Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) voor het jaar 2006 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

30 560 XI MEMORIE VAN TOELICHTING

Vergaderjaar 2005-2006

Nr. 2

INHOUDSOPGAVE blz.

1. Leeswijzer 4

2. Het beleid 4

Overzicht belangrijkste suppletore uitgaven- en ontvangsten mutaties 4

Artikelsgewijze toelichting 6

Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten) 6

2.2. De beleidsartikelen 6

Artikel 1. Bevorderen van een goed werkende woningmarkt 6

Artikel 2. Stimuleren van voldoende woningen, een duurzame en gedifferentieerde woningvoorraad en leefbare woonmilieus 7

Artikel 3. Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt 10

Artikel 4. Optimalisering van de ruimtelijke afweging 14

Artikel 5. Gebiedsontwikkeling en realisatie Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur 15

Artikel 6. Beperken van klimaatverandering en grootschalige luchtverontreiniging 17

Artikel 7. Verbeteren milieukwaliteit van water en bodem 18

Artikel 8. Verbeteren van de milieukwaliteit in de bebouwde omgeving 20

Artikel 9. Verminderen van risico’s van stoffen, afval, straling en GGO’s 22

Artikel 10. Versterken van het (inter)nationale milieubeleid 23

Artikel 11. Vergroten van de externe veiligheid 24

Artikel 12. Handhaving en toezicht 25

Artikel 13. Rijkshuisvesting en architectuur 26

2.3. De niet-beleidsartikelen 28

Artikel 14. Algemeen 28

Artikel 15. Nominaal en onvoorzien 31

Wetsartikel 2 (begroting Baten-lastendiensten) 32

3. Baten-lastendienst «Rijksgebouwendienst» 32

4. Baten-lastendienst «Nederlandse Emissieautoriteit» 33

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL


Bij een wetsvoorstel tot een begrotingswijziging wordt geen algemene toelichting opgenomen. De beleidsinhoudelijke toelichting bij de begroting(sstaat) wordt opgenomen in onderdeel B van de memorie van toelichting (de begrotingstoelichting).

Wetsartikelen 1 tot en met 2

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2006 wijzigingen aan te brengen in:

a. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI);

b. de begrotingsstaat inzake de baten-lastendiensten van dit ministerie.


De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

Toelichting bij wetsartikel 4

In maart 2005 is door de Minister van Financiën met de Tweede Kamer overleg gevoerd over de uitkomsten van het interdepartementale beleidsonderzoek (IBO) regeldruk en controletoren en de naar aanleiding daarvan door het kabinet in december 2004 gedane voorstellen. Tijdens het algemeen overleg op 2 en 3 maart 2005 en in de brief van 9 maart 2005 (Kamerstukken II, 29 949 en 29 950, nr. 5) is toegezegd de getrouwbeeldverklaring van de departementale auditdiensten parallel aan de gewijzigde bedrijfsvoeringsparagraaf over het verslagjaar 2006 in te voeren. De departementen hebben sindsdien belangrijke voortgang geboekt met het treffen van de hiervoor noodzakelijke maatregelen. Om op het ingroeitraject naar met name de getrouwbeeldverklaring geen wettelijke obstakels te laten ontstaan, dienen enkele bepalingen in de Comptabiliteitswet 2001 (CW 2001) te worden aangepast. Dat zal regulier gebeuren via het moderniseringsproject van die wet dat thans gaande is. Om de getrouwbeeldverklaring al over het jaar 2006 te kunnen toepassen is echter een tijdelijke – op het jaar 2006 gerichte – afwijking van de wet nodig. Dat gebeurt via het onderhavige wetsartikel. Het betreft concreet de aanpasing van artikel 66, vijfde en zesde lid, van de CW 2001. De gewijzigde insteek voor de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag leidt niet tot een aanpassing van de CW 2001. De inhoud van die paragraaf wordt in de Rijksbegrotingsvoorschriften geregeld.


Samengevat komen de wijzigingen in de bedrijfsvoeringsparagraaf en in de accountantsverklaring op het volgende neer.

Over eventuele rechtmatigheidsfouten en -onzekerheden die de terzake gestelde artikelsgewijze tolerantiegrenzen te boven gaan, zal door de betrokken minister in de bedrijfsvoeringsparagraaf van zijn departementaal jaarverslag worden gerapporteerd. De departementale auditdienst verstrekt bij het aldus opgestelde jaarverslag (en saldibalans) een getrouwbeeldverklaring in plaats van een zogenaamde eisenverklaring. De getrouwbeeldverklaring heeft betrekking op de elementen die onder a tot en met d van het nieuwe zesde lid van artikel 66 in de CW 2001 zijn opgenomen. Daarbij beoordeelt de auditdienst op grond van onderdeel b of de rapportage over de rechtmatigheid van de begrotingsuitvoering klopt en op grond van onderdeel d of er in het jaarverslag eventueel sprake is van strijdigheid tussen de gepresenteerde financiële informatie en de opgenomen beleidsinformatie.

Om aan te sluiten bij de in artikel 58 gehanteerde terminologie wordt in lid 6 van artikel 66 gesproken van deugdelijke weergave in plaats van de in accountantskring gebruikelijke formulering van getrouwe weergave. Daarmee wordt echter hetzelfde bedoeld. Het is geen bezwaar dat de accountant in zijn verklaring het begrip getrouwe weergave gebruikt.


De oordeelsvorming van de Rekenkamer blijft ten opzichte van het verleden ongewijzigd.


In het oude vijfde lid van artikel 66 kan de reikwijdte van de accountantsverklaring (een verklaring omtrent de financiële informatie in het jaarverslag en de saldibalans) worden geschrapt. De reikwijdte staat thans geheel in het zesde lid.


De formulering van de aanhef van het onderhavige wetsartikel luidende: «.... komt voor de accountantsdienst van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI), voor het jaar 2007 als volgt te luiden» is zodanig gekozen, dat de accountantsdienst de gewijzigde reikwijdte van de verklaring zowel dient toe te passen met betrekking tot het departementale jaarverslag van het betrokken departement als met betrekking tot een eventueel niet-departementaal jaarverslag waarvoor de betrokken minister verantwoordelijk is (zoals bijvoorbeeld een jaarverslag van een begrotingsfonds of van een van de begrotingshoofdstukken I, II, IV of IXA).

Er wordt in de wettekst nog gesproken van accountantsdienst in plaats van auditdienst, omdat die terminologie in de Comptabiliteitswet 2001 nog wordt gehanteerd. Bij de voorziene modernisering van de Comptabiliteitswet zal accountantsdienst worden vervangen door auditdienst.


De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
S. M. Dekker

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. Leeswijzer

De suppletore begroting geeft een geactualiseerd beeld van de uitvoering van de begroting van het lopende jaar en de nieuwe beleidsplannen die het Kabinet wil uitvoeren. De suppletore begroting is bedoeld om (tussentijds) afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke begroting voor te leggen aan de Staten-Generaal. Door onder andere inzicht te verschaffen in de financiële consequenties van beleidsvoornemens wordt aan de allocatie- en autorisatiefunctie tegemoet gekomen. In de artikelsgewijze toelichting worden alle mutaties in de volgorde van de begrotingsartikelen van de begrotingsstaat opgenomen. Technische mutaties c.q. beleidsmatig niet relevante mutaties worden slechts cijfermatig gepresenteerd. Alleen indien er sprake is van een grote omvang worden ook technische mutaties nader toegelicht. De beleidsmatig relevante mutaties worden nader omschreven in de toelichting waarbij het bijbehorende mutatiebedrag wordt genoemd. Een beleidsmatige mutatie is het gevolg van gevoerd beleid en is dus te beïnvloeden (b.v. beleidsintensivering- en extensivering, beleidswijzigingen met financiële gevolgen, afwijkingen uit hoofde van behoorlijk bestuur). De stand 1e suppletore begroting samenhangende met de Voorjaarsnota, wordt opgebouwd door middel van mutaties op de stand ontwerpbegroting. De mutaties worden in de tabel «budgettaire gevolgen van beleid»op instrumentniveau gesaldeerd opgenomen. Indien mutaties worden toegelicht op instrumenten waarbij sprake is van een saldering, worden deze afzonderlijk zichtbaar gemaakt. In tabel «budgettaire gevolgen van beleid» is allereerst een nadere uitsplitsing van de uitgaven naar «apparaats-» en «programmagelden» gemaakt. Het artikelonderdeel «programma» wordt vervolgens uitgesplitst naar operationele doelen welke weer zijn opgebouwd uit (financiële) beleidsinstrumenten. Dit biedt de Kamer beleidsmatig relevante en duidelijke aangrijpingspunten om de begrotingsuitvoering kritisch te volgen en eventueel wijzigingen aan te brengen.Volledigheidshalve wordt vermeld dat in de tabellen een kolom is opgenomen met daarin mutaties die voortvloeien uit een amendement of de Nota van Wijziging.

2. Het beleid

Overzicht belangrijkste suppletore uitgaven- en ontvangstenmutaties

In onderstaande tabel worden de belangrijkste suppletore mutaties weergegeven gevolgd door een korte toelichting. Voor een uitgebreide toelichting wordt u verwezen naar het betreffende artikel.

Uitgaven

(bedragen in € 1 000)

  Uitgaven Artikelnr:
Stand Begroting 2006 3 416 482  
Belangrijkste suppletore mutaties:    
1. Huursubsidie en huurtoeslag 55 639 3
2. Starters 40 000 3
3. Uitvoeringskosten huursubsidie 18 590 3
4. Bijdrage Fonds Economische Structuurversterking 277 531 diversen
5. Aanvullende post Externe Veiligheid 15 000 11
6. Samenwerkende Inspecties 4 500 12
7. Investeringen HCvS/AZ 24 038 13
8. Paleizen 6 300 13
9. Afkoop subsidies DGW regelingen 56 963 14
10. Ramingsbijstelling – 18 000  
11. Overige mutaties 24 886 diversen
Stand 1e suppletore begroting 2006 3 921 929  

Toelichting:

1. Het betreft het saldo van verschillende mutaties binnen de huursubsidie/huurtoeslag. Toename is onder andere veroorzaakt door een toename van huishoudens met lage inkomens en een hoger nominaal huurniveau.


2. Om het kopen van een huis voor Starters te ondersteunen wordt een bedrag van € 40 mln gestort in het fonds Stimulering Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn).


3. Voor de afhandeling van oude coderegelingen Huursubsidie door VROM is in 2006 extra budget benodigd.


4. De bijdrage uit het FES t.b.v. projecten van BSIK, BIRK, NSP, Bodemsanering, Luchtkwaliteit, Bio- en milieutechnologie. De bedragen zijn meerjarig naar de VROM-begroting overgeheveld.


5. Het kabinet Balkenende I heeft eind 2002 in het Strategisch Akkoord € 300 mln voor de periode tot en met 2010 beschikbaar gesteld voor het Externe Veiligheid-beleid. Voor het jaar 2006 is € 15 mln naar VROM overgeheveld voor provincies en gemeenten (programmafinanciering).


6. De Tweede Kamer heeft recent geconcludeerd dat de ambities m.b.t. de samenwerking tussen de Rijksinspecties op een hoger plan moeten worden gebracht. De toegekende middelen (€ 4,5 mln) is het totaal van alle betrokken ministeries.


