Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) voor het jaar 2005

29 800 XI BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Vergaderjaar 2004-2005

Nr. 13

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


Den Haag, 23 november 2004


Hierbij bied ik u aan het Verslag van de werking van de Huursubsidiewet en de Wet bevordering eigenwoningbezit, subsidietijdvak 1 juli 2002–1 juli 2003, alsmede de Evaluatie Eos, modernisering uitvoering huursubsidie1. De genoemde evaluatie heb ik u toegezegd in het Nota-overleg d.d. 2 februari 2004 over de herijking van de VROM-regelgeving Over de inhoud van de genoemde evaluatie en het verslag zal ik u in deze brief kort informeren.


Voorts maak ik van deze gelegenheid gebruik om u in te lichten over de actuele stand van zaken van de uitvoering van de huursubsidie. Daarbij ga ik in op de afstemmingsproblematiek met de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA). Naar aanleiding van vragen van het kamerlid Van Gent over de daardoor ontstane vertraging in de uitbetaling van huursubsidie heb ik op 14 april 2004 toegezegd dat ik uw Kamer voor het einde van het jaar zou inlichten over de gekozen oplossingsrichting.

Verslag werking Huursubsidiewet tijdvak 1 juli 2002–1 juli 2003 en Evaluatie Eos

Huursubsidie blijft een belangrijk instrument voor het realiseren van goede en betaalbare huisvesting voor die groepen die daarbij financiële ondersteuning behoeven. Ruim één miljoen huishoudens hebben baat bij deze regeling. Het gebruik van de Wet bevordering eigen woningbezit blijft helaas achter. In het hiervoor al aangehaalde nota-overleg herijking heb ik toegezegd dat de Wet BEW versneld zal worden geëvalueerd. In deze evaluatie wordt nader ingegaan op de oorzaken van het achterblijvende gebruik van de Wet BEW.


In het huursubsidiejaar 2002/2003 is de betaalbaarheid van het wonen verbeterd. Het aandeel van de huur in het inkomen (de netto-huurquote) is met 0,4% punt gedaald en de index voor het netto inkomen na aftrek van de kale huur (ninki) is met 6,9% punt gestegen. Hiermee is de doelstelling voor de betaalbaarheid van het wonen voor dat subsidiejaar (de ninki niet laten dalen ten opzichte van het niveau in het voorgaande jaar) ruimschoots gehaald. De verbetering is voor het grootste deel toe te wijzen aan de stijging van het netto-inkomen. De overgang naar het nieuwe belastingstelsel in 2001 is daarvan de belangrijkste oorzaak.


Uit het jaarverslag blijkt dat voor het eerst in drie jaar sprake is van een toename van het aantal huursubsidietoekenningen. Hiermee zijn ook de programmakosten toegenomen. Deze stijging van het aantal toekenningen is opvallend omdat er geen sprake was van een verslechtering van het economisch klimaat. Een mogelijke verklaring voor de gestegen instroom is de grotere bekendheid met huursubsidie.


De verslagperiode 2002/2003 vormde de laatste fase van een geleidelijke modernisering van de uitvoering van de Huursubsidiewet (Eos) waarmee op 1 juli 2000 was gestart. De invoering van de laatste fase van Eos, in de zomer van 2002, is niet zonder slag of stoot tot stand gekomen. Verschillende kinderziektes leidden tot ongewenste gevolgen, zoals het veel te lang uitblijven van betaling van de huursubsidie aan een groot aantal aanvragers. Met het overgaan tot bevoorschotting aan deze groep en het invoeren van een heel scala aan maatregelen op zowel korte als lange termijn (de zogenoemde Uitweg), is de uitvoering van de Huursubsidiewet inmiddels alweer geruime tijd genormaliseerd. De extra maatregelen hebben in het verslagjaar wel geleid tot hogere uitvoeringskosten.


