Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vergaderjaar 2017-2018

Nr. 42

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 september 2018

In de begroting van mijn departement voor 2018 heb ik aangekondigd een beleidsevaluatie arbeidsongeschiktheid te verrichten, in aanvulling op het interdepartementaal beleidsonderzoek «IBO Geschikt voor de Arbeidsmarkt» (IBO) in 20171. De reikwijdte van het IBO vertoonde grote overlap met artikel 3, maar dekte niet alles af. Om te voldoen aan de standaarden van periodieke verantwoording en evaluatie, is destijds voorzien in een aparte evaluatie van de resterende onderwerpen onder artikel 3. Onderdelen die niet bij het IBO zijn betrokken, betreffen de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet tegemoetkoming arbeidsongeschikten (AO-tegemoetkoming) en de Ongevallenverzekering BES (OV BES). Ten tijde van het IBO liepen er daarnaast enkele interessante onderzoeken op aanpalende thema’s in het domein van arbeidsongeschiktheid die niet aansloten bij het tijdpad van het IBO. Deze thema’s, zoals de stand van zaken rondom de dienstverlening aan WGA-gerechtigden, de werking van de no-riskpolis en de ontwikkeling op de hybride markt van arbeidsongeschiktheidsregelingen, vallen strikt genomen niet onder artikel 3. Door toevoeging van deze thema’s zou de beleidsevaluatie landen in een bredere brief over arbeidsongeschiktheid. Met deze brief doe ik mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid deze toezegging gestand, zij het in een gewijzigde opzet.

Evaluatie en onderzoek no-rikpolis, dienstverlening WGA en onderzoeken hybride markt WGA

Als gevolg van de uitwerking van de regeerakkoordmaatregelen op het terrein van arbeidsongeschiktheid, is uw Kamer reeds separaat geïnformeerd op bovengenoemde thema’s rondom de WIA die niet onder artikel 3 van de SZW-begroting vallen. De bekendheid, werking en effectiviteit van de no-riskpolis is recent uitgebreid onderzocht. Over de uitkomsten van dat onderzoek en de beleidsmaatregelen die ik naar aanleiding van dit onderzoek heb getroffen, bent u recent geïnformeerd. Eind 2018 volgt hierop de rapportage over de pilot vervroegde inzet van de no-riskpolis. Bij brief van 5 juli 2018 heb ik uw Kamer mijn plannen en tijdpad voor het intensiveren van de dienstverlening aan WGA-gerechtigden2 gemeld. UWV werkt deze de komende periode uit. De implementatie van de dienstverlening aan WGA-gerechtigden gaat gepaard met de start van onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van de dienstverlening. Ik verwacht hiervan een eerste inzicht te kunnen geven in 2021, in de vorm van een mid term review. Tot slot heb ik uw Kamer op 5 juli jl. een uiteenzetting van de ontwikkelingen op de hybride markt3 toegestuurd, vooruitlopend op een tweetal nog lopende onderzoeken. Na afronding hiervan zal ik uw Kamer in het najaar informeren over de resultaten. Voor nu resteert dan ook een beknopte toelichting op de resterende onderdelen onder artikel 3.

WAO en WAZ

De WAO en de WAZ zijn sinds 2006 respectievelijk 2004 afgesloten voor nieuwe instroom. De WAO en de WAZ zijn na afsluiting uitgebreid geëvalueerd, respectievelijk in 2014 en 2009. Voor de bevindingen over de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze regelingen verwijs ik naar deze vorige evaluaties45.

De AO-tegemoetkoming

De AO-tegemoetkoming verschaft inkomensondersteuning aan arbeidsongeschikten (ten minste 35% arbeidsongeschiktheid) en heeft de vorm van een eenmalige jaarlijkse toeslag op de uitkering. Op basis van de bestaande gegevens is het niet mogelijk om gefundeerde uitspraken te doen over de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze maatregel. Omdat een op zichzelf staande evaluatie van dit instrument naar de aard ervan weinig toegevoegde waarde zal hebben, ben ik voornemens het benodigde onderzoek hiertoe te laten plaatsvinden in een bredere context. Recent is de regering in de motie Strik c.s. verzocht een evaluatie uit te voeren naar de effecten van diverse maatregelen in het Regeerakkoord op de arbeidsparticipatie en feitelijke inkomenspositie van mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering (Kamerstuk 34 775, G). Hierbij zal ik ook de werking en effecten van de AO-tegemoetkoming betrekken.

De Ongevallenverzekering BES

De OV BES is een ongevallenverzekering voor Caribisch Nederland. De kern van de OV BES is dat de werknemer, die als gevolg van een werkgerelateerd ongeval geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, recht heeft op ongevallengeld zolang de arbeidsongeschiktheid voortduurt. Het volume van de regeling is beperkt (maximaal 200 werknemers per jaar), hetgeen ertoe leidt dat de evaluatie ook beperkt is in de diepgang.

De Wet ongevallenverzekering (OV BES), die bij de staatkundige transitie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als specifieke Nederlandse wetgeving voor Caribisch Nederland tot stand is gekomen, is geënt op de voorheen bestaande Landsverordening ongevallenverzekering van het Land de Nederlandse Antillen.

