Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Huurbeleid

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) voor het jaar 2005

27 926 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Vergaderjaar 2004-2005

Nr. 42

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


Den Haag, 4 februari 2005


Bij de behandeling van de VROM-begroting 2005 in uw Kamer heb ik – naar aanleiding van een vraag van de heer Depla – toegezegd op korte termijn een onderzoek te zullen laten doen naar de mogelijke effecten van het voorgenomen huurbeleid op de spreiding van inkomensgroepen. Mede gelet op de korte tijd die beschikbaar was heb ik gekozen voor twee lijnen: een kwalitatief, verkennend onderzoek onder verhuurders (uitgevoerd door Companen) en een nadere beschouwing over de relatie tussen segregatie en de liberalisering van het huurbeleid (door het SCP). Beide stukken ontvangt u hierbij.1

Voor de goede orde wijs ik erop dat de voorstellen uit mijn brief van 19 november 2004 (kamerstuk 27 926, nr. 39) uitgangspunt zijn geweest en dat geen rekening gehouden kon worden met mijn aanvullende voorstellen van mijn brief van 4 februari jl.


In de bijlage bij mijn eerdere brief met voorstellen over de modernisering van het huurbeleid heb ik inzicht gegeven in de effecten van dat beleid voor de woningvoorraad in de Amsterdamse en Rotterdamse situatie. Mede op basis daarvan heb ik in mijn brief geconcludeerd dat de maatregelen in het kader van de modernisering van het huurbeleid in combinatie met de woningbouwafspraken, de aanpak van de oude stadswijken en de lokale afspraken tussen partijen kunnen bijdragen aan het tegengaan van segregatie. De woningvoorraad in de grote steden laat over het algemeen een gedifferentieerd beeld zien op wijken buurtniveau. Daar komt door de liberalisatievoorstellen geen substantiële negatieve verandering in, mede door de beperking van de maximale liberalisatie per gemeente. Dat geldt ook voor wijken waar nu wel sprake is van een eenzijdig samengestelde woningvoorraad; herstructurering is het instrument om die eenzijdigheidheid te doorbreken.

Voor een antwoord op de vraag naar de daadwerkelijke effecten van het voorgenomen huurbeleid op de spreiding van inkomensgroepen is cruciaal, hoe de verhuurders in de praktijk met de ontstane ruimte zullen omgaan. Daarom heb ik besloten een verkennend onderzoek onder verhuurders te laten doen om in beeld te brengen hoe verhuurders in de praktijk naar verwachting zullen omgaan met het nieuwe huurbeleid en welke effecten dit kan hebben op de spreiding van inkomensgroepen. Het zal duidelijk zijn dat daar in dit stadium geen harde en definitieve uitspraken over te doen zijn. Uit de gevoerde gesprekken komt echter wel een redelijk eenduidig beeld naar voren, dat goed aansluit bij de de huidige praktijk en bij hetgeen naar mijn mening ook van de verhuurders verwacht mag worden.


Volgens de uitkomsten van het onderzoek is de verwachting dat het toekomstige beleid van sociale verhuurders in lijn zal liggen van het tot nu toe gevoerde beleid, waarbij selectief gebruik gemaakt zal worden van de liberaliseringsmogelijkheid om de huur van woningen op te trekken tot de markthuur. Wel zullen corporaties gebruik maken van de mogelijkheid om de van hen gevraagde bijdrage in huursubsidie via huurverhogingen te compenseren. De commerciële verhuurders zullen naar verwachting wel maximaal gebruik maken van de liberaliseringsmogelijkheden en de huur van het overgrote deel van de vrijgekomen huurwoningen optrekken tot de markthuur.

De onderzoekers verwachten op basis van hun bevindingen dat de spreiding van inkomensgroepen ten gevolge van het huurbeleid zeker tot 2010 niet ongelijkmatiger zal worden. Nu al zetten gemeenten diverse instrumenten in om de spreiding van inkomensgroepen, zowel binnen de regio als binnen de gemeente, evenwichtiger te maken. Verder wijzen zij er op dat eigenaren van vastgoed, zoals corporaties, er zelf ook baat bij hebben dat de leefbaarheid in wijken niet verslechtert. Voor zover dit samenhangt met de spreiding van inkomensgroepen zullen ook corporaties, al was het maar uit eigen belang, zich maximaal inspannen om deze spreiding te verbeteren.


De notitie van het SCP gaat in meer algemene zin in op segregatie en de mogelijke relatie met de modernisering van het huurbeleid. Het onderwerp wordt vanuit verschillende invalshoeken belicht: de woningmarkt, inkomensverschillen, huishoudentypes, planologie en etniciteit. Segregatie is afhankelijk van veel factoren, die ook per gemeente en zelfs per wijk in wisselende samenhang kunnen optreden.

Volgens het SCP is het in elk geval duidelijk dat de omvang van de liberalisering, gevoegd bij het geringe aandeel op jaarbasis vrijkomende woningen, zodanig is dat hiervan binnen afzienbare tijd geen grote invloed in welke richting dan ook op de segregatie verwacht mag worden.


In samenhang met de eerdere informatie over de mogelijke effecten van het voorgenomen huurbeleid voor de samenstelling van de woningvoorraad zie ik de uitkomsten van de uitgevoerde verkenning en de inhoud van de SCP-beschouwing als een bevestiging van mijn eerdere stellingname op dit punt. In de eerste plaats zal de modernisering van het huurbeleid maar een zeer beperkt effect hebben op de segregatie; veel andere factoren hebben een grotere rol. En als het gaat om het tegengaan van segregatie hebben lokale partijen niet alleen de verantwoordelijkheid voor het voeren van een verantwoord beleid uit een oogpunt van segregatie, zij hebben en houden daartoe met het voorgenomen huurbeleid ook voldoende mogelijkheden en zullen deze naar verwachting ook benutten.


De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
S. M. Dekker

1  Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.