7. De mutaties op dit instrument hangen onder andere samen met de 2e fase in de renovatie en nieuwbouw van huisvesting voor de Raad van State (€ 2,4 mln). Ook is met de gemeente Den Haag is overeengekomen om het opstalrecht van de parkeergarage aan het Plein eeuwigdurend af te kopen in 2006 (€ 8,7 mln). Voorts heeft een actualisatie van kasramingen van investeringsprojecten plaatsgevonden.


8. Paleis Soestdijk en de omliggende paleistuinen worden tijdelijk opengesteld voor het publiek. Om het openstellen van het Paleis voor het grote publiek mogelijk te maken realiseert de Rijksgebouwendienst een aantal voorzieningen (€ 3,8 mln). Voor grondaankoop wordt € 2,5 mln extra ter beschikking gesteld.


9. In het kader van kabinetsstandpunt commissie Brinkman – het terugdringen van de verantwoordingsbureaucratie – wordt een aantal specifieke uitkeringen in het domein van de volkshuisvesting in 2006 afgekocht.


10. VROM levert d.m.v. ramingsbijstellingen en ombuigingsmaatregelen jaarlijks m.i.v. 2006 € 18 mln in.

Ontvangsten

(bedragen in € 1 000)

  Ontvangsten Artikelnr:
Stand Begroting 2006 411 077  
Belangrijkste suppletore mutaties:    
1. Aanpassing raming restituties subjectsubsidies – 23 200 23
2. Correctie a.g.v. vertraging invoering heffingswet – 165 000 23
3. Bijdrage Fonds Economische Structuurversterking 277 531 diversen
4. Overige mutaties 27 400 diversen
Stand 1e suppletore begroting 2006 527 808  

Toelichting:

Ad 1. Voor de restituties voor subsidiejaren, uitgevoerd door VROM is een nieuwe raming opgesteld waarin meer rekening is gehouden met de «invorderbaarheid» van de voorraad vorderingen.


Ad 2. De betaalbaarheidsheffing huurwoningen wordt in het jaar 2006 neerwaarts bijgesteld. Dit als compensatie voor derving van inkomsten van verhuurders vanwege wijzigingen in de modernisering van het huurbeleid.


Ad 3. Zie ook uitgaven.

Artikelsgewijze toelichting

Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)

2.2. De beleidsartikelen

Artikel 1. Bevorderen van een goed werkende woningmarkt

(Bedragen x € 1 000,–) (1) (2) (3) (4)=(1+2+3)  
  Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties via NvW en amen-dement Mutaties 1e sup-pletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie 2010
Verplichtingen: 12 451   137 12 588 – 376 – 441 – 421 – 422
Uitgaven: 17 378 0 918 18 296 – 901 – 966 – 771 – 422
Programma: 15 180 0 1 027 16 207 – 725 – 725 – 550 – 200
Scheppen van randvoorwaarden voor een goed werkende woningmarkt: 0 0 0 0 0 0 0 0
Scheppen van randvoorwaarden voor een goed werkende woningmarkt 0     0        
                 
Bevorderen van maximale maatschappelijke prestaties van wooncorporaties: 0 0 0 0 0 0 0 0
Bevorderen van maximale maatschappelijke prestaties van wooncorporaties 0     0        
                 
Versterken van de positie van de woonconsument: 1 508 0 0 1 508 0 0 0 0
Subsidies woonconsumentenorganisaties 1 508     1 508        
Overige programmabudgetten: 13 672 0 1 027 14 699 – 725 – 725 – 550 – 200
Onderzoek 8 887   1 546 10 433        
Experimenten en kennisoverdracht 4 785   – 519 4 266 – 725 – 725 – 550 – 200
Nader aan te wijzen       0        
Apparaat: 2 198 0 – 109 2 089 – 176 – 241 – 221 – 222
Apparaat:                
Apparaat artikel 1 (DGW) 2 198   – 109 2 089 – 176 – 241 – 221 – 222
Ontvangsten: 0     0        

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Onderzoek

Een deel van het voor 2005 beschikbare budget voor ondermeer WoOn (Woningbehoefteonderzoek) is doorgeschoven naar 2006 i.v.m. een gewijzigde fasering van de onderzoeksopdrachten.

Artikel 2. Stimuleren van voldoende woningen, een duurzame en gedifferentieerde woningvoorraad en leefbare woonmilieus

(Bedragen x € 1 000,–) (1) (2) (3) (4)=(1+2+3)  
  Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties via NvW en amen-dement Mutaties 1e sup-pletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie 2010
Verplichtingen: 54 804 2 000 81 264 138 068 8 176 5 102 140 511
Uitgaven: 472 711 2 000 – 11 026 463 685 -25 899 4 773 17 049 24 062
Programma: 460 642 2 000 – 8 655 453 987 – 23 533 7 171 19 409 26 424
Stimuleren van voldoende woningproductie: 122 262 0 0 122 262 0 0 0 0
Budget BLS 122 262     122 262        
Planologische en woningbouwknelpunten VINEX en VINAC 0     0        
                 
Verruimen van het aanbod van geschikte woningen voor ouderen en gehandicapten: 0 0 0 0 0 0 0 0
Verruimen van het aanbod van geschikte woningen voor ouderen en gehandicapten 0 0 0 0        
                 
Bevorderen van de leefbaarheid van de woonwijken: 311 280 0 – 3 250 308 030 – 16 250 5 666 10 250 8 924
Investeringen Stedelijke vernieuwing 282 721   17 750 300 471 – 13 750 – 1 500 1 250 373
Innovatiebudget Stedelijke vernieuwing 25 383   – 21 000 4 383 – 2 500 7 166 9 000 8 551
Stedelijke vernieuwing Lelystad 3 176     3 176        
                 
Garanderen minimale kwaliteit gebouwen en bevorderen hogere kwaliteit: 22 331 2 000 – 7 905 16 426 – 9 783 – 995 6 659 15 000
Programma energiebudgetten 13 125   65 13 190 3 200      
Subsidies energiebesparing (CO2- reductie) gebouwde omgeving 6 900   – 6 970 – 70 – 13 383 – 1 395 6 659 15 000
Regeling sanering loden drinkwaterleidingen 870   – 200 670        
Regeling energiebesparing huishoudens met lagere inkomens 916 2 000 – 800 2 116 400 400    
Innovatief bouwen 520     520        
                 
Overige programmabudgetten: 4 769 0 2 500 7 269 2 500 2 500 2 500 2 500
Onderzoek 3 103     3 103        
Kennisoverdracht 1 666   0 1 666 0      
Kosten uitvoeringsorganisaties     2 500 2 500 2 500 2 500 2 500 2 500
Nader aan te wijzen       0        
Apparaat: 12 069 0 – 2 371 9 698 – 2 366 – 2 398 – 2 360 – 2 362
Apparaat:                
Apparaat artikel 2 (DGW) 12 069   – 2 371 9 698 – 2 366 – 2 398 – 2 360 – 2 362
Ontvangsten: 91   2 671 2 762        

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Investeringen Stedelijke Vernieuwing

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Aanpassing budget Impulsregeling 2005–2008 65 000  
2. Intertemporele schuif; Impulsregeling   14 750
3. Overige mutaties   3 000
Totaal 65 000 17 750

Toelichting:

Ad 1 en 2:

De definitieve verdeling van het Impulsbudget is in 2005 vastgesteld. Op basis van deze definitieve verdeling is tevens vastgesteld in welk tempo de plannen worden beoordeeld en beschikt en is het kasritme opnieuw bepaald. De mutatie betreft de doorwerking vanuit 2005 welke is verwerkt in de Najaarsnota van dat jaar.

Instrument: Innovatieprogramma Stedelijke Vernieuwing

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Aanpassing fasering IPSV-budgetten 2005–2006   2 051
2. Intertemporele schuif IPSV (nav projectplanningen)   – 23 051
Totaal   – 21 000

Toelichting:

Ad 1 en 2:

Op basis van een inventarisatie van de projectplanningen en daarbij horende uitfinancieringen wordt de fasering van de uitgavenraming van het innovatiebudget stedelijke vernieuwing in de jaren 2006–2010 aangepast.

Instrument: Subsidies energiebesparing (CO2-reductie) gebouwde omgeving

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
1. Aanpassing verplichtingenraming nieuwe CO2-regeling 16 250  
2. Intertemporele schuif; implementatie nieuwe CO2-regeling   – 6 881
3. Overige mutaties   – 89
Totaal 16 250 – 6 970

Toelichting:

Ad 1 en 2:

Op basis van de in de CO2-reductieregeling 2006 op te nemen bepalingen inzake het toekennen van geldelijke steun wordt de fasering van de meerjarige uitgavenraming aangepast. Dit leidt tot een verschuiving van uitgavenbudgetten van 2006–2008 naar 2009–2010.

Instrument: Kosten uitvoeringsorganisaties

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Herschikking budgetten transitie Senter Novem 2 500 2 500
Totaal 2 500 2 500

Toelichting:

Ad 1: Herschikking budgetten transitie Senter Novem

De budgetten voor de uitvoering van subsidieregelingen door SenterNovem worden voortaan begroot en verantwoord bij de Overige Programmabudgetten. Deze middelen zijn afkomstig van het instrument «Apparaat» van dit artikel.

Ontvangsten artikel 2

Instrument: Restituties en overige ontvangsten DGW

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Ontvangsten
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Doorwerking realisatie 2005 2 671
Totaal 2 671

Toelichting:

Ad 1: Doorwerking realisatie 2005

Door de transitie SenterNovem is de terugvordering locatiesubsidie Delft Tanthof niet meer in 2005 gerealiseerd. De terugvordering zal nu in 2006 plaatsvinden.

Artikel 3. Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt

(Bedragen x € 1 000,–) (1) (2) (3) (4)=(1+2+3)  
  Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties via NvW en amen-dement Mutaties 1e sup-pletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie 2010
Verplichtingen: 1 902 906   168 525 2 071 431 54 950 50 251 53 476 – 17 709
Uitgaven: 1 929 506 0 121 736 2 051 242 24 763 25 775 22 792 13 350
Programma: 1 910 062 0 101 239 2 011 301 15 893 18 645 19 629 10 187
Garanderen betaalbaarheid voldoende huurwoningen en evenwichtige verdeling: 0 0 0 0 0 0 0 0
Garanderen van de betaalbaarheid van voldoende huurwoningen en een evenwichtige verdeling hiervan (aanbodgericht) 0     0        
                 
Garanderen betaalbaarheid wonen voor lage inkomensgroepen (vraaggericht): 1 908 473 0 99 939 2 008 412 14 393 17 145 18 129 8 687
Huursubsidie en huurtoeslag 1 902 028   55 639 1 957 667 14 393 17 145 18 129 8 687
Vangnetregeling 5 000   4 300 9 300        
Eénmalige bijdrage huurbeleid 0     0        
Kostenvergoeding verhuurders 0     0        
Bevorderen eigen woonbezit 1 445     1 445        
Bijdrage financiering startersleningen 0   40 000 40 000        
                 
Overige programmabudgetten: 1 589 0 1 300 2 889 1 500 1 500 1 500 1 500
Onderzoek 737     737        
Kennisoverdracht 45     45        
Kosten uitvoeringsorganisaties     1 300 1 300 1 500 1 500 1 500 1 500
Nader aan te wijzen 807     807        
Apparaat: 19 444 0 20 497 39 941 8 870 7 130 3 163 3 163
Apparaat:                
Apparaat artikel 3 (DGW) 19 444   1 937 21 381 8 870 7 130 3 163 3 163
Uitvoering huursubsidie     18 560 18 560 0 0 0 0
Ontvangsten: 376 106   – 169 200 206 906 33 840 29 183 2 428 6 877

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Huursubsidie en huurtoeslag

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Diverse mutaties huursubsidie en huurtoeslag 105 348 55 639
Totaal 105 348 55 639

Toelichting:

Ad 1: Diversen mutaties huursubsidie en huurtoeslag

De overschrijding van € 55 mln is in belangrijke mate toe te schrijven aan vier oorzaken, waarvan er twee reeds werden aangemerkt als structureel tekort bij 2e suppletore begrotingswet 2005. Toen is reeds geconstateerd dat het aantal huishoudens met een toekenning hoger was dan waarmee rekening was gehouden. Bovendien was het aandeel huishoudens met lage inkomens onverwacht sterk toegenomen. Het betreft hier een trendbreuk.

