Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vreemdelingrechtelijke rechtspositie van vrouwen in het vreemdelingenbeleid

27 111 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vergaderjaar 2003-2004

Nr. 14 Vastgesteld 23 februari 2004

De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer1 heeft op 4 februari 2004 overleg gevoerd met minister Dekker van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over het Besluit van 24 juni 2003 tot wijziging van het Huisvestingsbesluit (bescherming van woningzoekenden in opvanghuizen) (27 111, nr. 13).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Kruijsen (PvdA) merkt op dat in dit overleg de drie jaar geleden aangenomen motie-Albayrak centraal staat. De opvanghuizen zitten nog steeds vol met mishandelde vrouwen van wie velen een afhankelijke verblijfsstatus hebben. Zij krijgen om die reden geen woning toegewezen. Het rapport van de Interdepartementale beleidsonderzoeken (IBO) van november jl. vermeldt dit ook.

Een aantal gemeenten in Nederland waaronder Nijmegen, heeft besloten om tijdelijk aan deze vrouwen een urgentieverklaring te geven in afwachting van de door het kabinet voorgenomen wetgeving om de doorstroming uit opvanghuizen te bevorderen. Kan de minister zorgen voor een structurele oplossing?


De heer Van Bochove (CDA) vraagt wat de stand van zaken is in het overleg met de VNG. Wanneer wordt het Huisvestingsbesluit aangepast? Kan de minister het overkoepelende orgaan van opvangorganisaties informeren over de stand van zaken in de wijziging van de Huisvestingswet en de Kamer daar eveneens van op de hoogte stellen? Wordt die wet in samenhang met onder andere de Vreemdelingenwet en de Koppelingswet gewijzigd, zoals gewenst?


Mevrouw Veenendaal (VVD) vraagt of het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer het begeleid wonen van tienermoeders kan bevorderen. Deze groep vrouwen alleen maar huisvesten is namelijk geen oplossing van hun problemen.

Is de minister bereid om met andere departementen te bestuderen of complexen van het Centraal orgaan opvang asielzoekers (COA) tijdelijk kunnen worden gebruikt voor de huisvesting van mishandelde vrouwen ter bevordering van de doorstroming uit opvanghuizen, nu zij niets voelt voor het urgent verklaren van deze vrouwen? Minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken en Integratie heeft namelijk al toegezegd dat de afhankelijke verblijfsstatus van aantoonbare slachtoffers van geweld kan worden omgezet in een onafhankelijke verblijfsstatus en biedt op die manier op haar manier bescherming aan die groep vrouwen.

Het antwoord van de minister

De minister constateert dat de in- en doorstroming van allochtone vrouwen in opvanghuizen nog steeds problematisch verloopt. Zij brengt in herinnering dat drie jaar geleden is besloten om de aangenomen motie-Albayrak op twee manieren uit te voeren, te weten via een wijziging van de Huisvestingswet en van het Huisvestingsbesluit. Via de wijziging van de Huisvestingswet konden mishandelde allochtone vrouwen in het bezit gesteld worden van een huisvestingsvergunning onafhankelijk van hun verblijfsstatus en via de wijziging van het Huisvestingsbesluit konden alle mishandelde vrouwen in opvanghuizen met voorrang worden gehuisvest, mede ter bevordering van de doorstroming. De wijziging van de Huisvestingswet maakt deel uit van een nog bij de Kamer ingediend wetsvoorstel. De behandeling van dat wetsvoorstel is uitgesteld in afwachting van een novelle waarmee een betere aansluiting van de Huisvestingswet op de ruimtelijke ordening wordt beoogd. Het wetsvoorstel en de novelle worden bestudeerd in het kader van de herijking. De minister overlegt in februari of maart a.s. met de 30 grootste gemeenten en in april a.s. met de VNG, Aedes en de koepel van opvanghuizen. Daarna neemt zij een definitief besluit over de verwerking van de verkregen informatie, uiteraard in samenhang met het bredere kader waarin de problematiek dient te worden geplaatst. De Kamer zal hierover schriftelijk worden geïnformeerd.