Korte samenvatting van de regeling

Kern van de OV BES is dat de werknemer, die als gevolg van een werkgerelateerd ongeval geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, recht heeft op ongevallengeld. Bij gehele arbeidsongeschiktheid bedraagt het ongevallengeld per dag gedurende de eerste 52 weken 100% van het dagloon van de werknemer, daarna is dat 80%. Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid is de uitkering een naar rato percentage daarvan. De werkgever is tijdens het dienstverband verplicht om een bedrag gelijk aan het wettelijk ongevallengeld aan de werknemer uit te betalen. Daarvan uitgaande, krijgt de werkgever het ongevallengeld van overheidswege vergoed. In de situatie waarin het dienstverband is beëindigd – op grond van de in Caribisch Nederland geldende ontslagregelgeving kan na één jaar arbeidsongeschiktheid ontslag worden aangevraagd –, komt het ongevallengeld rechtstreeks van overheidswege aan de werknemer toe. In geval het ongeval leidt tot overlijden, voorziet de OV BES in een tegemoetkoming in de begrafeniskosten en een uitkering ten behoeve van de nagelaten betrekkingen. In verband met de OV BES is een aan het percentage van het loon van de werknemer gerelateerde premie verschuldigd.

Doel van de OV BES

Het doel van de OV BES is het geven van inkomensbescherming aan werknemers die arbeidsongeschikt zijn geworden als gevolg van een werkgerelateerd ongeval.

Kerncijfers OV BES

Het volume van de OV BES is relatief beperkt, over 2017 is ten behoeve van 197 werknemers betaald. Ongeveer 1/5e hiervan betreft betalingen op eigen naam (werknemers zonder dienstbetrekking). Werknemers die gebruikmaken van de OV BES zitten relatief lang in de regeling. Het gemiddeld aantal ziektedagen van het huidige zittende bestand is circa 500. Over 2017 was met de regeling in totaal circa € 800.000 gemoeid.

Doeltreffendheid

Over de doeltreffendheid van de OV BES kunnen geen harde uitspraken worden gedaan. Dit omdat gegevens daarover uit onderzoek of anderszins ontbreken. Wel is het zo dat het ontbreken van enige vorm van indexatie negatief uitwerkt op de doeltreffendheid van de inkomensbescherming. Het ongevallengeld dat een betrokkene ontvangt wordt gedurende de hele uitkeringsduur gebaseerd op het dagloon waarop betrokkene op het tijdstip van aanvang van de arbeidsongeschiktheid recht had, zonder enige vorm van indexatie. In verband hiermee wordt de mogelijkheid van indexatie uitgewerkt. Bovendien wordt beleidsmatig gekeken naar mogelijkheden om de prikkel gericht op re-integratie te verbeteren. Dit maakt onderdeel uit van een bredere herziening van het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid in Caribisch Nederland, waarover de Tweede Kamer reeds is geïnformeerd6.

Doelmatigheid

De uitvoering van de OV BES berust bij de RCN-unit SZW, gepositioneerd bij de Rijksdienst Caribisch Nederland. De RCN-unit SZW is hiërarchisch onderdeel van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De RCN-unit SZW beoordeelt de arbeidsongeschiktheid (waartoe de RCN-unit SZW een zogeheten «controlerend geneesheer» in dienst heeft), beoordeelt de voor het recht op uitkering onderliggende gegevens (waaronder het loon van de werknemer) en draagt zorg voor de betalingen.

Handhaving is onderdeel van de uitvoering. Sinds 1 januari 2017 is de Beleidsregel boeteoplegging loondervingswetten BES van kracht. Deze beleidsregel biedt houvast voor het opleggen van een boete in geval de werkgever zijn wettelijke verplichtingen (zoals de loondoorbetaling en het verstrekken van inlichtingen) niet nakomt.

De rechtmatigheid van de uitkering wordt jaarlijks beoordeeld door de Auditdienst Rijk. Over 2017 heeft de ADR een aantal fouten en onzekerheden vastgesteld. Het betrof onder meer het achterwege blijven van vermindering van het ongevallengeld in verband met samenloop met het wettelijk ouderdomspensioen. Het procentuele aantal dossiers met tekortkomingen is in 2017 echter aanzienlijk afgenomen ten opzichte van 2016. De RCN-unit SZW zet de door de ADR geconstateerde verbeterpunten om in concrete acties. Onderdeel van de voorziene acties is tevens het verkennen van nieuwbouw van de ICT-applicatie die voor de uitvoering van de OV BES wordt gebruikt. Deze is verouderd en foutgevoelig.

Net als over de doeltreffendheid kunnen over de doelmatigheid van de OV BES geen harde uitspraken worden gedaan. Toch zijn er in de uitvoering mogelijkheden om de doelmatigheid te verbeteren. De afhandeling van aanvragen ongevallengeld is momenteel een administratief tijdrovend proces. Daarom worden de mogelijkheden van administratieve vereenvoudiging van het werkproces (met inbegrip van de aanvraag voor het ongevallengeld) verkend. Verbeterslagen daarin kunnen met de beoogde nieuwbouw van de applicatie meelopen, of indien mogelijk al vooruitlopend daarop worden gerealiseerd. Deze verbeterslag kan ook de snelheid van het betaalproces ten goede komen en daarmee de doelmatigheid verbeteren.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W. Koolmees

Noot 1: Kamerstuk 34 775 XV, nr. 2

Noot 2: Kamerstuk 33 566, nr. 102

Noot 3: Kamerstuk 32 716, nr. 30

Noot 4: Kamerstuk 30 982, nr. 18

Noot 5: Kamerstuk 32 135, nr. 1

Noot 6: Kamerstuk 34 775 IV, nr. 45, p. 6/7