De andere twee oorzaken van genoemde overschrijding zijn een gemiddeld hoger nominaal huurniveau vanaf 2005, vanwege de hogere inflatie over 2005 en de extra middelen die de Belastingdienst/Toeslagen zal uitbetalen, omdat vanwege technische beperkingen voor een groep huishoudens een te laag inkomen is geadviseerd. Overigens zullen te hoge huurtoeslagen wel worden teruggevorderd.


De overschrijding laat vanaf 2006 verder een dalend verloop zien, dat met name is toe te schrijven aan effecten van het nieuwe huurbeleid. Verwacht wordt dat er uitstroom zal plaatsvinden als gevolg van verhuizingen. Het gaat hier om de huishoudens met huurtoeslag met een woning in het overgangsgebied, die na verhuizing geen recht hebben op huurtoeslag.


Ook is de raming voor de huurtoeslag aangepast op basis van de actuele macro-inzichten uit het CEP 2006. Dit leidt tot een verlaging van de raming van € 6 mln in 2006, € 18 mln in 2007 en structureel € 17 mln in latere jaren.

Instrument: Vangnetregeling

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Afwikkeling vangnetregeling 4 300 4 300
Totaal 4 300 4 300

Toelichting:

Ad 1: Afwikkeling vangnetregeling

Gemeenten, uitvoerders van de regeling (die m.i.v. 1 januari jl. is vervallen a.g.v. de invoering van de AWIR), dienen normaal gesproken tussentijdse declaraties in en na afloop van het subsidietijdvak wordt een einddeclaratie opgemaakt en ingediend. Echter, een groter aantal gemeenten heeft het indienen van tussentijdse declaraties voor zich uitgeschoven. Hierdoor zal in 2006 voor de afwikkeling van de Vangnetregeling tot en met 2005 een groter bedrag zijn gemoeid met de uitbetaling op basis van einddeclaraties.

Instrument: Bijdrage financiering startersleningen

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Startersleningen 40 000 40 000
Totaal 40 000 40 000

Toelichting:

Ad 1: Startersleningen

Om het kopen van een huis voor Starters te ondersteunen wordt een bedrag van € 40 mln gestort in het fonds Stimulering Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn). Uit dit fonds worden subsidies verstrekt voor de stichtingskosten van sociale nieuwbouwwoningen.

Instrument: Apparaat artikel 3 (DGW)

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Uitvoeringskosten huurliberalisatie 3 500 3 500
2. Uitvoeringskosten betaalbaarheidsheffing huurwoningen 800 800
3. Diverse mutaties – 183 – 2 363
Totaal 4 117 1 937

Toelichting:

Ad 1 en 2:

Met de uitvoering van de Wet betaalbaarheidsheffing huurwoningen zijn kosten gemoeid voor de Belastingdienst. Deze uitvoeringkosten worden meegenomen in de heffing aangezien deze nodig zijn om de beoogde opbrengst van de heffing te realiseren (zie ook de betreffende ontvangstenmutatie op dit artikel).

Ad 3: Diverse mutaties

In het streven naar een verdere verkorting van de behandeltermijnen van geschillen en een doelmatig opererende organisatie is voor het secretariaat van de huurcommissies een investeringsplan opgesteld. De noodzakelijke wijzigingen zullen worden doorgevoerd in de jaren 2006 t/m 2008. Dit ook als opmaat voor het te vormen ZBO.


Het nieuwe huurbeleid brengt additionele kosten met zich mee voor de Belastingdienst Toeslagen welke zullen worden overgeboekt naar deze dienst.

Instrument: Uitvoering huursubsidie

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Uitvoeringskosten huursubsidie 2006 14 590 18 590
2. Taakstelling Electronische overheid 1 322 1 322
3. Overige mutaties – 1 352 – 1 352
Totaal 14 560 18 560

Toelichting:

Ad 1: Uitvoeringskosten huursubsidie 2006

Vooruitlopend op de overgang van de uitvoering huurtoeslag naar de Belastingdienst Toeslagen zijn de middelen hiervoor integraal overgeboekt naar de Belastingdienst Toeslagen. Voor de uitvoering van oude coderegelingen Huursubsidie is in 2006 evenwel nog budget benodigd op de begroting van VROM.

Ad 2: Taakstelling Electronische overheid

Als grondslag voor de verdeling van de taakstelling is het aantal klantcontactpunten gebruikt. Voor de uitvoering van de huursubsidie zijn Huursubsidie-Informatie Punten (HIP) ingericht. Op grond hiervan zou VROM een relatief forse bijdrage aan de taakstelling moeten leveren. Echter, aangezien de budgetten voor de uitvoering van de huursubsidie/huurtoeslag aan Financiën zijn overgedragen, wordt dit deel van de taakstelling vanuit de generale middelen gecompenseerd.

Ontvangsten artikel 3

Instrument: Restituties subjectsubsidies

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Ontvangsten
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Actualisatie raming ontvangsten PVI (Ontvangsten HT) – 24 500
2. Aanpassing raming ontvangsten verhuurders (Ontvangsten HT) – 400
3. Aanpssing raming vorderingen 2006 ev (Ontvangsten HT) 1 700
Totaal – 23 200

Toelichting:

Ad 1, 2 en 3:

Voor de restituties voor subsidiejaren, is een nieuwe raming opgesteld waarin meer rekening is gehouden met de «invorderbaarheid» van de voorraad vorderingen. De mate van invorderbaarheid is bepaald op basis van een analyse van de voorraad vorderingen, waarbij onder andere de invorderingsstatus en de ouderdom belangrijk zijn geweest. Dit heeft met name geleid tot een verlaging van de ontvangstenraming in 2006.

Voor de ontvangsten vanaf het berekeningsjaar 2006 is de raming verhoogd op basis van de realisatiecijfers van het subsidiejaar 2004–2005 en als gevolg van een indexatie van de volume- en gemiddelde bijdrage-ontwikkeling.

Instrument: Taakstelling Huursubsidie

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Ontvangsten
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Correctie a.g.v. vertraging invoering modernisering huurbeleid – 165 000
Totaal – 165 000

Toelichting:

Ad 1: Correctie a.g.v. vertraging invoering modernisering huurbeleid

De betaalbaarheidsheffing huurwoningen wordt in het jaar 2006 neerwaarts bijgesteld. Dit als compensatie voor derving van inkomsten van verhuurders vanwege wijzigingen in de modernisering van het huurbeleid.

Instrument: Bijdrage verhuurders hs-plus

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Ontvangsten
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Uitvoeringskosten nieuw huurbeleid 7 000
2.Diverse mutaties 12 000
Totaal 19 000

Toelichting:

Ad 1: Uitvoeringskosten nieuw huurbeleid

Met de uitvoering van de Wet betaalbaarheidsheffing huurwoningen zijn kosten gemoeid voor de Belastingdienst en de het gebruiken van WOZ-gegegevens. Deze uitvoeringkosten worden meegenomen in de heffing aangezien deze nodig zijn om de beoogde opbrengst van de heffing te realiseren.

Ad 2: Diverse mutaties

De raming van de ontvangsten uit hoofde van de Wet betaalbaarheidsheffing huurwoningen is aangepast op grond van de in het wetsvoorstel opgenomen ramingen en daaraan ten grondslag liggende methodiek en bepalingen.

Artikel 4. Optimalisering van de ruimtelijke afweging

(Bedragen x € 1 000,–) (1) (2) (3) (4)=(1+2+3)  
  Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties via NvW en amen-dement Mutaties 1e sup-pletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie 2010
Verplichtingen: 11 118   4 332 15 450 2 705 3 337 2 547 1 528
Uitgaven: 11 973 0 10 011 21 984 8 817 9 299 6 206 1 731
Programma: 5 734 0 7 248 12 982 6 181 6 716 3 599 – 875
Ruimtelijk instrumentarium ontwikkelen en beheren: 5 734 0 7 248 12 982 6 181 6 716 3 599 – 875
FES ICES/KIS 350   5 650 6 000 5 700 5 700 2 692 – 300
Monitoring Nota Ruimte 916   477 1 393 – 275 – 166 – 48 – 24
Subsidies algemeen 3 140   597 1 513 382 342 34 34
Overige instrumenten algemeen 0   936 4 076 374 840 921 – 585
Apparaat: 6 239 0 2 763 9 002 2 636 2 583 2 607 2 606
Apparaat:                
Apparaat artikel 4 (DGR) 6 239   2 763 9 002 2 636 2 583 2 607 2 606
Ontvangsten: 0   7 135 7 135 6 0 00 6 000 2 992 0

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: FES ICES/KIS

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Bijdrage FES tbv BSIK-project Habiform   6 000
2. Overige mutaties – 300 – 350
Totaal – 300 5 650

Toelichting:

Ad 1: Bijdrage FES tbv Besluit Subsidies Investeringen Kennisinfrastructuur (BSIK)-project Habiforum

De bijdrage uit het FES t.b.v. het BSIK-project Habiforum is meerjarig t/m 2009 naar de VROM-begroting overgeboekt.

Instrument: Overige instrumenten algemeen

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Gebiedsontwikkeling 890 890
2. Overige mutaties 3 848 3 186
Totaal 4 738 4 076

Toelichting:

Ad 1: Gebiedsontwikkeling

T.b.v. de gebiedsontwikkeling is een meerjarige reeks tm 2009 aan de begroting toegevoegd van € 890 000,–, die zal worden ingezet ter ondersteuning van lagere overheden bij de uitvoering van het ruimtelijke beleid in het kader van de programma-aanpak, ontwikkelingsplanologie en luchtkwaliteit.

Ad 2: Overige mutaties

Op diverse instrumenten hebben per saldo budgettair neutrale correcties plaatsgevonden t.o.v. de ontwerpbegroting 2006, omdat de beginstanden na de conversie naar de nieuwe artikelstructuur onjuist bleken te zijn.

