burgerlijke Stand en de Basisregistratie Personen en kwaliteitsverbetering van de gegevens door verdergaande uniformering van processen.

Vervolgaanpak

Gezamenlijk optrekken met gemeenten en gebruikers is essentieel voor het traject voor de visie op de toekomst van de BRP. Mede om de lessons learned op dit vlak in de praktijk te brengen, zal een analyse en zonodig aanpassing van de interbestuurlijke governance van de BRP worden gestart. Op dit moment is het Gebruikersoverleg als wettelijk adviesorgaan voor de BRP het aangewezen gremium om over governance BRP en de toekomstvisie te overleggen. Daar wordt dit onderwerp de komende periode geagendeerd. Daarnaast zal besluitvorming over een aantal aspecten van strategische aard, bijvoorbeeld vanwege samenhang met het stelsel van basisregistraties en de Generieke digitale infrastructuur (GDI), binnen de besluitvormingsstructuur van de digitale overheid plaats gaan vinden (in het Overheidsbrede Beleidsoverleg Digitale Overheid OBDO).

Aanpak korte en middellange termijn

Voor de korte en middellange termijn (tot 2023–2025) zal het beheer en de doorontwikkeling van de BRP beperkt blijven tot de strikt noodzakelijke behoeften van gemeenten en gebruikers met betrekking tot de huidige technische centrale voorzieningen van de BRP. Het betreft in ieder geval het uitgesteld onderhoud dat is voortgekomen uit de health check en dat noodzakelijk is om bedrijfszekerheid van het systeem te waarborgen voor de komende vijf tot zeven jaar.

De verdere prioritering, financiering en programmering voor de komende vijf tot zeven jaar zal tot stand komen in een vaste cyclus, waarbij periodiek stapsgewijze doorontwikkeling van het ICT-systeem plaatsvindt zodat alle aangesloten partijen zich daarop kunnen voorbereiden. Hiermee geef ik invulling aan verschillende adviezen zoals uit het rapport van de commissie Elias «Grip op ICT», «Maak waar» en «Niet te stoppen» van de Commissie BRP. Het gaat hierbij om inrichtingsprincipes voor de ICT-ontwikkeling zoals: werk vanuit het bestaande, ontwikkel in kleine stappen, met tussentijds duidelijk herkenbare resultaten, maak gebruik van gerede partijen.

Aanpak lange termijn

Om invulling te geven aan het proces om voor de lange termijn tot een nieuwe visie op het BRP-stelsel en zijn plek in het identiteitsstelsel te komen, volg ik de volgende processtappen:

  • 1.  Vanaf nu tot in het voorjaar van 2019 zal ik verdiepende gesprekken houden met alle stakeholders om het beeld van de wensen en behoeften completer te maken en de rode draden verder uit te werken.
  • 2.  Het resultaat van die gesprekken vormt het uitgangspunt voor het ontwikkelen van verschillende toekomstscenario’s voor de vastlegging en het gebruik van actuele en betrouwbare persoonsgegevens.
  • 3.  In de tweede helft van 2019 zal ik deze scenario’s bepreken met de stakeholders, waarbij de impact op de uitvoering inclusief de financiële consequenties worden meegenomen. Ook aspecten als governance komen daarbij aan de orde. Uiteindelijk is het de bedoeling om gezamenlijk richtinggevende beleidsprincipes vast te stellen voor het toekomstige model van de persoonsregistratie.
  • 4.  Deze principes worden vervolgens verwerkt in een visie van het kabinet op het toekomstige model van de BRP. In 2020 zal ik de Tweede Kamer deze visie doen toekomen.
  • 5.  Vervolgens zal op basis van deze visie in 2020 een gezamenlijke ontwikkelagenda worden geformuleerd als voorbereiding voor de technische realisatie.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
R.W. Knops