Uit de evaluatie blijkt dat de situatie die zich in 2002 voordeed een uitzondering is geweest en dat per saldo de totale uitvoeringskosten voor huursubsidie als gevolg van Eos structureel zijn gedaald. De eindconclusie is dan ook dat Eos heeft bijgedragen aan een verbetering van de klantvriendelijkheid en een verhoging van de efficiëntie en effectiviteit van de uitvoering van de Huursubsidiewet. Ook de informatievoorziening met betrekking tot huursubsidiegegevens is verbeterd onder Eos. Dat de uitvoering van de huursubsidie goedkoper en klantvriendelijker is geworden is mede mogelijk dankzij de samenwerking met gemeenten en verhuurders. Via de Huursubsidie InformatiePunten vervullen verhuurders en gemeenten een belangrijke dienstverlenende rol voor de burger bij de meer geautomatiseerde en gecentraliseerde uitvoering van de huursubsidie.


Ondanks de verbeterde uitvoering van de huursubsidie ten opzichte van de periode voor Eos, blijft er ruimte voor verdere verbeteringen. Zo blijft de kwaliteit van brongegevens en de goede uitwisseling daarvan, met name de gegevens van de Gemeentelijke Basis Administratie persoonsgegevens, een aandachtspunt. Hier kom ik verderop in mijn brief nog op terug.

Stand van zaken uitvoering huursubsidie

Evenals vorig jaar het geval was2, is ook nu de start van het nieuwe huursubsidiejaar (1 juli 2004 – 30 juni 2005) zonder noemenswaardige problemen verlopen. Hieronder wordt de stand van zaken in de uitvoering nader ingegaan. Het gaat in het navolgende om de situatie per 1 oktober 2004.

Automatische continueringen

Voor ca. 950 500 huishoudens kon de huursubsidie voor het subsidiejaar 2004–2005 via het proces van automatisch continueringen worden vastgesteld. Dat zijn er 28 500 meer dan voor het subsidiejaar 2003–2004. Huishoudens waarvoor volledig huursubsidiebericht is vastgesteld, krijgen de huursubsidie waarop zij recht hebben als gebruikelijk maandelijks uitgekeerd. Huurders aan wie een beperkt huursubsidiebericht is toegestuurd, ontvangen een voorlopige maandelijkse bijdrage zolang zij nog niet hebben gereageerd op het verzoek om aanvullende subsidiebepalende gegevens te leveren. Indien de reactie uitblijft ook nadat een herinneringsbrief wordt verzonden, wordt de aanvraag niet verder behandeld en worden de betaalde voorschotten teruggevorderd.

Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van de stand van zaken van het proces van automatisch continueren per 1 oktober 2004.

Tabel 1: stand van zaken automatisch continueren, huursubsidiejaar 2004–2005

feitelijke automatische continueringen 950 500
met volledig huursubsidiebericht 833 400
met beperkt huursubsidiebericht 117 100
inmiddels beschikt 906 200
in behandeling (wel hsb /osb ontvangen) 44 300

Ruim 95% van de automatische continuering is inmiddels afgehandeld. Ca. 44 300 gevallen vergen nog nadere gegevens alvorens de beschikking kan worden geslagen. Het gaat dan met name om gevallen, waarin wel alle benodigde subsidiebepalende gegevens zijn verzameld, maar er twijfels zijn gerezen over de juistheid van die gegevens, omdat ze onverklaarbaar afwijken van de gegevens uit het voorgaande subsidiejaar. Dat kan bij voorbeeld het geval zijn als de via de verhuurder ontvangen huurgegevens een dermate grote afwijking ten opzichte van het vorige subsidiejaar laten zien, dat deze niet verklaard kan worden door de normale jaarlijkse huurverhoging. Naar de oorzaak van dat verschil wordt dan nader onderzoek ingesteld. In deze gevallen hebben de betrokken huurders wel al een volledig huursubsidiebericht ontvangen en wordt maandelijks ook al subsidie uitbetaald.

Eerste aanvragen

Tot 1 oktober 2004 zijn 137 800 eerste aanvragen ingediend. Daarvan zijn er inmiddels 62 800 beschikt.

Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van de stand van zaken met betrekking tot de eerste aanvragen per 1 oktober 2004.