Artikel 5. Gebiedsontwikkeling en realisatie Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur

(Bedragen x € 1 000,–) (1) (2) (3) (4)=(1+2+3)  
  Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties via NvW en amendement Mutaties 1e sup-pletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie 2010
Verplichtingen: 33 266   283 419 316 685 19 308 – 6 198 – 3 770 – 3 713
Uitgaven: 42 428 0 181 811 224 239 206 788 81 743 22 729 16 201
Programma: 35 005 0 186 391 221 396 211 221 86 084 27 062 20 535
Stedelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelen: 14 392 0 191 466 205 858 211 858 86 701 26 811 19 796
FES BIRK     103 077 103 077 31 990 57 757 8 721 9 187
FES nieuwe sleutelprojecten     93 600 93 600 180 278 25 800 14 300 10 900
Onderzoek stedelijk gebied 88   153 241 44 16 46 46
Subsidies stedelijk gebied 9 532   – 4 442 5 090 – 270 4 248 4 455 165
Overige instrumenten stedelijk gebied 1 180   – 605 575 79 – 100 – 441 – 451
Interreg 3 592   – 317 3 275 – 263 – 1 020 – 270 – 51
                 
Landelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelen: 20 613 0 – 5 075 15 538 – 637 – 617 251 739
FES BIRK       0        
Onderzoek landelijk gebied       0        
Subsidies landelijk gebied 587   – 76 511 – 77 – 67 – 512 22
Overige instrumenten landelijk gebied 898   412 1 310 242 252 262 216
Bufferzones 16 601   – 5 411 11 190 – 802 – 802 501 501
Belverdere 2 527   0 2 527        
Apparaat: 7 423 0 – 4 580 2 843 – 4 433 – 4 341 – 4 333 – 4 334
Apparaat:                
Apparaat artikel 5 (DGR) 7 423   – 4 580 2 843 – 4 433 – 4 341 4 333 – 4 334
Ontvangsten: 10 300 0 196 677 206 977 212 268 83 557 23 021 20 087

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: FES Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK)

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Diverse mutaties FES BIRK 80 624 103 077
Totaal 80 624 103 077

Toelichting:

Ad 1: Diverse mutaties FES BIRK

Tot en met 2005 werd jaarlijks de FES-bijdrage voor de BIRK-projecten opgevraagd. Met ingang van 2006 zijn de kasreeksen meerjarig opgevraagd en ontvangen. Als gevolg hiervan is het budget op dit instrument fors gestegen. T.b.v. de nog resterende BIRK-projecten zal in 2006 de verplichting worden aangegaan.

Instrument: FES Nieuwe Sleutelprojecten

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Bijdrage uit FES tbv NSP Breda 24 900 18 900
2. Bijdrage uit FES tbv NSP Rotterdam 57 478 10 900
3. Bijdrage uit FES tbv NSP Amsterdam 129 100  
4. Overige mutaties   63 800
Totaal 211 478 93 600

Toelichting:

Ad 1, 2 en 3:

Ook voor de FES-bijdragen ten behoeve van de Nieuwe Sleutelprojecten worden vanaf 2006 kasreeksen meerjarig opgevraagd en ontvangen. T.b.v. de laatste drie Nieuwe Sleutelprojecten (NSP) Breda, Rotterdam en Amsterdam (Zuidas) is bij het FES het verplichtingenbedrag opgevraagd.

Instrument: Subsidies stedelijk gebied

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Intertemporele schuif; Hart voor Dieren   – 8 580
2. Overige mutaties – 213 4 138
Totaal – 213 – 4 442

Toelichting:

Ad 1: Intertemporele schuif; Hart voor Dieren

T.b.v. het project Hart voor Dieren is een kasschuif van in totaal € 8,5 mln naar 2008 en 2009 opgenomen waarmee wordt aangesloten bij de kasbehoefte van dit project.

Instrument: Bufferzones

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Kas- en verplichtingenschuif Bufferzones – 3 909 – 3 909
2. Overige mutaties – 1 502 – 1 502
Totaal – 5 411 – 5 411

Toelichting

Ad 1: Kas en verplichtingenschuif Bufferzones

T.b.v. een actualisering van de bufferzones-aankopen zijn de kas- en verplichtingenreeks aangepast.

Instrument: Apparaat DGR

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
2. Diverse mutaties – 4 480 – 4 580
Totaal – 4 580 – 4 580

Toelichting

Ad 1: Op diverse instrumenten hebben per saldo budgettair neutrale correcties plaatsgevonden t.o.v. de ontwerpbegroting 2006, omdat de beginstanden na de conversie naar de nieuwe artikelstructuur onjuist bleken te zijn.

Artikel 6. Beperken van klimaatverandering en grootschalige luchtverontreiniging

(Bedragen x € 1 000,–) (1) (2) (3) (4)=(1+2+3)  
  Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties via NvW en amen-dement Mutaties 1e sup-pletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie 2010
Verplichtingen: 46 797   45 961 92 758 -427 838 979 1 256
Uitgaven: 85 357 0 – 2 445 82 912 14 280 18 868 21 700 16 675
Programma: 80 808 0 – 2 397 78 411 14 555 19 058 21 886 16 786
Realisatie Kyoto klimaatverplichtingen: 72 433 0 – 18 018 54 415 – 1 648 6 673 9 462 10 403
Binnenlandse klimaatinstrumenten 28 433   – 7 715 20 718 – 9 059 – 7 357 – 7 259 – 7 516
Clean Development Mechanism 44 000   – 10 303 33 697 7 411 14 030 16 721 17 919
                 
Beperken klimaatverandering door post-Kyoto afspraken: 3 465 0 13 530 16 995 14 417 11 346 11 387 5 346
Beperken klimaatverandering door post-Kyoto afspraken 3 465   13 530 16 995 14 417 11 346 11 387 5 346
                 
Beperken aantasting van de ozonlaag: 0 0 250 250 0 0 0 0
Beperken aantasting van de ozonlaag 0   250 250 0 0 0 0
                 
Beperken van verzuring en grootschalige luchtverontreiniging: 4 910 0 1 841 6 751 1 786 1 039 1 037 1 037
Beperken van verzuring en grootschalige luchtverontreiniging 4 910   1 841 6 751 1 786 1 039 1 0 37 1 037
Apparaat: 4 549 0 – 48 4 501 – 275 – 190 – 186 – 111
Apparaat:                
Apparaat artikel 6 (DGR) 4 549   – 48 4 501 – 275 – 190 – 186 – 111
Ontvangsten: 0   11 468 11 468 8 000 6 000 6 041 0

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Binnenlandse klimaatinstrumenten

Op dit instrument hebben per saldo budgettair neutrale correcties plaatsgevonden t.o.v. de ontwerpbegroting 2006, omdat de beginstanden na de conversie naar de nieuwe artikelstructuur onjuist bleken te zijn.

Instrument: Clean Development Mechanism (CDM)

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Ophoging Wereldbank 48 000 – 6 832
2. Overige mutaties   – 3 471
Totaal 48 000 – 10 303

Toelichting

Ad 1: Ophoging Wereldbank

Ter compensatie van in de markt optredende prijsstijgingen, is een bedrag van € 48 mln toegevoegd aan het budget voor CDM. Hiermee kan de oorspronkelijke doelstelling van 67 Mton CO2-equivalenten gehandhaafd worden. De ophoging van het totaalbudget wordt gecombineerd met een kasschuif binnen de bestaande budgetten, waardoor in 2006 per saldo sprake is van een verlaging van het kasbudget.

Instrument: Beperken klimaatveranderingen door post-Kyoto afspraken

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. FES-middelen BSIK kllimaat voor ruimte   10 000
2. Overige mutaties 1 151 3 530
Totaal 1 151 13 530

Toelichting:

Ad 1: FES middelen BSIK klimaat voor ruimte

In 2005 is bij 2e suppletore begroting de eerste tranche voor het BSIK-project Klimaat voor Ruimte aan de begroting toegevoegd. Thans wordt de meerjarige reeks toegevoegd.

Artikel 7. Verbeteren milieukwaliteit van water en bodem

(Bedragen x € 1 000,–) (1) (2) (3) (4)=(1+2+3)  
  Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties via NvW en amen-dement Mutaties 1e sup-pletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie 2010
Verplichtingen: 156 967   – 7 483 149 484 24 521 – 8 796 – 5 118 4 628
Uitgaven: 137 465 0 15 090 152 555 11 279 8 917 12 895 4 828
Programma: 133 000 0 15 008 148 008 11 201 8 837 12 814 4 748
Verbeteren van de milieukwaliteit van de bodem: 1 436 0 633 2 069 1 073 1 105 1 105 1 112
Verbeteren van de milieukwaliteit van de bodem 1 436   633 2 069 1 073 1 105 1 105 1 112
                 
Saneren van verontreinigde bodems: 120 469 0 20 060 140 529 15 842 15 703 16 885 5 391
Saneren van verontreinigde bodems 120 469   20 060 140 529 15 842 15 703 16 885 5 391
                 
Verbeteren van de milieukwaliteit van water: 763 0 601 1 364 939 920 917 924
Verbeteren van de milieukwaliteit van water 763   601 1 364 939 920 917 924
                 
Bevorderen van gebiedsspecifieke milieumaatregelen in het landelijke gebied: 6 634 0 – 3 975 2 659 – 3 297 – 5 516 – 2 717 690
Bevorderen van gebiedsspecifieke milieumaatregelen in het landelijke gebied 6 634   – 3 975 2 659 – 3 297 – 5 516 – 2 717 690
                 
Bevorderen van duurzame landbouw: 3 698 0 – 2 311 1 387 – 3 356 – 3 375 – 3 376 – 3 369
Bevorderen van duurzame landbouw 3 698   – 2 311 1 387 – 3 356 – 3 375 – 3 376 – 3 369
Apparaat: 4 465 0 82 4 547 78 80 81 80
Apparaat:                
Apparaat artikel 7 (DGM) 4 465   82 4 547 78 80 81 80
Ontvangsten: 0 0 14 300 14 300 15 100 15 000 13 500 200

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Saneren van verontreinigde bodems

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Van BZK/Provinciefonds t.b.v. apparaatskosten bodemsanering 5 213 5 213
2. FES toekenning bodemsanering 12 500 12 500
3. Kostenverhaal bodemsanering 2005 3 787 3 787
4. Overige mutaties – 6 714 – 1 440
Totaal 14 786 20 060

Toelichting:

Ad 1: Van BZK/Provinciefonds t.b.v. apparaatskosten bodemsanering

Er wordt budget overgeheveld van het provinciefonds (onderdeel BZK) naar VROM i.v.m. de verschuiving van apparaatskosten bodemsanering van provincies naar gemeenten. VROM stelt rechtstreeks aan het bevoegd gezag een budget beschikbaar t.b.v. taken op het gebied van bodemsanering, voortvloeiend uit VROM-regelgeving. Taken die voorheen door provincies werden verricht zijn door de rechtstreeks gemeenten overgenomen. Derhalve wordt budget van het Provinciefonds aan de VROM-begroting toegevoegd en daarna toegekend aan de betreffende gemeenten conform de in 2000 gemaakte afspraken.

