Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Huurbeleid

27 926 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Vergaderjaar 2004-2005

Nr. 47

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


Den Haag, 8 maart 2005


De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer heeft mij bij brief van 3 maart 2005 verzocht te reageren op berichtgeving in de pers. Het gaat om een bericht in het Utrechts Nieuwsblad waarbij projectontwikkelaar Bouwfonds aangeeft dat er een sterker accent gelegd moet worden op de bouw van betaalbare woningen. De vaste commissie heeft mij verzocht voor het algemeen overleg van 8 maart over huurbeleid te reageren. Met deze brief voldoe ik aan dit verzoek. Ik merk echter wel op dat het hier – blijkens de berichtgeving in het Utrechts Nieuwsblad – gaat om een nog vertrouwelijk rapport van het Bouwfonds. Ik heb daar dan ook nog geen kennis van kunnen nemen. Mijn reactie is dan ook uitsluitend gebaseerd op de berichtgeving in het Utrechts Nieuwsblad.


In het betreffende artikel is aangegeven dat het Bouwfonds een afwijkend standpunt inneemt binnen de wereld van projectontwikkelaars omdat het merendeel van de ontwikkelaars juist heil ziet in nieuwbouw van duurdere woningen.

Ook ik heb in eerdere brieven aangegeven dat de bouw van duurdere woningen leidt tot de meeste doorstroming. Kortheidshalve citeer ik daarbij uit de notitie woningmarktontwikkelingen en huurbeleid van 14 mei 2004 die ik u bij brief van 4 juni 2004 heb aangeboden (kamerstukken II 2003/2004, 27 926, nr. 25). Op pagina 4 staat daar onder het kopje «kwantitatief: te weinig nieuwbouw»:


« (....) Er is een directe relatie tussen het aantal nieuwbouwwoningen en het aantal verhuizingen (de doorstroming) van huishoudens. Het is dan ook niet verwonderlijk dat met het afnemen van de nieuwbouwaantallen in de periode 1997–2001 ook de doorstroming is afgenomen. Gesteld kan worden dat nieuwbouw in zijn algemeenheid dé motor van de woningmarkt en de doorstroming is. Dit wordt geïllustreerd door het gegeven, dat door een aanbod van 100 nieuwe woningen, via de gegenereerde verhuisketens, in de bestaande voorraad gemiddeld 225 woningen worden vrijgemaakt voor nieuwe bewoners (zie ook tabel 11 ). Gemiddeld zo'n 30% van dit aanbod komt binnen de goedkope huursector beschikbaar (goedkoop: huur tot€ 358,- per maand in 2002). De lengte en de samenstelling van de verhuisketens is daarbij enigszins afhankelijk van het type nieuwbouwwoning. De omvang van het gegenereerde aanbod aan goedkope huurwoningen blijkt echter niet erg afhankelijk te zijn van het type nieuwbouwwoning. Luxe koopwoningen genereren bijna evenveel aanbod van goedkope huurwoningen in de voorraad als nieuwe (duurdere) huurwoningen. De totale ketenlengte gegenereerd door nieuwe huurwoningen is wel korter. Derhalve bestaat het doorstromingsaanbod van nieuwe huurwoningen voor een groter deel (40 á 50%) uit goedkope huurwoningen dan dat van (luxe) koopwoningen (25 á 30%).

Tabel 1. Samenstelling vrijgemaakt aanbod in voorraad per 100 nieuwbouwwoningen (2000–2002)

    West Nederland   Overig Nederland
Type nieuwbouw Totaal vrij in voorraad Goedkope huur Totaal vrij in voorraad Goedkope huur
    absoluut in %   absoluut in %
Koop vrijstaand en 2-kap 273 71 26% 265 65 25%
Koop rij duur 245 77 31% 230 66 29%
Koop rij goedk/mid. duur 180 66 37% 183 61 33%
Koop appartement 188 58 31% 272 69 25%
Huur eengezins 199 89 45% 182 73 40%
Huur appartement 165 82 50% 178 76 43%
             
Gemiddeld 215 72 33% 234 67 29%

(...)»


Op basis van bovenstaande gegevens kan ik de conclusies van het Bouwfonds niet onderschrijven. Ik ben dan ook benieuwd naar de inhoud van het nog vertrouwelijke onderzoek.

Ik merk daar echter bij op dat de door mij gepresenteerde onderzoeken en beleidsaanbevelingen uitdrukkelijk ook gezien dienen te worden als beleidsaanbevelingen. Ontwikkelaars (en verhuurders) zullen in laatste instantie zelf moeten bepalen in welk aanbod zij willen voorzien daar dit door lokale omstandigheden wordt bepaald. Marktpartijen kunnen beter dan wie dan ook zelf bepalen voor wie zij kunnen bouwen.


Ik vertrouw er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.


De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
S. M. Dekker

1  Bron: WBO-themapublicatie: Nieuwbouw en herstructurering, VROM, 2003, pagina 17.