Tabel 2: stand van zaken eerste aanvragen, huursubsidiejaar 2004–2005

aantal eerste aanvragen (stand 1 september 2004) 137 800
met volledig huursubsidiebericht 107 200
met beperkt huursubsidiebericht 8 600
inmiddels beschikt 62 800
in behandeling (nog geen hsb / osb) 22 000

De verwerking van eerste aanvragen verloopt volgens de normale planning en binnen de wettelijke termijn. De voorraad van 22 000 aanvragen waarop nog geen (al dan niet volledig) huursubsidiebericht is uitgegaan, valt binnen de gebruikelijke werkvoorraad.

Knelpunten GBA

Op 14 april van dit jaar zijn mij in het vragenuurtje in de Tweede Kamer door mvr. Van Gent (GroenLinks), dhr. Van Bochove (CDA) en mvr. Kruijsen (PvdA) vragen gesteld over vertraging in de uitbetaling van huursubsidie als gevolg van problemen met de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA). De aanleiding hiervoor was berichtgeving in de media over een groep van 12 000 huishoudens waarbij een probleem was ontstaan in de «fit» tussen het GBA en de opgegeven woonsituatie volgens de huursubsidieaanvrager. De problematiek rond onjuiste GBA gegevens is echter aan de orde gesteld als een algemeen probleem. Ik heb toegezegd voor het einde van het jaar de problematiek rondom onjuiste levering van GBA gegevens in kaart te hebben gebracht en de oplossingsrichting ervoor aan de Kamer aan te geven.

Analyse van het problemen

Uit een onderzoek dat ik heb laten uitvoeren blijkt dat de meeste afwijkingen tussen hetgeen de aanvrager huursubsidie opgeeft en hetgeen in het GBA staat vermeld, te wijten zijn aan verkeerd inschrijf/uitschrijf-gedrag van de burger. Dit betreft bijvoorbeeld het niet tijdig inschrijven in het GBA of het niet inschrijven van alle medebewoners. Daarnaast is een aantal technische problemen in het berichtenverkeer met het GBA aan het licht gekomen.

Oplossingen

Zoals ik eerder aan de Kamer gemeld heb, is een afwijking tussen de gegevens die de aanvrager opgeeft en hetgeen in het GBA staat soms zeer summier. Het betreft dan bijvoorbeeld een nadere aanduiding op een adres die net op een andere wijze is geschreven (90 bis in plaats van 90 b). Eind dit jaar, begin volgend jaar, verwacht ik dat VROM gebruik zal kunnen maken van een systeem waarbij de aanvraagbehandelaars van VROM on-line het GBA kunnen raadplegen. Aan de hand van andere (GBA)gegevens kan de behandelaar dan nagaan of de aanvraag toch juist is en in behandeling kan worden genomen. Het betreft hier dus een menselijke toets bij een door het systeem aangegeven fout.


Een belangrijk deel van de problematiek komt, zoals gezegd, voort uit het inschrijfgedrag in het GBA van huursubsidieaanvragers.


Om een correct inschrijfgedrag in het GBA van huursubsidieaanvragers te bevorderen, heeft overleg plaatsgevonden met de vier grote gemeenten. Uitkomst van dit overleg is dat een pilot is opgestart bij de Gemeente Den Haag. In deze pilot worden huursubsidieaanvragen waarbij de gegevens van de klant zoals doorgegeven aan VROM afwijken met het GBA in onderzoek genomen door de gemeente. Dit onderzoek kan variëren van het raadplegen van het GBA en de inschrijfformulieren bij het GBA tot aan het controleren van woongegevens op het adres ter plaatse. In navolging van deze pilot zullen ook andere pilots worden gestart.


Overigens, op het gebied van inschrijfgedrag en kwaliteit van het GBA worden reeds diverse acties ondernomen. Zo zijn er in Rotterdam zes achterstandswijken aangewezen waarbij bij inschrijving GBA en woonvergunningen direct controle wordt uitgevoerd door de gemeente. Ook in Amsterdam gaat men steeds meer over op huisbezoeken om de juistheid van inschrijving te controleren.


Wat betreft het berichtenverkeer met het GBA kan ik u melden dat dit door een aantal technische aanpassingen inmiddels is verbeterd. Een aantal andere mogelijke aanpassingen wordt begin volgend jaar doorgevoerd. Na deze aanpassingen zijn technische fouten in het berichtenverkeer met het GBA tot een minimum beperkt. Maar dit laat onverlet dat foute aanvoer (bijvoorbeeld door verkeerd inschrijfgedrag) ook leidt tot foute verwerking.