Ad 2: FES toekenning bodemsanering

Voor de jaren 2006 t/m 2009 wordt vanuit het FES in totaal € 50 mln extra beschikbaar gesteld voor de sanering van spoedeisende gevallen van bodemverontreiniging. Het gaat in al deze gevallen om het versneld wegnemen van ernstige verontreinigingen die economische ontwikkelingen in de weg staan. In concreto gaat het onder andere om projecten gerelateerd aan de ontwikkeling van de Stormpolder in Krimpen a/d IJssel (EMK-terrein), de herinrichting van delen van de Brabantse en Limburgse Kempen en de uitbreiding van een bedrijfsterrein in Olst.

Ad 3: Kostenverhaal bodemsanering 2005

In 2005 zijn in het kader van de uitvoering van het kostenverhaal jegens particulieren, bedrijven en gemeenten ontvangsten verkregen voor een totaalbedrag van € 3,787 mln. Dit bedrag wordt in 2006 weer toegevoegd aan het uitgavenbudget voor bodemsanering.

Instrument: Bevorderen van gebiedsspecifieke milieumaatregelen in het landelijke gebied

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. FES-middelen voor luchtwassers 2 200 1 800
2. Overige mutaties – 19 307 – 5 775
Totaal – 21 507 – 3 975

Toelichting:

Ad 1: FES middelen voor luchtwassers

Vanuit het FES is budget overgeheveld naar VROM ten behoeve van onderzoek in de periode 2006–2009 naar het versneld beschikbaar en toepasbaar maken van gecombineerde luchtwassers voor de intensieve veehouderij in het kader van het «programma luchtwassers». Door de inzet van luchtwassers kan de emissie van fijn stof, ammoniak en geur uit stallen sterk worden verminderd.

Incidentele subsidies(Vermelding in 1e suppletore begroting voor wettelijke grondslag)

Aan de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) is voor 2006 een subsidie verleend van € 408 402,–. Tussen het ministerie van VROM en de SIKB is een subsidieovereenkomst voor de periode tot en met 2006 afgesloten. Het doel van deze subsidie is het versneld tot stand brengen van een in de bodembeheerssector dekkende structuur van normatieve documenten voor de kwaliteitsborging.

De gemeente Haarlem heeft een bijdrage van € 266 918 gevraagd voor het project Lokale Ambities Bodem. Het resultaat hiervan is het opstellen van een handreiking voor de lokale overheden voor het formuleren van integraal bodembeleid.

Artikel 8. Verbeteren van de milieukwaliteit in de bebouwde omgeving

(Bedragen x € 1 000,–) (1) (2) (3) (4)=(1+2+3)  
  Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties via NvW en amen-dement Mutaties 1e sup-pletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie 2010
Verplichtingen: 35 063   35 171 70 234 79 809 43 580 18 880 22 444
Uitgaven: 40 733 0 38 875 79 608 79 809 43 580 19 416 22 980
Programma: 36 258 0 38 324 74 582 79 464 43 200 19 035 22 600
Geïntegreerd milieubeleid voor andere overheden: 5 528 0 2 834 8 362 2 950 2 950 2 950 2 950
Geïntegreerd milieubeleid voor andere overheden 5 528   2 834 8 362 2 950 2 950 2 950 2 950
                 
Verbeteren van de lokale luchtkwaliteit: 0 0 0 0 0 0 0 0
Verbeteren van de lokale luchtkwaliteit     0          
                 
Verminderen van geluidhinder: 30 730 0 690 31 420 114 50 – 615 – 1 250
Verminderen van geluidhinder 30 730   690 31 420 114 50 – 615 – 1 250
                 
Bevorderen van duurzame mobiliteit: 0 0 34 800 34 800 76 400 40 200 16 700 20 900
Bevorderen van duurzame mobiliteit     34 800 34 800 76 400 40 200 16 700 20 900
Apparaat: 4 475 0 551 5 026 345 380 381 380
Apparaat:                
Apparaat artikel 8 (DGM) 4 475   551 5 026 345 380 381 380
Ontvangsten: 0   34 800 34 800 76 400 40 200 16 700 20 900

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Bevorderen van duurzame mobiliteit

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. FES-middelen t.b.v. uitvoering luchtkwaliteit 34 800 34 800
Totaal 34 800 34 800

Toelichting:

Ad 1: FES middelen t.b.v. uitvoering luchtkwaliteit

In de brief van 2 november jl. (TK, vergaderjaar 2005–2006, 30 175, nr. 12) is aangegeven welke maatregelen worden genomen t.b.v. bronmaatregelen in het verkeer. Met deze mutatie wordt budget aan de VROM-begroting toegevoegd vanuit het FES t.b.v. maatregelen als roetfilters, retrofit roetfilters en schone vuilniswagens.

Incidentele subsidies (Vermelding in 1e suppletore begroting voor wettelijke grondslag)

De stichting LAOZ heeft een bijdrage van € 100 000 gevraagd voor de Week van de Vooruitgang, die van 16 t/m 22 september 2006 in Nederland gehouden zal worden. Het doel hiervan is het uitvoeren van concrete activiteiten gericht op de verbetering van de duurzaamheid van het mobiliteitsgedrag en van de leefbaarheid van de woonomgeving.


De stichting Natuur en Milieu ontvangt een bijdrage van € 70 000 voor het project Auto van de Toekomst, waarvan de inzendingen tijdens de AutoRAI tentoongesteld en beoordeeld zullen worden. Het doel is om het belang en de mogelijkheden van schonere, stillere en zuiniger auto’s in brede kring aan de orde te stellen.

Artikel 9. Verminderen van risico’s van stoffen, afval, straling en GGO’s

(Bedragen x € 1 000,–) (1) (2) (3) (4)=(1+2+3)  
  Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties via NvW en amen-dement Mutaties 1e sup-pletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie 2010
Verplichtingen: 19 601 – 2 000 11 652 29 253 – 758 – 697 – 648 – 1 769
Uitgaven: 40 196 – 2 000 – 863 37 333 1 615 2 903 3 352 1 538
Programma: 35 199 – 2 000 – 954 32 245 1 528 2 813 3 261 1 448
Veilig gebruik van chemische stoffen: 13 073 0 1 226 14 299 1 160 1 160 1 160 0
Veilig gebruik van chemische stoffen 13 073   1 226 14 299 1 160 1 160 1 160 0
                 
Reductie van milieubelasting door afvalstoffen: 18 814 – 2 000 – 1 159 15 655 – 1 514 – 1 379 – 1 331 – 1 284
Reductie van milieubelasting door afvalstoffen 18 814 – 2 000 – 1 159 15 655 – 1 514 – 1 379 – 1 331 – 1 284
                 
Bescherming tegen straling: 1 221 0 392 1 613 632 632 632 632
Bescherming tegen straling 1 221   392 1 613 632 632 632 632
                 
Verantwoorde toepassing van ggo’s: 2 091 0 – 1 413 678 1 250 2 400 2 800 2 100
Verantwoorde toepassing van ggo’s 2 091   – 1 413 678 1 250 2 400 2 800 2 100
Apparaat: 4 997 0 91 5 088 87 90 91 90
Apparaat:                
Apparaat artikel 9 (DGM) 4 997   91 5 088 87 90 91 90
Ontvangsten: 0 0 200 200 1 250 2 400 2 800 2 100

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Verantwoorde toepassing van ggo’s

Op dit instrument heeft de volgende mutatie plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. FES-middelen m.b.t. Biotechnologie 200 200
2. Overige mutaties 9 911 – 1 613
Totaal 10 111 – 1 413

Toelichting:

Ad 1: FES middelen m.b.t. Biotechnologie

Voor de uitvoering van het Ecologisch Onderzoekprogramma Biotechnologie is door de Minister van Economische Zaken een bijdrage toegekend ten bedrage van € 10 mln voor de periode 2006 t/m 2012. Op 23 maart 2006 is met de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek een convenant ondertekend om dit onderzoekprogramma uit te voeren.

Artikel 10. Versterken van het (inter)nationale milieubeleid

(Bedragen x € 1 000,–) (1) (2) (3) (4)=(1+2+3)  
  Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties via NvW en amen-dement Mutaties 1e sup-pletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie 2010
Verplichtingen: 85 683   – 10 098 75 585 – 15 387 – 17 167 – 17 555 – 17 583
Uitgaven: 90 641 0 914 91 555 – 10 023 – 14 452 – 15 205 – 17 583
Programma: 82 137 0 – 431 81 706 – 11 800 – 16 302 – 17 054 – 19 355
Strategieontwikkeling en adequaat generiek instrumentarium: 69 997 0 – 867 69 130 – 12 460 – 17 094 – 17 208 – 19 159
Strategieontwikkeling en adequaat generiek instrumentarium 69 997   – 867 69 130 – 12 460 – 17 094 – 17 208 – 19 159
                 
Internationaal milieubeleid: 4 842 0 1 546 6 388 1 370 1 418 543 193
Internationaal milieubeleid (HGIS-deel) 4 842   580 5 422 – 447 – 449 – 449 – 249
Internationaal milieubeleid (niet HGIS-deel) 0   966 966 1 817 1 867 992 442
                 
Gecoördineerd milieubeleid voor industrie en MKB: 7 298 0 – 1 110 6 188 – 710 – 626 – 389 – 389
Gecoördineerd milieubeleid voor industrie en MKB 7 298   – 1 110 6 188 – 710 – 626 – 389 – 389
                 
Overheidsbeleid voor duurzame ontwikkeling: 0 0 0 0 0 0 0 0
Overheidsbeleid voor duurzame ontwikkeling 0     0        
Apparaat: 8 504 0 1 345 9 849 1 777 1 850 1 849 1 772
Apparaat:                
Apparaat artikel 10 (DGM) 8 504   – 3 268 5 236 – 3 055 – 3 137 – 3 138 – 3 215
Apparaat internationale Zaken (IZ)     4 613 4 613 4 832 4 987 4 987 4 987
Ontvangsten: 917 0 10 180 11 097 6 537 2 000 2 000 0

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Strategieontwikkeling en adequaat generiek instrumentarium

Op dit instrument heeft de volgende mutatie plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. FES-middelen BSIK-kennisnetwerk KSI 0 2 319
2. FES-middelen Milieutechnologie (ProMT) 4 537 4 537
3. I.v.m. overdracht MNP – 22 043 – 22 043
4. Overige mutaties 1 825 14 320
Totaal – 15 681 – 867

Toelichting:

Ad 1: FES-middelen BSIK-kennisnetwerk KSI

Het kabinet is in 2004 akkoord gegaan om FES-middelen via het BSIK aan te wenden voor bovenvermeld project. De toezegging betrof € 10 mln verdeeld over 5/6 jaar. De uitfinanciering betrof ca. € 2 mln per jaar. In 2005 is t.b.v. dit project € 1,681 mln aan voorschotten verstrekt. Het verschil ad. € 0,319 mln zal als voorschot boven op de jaarlijkse kasverwachting ad € 2 mln in 2006 betaalbaar worden gesteld. Dit bedrag is overeenkomstig de planning van KSI.

Ad 2: FES-middelen Milieutechnologie (ProMT)

De FES-middelen ProMT 2005 ad € 7,403 mln zijn niet volledig uitgeput. Het verschil ad € 3,324 mln is doorgeschoven naar 2006. De uitfinanciering ProMT is gemiddeld drie tot vier jaar, waardoor pas in 2006/2007 de maximale uitgaven gaan plaatsvinden.