De wijziging van het Huisvestingsbesluit is gepubliceerd in het Staatsblad, maar nog niet in werking getreden. Dat dient door middel van een afzonderlijk Koninklijk Besluit te gebeuren. De wijziging van de Huisvestingswet is echter niet meer noodzakelijk sinds de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie in oktober 2003 schriftelijk aan de Tweede Kamer heeft meegedeeld dat zij de moties-Adelmund/Bussemaker overneemt. Dienovereenkomstig wordt het aantoonbaar slachtoffer zijn van seksueel geweld binnen de relatie een zelfstandige verblijfsgrond voor personen die in het bezit zijn van een afhankelijke verblijfstitel en hun relatie beëindigen. Ten gevolge daarvan komen zij in aanmerking voor voorzieningen waaronder een huisvestingsvergunning. Een deel van het probleem is hiermee dus opgelost.

Het feit dat aantoonbare slachtoffers van seksueel geweld met voorrang zullen worden gehuisvest overeenkomstig het gewijzigde Huisvestingsbesluit, kan tot ongewenste neveneffecten leiden en qua werking niet worden beperkt tot degenen voor wie dat is bedoeld. Gemeenten kunnen conform de Huisvestingsverordening vrijelijk beslissen over het huisvesten van urgente groepen. Het verlenen van voorrang aan de groep mishandelde vrouwen boven andere urgente groepen van bijvoorbeeld mensen met een medische indicatie leidt tot spanningen. De gemeenten zullen nogmaals worden gemaand tot spoed bij het beschikbaar stellen van woningen voor de groep waarvan deze mishandelde vrouwen deel uitmaken, zodat doorstroming vanuit de opvanghuizen wordt vergemakkelijkt. Ook zal de minister aan het COA vragen of vrouwen uit opvanghuizen kunnen doorstromen naar enkele van hun complexen. De Kamer zal hierover schriftelijk worden geïnformeerd.


De voorzitter stelt vast dat de eerste wijziging van het Huisvestingsbesluit in het voorjaar van 2004 afhankelijk van de overleggen met VNG, Aedes en het overkoepelende orgaan van opvanghuizen, van kracht kan worden. Voorts wordt met het COA een afspraak gemaakt over de huisvesting van mishandelde vrouwen in COA-complexen.


De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Buijs

De griffier van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Van der Leeden

1  Samenstelling:Leden: Duivesteijn (PvdA), Hofstra (VVD), Buijs (CDA), voorzitter, Schreijer-Pierik (CDA), Van Gent (GroenLinks), Geluk (VVD), Örgü (VVD), Dijsselbloem (PvdA), ondervoorzitter, Snijder-Hazelhoff (VVD), Depla (PvdA), Van Oerle-van der Horst (CDA), Van As (LPF), Van den Brink (LPF), Van Bochove (CDA), De Ruiter (SP), Duyvendak (GroenLinks), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Koopmans (CDA), Spies (CDA), Van Lith (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Timmer (PvdA), De Krom (VVD), Verdaas (PvdA), Kruijsen (PvdA) en Samsom (PvdA).Plv. leden: Crone (PvdA), Dezentjé Hamming (VVD), Mastwijk (CDA), Ormel (CDA), Van den Brand (GroenLinks), Luchtenveld (VVD), Oplaat (VVD), Boelhouwer (PvdA), Schippers (VVD), Dubbelboer (PvdA), Algra (CDA), Kraneveldt (LPF), Varela (LPF), Ten Hoopen (CDA), Vergeer (SP), Vos (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Vietsch (CDA), Sterk (CDA), Haverkamp (CDA), Giskes (D66), Gerkens (SP), Verbeet (PvdA), Balemans (VVD), Waalkens (PvdA), Van Heteren (PvdA) en Wolfsen (PvdA).