Telefonische bereikbaarheid

Evenals vorig jaar levert de telefonische bereikbaarheid van VROM voor huurders met vragen over huursubsidie geen problemen op. De bereikbaarheid van het geheel geautomatiseerde, gratis 0800-nummer is 100%, terwijl de bereikbaarheid van het 0900-informatienummer, waarbij de beller persoonlijk te woord wordt gestaan, tijdens de piekperiode van afgelopen zomer 83% bedroeg. Dit laatste percentage past binnen de ten doel gesteld 85% telefonische bereikbaarheid, gemeten over het gehele jaar 2004.

Huursubsidie informatiepunten

Er zijn inmiddels 650 Huursubsidie InformatiePunten (HIP's). Dat is meer dan een verdubbeling ten opzichte van de situatie in juli 2003. Mijn ambitie om medio 2004 600 HIP's operationeel te hebben3 is daarmee ruimschoots gehaald. Daarmee zijn thans in 335 gemeenten – in de regel gemeenten met meer dan 500 huursubsidieontvangers – één of meer HIP's gevestigd. Van de 148 gemeenten waar geen HIP aanwezig is, hebben 96 gemeenten minder dan 500 huursubsidiegebruikers. Zoals ik eerder dit jaar in een brief aan de Eerste Kamer4 al heb aangegeven, ben ik van mening dat uit het oogpunt van een zinvolle exploitatie bij een landelijke dekking niet gestreefd hoeft te worden naar de aanwezigheid van een HIP in elke gemeente ongeacht het aantal huursubsidiegebruikers. Te vrezen valt dat het opleggen van een verplichting om in gemeenten met weinig huursubsidiegebruikers toch een HIP op te richten, leidt tot informatiepunten waaraan in feite geen behoefte bestaat. Dat wil nog niet zeggen dat huurders met huursubsidievragen daarmee zijn verstoken van informatie. In een aantal gevallen zijn tussen gemeenten respectievelijk verhuurders afspraken gemaakt dat huurders terecht kunnen bij een HIP in de naburige gemeente. Voorts kan de huurder informatie over de stand van zaken van een aanvraag ook inwinnen via het internet of de daarvoor opengestelde telefoonnummers.

Bijgaand treft u een kaart van Nederland aan waarop is te zien in welke gebieden HIP's aanwezig zijn.


Toen twee jaar geleden gemeenten en verhuurders met voortvarendheid startten met het inrichten van HIP's is tussen mijn departement, VNG en Aedes afgesproken dat een onafhankelijk onderzoek zou worden ingesteld naar de kosten en baten van de inrichting en exploitatie van de HIP's in de praktijk. Aan de hand van de resultaten van dat onderzoek zou worden bezien of er aanleiding is afspraken te maken over een kostenvergoeding van het Rijk aan de organisaties die een HIP beheren. Het (kosten/baten)onderzoek, dat is uitgevoerd door Research voor Beleid, is in mei 2004 afgerond. Uit het onderzoek blijkt dat de kosten die zijn gemoeid met de HIP's zeer gering zijn. Bovendien blijkt dat ook gemeenten en verhuurders zonder HIP vaak nagenoeg dezelfde dienstverlening aan huurders bieden als de HIP's, zij het dat de niet-HIP's niet beschikken over de speciale HIP-internetapplicatie. Gezien deze uitkomsten heeft mijn departement tezamen net VNG en Aedes geconcludeerd dat er geen aanleiding is voor verder onderling bestuurlijk overleg aangaande een kostenvergoeding.


De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
S. M. Dekker

1  Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

2  Zie mijn brief d.d. 7 november 2003 (TK vergaderjaar 2003–2004, 28 464, nr. 28).

3  Zie mijn brief d.d. 25 juni 2003 (TK vergaderjaar 2002–2003, 28 777, nr. 15).

4  Brief d.d. 26 januari 2004 (EK, vergaderjaar 2003–004, 28 777, G).