Ad 3: Overdracht Milieu en Natuur Planbureau (MNP)

Het kabinet heeft eind 2005 beslist dat het MNP wordt losgemaakt van het RIVM en ondergebracht zal worden bij VROM per 1-1-2006. Hiermee is een bedrag gemoeid van ca 22 mln dat bij VROM centraal is ondergebracht.

Artikel 11. Vergroten van de externe veiligheid

(Bedragen x € 1 000,–) (1) (2) (3) (4)=(1+2+3)  
  Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties via NvW en amen-dement Mutaties 1e sup-pletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie 2010
Verplichtingen: 12 897   99 005 111 902 -960 – 412 – 254 – 213
Uitgaven: 14 454 0 13 775 28 229 18 966 19 532 19 891 19 757
Programma: 10 432 0 14 536 24 968 19 605 20 194 20 026 19 892
Bepalen van de aanvaardbaarheid van risicovolle situaties: 904 0 – 329 575 53 93 809 – 31
Bepalen van de aanvaardbaarheid van risicovolle situaties 904   – 329 575 53 93 809 – 31
                 
Oplossen van niet-aanvaardbare risicovolle situaties: 8 333 0 – 1 157 7 176 – 425 – 40 – 1 040 400
Oplossen van niet-aanvaardbare risicovolle situaties 8 333   – 1 157 7 176 – 425 – 40 – 1 040 400
                 
Preventie tegen nieuwe risicovolle situaties: 896 0 15 622 16 518 19 722 19 769 20 061 19 490
Preventie tegen nieuwe risicovolle situaties 896   15 622 16 518 19 722 19 769 20 061 19 490
                 
Milieu en veiligheidsaspecten in ruimtelijke planvorming betrekken: 299 0 400 699 255 372 196 33
Overige instrumenten en milieu en veiligheid 299   400 699 255 372 196 33
Schadeclaims       0        
Apparaat: 4 022 0 – 761 3 261 – 639 – 662 – 135 – 135
Apparaat:                
Apparaat artikel 11 (DGR) 1 033   – 231 802 – 225 – 219 – 218 – 218
Apparaat artikel 11 (DGM) 2 989   – 530 2 459 – 414 – 443 83 83
Ontvangsten: 0     0        

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Preventie tegen nieuwe risicovolle situaties

Op dit instrument heeft de volgende mutatie plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Uit aanvullende Post Fin programma financiering EV 100 000 15 000
2. Overige mutaties – 660 622
Totaal 99 340 15 622

Toelichting

Ad 1: Uit aanvullende Post Fin programma financiering Externe Veiligheid

Het kabinet Balkenende I heeft eind 2002 in het Strategisch Akkoord € 300 mln voor de periode tot en met 2010 beschikbaar gesteld voor het EV-beleid. Van dit bedrag is € 150 mln bestemd voor het versterken van de uitvoering en handhaving van het externeveiligheidsbeleid. Voor de periode 2006 t/m 2010 is jaarlijks € 20 mln, in totaal € 100 mln gereserveerd voor provincies en gemeenten (programmafinanciering). Dit bedrag is bij 1e suppletore aan de VROM begroting toegevoegd.

Artikel 12. Handhaving en toezicht

(Bedragen x € 1 000,–) (1) (2) (3) (4)=(1+2+3)  
  Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties via NvW en amen-dement Mutaties 1e sup-pletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie 2010
Verplichtingen: 63 344   3 518 66 862 – 1 362 – 1 685 – 1 578 – 1 654
Uitgaven: 63 564 0 2 355 65 919 – 1 362 – 1 685 – 1 578 – 1 654
Programma: 21 428 0 1 545 22 973 – 2 027 – 2 331 – 2 331 – 2 331
Naleving van nationale en internationale regelgeving bevorderen (Primair toezicht): 9 824 0 2 696 12 520 – 1 683 – 1 647 – 1 647 – 1 647
Naleving van nationale en internationale regelgeving vallend onder VROM-toezicht bevorderen (Primair toezicht) 9 824   2 696 12 520 – 1 683 – 1 647 – 1 647 – 1 647
                 
Rijkstoezicht handhaven en interbestuurlijk toezicht uitvoeren (Interbestuurlijk toezicht): 1 321 0 – 46 1 275 – 70 – 70 – 70 – 70
Rijkstoezicht handhaven en interbestuurlijk toezicht uitvoeren op gemeenten en provincies ( Interbestuurlijk toezicht) 1 321   – 46 1 275 – 70 – 70 – 70 70
                 
Wettelijke taken prioriteren en relevante maatschappelijke signalen selecteren (Strategie/maatschappelijke signalen): 3 074 0 – 102 2 972 – 153 – 153 – 153 – 153
Wettelijke taken prioriteren en relevante maatschappelijke signalen selecteren (Strategie/maatschappelijke signalen) 3 074   – 102 2 972 – 153 – 153 – 153 – 153
                 
Crisismanagement organiseren: 5 846 0 – 782 5 064 – 51 – 391 – 391 – 391
Crisismanagement organiseren 5 846   – 782 5 064 – 51 – 391 – 391 – 391
                 
Opsporen en bestrijden van fraude: 1 363 0 – 221 1 142 – 70 – 70 – 70 – 70
Opsporen en bestrijden van fraude 1 363   – 221 1 142 – 70 – 70 – 70 – 70
Apparaat: 42 136 0 810 42 946 665 646 753 677
Apparaat:                
Apparaat artikel 12 (IG) 42 136   810 42 946 665 646 753 677
Ontvangsten: 882 0 0 882        

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Naleving van nationale en internationale regelgeving (primair toezicht)

Op dit instrument heeft de volgende mutatie plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Samenwerkende inspecties 4 500 4 500
2. Overige mutaties – 1 651 – 1 804
Totaal 2 849 2 696

Ad 1: Samenwerkende inspecties

De Tweede Kamer heeft recent gesproken over de samenwerking van de Rijksinspecties en heeft geconcludeerd dat de ambities veel hoger moeten liggen. Gestreefd zal worden per domein naar één loket en één duidelijke sturing van het toezicht. Met deze aanpak per domein, zoals chemische industrie, horeca, wegtransport en aannemers, komen de verschillende ondernemers in de verschillende sectoren centraal te staan. De middelen (€ 4,5 mln) is het totaal van alle betrokken ministeries. De Tweede Kamer verlangt op korte termijn resultaat. Tezamen met het VNO-NCW en MKB Nederland wordt deze opdracht uitgewerkt. De uitwerking omvat onder andere de volgende elementen: het opstellen van vereenvoudigingsvoorstellen voor reductie van de toezichtlast, het ontwerp en de organisatie van de één-loket functie, het meten van de toezichtslast, het verwerven van draagvlak in overleg met bedrijven, inspecties en andere overheden, het monitoren van reducties per domein en aansturing resultaten in de domeinen van toezicht. De insteek is dat de terugdringing van de toezichtslast met 25% of wat redelijkerwijs mogelijk is in de te benoemen domeinen gerealiseerd wordt.

Artikel 13. Rijkshuisvesting en architectuur

(Bedragen x € 1 000,–) (1) (2) (3) (4)=(1+2+3)  
  Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties via NvW en amen-dement Mutaties 1e sup-pletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie 2010
Verplichtingen: 97 756   29 413 127 169 16 176 18 031 31 835 13 218
Uitgaven: 97 756 0 29 413 127 169 16 176 18 031 31 835 13 218
Programma: 97 756 0 29 413 127 169 16 176 18 031 31 835 13 218
Het adviseren en implementeren beleid rijkshuisvestingsstelsel: 6 724 0 – 1 526 5 198 – 1 442 – 1 399 – 656 – 658
Beleid (mede) van toepassing op de rijkshuisvesting en de doelmatige werking van het rijkshuisvestingsstelsel 2 963   – 303 2 660 – 468 – 671 – 671 – 671
Onderzoek Rgd 577     577        
Coördinatie rijksopdrachtgeverschap in de bouw 2 412   – 1 223 1 189 – 974 – 728 15 13
Energiebesparing rijkshuisvesting 772     772        
Duurzaam bouwen rijkshuisvesting       0        
                 
De architectonische kwaliteit stimuleren en monumenten beheren: 17 811 0 28 17 839 190 407 813 752
Stimuleren architectonische kwaliteit 4 433   316 4 749 478 680 679 663
Beheer monumenten in rijksbezit 13 378   – 288 13 090 – 288 – 273 134 89
                 
Huisvesten van het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken: 73 221 0 30 911 104 132 17 428 19 023 31 678 13 124
Onderhoud HCvS/AZ 6 384   – 534 5 850 – 150 – 159 – 158 – 172
Investeringen HCvS/AZ 28 154   24 038 52 192 15 843 17 000 30 225 12 833
Huren HCvS/AZ 2 563   231 2 794 274 276 276 – 111
Asbestsanering       0        
Paleizen 28 517   7 100 35 617 1 385 1 853 1 281 540
Functionele kosten Koninklijk Huis 7 603   76 7 679 76 53 54 34
Ontvangsten: 357   4 500 4 857        

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Investeringen HCvS/AZ

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Herhuisvesting Raad van State 2 400 2 400
2. Afkoop erfpacht Pleingarage 8 718 8 718
3. Actualisering ramingen inversteringsprojecten 5 091 5 091
4. Overige mutaties 7 829 7 829
Totaal 24 038 24 038

Toelichting:

Ad 1: Herhuisvesting Raad van State

In 2006 start de 2e fase in de renovatie en nieuwbouw van huisvesting voor de Raad van State ten bedrage van ruim € 66 miljoen. Het resultaat na nieuwbouw en renovatie is een efficiënt ingedeeld complex en beter ruimtelijk gebruik, aangepast aan de (arbo) eisen van deze tijd voor met name veiligheid, flexibele inrichting en klimaatbeheersing.

Ad 2: Afkoop erfpacht Pleingarage

Met de gemeente Den Haag is overeengekomen om het opstalrecht van de parkeergarage aan het Plein eeuwigdurend af te kopen. Voor de afkoop van het deel van de Pleingarage dat door de Binnenhofgebruikers wordt gebruikt is € 8,7 mln benodigd. Verder wordt geïnvesteerd in installaties voor ventilatie, verlichting, brandmelding en omroepen en wordt het wegdek aangepast (€ 0,5 mln in 2006, in totaal € 2,2 mln ten laste van dit artikel).

Ad 3: Actualisering ramingen inversteringsprojecten

De kasramingen van de investeringsprojecten worden periodiek geactualiseerd waardoor kasmiddelen verschuiven tussen de verschillende jaren. Verschuivingen hangen bijvoorbeeld samen met een langere duur van het vergunningentraject van een project dan was voorzien en met de betalingen van het moederdepartement aan de baten- en lastendienst.

