Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Besluit luchtkwaliteit 2005

Verstedelijkingsbeleid tot 2010

30 175 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Vergaderjaar 2004-2005

Nr. 7

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


Den Haag, 20 juli 2005


In het overleg met u over het dossier luchtkwaliteit op 29 juni is u een toelichting toegezegd over de status van de capaciteit voor 232.000 woningen die in mijn brief van 2 juni jl. over de woningbouwafspraken en de inventarisatie plancapaciteit per 1-1-2004 zijn genoemd. Deze toelichting treft u hierbij aan. Ik heb daaraan een overzicht toegevoegd van de acties die door de door VROM opgerichte taskforce luchtkwaliteit op dit moment in gang zijn gezet.


Uit het in de brief van 2 juni (27 562, nr. 6) genoemde onderzoek naar beschikbare plancapaciteit bleek dat op 1 januari 2004 voor circa 232.000 woningen de bestemmingsplanprocedure tot en met goedkeuring door de provincie is doorlopen. Daarmee zijn deze bestemmingsplannen onherroepelijk geworden en geven ze een bouwtitel. In deze brief heb ik ook aangegeven dat de resultaten van het onderzoek indicatief zijn. Omdat bij veel provincies op het moment van meting de beschikbare gegevens onvolledig waren is bij de interpretatie van de uitkomsten rekening gehouden met een onzekerheidsmarge. Het onderzoek, dat bij de genoemde brief was gevoegd, geeft ook aan dat in een aantal bestemmingsplannen is opgenomen dat deze eerst verder moeten worden uitgewerkt alvorens een bouwvergunning kan worden verstrekt. Hiermee is in het onderzoek rekening gehouden door op basis van een steekproef te schatten welk deel van de bestemmingsplannen nog een nadere uitwerking vergt. Het genoemde aantal van 232.000 kent derhalve geen aandeel meer waarop nog een uitwerkingsverplichting rust.


In de brief is opgenomen dat, indien het bestemmingsplan is vastgesteld en de bouwvergunning is verleend, de luchtkwaliteit geen consequenties heeft voor de woningbouwproductie voor de eerstkomende jaren. Bij lezing van de brief kan de indruk ontstaan (en bij het persbericht is dat ook gebeurd) dat dit voor de totale capaciteit van 232.000 van toepassing is. Voor een klein deel daarvan is dat echter niet het geval.


Voor de goede orde geef ik hieronder aan welke situaties er ten aanzien van plancapaciteit zijn te onderkennen:


1. Voor dat deel van de gevallen waarin ook de bouwvergunning al is verleend, vormt de luchtkwaliteit ter plekke geen belemmering om tot daadwerkelijke bouw over te gaan.


2. Waar de bouwvergunning nog niet (of zeer recent) is verleend is nog bezwaar daartegen mogelijk. De regel is dat discussies over zaken als de luchtkwaliteit plaatsvinden in de bestemmingsplan-procedure. Vervolgens is dat bestemmingsplan de enige toetssteen voor de bouwvergunning. Niet geheel is uit te sluiten dat de rechter een aangevochten bouwvergunning onder omstandigheden rechtstreeks toetst aan de Europese grenswaarden. Als het bestemmingsplan dateert van (ruim) voor 1 juli 2001 (inwerkingtreding Besluit luchtkwaliteit) is het mogelijk dat de luchtkwaliteit in het bestemmingsplan minder pregnant aan de orde is geweest dan op grond van het Besluit luchtkwaliteit zou moeten. Dan zou de luchtkwaliteit een rol kunnen spelen bij bezwaar tegen de bouwvergunning. Dergelijke gevallen mij nu niet bekend.


3. Waar nog een uitwerkingsplan moet worden opgesteld moet dit worden getoetst aan (de uitwerkingsregels van) het bestemmingsplan en aan een goede ruimtelijke ordening. In dat kader kunnen luchtkwaliteitsnormen een rol spelen. Hier geldt dat als bestemmingsplannen van (ruim) voor 1 juli 2001 dateren (inwerkingtreding Besluit luchtkwaliteit) het mogelijk is dat luchtkwaliteit in het uitwerkingsplan wordt getoetst omdat het in het bestemmingsplan minder pregnant is gebeurd dan op grond van het Besluit luchtkwaliteit zou moeten.


Met dit laatste risico is zoals gezegd in de inventarisatie echter reeds rekening gehouden; bestemmingsplannen die nog een nadere uitwerking vergen zijn in het aantal van 232.000 niet meegeteld.

Een onderscheid binnen de 232.000 naar de eerste twee situaties is op basis van de onderzoeksgegevens niet te geven.


VROM wil samen met andere overheden zoeken naar oplossingen voor de problemen rond luchtkwaliteit. Zie hiervoor ook het afschrift van mijn recente brief aan de andere overheden die ik u als bijlage1 bij dit schrijven aanbiedt. Er is inmiddels een taskforce ingesteld, waar de andere overheden aan deelnemen.

De taskforce doet onderzoek naar de effecten op ruimtelijke plannen (waaronder woningbouw) van de situatie rond luchtkwaliteit en zoekt naar mogelijke oplossingen. Bij het onderzoek naar ruimtelijke gevolgen wordt rekening gehouden met verschillende scenario's, met aandacht voor generieke en lokale maatregelen, alsmede de aftrek van de natuurlijke bijdrage aan fijnstof. Op basis van deze inventarisatie, die voor 1 september moet zijn afgerond, ontstaat een beter inzicht in de plancapaciteit die wordt beïnvloed door de problematiek rond luchtkwaliteit. Conform mijn toezegging hierover zal ik u in september de resultaten van de inventarisatie doen toekomen.


Daarnaast gaat de taskforce samen met provincies en gemeenten proefprojecten (pilots) opzetten om locatiespecifieke oplossingsrichtingen te ontwikkelen voor ruimtelijke plannen die door luchtkwaliteit in de problemen komen. Samen met andere overheden zal daarvoor een selectie gemaakt worden. In ieder geval wordt gedacht aan de projecten «Amsterdam A10 West», Project Mainport Rotterdam en «Utrecht Centraal Station».


Infomil, het informatiepunt voor milieuregelgeving van het Ministerie van VROM, verzorgt een helpdesk waar overheden en andere betrokken met vragen over luchtkwaliteitsplannen terecht kunnen. Dit wordt uitgebreid met de mogelijkheid ook vragen te stellen over de relatie ruimtelijke ordening en luchtkwaliteit. Aansluitend zal samen met IPO, VNG en Infomil, een handreiking ten behoeve van lokale planvoorbereiding worden opgesteld, waarin onder andere op basis van de ervaringen met de Raad van State uitspraken en de pilots wordt aangegeven hoe bouwplannen op het punt van luchtkwaliteit het beste onderbouwd kunnen worden. VROM onderhoudt eveneens contacten met marktpartijen over dit onderwerp. Hun inbreng wordt eveneens benut.


Tenslotte gaat VROM de regionale samenwerking en concretisering ten aanzien van luchtkwaliteitplannen bevorderen. Daartoe worden lopende initiatieven in de beide vleugels en stadsregio's van de Randstad, in Gelderland en in Noord-Brabant ondersteund.


De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
S. M. Dekker

1  Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.