Instrument: Paleizen

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Tijdelijke bestemming Paleis Soestdijk 3 800 3 800
2. Grondaankoop Soestdijk 2 500 2 500
3. Overige mutaties 800 800
Totaal 7 100 7 100

Toelichting:

Ad 1: Tijdelijke bestemming Paleis Soestdijk

Paleis Soestdijk en de omliggende paleistuinen worden tijdelijk opengesteld voor het publiek. De openstelling van het paleis en omliggende park is voor de duur van 3 jaar. Het kabinet beslist in deze periode over de definitieve bestemming. Paleis Soestdijk en het bijbehorende park zijn Rijksmonumenten van de hoogste categorie. Om het openstellen van het Paleis voor het grote publiek mogelijk te maken realiseert de Rijksgebouwendienst een aantal voorzieningen. Het betreft aanpassingen ten behoeve van de toegankelijkheid, brandveiligheid en de bescherming van de historische interieurs. Daarnaast wordt het paleis zelf in gereedheid gebracht voor de bezoekers.

Ad 2: Grondaankoop Soestdijk

Voor grondaankoop wordt € 2,5 mln extra ter beschikking gesteld. Met de grondaankoop wordt bewerkstelligd dat een aaneensluitend terrein rondom Paleis Soestdijk, met belangrijke cultuurhistorische waarde, in handen van de Staat komt.

2.3. De niet-beleidsartikelen

Artikel 14. Algemeen

(Bedragen x € 1 000,–) (1) (2) (3) (4)=(1+2+3)  
  Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties via NvW en amen-dement Mutaties 1e sup-pletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie 2010
Verplichtingen: 166 084   84 852 250 936 26 120 28 514 28 495 25 322
Uitgaven: 370 502 0 95 263 465 765 22 459 25 240 24 946 21 773
Programma: 205 550 0 62 762 268 312 – 573 – 1 360 – 455 – 4 409
Betaalbare woonkeuze koop- en huursector 24 326   – 159 24 167 – 5 731 – 5 656 – 5 612 – 5 565
Budget BWS 1992–1994 149 082   1 100 150 182 1 100 1 100 1 100 1 100
Woningbouw en duurzame kwaliteit       0        
Huisvesting gehandicapten en woonzorg 16 267   2 800 19 067 0 0 0 0
Communicatie-instrumenten 7 815     7 815        
Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StaB) 4 759   58 4 817 58 58 57 56
Overige vastgoedinformatievoorziening 2 000   2 000 4 000 4 000 3 138 4 000 0
Ruimtelijk Planbureau 1 301   0 1 301        
Programma/onderzoek Gemeenschappelijk Ontwikkelingsbedrijf (GOB) 0              
Programma/onderzoek Milieu en Natuur Planbureau (MNP) 0     0        
Afkoop subsidies DGW regelingen 0   56 963 56 963        
Apparaat: 164 952 0 32 501 197 453 23 032 26 600 25 401 26 182
Departementsleiding, control, expertdiensten en overige staf: 35 701 0 21 685 57 386 22 002 24 794 22 828 23 957
Apparaat DGW 2 374   – 665 1 709 – 1 317 – 1 241 – 1 041 34
Apparaat DGR 2 409   1 960 4 369 1 866 1 820 1 831 1 830
Apparaat DGM 2 458   18 2 476 17 18 18 18
Apparaat Inspectie 304   – 304 0 – 304 – 9 – 304 – 304
Apparaat departementsleiding, control en overig staf 22 822   – 1 390 21 432 – 296 2 170 290 354
Apparaat Ruimtelijk Planbureau (RPB) 5 334   23 5 357 – 7 – 7 – 9 – 18
Apparaat Milieu en Natuur Planbureau (MNP) 0   22 043 22 043 22 043 22 043 22 043 22 043
                 
Raden: 6 981 0 – 2 050 4 931 – 2 135 – 788 171 170
VROM-Raad 1 989   47 2 036 54 53 52 52
Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronzoek 1 133   – 153 980 – 162 – 166 – 162 – 162
Waddenadviesraad (WAR) 601   107 708 16 16 16 15
Kenniscentrum Aanbesteding bouw (KCAB) 2 316   – 2 316 0 – 2 308 – 956 0 0
Nederlandse Emissie Autoriteit (NEA)     0          
Adviesraad Gevaarlijke Stoffen (AGS) 942     942        
Technische Commissie Bodembescherming (TCB) 0   265 265 265 265 265 265
Gemeenschappelijk OntwikkelingsBedrijf (GOB) 0     0        
                 
Postactieven: 6 233 0 304 6 537 304 9 304 304
Postactieven DGW 2 876     2 876        
Postactieven DGR 369     369        
Postactieven DGM 1 270     1 270        
Postactieven Inspectie 0   304 304 304 9 304 304
Postactieven RPB 0     0        
Postactieven GD/CSt 1 718     1 718        
                 
Gemeenschappelijke voorzieningen: 116 037 0 12 562 128 599 2 861 2 585 2 098 1 751
Gemeenschappelijke voorzieningen 90 185   12 562 102 747 2 861 2 585 2 098 1 751
Huurbijdrage aan RGD 25 852     25 852        
Ontvangsten: 22 424   4 000 26 424 10 562 12 300 13 162 9 162

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Overig vastgoedinformatievoorziening

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Bijdrage FES tbv BSIK project GEO informatie 4 000 4 000
2. Overige mutaties – 2 000 – 2 000
Totaal 2 000 2 000

Toelichting:

Ad 1: De bijdrage uit het FES tbv BSIK project GEO informatie is meerjarig t/m 2009 naar de VROM-begroting overgeboekt.

Instrument: Afkoop subsidies DGW-regelingen

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Afkoopsom subsidies PHW 1987 39 150 39 150
2. Afkoopsom subsidies PHW 1985 7 800 7 800
3. Afkoop bijdragen stedelijke vernieuwing Lelystad 10 000 10 000
4. Afkoopsom subsidies VPW 1979 13 13
Totaal 56 963 56 963

Toelichting:

In het kader van kabinetsstandpunt op het rapport van de commissie Brinkman – het terugdringen van de verantwoordingsbureaucratie – worden de volgende specifieke uitkeringen in 2006 afgekocht:

Ad 1: Afkoopsom subsidies PHW 1987

De mutatie betreft een raming van de afkoopsommen van de ultimo 2006 af te kopen jaarlijkse bijdragen Particuliere Huurwoningen 1987.

Ad 2: Afkoopsom subsidies PHW 1985

De mutatie betreft een raming van de afkoopsommen van de ultimo 2006 af te kopen jaarlijkse bijdragen Particuliere Huurwoningen 1985.

Ad 3: Afkoop bijdragen stedelijke vernieuwing Lelystad

De mutatie betreft een raming van de afkoopsom van de ultimo 2006 af te kopen bijdragen Stedelijke vernieuwing Lelystad.

Ad 4: Afkoopsom subsidies VPW 1979

De mutatie betreft de raming van de afkoopsommen van de ultimo 2006 af te kopen jaarlijkse bijdragen Verbetering Particuliere Huurwoningen 1979.

Instrument: Apparaat Milieu en Natuur Planbureau (MNP)

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. I.v.m. overdracht MNP 22 043 22 043
Totaal 22 043 22 043

Toelichting:

Ad 1: Apparaat Milieu en Natuur Planbureau (MNP)

Het Milieu en Natuur Planubureau is per 1 januari 2006 overgekomen van VWS/RIVM naar VROM. De reguliere P&M middelen (ca. € 22 mln per jaar) betreffen uitgaven voor de going concern van het MNP en bestaan uit uitgaven voor ambtelijk personeel (totaal ca. 220 fte).

De totale loonsom bedraagt ca. € 15 mln. Verder betreft het apparaatsuitgaven voor huisvesting, energie, catering, onderhoud, schoonmaak en uitgaven voor ICT licenties en persoonsgebondenuitgaven zoals op opleidingen en reis en verblijfskosten.

Instrument: Gemeenschappelijke voorzieningen

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting    
1. Uitvoering opdracht BAG 2 000 2 000
2. Overige mutaties 3 907 10 562
Totaal 5 907 12 562

Toelichting:

Ad 1: Uitvoering basisregistratie voor adressen en gebouwen (BAG)

VROM voert het project uit als onderdeel van Programma Andere Overheid (PAO).

Artikel 15. Nominaal en onvoorzien

(Bedragen x € 1 000,–) (1) (2) (3) (4)=(1+2+3)  
  Stand ontwerp-begroting 2006 Mutaties via NvW en amen-dement Mutaties 1e sup-pletore begroting 2006 Stand 1e suppletore begroting 2006 Mutatie 2007 Mutatie 2008 Mutatie 2009 Mutatie 2010
Verplichtingen: – 682   17 471 16 789 4 294 4 332 4 310 11 867
Uitgaven: 1 818 0 9 620 11 438 4 294 4 332 4 310 11 867
Programma: 1 818 0 9 620 11 438 4 294 4 332 4 310 11 867
Loonbijstelling: 3 707 0 1 528 5 235 755 646 670 707
Loonbijstelling 3 707   1 528 5 235 755 646 670 707
                 
Prijsbijstelling: 5 808 0 2 570 8 378 2 593 2 382 2 127 4 137
Prijsbijstelling 5 808   2 570 8 378 2 593 2 382 2 127 4 137
                 
Onvoorzien: 3 684 0 – 2 232 1 452 – 2 232 – 2 232 – 2 232 – 2 232
Onvoorzien 3 684   – 2 232 1 452 – 2 232 – 2 232 – 2 232 – 2 232
                 
Nog te verdelen: – 11 381 0 7 754 – 3 627 3 178 3 536 3 745 9 255
Nog nader te verdelen taakstellingen – 8 872   – 3 246 – 12 118 – 7 822 – 7 564 – 7 394 – 7 033
Nog nader te verdelen overig – 2 509   11 000 8 491 11 000 11 100 11 139 16 288

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Nog nader te verdelen taakstellingen

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,– Verplichtingen Uitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:    
1. Tegenboeking taakstelling PIA 2006 ev 5 427 5 427
2. Ramingsbijstelling – 18 000 – 18 000
3. Eindejaarsmarge 16 122 6 271
2. Overige mutaties 1 056 3 056
Totaal 4 605 – 3 246

Toelichting:

Ad 1: Tegenboeking taakstelling PIA

Het kabinet wilde in totaal € 150 miljoen bezuinigen op inkoopactiviteiten. De taakstelling voor VROM loopt uiteindelijk op tot € 8,145 mln per jaar. De taakstelling PIA zal worden gerealiseerd door voor een aantal productgroepen interdepartementaal gecoördineerde inkoop in te voeren. Een klein deel dat betrekking heeft op VROM is uitgedeeld bij Miljoenennota 2005, een deel is uitgedeeld bij Najaarsnota 2005 en het laatste deel nu bij Voorjaarsnota 2006.


Ad 2: Vrom levert d.m.v. ramingsbijstellingen en ombuigingsmaatregelen jaarlijks m.i.v. 2006 € 18 mln in.


Ad 3: Van de totaal uitgekeerde eindejaarsmarge van € 25 mln zal € 6,2 mln dit jaar nog toebedeeld worden aan diverse instrumenten.

Wetsartikel 2 (begroting Baten-lastendiensten)

3. Baten-lastendienst «Rijksgebouwendienst»

Begroting Baten-Lastendienst (Rijksgebouwendienst)

Baten-lastenoverzicht

Opbouw vanaf de stand ontwerpbegroting naar de stand van de Voorjaarsnota (bedragen in € * 1 000)

Omschrijving Oorspronkelijk vastgestelde begroting Mutaties (+ of –) 1e suppletore begroting Totaal geraamd
Baten      
Leveren producten/diensten:      
Opbrengst departementen 1 125 614 73 000 1 198 614
Opbrengst moeder 97 756 29 413 127 169
Opbrengst derden 9 761 9 761
       
Bedrijfsvoering:      
Rentebaten 4 000 4 000
Overige baten 5 000 5 000
Totaal baten 1 242 131 102 413 1 344 544
Lasten      
Product Huisvesting:      
Apparaatskosten (netto) 56 185 2 000 58 185
Huren vanuit de markt 258 308 45 231 303 539
Rentelasten 296 112 – 10 000 286 112
Afschrijvingen 286 912 286 912
Dagelijks onderhoud 100 422 6 354 106 776
Mutaties voorzieningen 83 749 83 749
Belastingen en heffingen 23 012 1 000 24 012
Investeringen buiten gebruiksvergoedingen 78 926 54 038 132 964
Overige producten:      
Services 23 587 10 000 33 587
Adviezen 10 462 – 5 000 5 462
Beleid 10 385 – 1 210 9 175
Overige lasten 5 000 5 000
Totaal lasten 1 233 060 102 413 1 335 473
Saldo 9 071 9 071

Toelichting:

De hogere opbrengst departementen (plus € 73 mln) is met name het gevolg van afspraken die in 2005 al zijn gemaakt met de klanten van de Rijksgebouwendienst. Doordat de bijbehorende kosten (met name huren vanuit de markt, rentelasten, dagelijks onderhoud, investeringen buiten de gebruiksvergoeding en services) in dezelfde mate stijgen, heeft de verhoogde omzet geen invloed op het verwachte resultaat.


De gestegen opbrengst moeder komt met name voort uit niewe investeringsprojecten die worden uitgevoerd voor klanten buiten het huur-verhuurmodel (zie hierover ook artikel 13 «Rijkshuisvesting en architectuur»). Deze stijging van de begrote opbrengsten houdt gelijke tred met de stijging van de begrote kosten voor deze activiteiten.

Begrotingsstaat Rgd Voorjaarsnota

Begrotingsstaat

  Totaal baten Totaal lasten Saldo van baten en lasten
Oorspronkelijk vastgestelde begroting 1 242 131 1 233 060 9 071
Mutaties (+ of –) 1e suppletore begroting      
  Totaal kapitaaluitgaven   Totaal kapitaalontvangsten
Oorspronkelijk vastgestelde begroting 726 941   510 000
Mutaties (+ of –) 1e suppletore begroting 111 405   100 000

Kasstroomoverzicht Rgd

Kasstroomoverzicht per 31 december 2005 bedragen in € * 1 000

Omschrijving Oorspronkelijk vastgestelde begroting Mutaties (+ of –) 1e suppletore begroting Stand 1e suppletore begroting
1. Rekening-courant RHB 1 januari 2006 373 905 – 102 925 270 980
       
2. Operationele kasstroom 217 077 217 077
       
3a. Investeringen – 500 000 – 100 000 – 600 000
3b. Desinvesteringen 10 000 10 000
3. Investeringskasstroom – 490 000 – 100 000 – 590 000
       
4a. Afdracht – 1 604 – 11 405 – 13 009
4b. Aflossing – 225 337 – 225 337
4c. Beroep op leenfaciliteit 500 000 100 000 600 000
4. Financieringskasstroom 273 059 88 595 361 654
       
5. Rekening-courant RHB 31 dec. 2006 374 041 – 114 330 259 711

Toelichting:

De beginstand van de rekening-courant RHB is aangepast op de realisatie ultimo 2005.

De investeringskasstroom is hoger vanwege nieuwe aankopen en extra nieuwbouwprojecten die leiden tot extra investeringen in 2006. Deze leiden ook tot een extra beroep op de leenfaciliteit in 2006 met € 100 mln. De financieringskasstroom is verder aangepast als gevolg van de afdracht aan het moederdepartement. Het eigen vermogen wordt verlaagd middels de afdracht aan de moeder omdat de maximaal toegestane hoogte van het eigen vermogen het voorgaand jaar is overschreden.

4. Baten-lastendienst «Nederlandse Emissieautoriteit»

Begrotingsstaat 2006 (in € x 1 000)

Totaal baten Totaal lasten Saldo baten en lasten
5 108 5 108 0
Totaal kapitaaluitgaven Totaal kapitaalontvangsten  
103 0  

Opbouw vanaf de stand ontwerpbegroting 2006 naar de stand van de Voorjaarsnota:

(bedragen in € 1000)

  (1) (2) (3)=(1)+(2)
Omschrijving Oorspronkelijk vastgestelde begroting Mutaties (+ of –) 1e suppletore begroting Totaal geraamd
Baten      
Opbrengst moederdepartement 4 333 775 5 108
Opbrengst overige departementen      
Opbrengsten derden      
Buitengewone baten      
Exploitatiebijdrage      
Totaal baten 4 333 775 5 108
Lasten      
Apparaatskosten: 3 998 825 4 823
– personele kosten 2 124 514 2 638
– materiële kosten 1 874 311 2 185
Rentelasten 65 – 35 30
Afschrijvingskosten      
– materieel 270 – 266 4
– immaterieel   251 251
Dotaties voorzieningen      
Buitengewone lasten      
Totale lasten 4 333 775 5 108
Saldo 0 0 0

Toelichting:

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst van het moederdepartement wordt bepaald door de afspraken die met de opdrachtgever over de werkzaamheden en taken van de NEa worden gemaakt. Daarvoor worden door de NEa tarieven in rekening gebracht.

Personele kosten

De NEa is een vraaggestuurde organisatie. Dat betekent dat de omvang van het personele bestand bepaald wordt door de taken en werkzaamheden die de NEa moet uitvoeren. Deze mutatie wordt veroorzaakt doordat de NEa meer interne (fte) en externe capaciteit nodig heeft om aan opdracht te kunnen voldoen.

Materiële kosten

Deze mutatie in de materiële kosten hangt direct samen met de mutatie bij de personeelskosten. Dit betreft onder andere de huisvesting, de technische ondersteuning en de bureaukosten.

Materieel en immaterieel

Dit betreft een technische mutatie. In de Begroting 2006 is het totaal aan materieel en immaterieel abusievelijk op de post materieel weergegeven.

Kasstroomoverzicht voor het jaar 2006:

Opbouw vanaf de stand ontwerpbegroting 2006 naar de stand van de Voorjaarsnota (bedragen in € 1000)

  (1) (2) (3)=(1)+(2)
Omschrijving Oorspronkelijk vastgestelde begroting Mutaties (+ of –) 1e suppletore begroting Stand 1e suppletore begroting
1. Rekening-courant RHB 1 januari 2006 0 0 0
       
2. Totaal operationele kasstroom 358 – 103 255
       
Totaal investeringen – 1 350 239 – 1 111
Totaal boekwaarde desinvesteringen      
3. Totaal investeringskasstroom – 1350 239 – 1 111
       
Eenmalige uitkering aan moederdepartement      
Eenmalige storting door moederdepartement      
Aflossingen op leningen – 270 15 – 255
Beroep op leenfaciliteit 1 350 – 239 1 111
4. Totaal financieringskasstroom 1 080 – 224 856
       
5. Rekening-courant RHB 31 december 2006 (=1+2+3+4) 88 – 88 0
(maximale roodstand 0,5 miljoen euro)      

Toelichting:

Het beroep op de Leenfaciliteit is op basis van voortschrijdend inzicht naar beneden bijgesteld en is als volgt opgebouwd:

a. De financiering van de initiële lening per 1-1-3006 (€ 1 010 806,–), bestaande uit:

• De financiering van de materiële vaste activa (€ 4 667,–);

• De financiering van de immateriële vaste activa (€ 1 006 139,–).

a. Een aanvraag ter financiering van nieuwe investeringen die in de loop van 2006 nodig zijn (€ 100 292,–). Dit zijn zowel vervangingsinvesteringen als nieuwe investeringen voor voornamelijk inventaris en (zelf ontwikkelde) software.

De definitieve openingsbalans per 1 januari 2006

Openingsbalans Baten-lastendienst

Baten-lastendienst Nederlandse Emissieautoriteit  
   
Balans per 1 januari 2006  
Bedragen in EUR 1 000 1 januari 2006
   
Activa  
Vaste activa  
Materiële vaste activa 5
Immateriële vaste activa 1 006
  1 011
Vlottende activa  
Debiteuren/overige vorderingen 1 937
Overlopende activa 0
  1 937
   
Liquide middelen 0
   
Totaal activa 2 948
Passiva  
   
Eigen vermogen  
Exploitatiereserves 0
Onverdeeld resultaat 0
  0
Langlopende schulden  
Lening bij het MvF 1 011
  1 011
Kortlopende schulden en overige passiva  
Crediteuren 28
Overlopende passiva 1 879
Omzetbelasting 30
  1 937
   
Totaal passiva 2 948

Toelichting

Toegelicht worden de belangrijkste wijzigingen in de definitieve openingsbalans per 1 januari 2006, ten opzichte van de indicatieve openingsbalans zoals gepresenteerd in de Begroting.

Materiële vaste activa

In de indicatieve openingsbalans is een bedrag opgenomen van € 1 350 000,– onder de post installatie en inventarissen. Dit had echter moeten worden verantwoord onder de post immateriële vaste activa. Deze post heeft een directe relatie met de (hoogte van de) lening bij het Ministerie van Financiën.

Debiteuren en exploitatiereserve

De post debiteuren was in de indicatieve openingsbalans opgenomen voor € 88 000,– en had een directe relatie met de post exploitatiereserve waarbij het uitgangspunt was dat dit de zgn. «Bruidschat» betrof. De NEa start echter per 1 januari 2006 zonder eigen vermogen. Overeenkomstig de Regeling Vermogensvoorschriften Baten-lastendiensten 2001 is het mogelijk dat het moederministerie de baten-lastendienst een bedrag meegeeft als steun in de rug om eventuele negatieve exploitatieresultaten op te vangen. Deze dotatie van het moederdepartement is gemaximeerd tot 5% van de verwachte omzet in het startjaar. In dat geval is sprake van een zogenaamde bruidschat.

Bij de besprekingen rond de start van de NEa zijn uiteindelijk geen afspraken gemaakt over een bruidschat. Het onderwerp is overigens wel aan de orde geweest. Vandaar dat deze in eerste instantie was opgenomen in de indicatieve openingsbalans.

Lening bij het Ministerie van Financiën

Op basis van nieuwe inzichten is de lening bij het Ministerie van Financiën van € 1 350 000,– (indicatieve openingsbalans) naar beneden bijgesteld. De initieel af te sluiten lening bij het Ministerie van Financiën per 1 januari 2006 bedraagt € 1 011 (x € 1 000,–). Deze lening is, conform de Regeling Leen- en depositofaciliteit, gelijk aan de boekwaarde van de (im)materiële vaste activa per 1 januari 2006. De lening heeft een maximale looptijd van 5 jaar en wordt afgelost al naar gelang de afschrijving op de gefinancierde activa plaats vindt. Met het afsluiten van de leenovereenkomst wordt het rentepercentage behorende bij de lening bepaald.